Ministeriële regeling houdende vaststelling van enige energieprogramma’s, de daarvoor beschikbare bedragen en de periodes in 1997 waarin aanvragen om subsidies met betrekking tot die programma’s kunnen worden ingediend (eerste tranche)
- BWB-id
- BWBR0008591
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1997-12-18 t/m 2005-06-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008591
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/vaststelling-energieprogramma-s-eerste-tranche
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/vaststelling-energieprogramma-s-eerste-tranche/1997-12-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008591&g=1997-12-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008591&z=2026-06-06&g=1997-12-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008591/1997-12-18
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/vaststelling-energieprogramma-s-eerste-tranche
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 bijlagen 1 15 onder A Als programma’s als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma’s worden vastgesteld de programma’s, opgenomen in de bij deze regeling behorendetot en met,. 1997 52 14-03-1997 13-03-1997 97010306 1997 52 14-03-1997 13-03-1997 97010306 16-03-1997
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 bijlagen 1 15 Voor ieder van de in detot en metopgenomen programma’s zijn de bedragen beschikbaar, die zijn opgenomen in de desbetreffende bijlagen, onder B. 2 De in het eerste lid bedoelde bedragen zijn beschikbaar voor aanvragen die zijn ontvangen in de in de desbetreffende bijlagen onder C opgenomen periodes. 1997 52 14-03-1997 13-03-1997 97010306 1997 52 14-03-1997 13-03-1997 97010306 16-03-1997
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1997 52 14-03-1997 13-03-1997 97010306 1997 52 14-03-1997 13-03-1997 97010306 16-03-1997
Artikel 4 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de nieuwheid en oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd; e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma; f. de bijdrage van het project aan de realisatie van een meerjarenafspraak; g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; h. de kostprijsverlaging van een voor het programma relevante techniek; i. de mate waarin relevante kennisoverdracht mogelijk is.
Artikel 1 — 1 Chemische industrie#
1 Chemische industrie Dit onderdeel richt zich op de chemische industrie. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, kennisoverdrachtprojecten, demonstratieprojecten en marktintroductieprojecten gericht op: verlaging van het totale energieverbruik van een fabriek; vernieuwing en verbetering van processen; verbetering van scheidingsbewerkingen, zoals distillatie, membranen en smeltkristallisatie; verbetering van apparaten, zoals reactoren en procesfornuizen; verbetering van warmtewisselende apparatuur en introductie van nieuwe typen warmtewisselaars, bijvoorbeeld compacte warmtewisselaars.
Artikel 2 — 2 Aardolie-industrie en olie- en gaswinning#
2 Aardolie-industrie en olie- en gaswinning Dit onderdeel richt zich op raffinaderijen, cokesfabrieken en olie- en gaswinning. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, kennisoverdrachtsprojecten, demonstratieprojecten en marktintroductieprojecten gericht op: verlagen van het totale energiegebruik van de fabriek resp. installatie; verbetering van processen; verbetering van scheidingsbewerkingen zoals distillatie en membranen; verbetering van apparaten, zoals compressoren, reactoren en procesfornuizen; verbetering van warmtewisselende apparatuur en introductie van geavanceerde nieuwe typen warmtewisselaars.
Artikel 7 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstelling van het programma wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de nieuwheid en oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan bestaande kennis wordt toegevoegd; e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma; f. de bijdrage van het project aan de realisatie van een meerjarenafspraak; g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; h. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
Artikel 1 — 1 Brandstoffen#
1 Brandstoffen Dit onderdeel richt zich op de versterking van de beschikbaarheid van biomassa(brandstoffen) voor energie. Het gaat hierbij om o.a. de teelt van energiegewassen, de benutting van bosbouwkundige, agrarische en industriële reststromen, de import van biomassa, het vervoer, de bewerking, de karakterisering en de versterking van de markt in biomassabrandstoffen. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: haalbaarheids-, ontwikkelings-, demonstratie en marktintroductieprojecten gericht op: de teelt van gewassen t.b.v. de (eventueel gedeeltelijke) inzet voor energiedoeleinden; de import van biomassa t.b.v. de inzet voor energiedoeleinden, met uitzondering van de inzet in afvalverbrandingsinstallaties; inventarisatie van de aard en hoeveelheden van biomassa(brandstoffen); bewerking van afval en/of biomassa tot een (hoogwaardige) brandstof, o.a. energiezuinige processen voor het drogen en verkleinen; vermindering van de gezondheidsbezwaren bij het omgaan met biomassa-(brandstoffen); het bij elkaar brengen van vraag naar en aanbod van biomassa(brandstoffen).
Artikel 2 — 2 Conversietechnologie#
2 Conversietechnologie Dit onderdeel richt zich op de omzetting van biomassa in energie door middel van zowel thermische als biologische conversietechnieken. De nadruk ligt daarbij op de thermische conversieprocessen. De conversie kan zowel betrekking hebben op schone biomassa als biomassa met een afvalkarakter: huishoudelijk afