Regeling wapens en munitie
- BWB-id
- BWBR0008800
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-08-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008800
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/regeling-wapens-en-munitie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/regeling-wapens-en-munitie/2025-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008800&g=2025-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008800&z=2026-06-06&g=2025-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008800/2025-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/regeling-wapens-en-munitie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. de wet: Wet wapens en munitie de; b. de Minister: de minister van Justitie en Veiligheid; c. de korpschef: artikel 27 van de Politiewet 2012 de korpschef, bedoeld in; d. jachtakte: artikel 3.26, eerste lid, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming een jachtakte als bedoeld in, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven; e. de bedrijfsruimte van de erkende: de ruimte waarin de erkende de handelingen, waarop zijn erkenning betrekking heeft, verricht of doet verrichten; f. buitengewoon opsporingsambtenaar: artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in; g. schietvereniging: de vereniging die blijkens de in een notariële akte opgenomen statuten tot doel heeft haar leden in de gelegenheid te stellen de schietsport te beoefenen; h. airsoftapparaat: lucht-, gas-, of veerdrukwapen met een maximum schotkracht van 3,5 joules, welk wapen voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis toont met vuurwapens; i. airsoftvereniging: de vereniging die blijkens de in een notariële akte opgenomen statuten tot doel heeft haar leden de gelegenheid te bieden de airsoftsport te beoefenen; j. de kleine erkenninghouder: artikel 10 artikel 9 de beheerder van een erkenning voor een bedrijf als bedoeld invan deze regeling, die met het oog op de aard van zijn werkzaamheden niet met gunstig gevolg het verplichte examen, bedoeld invan deze regeling, hoeft te hebben afgelegd. 2 de wet Overige in deze regeling voorkomende begrippen hebben dezelfde betekenis als in. 2019 34687 25-06-2019 12-06-2019 2615324 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 de wet Inen de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. stiletto: een opvouwbaar mes waarvan het lemmet door een druk- of vergelijkbaar ontgrendelingsmechanisme zijdelings scharnierend uit het heft wordt gebracht; b. valmes: een mes waarvan het lemmet door een druk- of vergelijkbaar ontgrendelingsmechanisme, dan wel door een zwaaibeweging of door zwaartekracht rechtstandig uit het heft wordt gebracht; c. vlindermes: een mes waarvan het heft in de lengterichting in tweeën is gedeeld en waarvan het lemmet naar buiten wordt gebracht door elk van de delen van het heft in tegenovergestelde richting zijdelings open te vouwen; d. vilmes: een mes waarvan het heft haaks op het lemmet staat of geplaatst kan worden en dat bestemd is om bij gebruik in de palm van de hand te worden gehouden, terwijl het lemmet tussen de vingers door naar buiten steekt; e. ballistisch mes: een mes waarvan het lemmet, al dan niet tezamen met het heft, door middel van lucht-, gas- of veerdruk rechtstandig uit een geleidingscilinder wordt gedreven; f. geluiddemper: een niet in het vuurwapen geïntegreerd, doorgaans aan de loopmond daarvan bevestigd voorwerp dat bestemd of geschikt is om te bewerkstelligen dat het geluid van het schot wordt gedempt; g. ploertendoder: een verende of uitschuifbare staaf met een verzwaard uiteinde. 2 Geen wurgstokken in de zin van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn voorwerpen die bestemd zijn voor de serieuze beoefening van vechtsporten in verenigingsverband en die gelet op hun constructie of het materiaal waaruit zij zijn vervaardigd niet bestemd zijn om ernstig letsel aan personen toe te brengen. 1999 253 30-12-1999 28-12-1999 5002406/DBZ/99 1999 253 30-12-1999 28-12-1999 5002406/DBZ/99 01-01-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Als voorwerpen van categorie I, onder 7°, die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn, worden aangewezen: a. voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen, met uitzondering van speelgoedvoorwerpen als bedoeld in de Richtlijn 2009/48/EG; b. bijlage I voorwerpen vermeld op lijst a of lijst b van de bij deze regeling behorende, alsmede niet in die bijlage genoemde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen daarmee een sprekende gelijkenis vertonen, met uitzondering van speelgoedvoorwerpen als bedoeld in de Richtlijn 2009/48/EG; c. lucht-, gas- en veerdrukwapens die zodanig zijn gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is; d. stiletto's, valmessen en vlindermessen waarvan het heft van een stootplaat is voorzien; e. laserwapens die specifiek zijn ontworpen om permanente blindheid te veroorzaken; f. werppennen; g. alle voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met wapens, niet zijnde vuurwapens, en die door de aard en de samenstelling van het materiaal waaruit zij zijn vervaardigd, niet dan wel slecht detecteerbaar zijn door metaaldetectoren of andere electronische detectieapparatuur, met uitzondering van voorwerpen die specifiek zijn vervaardigd voor reguliere maatschappelijk aanvaarde gebruiksdoeleinden en met uitzondering van speelgoedvoorwerpen als bedoeld in de Richtlijn 2009/48/EG. 2014 18098 01-07-2014 25-06-2014 528911 2014 18098 01-07-2014 25-06-2014 528911 02-07-2014
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 13, eerste lid 14, eerste lid 22, eerste lid 26, eerste lid 27, eerste lid 32a, eerste lid 32b, eerste lid, van de wet artikel 2 van de Politiewet 2012 Besluit bewapening en uitrusting politie Het bepaalde in,,,,,, enis niet van toepassing op de ambtenaren van politie, bedoeld in, voor zover hun het voorschrift is gegeven om tijdens de dienstuitoefening bewapend te zijn met bij of krachtens hetaangewezen wapens of munitie. 2 artikel 9, eerste lid 13, eerste lid artikel 14, eerste lid 22, eerste lid 26, eerste lid 32a, eerste lid 32b, eerste lid, van de wet Het bepaalde in,,,,,, enis niet van toepassing op: a. artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012 de ambtenaren van politie, bedoeld in, die belast zijn met het onderwijs, de verwerving, het vervoer of het onderhoud van wapens en munitie voor zover de in die artikelleden genoemde handelingen geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening; b. artikel 2 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs personen die werkzaam zijn bij het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, Politie onderwijs- en kenniscentrum, bedoeld in, voor zover de in die artikelleden genoemde handelingen geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening. 2014 11933 30-04-2014 16-04-2014 492552 2014 11933 30-04-2014 16-04-2014 492552 01-07-2014
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 13, eerste lid 14, eerste lid 22, eerste lid 26, eerste lid 27, eerste lid, van de wet Het bepaalde inen,,, enis niet van toepassing op opsporingsambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten en buitengewoon opsporingsambtenaren, voor zover hun het voorschrift is gegeven om gedurende hun dienstuitoefening een wapen en munitie voorhanden te hebben. 2 Het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt gegeven door de Minister. 3 artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Het eerste lid geldt uitsluitend gedurende de periode dat opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld inen de buitengewoon opsporingsambtenaar beschikken over een titel van opsporingsbevoegdheid. 2014 11933 30-04-2014 16-04-2014 492552 2014 11933 30-04-2014 16-04-2014 492552 01-07-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4, eerste lid artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Een voorschrift, bedoeld in, wordt slechts gegeven indien en voorzolang de noodzaak tot bewapening aannemelijk is en de bekwaamheid van opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld inen de buitengewoon opsporingsambtenaar in de omgang met het wapen en de munitie is aangetoond. 2 Aan een voorschrift kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden die betrekking hebben op de veiligheid, de bekwaamheid in de omgang met wapens en munitie, alsmede op de opslag en het vervoer daarvan. 3 artikel 4, eerste lid Indien aan het voorschrift een beperking is verbonden, geldt de vrijstelling in, slechts voorzover het voorschrift reikt. 2007 105 05-06-2007 30-05-2007 5484156/07/CBK 2007 105 05-06-2007 30-05-2007 5484156/07/CBK 01-06-2007 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4, eerste lid Het voorschrift, bedoeld in, kan uitsluitend betrekking hebben op: a. artikel 12 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013 een korte wapenstok als bedoeld in; b. artikel 2, eerste lid, onder a of b, van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013 een pistool als bedoeld in; c. artikel 3 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013 de munitie als bedoeld in; d. artikel 6 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013 pepperspray als bedoeld in; e. andere wapens en munitie dan genoemd onder a tot en met d. 2 artikel 7 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013 artikel 6a van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013 Indien het voorschrift betrekking heeft op een pistool als bedoeld in het eerste lid, onder b, of pepperspray als bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt als voorwaarde dat het pistool wordt gedragen in een daarbij horend holster als bedoeld inonderscheidenlijk dat pepperspray wordt gedragen in een draagmiddel als bedoeld in. 2014 11933 30-04-2014 16-04-2014 492552 2014 11933 30-04-2014 16-04-2014 492552 01-07-2014
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a artikelen 13, eerste lid 14, eerste lid 22, eerste lid 26, eerste lid 27 eerste lid, van de wet artikel 14 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013 De,,,, enzijn niet van toepassing op opsporingsambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten en buitengewoon opsporingsambtenaren, voor zover de in die artikelleden genoemde handelingen plaats vinden met een trainingswapen en trainingsmunitie als bedoeld in, ten behoeve van de opleiding of beroepsvaardigheidstraining. 2014 11933 30-04-2014 16-04-2014 492552 2014 11933 30-04-2014 16-04-2014 492552 01-07-2014
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b 1 artikel 6 artikel 6a De wapens en de munitie, bedoeld inen, worden door het Politiedienstencentrum aangeschaft en afgevoerd, met uitzondering van de afvoer van de pepperspray, de verdekte pepperspray en de munitie, voor zover deze na gebruik geen werkzame bestanddelen meer bevatten. 2 De Minister kan in bijzondere gevallen toestemming verlenen om af te wijken van het eerste lid. 3 De Minister kan aanwijzingen geven over de wijze waarop de wapens en de munitie worden afgevoerd. 2014 11933 30-04-2014 16-04-2014 492552 2014 11933 30-04-2014 16-04-2014 492552 01-07-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 13, eerste lid 14, eerste lid 22, eerste lid 26, eerste lid, van de wet Van het verbod van,,, enwordt vrijstelling verleend aan personen die werkzaam zijn bij het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover het vervaardigen, transformeren, overdragen, overdragen, doen binnenkomen of uitgaan, het vervoeren of het voorhanden hebben geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening. 2 artikel 14, eerste lid 22, eerste lid 26 eerste lid 27, eerste lid, van de wet Het verbod van,,, enis niet van toepassing op personen die deel uitmaken van of werkzaam zijn voor de Unit Bijstand en Ondersteuning en de Unit Vervoer van de Dienst Vervoer en Ondersteuning van de landelijke dienst Dienst Vervoer en Ondersteuning voor zover het doen binnenkomen of uitgaan, het vervoeren, het voorhanden hebben of het dragen geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening. 3 artikel 27, eerste lid, van de wet Het verbod vanis niet van toepassing op personen, aangewezen door de directeur van een justitiële inrichting en die een toezichthoudende taak vervullen in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, voor zover het betreft wapens van de categorie IV, onder 3, en het dragen geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening. 2014 11933 30-04-2014 16-04-2014 492552 2014 11933 30-04-2014 16-04-2014 492552 01-07-2014
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet De aanvrager of de beheerder, bedoeld inis niet jonger dat achttien jaar. 2 artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht De aanvrager of de beheerder, bedoeld inmag niet met toepassing vanin een psychiatrisch ziekenhuis zijn geplaatst, dan wel met toepassing vanter beschikking zijn gesteld. 3 artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet De aanvrager, of de beheerder bedoeld inmag niet binnen de laatste acht jaren bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak zijn veroordeeld wegens overtreding van één of meer bepalingen gesteld bij of krachtens: a. de Wet van 9 mei 1890 (Stb. 81), houdende verbodsbepalingen tegen het dragen van wapenen; b. de Vuurwapenwet 1919; c. de Wet tot wering van ongewenste handwapenen; d. Wet wapens en munitie de; e. artikelen 92 tot en met 110 115 116 121 tot en met 125 131 141 181 182 191 208 209 225 226 242 246 250ter 282 282a 285 287 tot en met 289 300, tweede, derde en vierde lid 301, tweede en derde lid 302 303 310 311 312 317 322 326 328 336 341 343 tot en met 345 350 359 360 367 381 385a 385b 416 417 417bis 437 tot en met 437quater, van het Wetboek van Strafrecht artikelen van Titel VII van het Tweede Boek, van het Wetboek van Strafrecht de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en, alsmede de; f. 77 78 81 82 98, tot en met 100 116 117 119 120 van het Wetboek van Militair Strafrecht de artikelen,,,,,,,, en; g. Opiumwet de. 4 artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet De aanvrager of de beheerder, bedoeld inmag niet binnen de laatste acht jaren in het buitenland bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak zijn veroordeeld wegens overtreding van één of meer aldaar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de bepalingen genoemd in het vorige lid. 5 Wet op de justitiële documentatie en op de verklaring omtrent het gedrag Op de termijnen genoemd in het derde en vierde lid zijn de bepalingen van devan overeenkomstige toepassing. 6 Een onherroepelijke strafbeschikking wordt voor de toepassing van het derde lid met een veroordeling gelijk gesteld. 7 Van het bepaalde in het tweede tot en met vierde lid kan de korpschef op verzoek ontheffing verlenen indien de toepassing daarvan kennelijk onredelijk is. 2008 15 22-01-2008 16-01-2008 5525695/08 2008 4 10-01-2008 21-12-2007 01-02-2008 Artikel V van de Regeling OM-afdoening, Stcrt. 2008/15, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet OM-afdoening in werking treedt.
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 Een erkenninghouder die een vuurwapen van de categorie II of III, munitie of airsoftapparaten vervaardigt, transformeert of in de uitoefening van een bedrijf uitwisselt, verhuurt of anderszins ter beschikking stelt, herstelt beproeft of verhandelt, stelt geen personen te werk die belast zullen worden met werkzaamheden dan nadat ten aanzien van deze personen een gunstig luidende verklaring omtrent het gedrag is verkregen. 2 De erkenninghouder stuurt een afschrift van de verklaring omtrent het gedrag zoals genoemd in het eerste lid aan de korpschef. 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 15-01-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet De aanvrager of de beheerder, bedoeld indient met gunstig gevolg een examen te hebben afgelegd waarvan de exameneisen en het examenreglement door de minister zijn goedgekeurd. 2 Goedkeuring als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval verleend aan: a. het Vakexamen voor de handel in wapens en munitie van de Leidsche Onderwijs Instellingen; b. het Examen inzake vakbekwaamheid voor de detailhandel in vuurwapens en munitie van de Nederlandse Vereniging voor de Wapenhandel, voor zover dat examen voor 1 januari 1989 is afgelegd; c. het vakexamen voor de handel in wapens en munitie van de Politieacademie. 3 De minister kan, al dan niet tijdelijk, gehele of gedeeltelijke ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden. 2014 18098 01-07-2014 25-06-2014 528911 2014 18098 01-07-2014 25-06-2014 528911 02-07-2014 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Artikel 9, eerste lid artikel 9, eerste lid, van de wet , van deze regeling is niet van toepassing, indien de aangevraagde erkenning, bedoeld in, bedrijven betreft waarin: a. geen andere onder de wet vallende voorwerpen dan noodsignaalmiddelen worden hersteld of verhandeld, hieronder mede verstaan het verhandelen van bijbehorende munitie; b. uitsluitend wapens worden gegraveerd of geblauwd, dan wel aan een andere oppervlaktebehandeling worden onderworpen; c. slechts lucht-, gas- of veerdrukwapens, uitsluitend bestemd en geschikt voor de paintballsport, worden verhandeld; of d. uitsluitend munitie van categorie III wordt verhandeld, en die op 26 september 1996 in het bezit waren van een daartoe strekkende erkenning. e. Slechts infrarood-, dan wel laserwapens, uitsluitend bestemd en geschikt voor simulatie-, dan wel recreatieve doeleinden, aan derden ter beschikking worden gesteld. 2001 230 27-11-2001 20-11-2001 5096963/DBZ/01 2001 230 27-11-2001 20-11-2001 5096963/DBZ/01 01-12-2001
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De bedrijfsruimte van de erkende: a. is niet in gebruik als woonruimte; b. is deugdelijk afsluitbaar en is voorzien van een alarminstallatie; c. bevat een deugdelijk afsluitbare bergruimte; en d. is niet toegankelijk voor publiek, tenzij daar tevens toezichthoudend personeel aanwezig is. 2 artikel 10, onder a en b Het bepaalde in het eerste lid, onder a en b, is niet van toepassing op de bedrijfsruimte van de erkende, bedoeld in. 3 In de bedrijfsruimte van de erkende worden vuistvuurwapens niet uitgestald op een plaats die vanaf de openbare weg zichtbaar is. 4 Indien in de bedrijfsruimte van de erkende geen toezichthoudend personeel aanwezig is, worden vuistvuurwapens opgeslagen in de bergruimte, bedoeld in het eerste lid onder c. 5 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden voldoet de bedrijfsruimte van de erkende die wapens van categorie II vervaardigt, transformeert, in de uitoefening van zijn bedrijf uitwisselt, verhuurt of anderszins ter beschikking stelt, herstelt of verhandelt, aan de veiligheidseisen die zijn gesteld in bijlage IV bij deze regeling. 1999 253 30-12-1999 28-12-1999 5002406/DBZ/99 1999 253 30-12-1999 28-12-1999 5002406/DBZ/99 01-01-2000
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 3 van de wet artikelen 18 19 20 21 22 De erkenninghouder of de in het bewijs van erkenning genoemde beheerder houdt een doorlopend register bij waarin alle door deze onder enige titel verkregen of overgedragen wapens en munitie, onderdelen en hulpstukken als bedoeld indaaronder mede begrepen, worden aangetekend, met uitzondering van patroonhouders en -magazijnen, airsoftapparaten, lucht-, gas- en veerdrukwapens van categorie IV en van die wapens of munitie waarvoor ingevolge één van de,,,, eneen vrijstelling geldt. 2 Het in het eerste lid genoemde register bestaat uit de volgende afzonderlijke registraties: a. een registratie betreffende het inkomen van voor de handel bestemde wapens; b. een registratie betreffende het inkomen van voor de handel bestemde munitie; c. een registratie betreffende het uitgaan van voor de handel bestemde wapens; d. een registratie betreffende het uitgaan van voor de handel bestemde munitie; e. een registratie betreffende in bewaring of ter reparatie gegeven wapens en munitie; f. een registratie betreffende ter beproeving gegeven wapens en munitie. 3 De in het tweede lid onder a genoemde registratie bevat kolomsgewijs en achtereenvolgens: het volgnummer, de datum van ontvangst, het aantal, een omschrijving van het wapen met vermelding van fabrikaat, het land of de plaats van vervaardiging, type, kaliber en serienummer, de naam en het adres van degene die heeft geleverd, alsmede de soort, het nummer en de afgevende instantie van het document waaruit de bevoegdheid blijkt van degene die heeft geleverd. 4 De in het tweede lid onder b genoemde registratie bevat kolomsgewijs en achtereenvolgens: het volgnummer, de datum van ontvangst, de hoeveelheid, een omschrijving van de munitie met vermelding van fabrikaat, het land of de plaats van vervaardiging, type en kaliber, de naam en het adres van degene die heeft geleverd, alsmede de soort, het nummer en de afgevende instantie van het document waaruit de bevoegdheid blijkt van degene die heeft geleverd. 5 De in het tweede lid onder c genoemde registratie bevat kolomsgewijs en achtereenvolgens: het volgnummer, een verwijzing naar het volgnummer waaronder het wapen in de in het tweede lid onder a bedoelde registratie staat vermeld, de datum van overdracht, het aantal, een omschrijving van het wapen met vermelding van fabrikaat, het land of de plaats van vervaardiging, type, kaliber en serienummer, de naam en het adres van degene aan wie het wapen wordt overgedragen, de soort, het nummer en de afgevende instantie van het document waaruit de bevoegdheid blijkt van degene aan wie het wapen wordt overgedragen, alsmede, in gevallen waarin een verlof tot verkrijging vereist is, het nummer van dit verlof en de instantie die het heeft afgegeven. 6 De in het tweede lid onder d genoemde registratie bevat kolomsgewijs en achtereenvolgens: het volgnummer, de hoeveelheid, een omschrijving van de munitie met vermelding van fabrikaat, het land of de plaats van vervaardiging, type en kaliber, de naam en het adres van degene aan wie de munitie wordt overgedragen, alsmede de soort, het nummer en de afgevende instantie van het document waaruit de bevoegdheid blijkt van degene aan wie wordt overgedragen. 7 De in het tweede lid onder e genoemde registratie bevat kolomsgewijs en achtereenvolgens: het volgnummer, de datum van ontvangst, het aantal, een omschrijving van het wapen met vermelding van fabrikaat, het land of de plaats van vervaardiging, type, kaliber en serienummer, een omschrijving van de munitie met vermelding van fabrikaat, het land of de plaats van vervaardiging, type en kaliber, de naam en het adres van degene die in bewaring of in reparatie heeft gegeven, de soort, het nummer en de afgevende instantie van het document waaruit de bevoegdheid blijkt van degene die in bewaring of in reparatie heeft gegeven, gegevens betreffende de doorgifte van het wapen aan degene die het wapen in reparatie of bewaring heeft gegeven. 8 De in het tweede lid onder f genoemde registratie bevat kolomsgewijs en achtereenvolgens: het volgnummer, de datum van ontvangst, het aantal, een omschrijving van het wapen met vermelding van het fabrikaat, het land of de plaats van vervaardiging, type, kaliber en serienummer, een omschrijving van de munitie met vermelding van fabrikaat, het land of de plaats van vervaardiging, type en kaliber, de naam en het adres van degene die ter beproeving heeft gegeven, de soort, het nummer en de afgevende instantie van het document waaruit de bevoegdheid blijkt van degene die ter beproeving heeft gegeven, gegevens betreffende de doorgifte van het wapen aan degene die het wapen ter beproeving heeft gegeven. 9 De erkenninghouder of de in het bewijs van erkenning genoemde beheerder maakt via de elektronische weg onverwijld, doch in elk geval binnen een maand, melding bij de korpschef van de in het tweede lid, onder a tot en met d, genoemde registraties. Voor de zevende dag van elke kalendermaand verstrekt hij aan de korpschef de door hem in die periode ingenomen verloven tot verkrijging. Op verzoek van de korpschef overlegt hij tevens maandelijks via de elektronische weg een elektronisch afschrift van het desbetreffende gedeelte van de in het tweede lid onder e genoemde registratie. 10 artikel 18, onder g artikel 21 artikel 22, eerste en tweede lid De erkenninghouder of de in het bewijs van erkenning genoemde beheerder die handelt in lucht-, gas-, of veerdrukwapens van categorie IV, airsoftapparaat, patroonhouders of -magazijnen bedoeld in, van deze regeling, stroomstootwapens bedoeld in, van deze regeling, of in noodsignaalmiddelen en bijbehorende munitie bedoeld in, van deze regeling houdt ten aanzien van de verkoop van die lucht-, gas-, of veerdrukwapens, airsoftapparaten, patroonhouders of -magazijnen, stroomstootwapens of noodsignaalmiddelen een register waarin kolomsgewijs en achtereenvolgens wordt aangetekend: de datum van overdracht, het aantal, het fabrikaat en type van de overgedragen voorwerpen, de naam en het adres van degene aan wie wordt overgedragen, alsmede het soort en nummer van diens legitimatiebewijs. De in dit register opgenomen gegevens blijven tenminste gedurende zeven jaren bewaard. 11 De erkenninghouder of de in het bewijs van erkenning genoemde beheerder levert bij beëindiging van zijn activiteiten het in eerste lid genoemde register in bij de korpschef. 12 Tenminste eenmaal per jaar wordt door de korpschef de werkelijke voorraad opgenomen en gecontroleerd aan de hand van registratie die overeenkomstig dit artikel aan korpschef is verstrekt. 2019 34687 25-06-2019 12-06-2019 2615324 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Abusievelijk is voor het derde tot en met achtste lid een
wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. De wijziging betreffende het vervangen van 'Nummer' door
'serienummer' is in het derde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid
niet voor de tweede keer doorgevoerd.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 28 van de wet artikel 26, tweede lid, van de wet artikel 9, derde lid, van de wet Bij verkrijging van wapens van categorie III van personen die een verlof tot het voorhanden hebben als bedoeld inbezitten, dan wel op grond vanvoor de jacht bestemde wapens voorhanden mogen hebben, verstrekt de erkende, dan wel de beheerder, bedoeld in, een ontvangstbewijs overeenkomstig het in bijlage III bij deze regeling opgenomen model. 2001 230 27-11-2001 20-11-2001 5096963/DBZ/01 2001 230 27-11-2001 20-11-2001 5096963/DBZ/01 01-12-2001
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 artikel 32a, eerste lid, van de wet Richtlijn 91/477/EEG De markering van een vuurwapen op grond vanvoldoet aan de technische specificaties als genoemd in de bijlage bij de Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2019/68 van de Commissie van 16 januari 2019 tot vaststelling van technische specificaties voor de markering van vuurwapens en essentiële onderdelen daarvan uit hoofde vanvan de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEU 2019, L 15/18). 2 De voor de markering gebruikte lettergrootte bedraagt ten minste 1,6 millimeter. De markering heeft een diepte van ten minste 0,0762 millimeter. 3 Als de markering in Nederland wordt aangebracht wordt bij de markering het Latijnse alfabet en het Arabisch talstelsel gebruikt. 4 Een wijziging van de in het eerste lid genoemde richtlijn treedt voor de toepassing van dit artikel in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 2025 26093 31-07-2025 23-07-2025 6517266 2025 26093 31-07-2025 23-07-2025 6517266 01-08-2025
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 9, eerste lid, van de wet Van het verbod inwordt vrijstelling verleend voor het vervaardigen, transformeren of in de uitoefening van een bedrijf uitwisselen, verhuren of anderszins ter beschikking stellen, herstellen, beproeven of verhandelen van wapens van categorie IV onder 1°, 2°, 3° en 5°. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 9, eerste lid, van de wet Van het verbod inwordt vrijstelling verleend voor het in de uitoefening van een bedrijf ter beschikking stellen van lucht-, gas- en veerdrukwapens van categorie IV, onder 4°, aan bezoekers van erkende kermissen. 2 De vrijstelling in het eerste lid geldt slechts voor: a. kermisexploitanten die tijdens de erkende kermis een toegestane attractie exploiteren; b. gedurende de openingstijden van die kermis; en c. op het terrein van de kermis in de onmiddellijke nabijheid van de attractie. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 9, eerste lid, van de wet Van het verbod inwordt vrijstelling verleend voor het ter beschikking stellen van lucht-, gas- en veerdrukwapens van categorie IV, onder 4°, aan bezoekers van braderieën, rommelmarkten, jaarmarkten, fancy-fairs en soortgelijke evenementen. 2 De vrijstelling in het eerste lid geldt slechts: a. voor personen die voorafgaande schriftelijke toestemming van de korpschef hebben om de attractie te exploiteren, welke toestemming wordt onthouden of ingetrokken indien geen redelijke maatregelen ter voorkoming van letsel en schade zijn getroffen, dan wel indien misbruik is te vrezen, b. gedurende de openingstijden van het in het eerste lid bedoelde evenement, c. op het terrein van het evenement in de onmiddellijke nabijheid van de attractie. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 9, eerste lid, van de wet Van het verbod inwordt vrijstelling verleend voor het vervaardigen en transformeren van munitie, voor zover het gaat om herladen: aº. voor eigen gebruik 1º. door personen die houder zijn van een jachtakte; of 2º. door personen die houder zijn van een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie, voor zover het betreft munitie die kan worden afgeschoten door middel van een vuurwapen, tot het voorhanden hebben waarvan die personen gerechtigd zijn; bº. zonder winstoogmerk door een lid van een schietvereniging ten behoeve van andere leden van die vereniging, voor zover: 1º. dit lid daartoe door het bestuur van de vereniging schriftelijk is aangewezen, terwijl van die aanwijzing door het bestuur schriftelijk kennis is gegeven aan de korpschef binnen wiens regio het vervaardigen of transformeren plaatsvindt; en 2º. dit lid geen andere munitie vervaardigt of transformeert dan die, welke kan worden afgeschoten door middel van een vuurwapen, tot het voorhanden hebben waarvan hij is gerechtigd, behoudens de gevallen waarin door de korpschef voor dit doeleinde op verzoek van het bestuur van de vereniging een afzonderlijk verlof tot het voorhanden hebben van munitie aan het lid is verleend. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 artikel 13, eerste lid, van de wet Van het verbod inwordt vrijstelling verleend voor het overdragen, voorhanden hebben en vervoeren van airsoftapparaten voor de beoefening van de airsoftsport in verenigingsverband aan personen die ten minste de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en door middel van een bewijs van lidmaatschap kunnen aantonen lid te zijn van een door de Minister erkende airsoftvereniging. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt voor het vervoeren slechts langs de weg en het tijdsbestek welke redelijkerwijs voor het vervoer zijn geboden voor: a. het vervoeren tussen de woning en de schietbaan; b. het vervoeren tussen de woning en door de airsoftvereniging, bedoeld in het eerste lid, aangewezen bijeenkomsten en beurzen in het kader van de airsoftsport of voor de airsoftsport te gebruiken wedstrijdterreinen; c. het vervoeren tussen de woning en de erkende wapenhandelaar; d. het vervoeren van en naar de landsgrens teneinde een airsoftapparaat te doen binnenkomen of uitgaan. 2019 34687 25-06-2019 12-06-2019 2615324 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b 1 Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben van airsoftapparaten voor de beoefening van de airsoftsport in verenigingsverband aan personen die ten minste de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en door middel van: a. artikel 17a, eerste lid een bewijs van voorlopig lidmaatschap kunnen aantonen aspirant-lid te zijn van de airsoftvereniging, bedoeld in, of b. artikel 17a, eerste lid een bewijs kunnen aantonen door de airsoftvereniging, bedoeld in, als introducé te zijn aangewezen. 2 artikel 17a, eerste lid Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt aan een persoon als bedoeld in, vrijstelling verleend voor het overdragen van airsoftapparaten aan personen als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, en wordt aan laatstbedoelde personen vrijstelling verleend voor het overdragen van airsoftapparaten aan personen als bedoeld in artikel 17a, eerste lid. 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 15-01-2013
Artikel 17c — Artikel 17c#
Artikel 17c 1 Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het dragen van airsoftapparaten op voor het publiek toegankelijke plaatsen, met uitzondering van de openbare weg. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts: a. artikel 17a, eerste lid voor personen als bedoeld in; b. artikel 17b, eerste lid, onder a en b artikel 17a, eerste lid voor personen als bedoeld in, indien en zolang zij tezamen met een persoon als bedoeld in, de airsoftsport beoefenen; c. artikel 17a, eerste lid voor de beoefening van door de airsoftvereniging, bedoeld in, georganiseerde airsoftsport ten behoeve waarvan voorafgaande schriftelijke toestemming van de korpschef is verleend, welke toestemming in ieder geval wordt onthouden of ingetrokken indien geen redelijke maatregelen ter voorkoming van bedreiging en afdreiging door de airsoftapparaten zijn getroffen, dan wel indien misbruik is te vrezen; d. gedurende de tijden waarop het sportevenement plaatsvindt; e. op het terrein van het evenement in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar de airsoftsport daadwerkelijk wordt beoefend. 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 15-01-2013
Artikel 17d — Artikel 17d#
Artikel 17d 1 artikel 17a, eerste lid Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend aan erkenninghouders en personen als bedoeld in, voor het doen binnenkomen of doen uitgaan van airsoftapparaten die zodanig zijn verpakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend. 2 Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend aan erkenninghouders voor het vervaardigen, transformeren, voor derden herstellen, overdragen, voorhanden hebben en vervoeren van airsoftapparaten. 2013 22119 06-08-2013 29-07-2013 409775 2013 22119 06-08-2013 29-07-2013 409775 07-08-2013
Artikel 17e — Artikel 17e#
Artikel 17e 1 Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend aan in het buitenland wonende personen, voor het doen binnenkomen of uitgaan van airsoftapparaten. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts: a. artikel 17a, eerste lid voor personen die blijkens een schriftelijke uitnodiging of verklaring van de airsoftvereniging, bedoeld in, gedurende een daarin vermeld tijdvak in Nederland de airsoftsport gaan beoefenen of hebben beoefend en die in het land van herkomst bevoegd zijn de meegebrachte airsoftapparaten voorhanden te hebben; b. vanaf de tweede dag voor, tot en met de tweede dag na het in onderdeel a bedoelde tijdvak. 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 15-01-2013
Artikel 17f — Artikel 17f#
Artikel 17f 1 Van het verbod van artikel 13, eerste lid van de wet wordt voor het vervoeren van airsoftapparaten vrijstelling verleend aan personen die in de uitoefening van een beroep of bedrijf zaken vervoeren. 2 De vrijstelling in het eerste lid geldt slechts: a. voor zover het vervoer plaats vindt in opdracht van degene die bevoegd is het airsoftapparaat voorhanden te hebben en te vervoeren; b. indien de ontvanger bevoegd is het airsoftapparaat voorhanden te hebben; en c. voor zover uit tijdens het vervoer aanwezige documenten blijkt dat aan de in het eerste lid, alsmede aan de in dit lid onder a en b genoemde voorwaarden is voldaan. 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 15-01-2013
Artikel 17g — Artikel 17g#
Artikel 17g 1 Van het verbod van artikel 13, eerste lid van de wet wordt voor het vervoeren van airsoftapparaten vrijstelling verleend aan personen in dienst van erkenninghouders. 2 De vrijstelling in het eerste lid geldt slechts indien: a. het airsoftapparaten betreft waarop de erkenning betrekking heeft; b. het vervoer plaatsvindt in opdracht van de erkenninghouder, dan wel de beheerder in het bedrijf waaraan de erkenning is verleend; c. het vervoer noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de handelingen waarop de erkenning betrekking heeft; d. de erkenninghouder, onderscheidenlijk de beheerder bevoegd is de airsoftapparaten te vervoeren; en e. uit tijdens het vervoer aanwezige documenten blijkt dat aan de in het eerste lid, alsmede aan de in dit lid onder a tot en met d genoemde voorwaarden is voldaan. 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 15-01-2013
Artikel 17h — Artikel 17h#
Artikel 17h artikel 13, eerste lid, van de wet Van het verbod vanwordt voor het voorhanden hebben van airsoftapparaten vrijstelling verleend aan kleine erkenninghouders voor zover het een bedrijf betreft waarin uitsluitend wapens worden gegraveerd of geblauwd, dan wel aan een andere oppervlaktebehandeling worden onderworpen. 2016 17308 07-04-2016 29-03-2016 743884 2016 17308 07-04-2016 29-03-2016 743884 08-04-2016
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 3 artikel 14, eerste lid 22, eerste lid 26, eerste lid 31, eerste lid, van de wet Onverminderd het bepaalde invan deze regeling wordt van het verbod in,,, envrijstelling verleend voor het doen binnenkomen of uitgaan, vervoeren, voorhanden hebben en overdragen van: a. vuurwapens die voor gebruik als zodanig ongeschikt zijn gemaakt op de wijze, beschreven in Bijlage I ‘Technische specificaties voor de onbruikbaarmaking van vuurwapens’ bij de Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2403 van de Commissie van 15 december 2015 tot vaststelling van gemeenschappelijke richtsnoeren betreffende normen en technieken om te waarborgen dat onbruikbaar gemaakte vuurwapens voorgoed onbruikbaar zijn (PbEU 2015, L333/62); b. vuurwapens die zijn vervaardigd vóór 1 januari 1870; c. vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers, pistolen en combinatiewapens die ontworpen en bestemd zijn om te worden geladen met: 1º. losse kogels en zwart kruit; of 2º. patronen, uitgezonderd randvuurpatronen in het kaliber .22 en centraalvuurpatronen; d. vuurwapens in de vorm van geweren en pistolen, niet zijnde revolvers, die ontworpen en bestemd zijn om te worden geladen met patronen waarvan de voortdrijvende lading bestaat uit zwart kruit of alleen ontstekingsas, met uitzondering van randvuurpatronen in het kaliber .22 met een patroonlengte van meer dan 18 mm; e. geschut dat ontworpen en bestemd is om te worden geladen met losse projectielen en zwart kruit, los of in kardoezen; f. kennelijk gebruikte lege patroon- en kardoeshulzen bestemd voor dan wel deel uitmakend van een verzameling; g. patroonmagazijnen en patroonhouders voorzover het personen betreft die bevoegd zijn de wapens of de munitie waarvoor deze voorwerpen bestemd zijn voorhanden te hebben; h. vervallen; i. projectielen en hulzen, eventueel samengevoegd tot patronen, die een onderdeel vormen van een monster-, verzamel- of overzichtsbord, voor zover zij niet zijn voorzien van een ontstekende, voortdrijvende of brisante lading en voorzover zij op deugdelijke wijze permanent op het bord bevestigd zijn. 2 De vrijstellingen zoals vermeld onder c, d en e zijn uitsluitend van toepassing op wapens die zijn vervaardigd vóór 1 januari 1945. 3 De vrijstellingen van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, gelden voor de volgende categorieën vuurwapens, mits van het voorhanden hebben van deze wapens melding is gedaan bij de korpschef: i. artikel 43 van de wet Vuurwapens die op of na 8 april 2016 voor gebruik als zodanig ongeschikt zijn gemaakt uitsluitend indien uit een certificaat afgegeven door de ingenoemde bevoegde autoriteit voor de controle blijkt dat het betreffende vuurwapen voor gebruik als zodanig ongeschikt is gemaakt op de wijze, beschreven in Bijlage I ‘Technische specificaties voor de onbruikbaarmaking van vuurwapens’ bij de Uitvoeringsverordening (EU) 2018/337 van de Commissie van 5 maart 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2403 tot vaststelling van gemeenschappelijke richtsnoeren betreffende normen en technieken om te waarborgen dat onbruikbaar gemaakte vuurwapens voorgoed onbruikbaar zijn (PbEU 2018, L 65/1) ii. Vuurwapens die vóór 8 april 2016 voor gebruik als zodanig ongeschikt zijn gemaakt volgens deze bepaling zoals deze luidde vóór 8 april 2016, tenzij de vuurwapens naar een andere lidstaat worden overgebracht of op de markt zijn gebracht, zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de voornoemde verordening. 4 Een wijziging van de in het eerste lid genoemde bijlage gaat voor de toepassing van de Regeling wapens en munitie gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven. 2019 34687 25-06-2019 12-06-2019 2615324 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a 1 artikel 22, eerste lid, van de wet Van het verbod in, wordt vrijstelling verleend voor het vervoeren van munitie en onderdelen van munitie van categorie II, uitsluitend voor de houders van een verlof tot vervoer van munitie van categorie III. 2 artikel 26, eerste lid, van de wet Van het verbod in, wordt vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben van munitie en onderdelen van munitie van categorie II, uitsluitend voor de houders van een verlof tot het voorhanden hebben van munitie van categorie III. 3 De vrijstellingen ingevolge het eerste en het tweede lid, gelden slechts voor zover: a. de bevoegdheden van de houder van het verlof tot voorhanden hebben, onderscheidenlijk het verlof tot vervoer, met betrekking tot munitie van categorie II niet verder reiken dan die met betrekking tot de munitie van categorie III; b. de munitie of onderdelen van munitie passen binnen de op het verlof omschreven specialisatie; c. munitie met een kaliber boven de 12.7 mm (.50) niet voorzien is van brisante ladingen; en d. munitie met een kaliber boven de 19 mm niet voorzien is van brisante ladingen en bovendien geen voortdrijvende ladingen bevat. 2001 230 27-11-2001 20-11-2001 5096963/DBZ/01 2001 230 27-11-2001 20-11-2001 5096963/DBZ/01 01-12-2001
Artikel 18b — Artikel 18b#
Artikel 18b 1 artikel 13, eerste lid artikel 14, eerste lid artikel 22, eerste lid artikel 26, eerste en vijfde lid, van de wet Van het verbod van,,, en, wordt vrijstelling verleend aan bewakingspersoneel van geldtransporten als bedoeld in artikel 1, onder i, van de Verordening (EU) Nr. 1214/2011 van de Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone (PbEU 2011, L316) voor het doen binnenkomen en doen uitgaan, het vervoeren en het voorhanden hebben van wapens van categorie I, II, III en IV en de bijbehorende munitie tijdens grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg als bedoeld in artikel 1, onder b, van de genoemde verordening, voor zover het recht van de lidstaat van herkomst, bedoeld in artikel 1, onder e, van de verordening, de lidstaat van doorvoer, bedoeld in artikel 1, onder g, van de verordening, of de lidstaat van ontvangst, bedoeld in artikel 1, onder f, van de verordening, toestaat of verplicht dat genoemd bewakingspersoneel wapens draagt. 2 De vrijstelling van het eerste lid geldt slechts, voor zover: a. de wapens bij betreding van Nederlands grondgebied aan boord van het geldtransportvoertuig, bedoeld in artikel 1, onder j, van de verordening, worden opgeborgen in een brandkast voor wapens die voldoet aan de norm, genoemd in artikel 6, tweede lid, van de verordening en; b. de wapens gedurende het gehele transport op Nederlands grondgebied ontoegankelijk blijven voor het bewakingspersoneel, bedoeld in het eerste lid. 2013 14956 07-06-2013 03-06-2013 385084 2013 273 03-07-2013 24-06-2013 04-07-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (implementatie Verordening (EU) Nr. 1214/2011) (Stb. 2013, 110) in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 14, eerste lid artikel 22, eerste lid artikel 26, eerste lid, van de wet Van het verbod van, het verbod van, en het verbod van, wordt vrijstelling verleend voor bij schiethamers behorende munitie. 2 artikel 12, zesde lid, van het Warenwetbesluit schiethamers De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts voor de munitie die behoort bij schiethamers waarvoor een certificaat van goedkeuring als bedoeld inis afgegeven. 2006 51 13-03-2006 06-03-2006 5408115/506 2006 51 13-03-2006 06-03-2006 5408115/506 15-03-2006
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 14, eerste lid artikel 22, eerste lid artikel 26, eerste lid, van de wet Van het verbod van,, en, wordt vrijstelling verleend voor het doen binnenkomen of uitgaan, vervoeren en voorhanden hebben van munitie, bestemd voor wapens die het karakter dragen van oudheden of replica’s daarvan, voorzover deze munitie bestaat uit ronde loden kogels. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 247 23-12-1997 17-12-1997 671233/97/DBZ 01-05-1998 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 1997 / 129 gesteld op datum 1 januari 1998.
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a artikel 32a, eerste, tweede en derde lid 32b, van de wet Van de inengestelde eisen, wordt vrijstelling verleend voor vuurwapens en munitie, bestemd voor dan wel deel uitmakend van: a. artikel 28 van de wet verzamelingen van individuele wapen- of munitieverzamelaars die in georganiseerd verband serieuze studie maken van de historische of technische ontwikkeling van vuurwapens of munitie, waarvoor verlof is verleend op grond van; b. artikel 28 van de wet verzamelingen van algemeen en wetenschappelijk belang, waarvoor verlof is verleend op grond van. 2012 13536 05-07-2012 27-06-2012 271931 2012 13536 05-07-2012 27-06-2012 271931 06-07-2012 01-05-2012
Artikel 20b — Artikel 20b#
Artikel 20b 1 artikel 13, eerste lid,van de wet artikel 2, eerste lid, categorie I, onderdeel 1°, van de wet Van het verbod in, wordt tot 1 maart 2013 vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben en vervoeren van wapens, genoemd in, een en ander indien het lemmet: a. niet meer dan een snijkant heeft; b. korter is dan 7 cm en breder is dan 14 mm; c. korter is dan 9 cm; of d. niet van een stootplaat is voorzien. 2 De vrijstelling, genoemd in het eerste lid, is slechts van toepassing op wapens die deel uitmaken van: a. verzamelingen van individuele wapenverzamelaars die serieuze studie maken van de historische of technische ontwikkeling van wapens; b. verzamelingen van algemeen en wetenschappelijk belang. 2012 24920 30-11-2012 26-11-2012 271931 2012 24920 30-11-2012 26-11-2012 271931 01-12-2012
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 14, eerste lid artikel 22, eerste lid artikel 26, eerste lid artikel 27 eerste lid, van de wet Van het verbod van,,en, wordt vrijstelling verleend voor het doen binnenkomen of uitgaan, vervoeren, voorhanden hebben en dragen van voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, aan personen die zich bezighouden met de beroepsmatige uitoefening van de veehouderij, het transport van vee, of de medische behandeling daarvan. 2 De vrijstelling in het eerste lid geldt voorzover het dragen betreft uitsluitend op het moment dat de in het eerste lid genoemde activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 14, eerste lid 22, eerste lid 26, eerste lid 27, eerste lid, van de wet Van het verbod van,,enwordt vrijstelling verleend voor het doen binnenkomen of uitgaan, vervoeren, voorhanden hebben en dragen van noodsignaalmiddelen en de daarbij behorende lichtsignaal- of rooksignaalpatronen door personen van 18 jaar of ouder. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts indien: 1º. de noodsignaalmiddelen aº. van een kleiner kaliber zijn dan kaliber 12 (18,2 mm); a. uitsluitend geschikt zijn voor het verschieten van noodsignaalmunitie; b. zijn vervaardigd van kunststof of lichtmetaal; c. niet de vorm hebben van een geweer, pistool of revolver; d. door middel van gravering zijn voorzien van de postcode en het huisnummer van de eigenaar; en 2º. de in het eerste lid genoemde handelingen in directe relatie staan tot het vergroten van de veiligheid aan boord van een vaartuig. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 14, eerste lid, van de wet artikel 22, tweede lid, onder 1 Van het verbod van, wordt vrijstelling verleend aan in het buitenland wonende personen van 18 jaar en ouder die met hun vaartuig een vaste ligplaats in Nederland hebben, voor het doen binnenkomen of uitgaan van andere noodsignaalmiddelen dan bedoeld in, van deze regeling. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts voor personen die de meegevoerde noodsignaalmiddelen in Nederland krachtens een verlof voorhanden mogen hebben. 1999 253 30-12-1999 28-12-1999 5002406/DBZ/99 1999 253 30-12-1999 28-12-1999 5002406/DBZ/99 01-01-2000
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 22, eerste lid, van de wet artikel 22, tweede lid Van het verbod in, wordt vrijstelling verleend voor het vervoeren van andere noodsignaalmiddelen dan bedoeld in, van deze regeling, aan de door de Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren van de Markeerdienst van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.’ 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 15-01-2013
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 26, eerste lid, van de wet Van het verbod in, wordt vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben van andere noodsignaalmiddelen dan bedoeld in artikel 22, tweede lid, aan zeeverkeersambtenaren van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, in de daartoe door de Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen zeeverkeersposten. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 26, vijfde lid, van de wet Van het verbod inwordt vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben van degens, lucht-, gas-, en veerdrukwapens van categorie IV, alsmede van kruisbogen, aan personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, voor de beoefening van sporten in verenigingsverband. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts voor personen die door middel van een bewijs van lidmaatschap kunnen aantonen lid te zijn van een vereniging waarbinnen de sportbeoefening met behulp van een of meer van de in het eerste lid bedoelde voorwerpen plaatsvindt. 3 Voorzover het lucht-, gas- of veerdrukwapens betreft geldt, in afwijking van het tweede lid, de vrijstelling in het eerste lid slechts voor: a. artikel 1, eerste lid, onder g personen die door middel van een bewijs van lidmaatschap kunnen aantonen ten minste drie maanden lid te zijn van een schietvereniging, zoals bedoeld in, van deze regeling; en b. lucht-, gas- en veerdrukwapens die zijn toegelaten in het Schiet- en wedstrijdreglement van de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie. 2012 13536 05-07-2012 27-06-2012 271931 2012 13536 05-07-2012 27-06-2012 271931 06-07-2012 01-05-2012
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 31, vierde lid, van de wet Van het verbod vanwordt vrijstelling verleend voor het overdragen aan personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt van degens, lucht-, gas-, en veerdrukwapens van categorie IV, en van kruisbogen, een en ander met het oog op in verenigingsverband beoefende sporten. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt voorzover het lucht-, gas-, of veerdrukwapens betreft uitsluitend indien: a. artikel 1, eerste lid, onder g de persoon aan wie de in het eerste lid bedoelde voorwerpen worden overgedragen een verklaring, die niet ouder is dan veertien dagen, van het bestuur van de vereniging overlegt, waaruit blijkt dat hij tenminste 3 maanden lid is van een schietvereniging, zoals bedoeld in, van deze regeling; b. het betreft lucht-, gas- en veerdrukwapens die zijn toegelaten in het Schiet- en wedstrijdreglement van de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie; en c. de onder a bedoelde verklaring door degene die het wapen overdraagt in ontvangst wordt genomen, welke verklaring, nadat de datum van overdracht daarop door hem is aangetekend, tenminste vijf jaar na de overdracht van het wapen wordt bewaard. 3 Buiten het geval bedoeld in het tweede lid geldt de vrijstelling in het eerste lid slechts indien: a. de persoon aan wie de in het eerste lid bedoelde voorwerpen worden overdragen een verklaring, die niet ouder is dan veertien dagen, van het bestuur van de vereniging overlegt waaruit blijkt dat: 1º. die vereniging de serieuze sportbeoefening met een of meer van het over te dragen voorwerp tot doel heeft; en 2º. de in het eerste lid bedoelde persoon lid is van die vereniging; en b. de onder a bedoelde verklaring door degene die het wapen overdraagt in ontvangst wordt genomen, welke verklaring, nadat de datum van overdracht daarop door hem is aangetekend, tenminste vijf jaar na de overdracht van het wapen wordt bewaard. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 27, eerste lid, van de wet Van het verbod inwordt vrijstelling verleend voor het dragen van degens, lucht-, gas-, en veerdrukwapens van categorie IV, alsmede van kruisbogen op voor het publiek toegankelijke plaatsen, met uitzondering van de openbare weg. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt uitsluitend: a. voor personen die bevoegd zijn de wapens voorhanden te hebben; b. voor de beoefening van sporten in verenigingsverband ten behoeve waarvan voorafgaande schriftelijke toestemming door de korpschef is verleend, welke toestemming wordt onthouden of ingetrokken indien geen redelijke maatregelen ter voorkoming van letsel en schade zijn getroffen, dan wel indien misbruik is te vrezen; c. gedurende de tijden waarop het sportevenement plaatsvindt; d. op het terrein van het evenement in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar de sport daadwerkelijk wordt beoefend. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 27, eerste lid, van de wet Van het verbod vanwordt vrijstelling verleend voor: a. artikel 15 artikel 16 het dragen van lucht-, gas- en veerdrukwapens van categorie IV aan personen aan wie deze overeenkomstigofvan deze regeling ter beschikking worden gesteld. Artikel 15, tweede lid, onder b en c, en artikel 16, tweede lid, onder b en c, van deze regeling zijn van overeenkomstige toepassing; b. het dragen van een wapen van categorie IV, onder 1°, aan personen ten aanzien van wie het wapen deel uitmaakt van hun duikuitrusting tijdens de beoefening van de duiksport. 2001 230 27-11-2001 20-11-2001 5096963/DBZ/01 2001 230 27-11-2001 20-11-2001 5096963/DBZ/01 01-12-2001
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 27, eerste lid, van de wet Van het verbod van, wordt vrijstelling verleend voor het dragen van een wapen van categorie IV, aan personen ten aanzien van wie het wapen deel uitmaakt van hun officiële ceremonieel tenue. 2 De vrijstelling in het eerste lid geldt uitsluitend op de tijdstippen dat de ambtskleding of het officiële ceremonieel tenue daadwerkelijk wordt gedragen. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 27, eerste lid, van de wet Van het verbod van, wordt vrijstelling verleend voor het in een optocht meevoeren van wapens van categorie III of IV. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts indien: a. de wapens worden meegevoerd door personen die op grond van de wet bevoegd zijn die wapens voorhanden te hebben, en b. de burgemeester in de gemeente waar de optocht wordt gehouden schriftelijk heeft verklaard tegen het meevoeren van de in de verklaring omschreven wapens geen bedenkingen te hebben. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 27, eerste lid, van de wet Van het verbod van, wordt vrijstelling verleend aan door de Minister van Defensie erkende studentenweerbaarheidsverenigingen voor het dragen van wapens van categorie III, welke door de krijgsmacht ter beschikking zijn gesteld en van wapens van categorie IV, onder 2°. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts indien: a. in uniform gekleed en in onderling verband wordt opgetreden tot het verrichten van eerbetoon, het deelnemen aan een optocht of een afstandsmars dan wel het oefenen voor een van deze gelegenheden; b. voorzover vuurwapens worden gedragen, de vereniging op grond van een verlof bevoegd is die vuurwapens voorhanden te hebben; en c. de Minister van Defensie voor het dragen van de ter beschikking gestelde wapens tijdens het onder a bedoelde optreden toestemming heeft verleend, en de burgemeester in de gemeente waar wordt opgetreden daartegen geen bedenkingen heeft. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 14, eerste lid, van de wet Van het verbod van, wordt vrijstelling verleend voor het aan boord van een schip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren of luchtvaartuig tijdelijk doen uitgaan en binnenkomen van wapens van categorie III en de bijbehorende munitie die behoren tot de uitrusting van dat schip of luchtvaartuig en die krachtens een verlof aan boord voorhanden gehouden mogen worden. 2025 15514 15-05-2025 23-04-2025 IENW/BSK-2025/82804 2025 133 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip dat de Rijkswet nationaliteit
zeeschepen in werking treedt.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 14, eerste lid, van de wet Van het verbod van, wordt vrijstelling verleend voor doen binnenkomen en tijdelijk doen uitgaan van wapens en munitie die behoren tot de uitrusting van een buitenlands schip dan wel tot de persoonlijke bezittingen van de gezagvoerder of de andere bemanningsleden. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts voor: a. wapens en munitie die aan boord van het schip blijven en die onder douaneverzegeling worden gehouden en die schriftelijk bij de douane zijn gemeld; en b. wapens van categorie III en de bijbehorende munitie die aan boord van het schip blijven en die buiten douaneverzegeling worden gelaten, voor zover zulks noodzakelijk is voor de beveiliging van het schip, de opvarenden of de lading, dan wel voor de handhaving van de orde aan boord van het schip. 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 07-03-2002
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 07-03-2002
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 07-03-2002
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 07-03-2002
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 07-03-2002
Artikel 38a — Artikel 38a#
Artikel 38a artikelen 34, tweede lid, onderdeel a 40, derde lid De in de, en, genoemde melding omvat een omschrijving van de goederen alsmede de vermelding van: a. de hoeveelheid goederen; b. de bestemming en, indien deze afwijkend is, de eindbestemming van de goederen; c. het vervoermiddel waarin de goederen zich bevinden; d. de voorziene plaats van uitgaan uit Nederland en e. de naam van degene die de aangifte of kennisgeving doet en, indien dat een ander is dan degene die het beschikkingsrecht heeft over de goederen, de naam van laatstbedoelde persoon. 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 2013 610 08-01-2013 07-01-2013 332642 15-01-2013
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 14, eerste lid 22, eerste lid van de wet Van het verbod vanen, wordt vrijstelling verleend aan de houder van een geldige jachtakte, voor zover het betreft het ter beoefening door hem van de jacht tijdelijk doen uitgaan of binnenkomen, alsmede vervoeren, van de in die jachtakte omschreven jachtgeweren, die zodanig zijn verpakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend, alsmede voor ten hoogste 1000 patronen voor die geweren tezamen. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt voor de houder van een jachtakte als bedoeld in artikel 16a van de Jachtwet vanaf de zevende dag vóór tot en met de zevende dag ná het tijdvak waarvoor die jachtakte geldig is. 3 Voor ingezetenen van één van de bij de Europese Unie aangesloten lidstaten geldt de vrijstelling slechts indien zij beschikken over een door de autoriteiten in die lidstaat afgegeven Europese vuurwapenpas waarop de wapens zijn vermeld. 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 07-03-2002
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 14, eerste lid artikel 22, eerste lid, van de wet Van het verbod vanenwordt vrijstelling verleend ten behoeve van doorvoer, anders dan per vliegtuig, van jachtgeweren en daarbij behorende munitie, die zodanig zijn verpakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend. 2 Voor ingezetenen van één van de bij de Europese Unie aangesloten lidstaten geldt de vrijstelling ingevolge het eerste en tweede lid slechts indien zij beschikken over een door de autoriteiten in die lidstaat afgegeven Europese vuurwapenpas waarop de wapens zijn vermeld. 3 Voor niet-ingezetenen van de Europese Unie geldt de in het eerste lid bedoelde vrijstelling uitsluitend indien de jachtgeweren en de daarbij behorende munitie bij de douane schriftelijk zijn gemeld. 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 2002 45 05-03-2002 21-02-2002 5134902/DBZ/01 07-03-2002
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 14, eerste lid, van de wet Van het verbod van, wordt vrijstelling verleend aan in het buitenland wonende sportschutters, voor het doen binnenkomen of uitgaan van vuurwapens van categorie III, die zodanig zijn verpakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend, alsmede van ten hoogste 1000 patronen voor die vuurwapens tezamen. 2 artikel 22, eerste lid artikel 26 eerste lid, van de wet Van het verbod vanenwordt vrijstelling verleend aan in het buitenland wonende sportschutters voor het vervoer en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie van categorie III. 3 De vrijstelling ingevolge het eerste en tweede lid geldt slechts a. voor sportschutters die blijkens een schriftelijke uitnodiging of verklaring van een Nederlandse schietvereniging gedurende een daarin vermeld tijdvak in Nederland de schietsport gaan beoefenen of hebben beoefend en die in het land van herkomst bevoegd zijn de meegebrachte vuurwapens of munitie voorhanden te hebben; b. vanaf de tweede dag voor tot en met de tweede dag na de onder onderdeel a bedoelde uitnodiging of verklaring vermelde tijdvak. 4 Voor ingezetenen van één van de bij de Europese Unie aangesloten lidstaten geldt de vrijstelling ingevolge het eerste en tweede lid slechts indien zij beschikken over een door de autoriteiten in die lidstaat afgegeven Europese vuurwapenpas waarop de wapens zijn vermeld. 2019 34687 25-06-2019 12-06-2019 2615324 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 14, eerste lid, van de wet Van het verbod van, wordt vrijstelling verleend aan in Nederland wonende sportschutters voor het doen binnenkomen of uitgaan van vuurwapens van categorie III die zodanig zijn verpakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend, alsmede van ten hoogste 1000 patronen voor die vuurwapens tezamen. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts voor de sportschutters die: a. blijkens een schriftelijke uitnodiging of verklaring van een schietvereniging in het buitenland de schietsport gaan beoefenen dan wel hebben beoefend, en b. de meegevoerde vuurwapens en munitie in Nederland krachtens een verlof voorhanden mogen hebben. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 42a — Artikel 42a#
Artikel 42a 1 artikel 14, eerste lid 22, eerste lid, van de wet artikel 4 van de wet artikel 28 van de wet Van het verbod van, en, wordt vrijstelling verleend aan personen die een ontheffing op grond vanof verlof op grond vanhebben ten behoeve van het nabootsen van historische gebeurtenissen. 2 De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts voor personen die deelnemen aan het nabootsen van historische gebeurtenissen die: a. blijkens een schriftelijke uitnodiging of verklaring van een re-enactment- of soortgelijke vereniging in het buitenland als deelnemer deel gaan nemen aan activiteiten bij het naspelen van historische gebeurtenissen in het land van bestemming, en b. de meegevoerde vuurwapens en patronen in Nederland krachtens een verlof voorhanden mogen hebben. 2019 34687 25-06-2019 12-06-2019 2615324 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 28, eerste lid, van de wet Houders van een verlof tot het voorhanden hebben, zoals bedoeld in, mogen ten hoogste vijf wapens voorhanden hebben. 2 Houders van een jachtakte, mogen ten hoogste zes wapens voorhanden hebben. 3 Het eerste lid en tweede lid is niet van toepassing op houders van een verlof tot het voorhanden hebben, onderscheidenlijk een jachtakte die aantonen dat zes, respectievelijk zeven, of meer wapens voor hen onontbeerlijk zijn voor de beoefening van de schietsport, onderscheidenlijk de jacht. 4 artikel 28, eerste lid, van de Wet Een aanvrager van een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie, zoals bedoeld in, moet in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag minimaal achttien schietbeurten verrichten, tenzij het tekort aan schietbeurten de aanvrager van het verlof redelijkerwijs niet kan worden aangerekend. 5 artikel 28, eerste lid, van de wet artikel 43a Een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie, zoals bedoeld in, ten behoeve van de schietsport wordt alleen verleend voor de wapens en munitie waarmee de sportschutter binnen het verband van zijn schietvereniging, welke voldoet aan de eisen als bedoeld in, een schietsportdiscipline beoefent. 6 Het eerste lid is niet van toepassing op een houder van een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie gedurende het eerste verlofjaar. Deze houder mag ten hoogste een wapen welke geschikt is voor een Olympische schietsportdiscipline voorhanden hebben. 2014 18098 01-07-2014 25-06-2014 528911 2014 18098 01-07-2014 25-06-2014 528911 02-07-2014
Artikel 43a — Artikel 43a#
Artikel 43a 1 artikel 7, vierde lid, van het Besluit wapens en munitie Als erkende schietsportdisciplines in de zin vanworden aanwezen: a. Statische disciplines Groot Kaliber Pistool 1° Militair Pistool 2° Service Pistool 3° Action Shooting 4° Meesterkaart Zwaar b. Statische disciplines Groot Kaliber Geweer 1° Militair geweer 2° Veteranengeweer 2° Precisiegeweer 2° .30 M1 c. Dynamische / Parcours-disciplines Pistool 1° IPSC Handgun Open 2° IPSC Handgun Standard 3° IPSC Handgun Classic 4° IPSC Handgun Production 5° IPSC Handgun Revolver 6° Dynamic Service Rifle Pistool d. Dynamische / Parcours-disciplines Geweer 1° IPSC Rifle Semi Auto Open 2° IPSC Rifle Semi Auto Standard 3° IPSC Rifle Manual Action Open 4° IPSC Rifle Manual Action Standard 5° Dynamic Service Rifle Geweer Semiautomaat 6° Dynamic Service Rifle Geweer Diverse 2 Aanvragen voor erkenning van een schietsportdiscipline, als bedoeld in het eerste lid kunnen ingediend worden door een koepelvereniging voor schietsportverenigingen. 2019 34687 25-06-2019 12-06-2019 2615324 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019
Artikel 43b — Artikel 43b#
Artikel 43b 1 artikel 28, eerste lid, van de wet Een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie, zoals bedoeld in, kan worden verleend aan een schietvereniging, die door een door de Minister aangewezen organisatie is gecertificeerd. 2 Er kan alleen een verlof worden verleend voor de wapens en munitie die zijn toegelaten bij een erkende of gereglementeerde schietsportdiscipline, welke binnen het verband van de aanvragende schietvereniging worden beoefend. 3 De schietvereniging houdt een presentieregister, een wapenuitgifteregister, een munitie-uitgifteregister en een introducé-register bij, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model. 4 Een verlof als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend aan de schietvereniging die tenminste één beheerder heeft aangesteld. Tegen deze beheerder mag geen vrees voor misbruik bestaan. 5 Elke beheerder dient in het bezit te zijn van een verlof tot het voorhanden hebben van verenigingswapens. 6 De beheerder draagt er zorg voor dat de wapens en munitie op het verlof slechts worden uitgeleend aan leden van de schietvereniging. 7 Alvorens een lid van een schietvereniging schiet met verenigingswapens dient hij een verklaring omtrent het gedrag te hebben overgelegd aan het bestuur van de vereniging. 8 De beheerder houdt toezicht op de leden tijdens hun schietbeurten met verenigingswapens. 9 De beheerder ziet er op toe dat de verenigingswapens en de niet verschoten munitie onmiddellijk na afloop van de oefening of wedstrijd aan hem worden teruggegeven. 10 De beheerder draagt er zorg voor dat de wapens en munitie separaat van elkaar in een deugdelijk beveiligde en afgesloten wapenkluis dan wel wapenkamer worden opgeslagen. 11 In afwijking van het zesde lid kan de beheerder ook wapens en munitie die op het verlof staan, uitlenen aan een introducé van de schietvereniging. 12 Een introducé mag maximaal driemaal per twaalf maanden worden geïntroduceerd. 13 Aan introducés en leden die korter dan een jaar lid zijn van de schietvereniging worden alleen verenigingsvuurwapens uitgeleend, welke geschikt zijn voor Olympische schietsportdisciplines. 14 Het aantal wapens op het verlof van de vereniging dient in redelijke verhouding te staan tot het aantal leden dat regelmatig gebruik maakt van die wapens. 2019 34687 25-06-2019 12-06-2019 2615324 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Voorheen art. 43a.
Artikel 43c — Artikel 43c#
Artikel 43c 1 De persoon die bevoegd is tot het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie II of III, draagt er zorg voor dat de wapens en munitie separaat van elkaar in een afzonderlijke deugdelijke bergplaatsen worden opgeslagen. 2 artikel 3 van de wet Het in het eerste lid bepaalde is tevens van toepassing op essentiële onderdelen van wapens zoals bedoeld in. 3 Onder deugdelijke bergplaatsen, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan een speciaal voor de opslag van wapens vervaardigde, beveiligde, afsluitbare en voor onbevoegden niet eenvoudig te bereiken wapenkluis of een andere kluis die daarmee gelijk kan worden gesteld. 4 Indien de in het tweede lid bedoelde kluis een gewicht van minder dan tweehonderd kilogram heeft, is de kluis deugdelijk verankerd in de vloer of de muur van de ruimte. 5 Aan personen of instellingen die bevoegd zijn tot het voorhanden hebben van meer dan vijfentwintig wapens of een omvangrijke hoeveelheid munitie, kan door de korpschef van de politie toestemming gegeven worden de wapens of munitie in een andere deugdelijke bergplaats op te slaan, zulks naar het oordeel van de korpschef. 2019 34687 25-06-2019 12-06-2019 2615324 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019
Artikel 43d — Artikel 43d#
Artikel 43d 1 artikel 43c De korpschef houdt toezicht op het bepaalde inen voert in verband hiermee ten minste één keer in de drie jaren een onaangekondigde thuiscontrole uit bij de in het eerste lid van dat artikel genoemde personen. 2 Voor personen die de leeftijd van vijfentwintig jaren nog niet hebben bereikt vindt de in het eerste lid bedoelde controle jaarlijks plaats. 2019 34687 25-06-2019 12-06-2019 2615324 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 22, eerste lid, van de wet Van het verbod vanwordt vrijstelling verleend aan sportschutters en jagers voor het vervoeren van wapens en munitie die zij gerechtigd zijn voorhanden te hebben. 2 De vrijstelling in het eerste lid geldt uitsluitend: a. voor het vervoeren tussen de woning en de schietbaan, de erkende wapenhandelaar en, na daaraan voorafgaande toestemming van de politie, het bureau van politie, alsmede, voorzover het jagers betreft, het jachtveld; b. langs de weg en binnen het tijdsbestek welke redelijkerwijs voor het vervoer geboden zijn; en c. de wapens en munitie zodanig zijn verpakt dat deze niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend en d. dat degene die bevoegd is het wapen voor handen te hebben er continu de controle over houdt. 2019 34687 25-06-2019 12-06-2019 2615324 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Abusievelijk is op het derde lid een wijziging geformuleerd die
niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 22, eerste lid van de wet Van het verbod vanwordt voor het vervoeren van wapens en munitie vrijstelling verleend aan personen die in de uitoefening van een beroep of bedrijf zaken vervoeren. 2 De vrijstelling in het eerste lid geldt slechts: a. indien en voorzover het vervoer plaats vindt in opdracht van degene die bevoegd is de wapens en de munitie voorhanden te hebben en te vervoeren; b. indien de ontvanger bevoegd is de wapens en de munitie voorhanden te hebben; en c. voorzover uit tijdens het vervoer aanwezige documenten blijkt dat aan de in het eerste lid, alsmede aan de in dit lid onder a en b genoemde voorwaarden is voldaan. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 22, eerste lid van de wet Van het verbod vanwordt voor het vervoeren van wapens en munitie vrijstelling verleend aan personen in dienst van houders van een erkenning, zoals bedoeld in artikel 9 van de wet. 2 De vrijstelling in het eerste lid geldt slechts indien: a. het wapens of munitie betreft waarop de erkenning betrekking heeft; b. het vervoer plaatsvindt in opdracht van de erkenninghouder, dan wel de beheerder in het bedrijf waaraan de erkenning is verleend; c. het vervoer noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de handelingen waarop de erkenning betrekking heeft; d. de erkenninghouder, onderscheidenlijk de beheerder bevoegd is de wapens en de munitie te vervoeren; en e. uit tijdens het vervoer aanwezige documenten blijkt dat aan de in het eerste lid, alsmede aan de in dit lid onder a tot en met d genoemde voorwaarden is voldaan. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 De korpschef bewaart in afzonderlijke door hem te voeren administraties kopieën van: a. de door hem uitgereikte verloven tot het voorhanden hebben van wapens en munitie van categorie III, jachtakten, erkenningen en consenten; en b. alle documenten betreffende de door andere autoriteiten verleende bevoegdheid tot het voorhanden hebben van wapens of munitie aan in zijn ambtsgebied wonende personen. 2 De korpschef registreert de naam, het adres en de woonplaats van de in zijn ambtsgebied wonende personen die bevoegd zijn een vuurwapen voorhanden te hebben in een bestand. 3 artikel 8 van de wet Van de wapens of de munitie die overeenkomstigin bewaring worden gegeven houdt de korpschef een register bij, waarin wordt vermeld: a. de naam en het adres van degene die de voorwerpen in bewaring geeft; b. de datum van bewaargeving; c. een omschrijving van de in bewaring gegeven voorwerpen, waarbij zoveel mogelijk wordt aangegeven het aantal, de soort, het merk, het type, het kaliber, het nummer, de toebehoren, alsmede andere bijzonderheden, daaronder mede verstaan beschadigingen; d. het nummer van het eventueel afgegeven document waaruit blijkt dat de voorwerpen bevoegd voorhanden werden gehouden; e. de plaats waar de voorwerpen worden opgeborgen; f. de datum waarop de bewaring is geëindigd; g. de naam en het adres van degene aan wie na afloop van de bewaring de voorwerpen ter hand zijn gesteld. 4 De bewaargever is de korpschef bewaarloon verschuldigd van € 15,– per wapen per kalendermaand, daaronder begrepen een gedeelte van de kalendermaand, te rekenen vanaf de eerste dag van de derde kalendermaand nadat het wapen in bewaring is gegeven. 5 artikel 8, zesde en zevende lid, van de wet Aan de bewaargever wordt door de korpschef een ontvangstbewijs verstrekt waarop de gegevens, genoemd in het vijfde lid, onder a tot en met d, worden vermeld. Op het ontvangstbewijs wordt tevens vermeld hetgeen in het zesde lid, alsmede hetgeen inis bepaald. 2023 33465 06-12-2023 30-11-2023 4979989 2023 33465 06-12-2023 30-11-2023 4979989 01-01-2024
Artikel 47a — Artikel 47a#
Artikel 47a artikel 4 van de wet De aanvrager van een ontheffing op grond van, meldt zich onverwijld na het indienen van de aanvraag in persoon bij de korpschef van de politie, onder overlegging van een geldig identiteitsbewijs en een schriftelijke kopie van de aanvraag. 2019 55004 10-10-2019 27-09-2019 2697528 2019 55004 10-10-2019 27-09-2019 2697528 11-10-2019 01-10-2019
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 bijlage III Voor het indienen van een verzoek om een erkenning, een consent, een vergunning of een verlof wordt gebruik gemaakt van de formulieren overeenkomstig de daarvoor inbij deze beschikking vastgestelde modellen. 2018 30774 06-06-2018 24-05-2018 2234101 2018 30774 06-06-2018 24-05-2018 2234101 07-06-2018
Artikel 48a — Artikel 48a#
Artikel 48a 1 artikel 6a, eerste lid, onderdeel b, van de wet bijlage III Het onderzoek bedoeld inbestaat uit de beoordeling door de korpschef van het door de aanvrager ingevulde WM32-formulier, dat alsbij deze regeling is opgenomen. 2 artikel 4 van de wet Indien de aanvraag is gedaan voor een ontheffing op grond van, zendt de korpschef na het onderzoek, onder gelijktijdige toezending van het ingevulde WM32-formulier, een advies aan de Minister. 3 Het onderzoek vindt alleen plaats als de volledige kosten van de aanvraag zijn betaald. 2022 24877 22-09-2022 15-09-2022 4109333 2022 24877 22-09-2022 15-09-2022 4109333 23-09-2022
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 Bij inwilliging van een verzoek om een erkenning, een consent, een vergunning, een Europese vuurwapenpas of een verlof wordt aan de verzoeker een document uitgereikt overeenkomstig het daarvoor in bijlage III bij deze regeling vastgestelde model. 2 Bij inwilliging van een verzoek om verlenging van de geldigheidsduur van een erkenning wordt daarvan aantekening gemaakt in het aan de verzoeker overeenkomstig het eerste lid uitgereikte document of wordt hem tegen afgifte van het oude document een nieuw document uitgereikt. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 41 van de wet De onkostenvergoeding, bedoeld in, bedraagt voor: a. een ontheffing of de wijziging of verlenging daarvan: € 80,–; b. artikel 10 een erkenning als bedoeld invan deze regeling: € 50,– voor ieder jaar waarvoor de erkenning geldt c. een erkenning, niet zijnde een erkenning als bedoeld onder b: € 500,– voor ieder jaar waarvoor de erkenning geldt d. de afgifte van een nieuw bewijs van erkenning uitsluitend ten gevolge van een wijziging van de beheerder: € 10,– e. een consent: € 0,– f. een doorlopend verlof tot vervoer ten behoeve van werknemers van erkenninghouders: € 10,– g. een verlof tot vervoer, niet zijnde een verlof als bedoeld onder f: € 5,– h. een uitvoervergunning conform verordening (EU) 258/2012: € 0,– i. een Europese vuurwapenpas: 1°. voor de afgifte daarvan € 72,60, of 2°. voor de verlenging van de geldigheidsduur daarvan € 5,–; j. de afgifte van een nieuw document, met uitzondering van de documenten genoemd in het eerste lid, onder a en e, uitsluitend ten gevolge van een redactionele wijziging daarin: € 5,–; k. artikel 43 van de wet een controle als bedoeld in: € 90,–. 2 artikel 40 van de wet Voorzover ter uitvoering vanregels zijn gegeven over combinatie van de daarin genoemde bescheiden bedraagt de onkostenvergoeding voor een dergelijke combinatie niet meer dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn voor dat deel van de combinatie waarvoor de hoogste vergoeding geldt. 2023 33465 06-12-2023 30-11-2023 4979989 2023 33465 06-12-2023 30-11-2023 4979989 01-01-2024
Artikel 50a — Artikel 50a#
Artikel 50a 1 artikel 41 van de wet artikelen 26 tot en met 32 van de wet De onkostenvergoeding, bedoeld in, bedraagt voor een verlof tot het voorhanden hebben, dragen of verkrijgen van een wapen als bedoeld in de: a. voor de afgifte daarvan: € 138,20; b. voor de verlenging van de geldigheidsduur daarvan: € 68,20; c. voor de wijziging daarvan: € 30,–; d. voor de afgifte van een nieuw verlof als gevolg van het verlies daarvan: € 30,–. 2 De onkostenvergoeding voor een combinatie van de in dit artikel genoemde bescheiden bedraagt niet meer dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn voor dat deel van de combinatie waarvoor de hoogste vergoeding geldt. 2022 24877 22-09-2022 15-09-2022 4109333 2022 24877 22-09-2022 15-09-2022 4109333 23-09-2022
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 artikel 45, eerste lid, onder 2°, van de wet Ingevolgeworden als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bij en krachtens de wet bepaalde, aangewezen de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat die belast zijn met toezicht en opsporing. 2006 51 13-03-2006 06-03-2006 5408115/506 2006 51 13-03-2006 06-03-2006 5408115/506 15-03-2006
Artikel 51a — Artikel 51a#
Artikel 51a Vervallen 2001 230 27-11-2001 20-11-2001 5096963/DBZ/01 2001 230 27-11-2001 20-11-2001 5096963/DBZ/01 01-12-2002
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 01-01-2002
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Vervallen 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 01-01-2000
Artikel 53a — Artikel 53a#
Artikel 53a Vervallen 1999 253 30-12-1999 28-12-1999 5002406/DBZ/99 1999 253 30-12-1999 28-12-1999 5002406/DBZ/99 01-01-2003
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 01-01-2000
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Artikel 20, tweede lid , alsmede de aanduiding 1. voor het eerste lid, vervalt op 1 mei 1998. 1997 247 23-12-1997 17-12-1997 671233/97/DBZ 1997 247 23-12-1997 17-12-1997 671233/97/DBZ 24-12-1997
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 1999 253 30-12-1999 28-12-1999 5002406/DBZ/99 1999 253 30-12-1999 28-12-1999 5002406/DBZ/99 01-01-2001
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 2001 230 27-11-2001 20-11-2001 5096963/DBZ/01 2001 230 27-11-2001 20-11-2001 5096963/DBZ/01 01-12-2003
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten krachtens de Regeling wapens en munitie (Stcrt. 1996, 245) vastgestelde besluiten op deze regeling. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 De Regeling wapens en munitie (Stcrt. 1996, 245) wordt ingetrokken. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling wapens en munitie. 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 1997 129 10-07-1997 04-07-1997 639329/97/6 12-07-1997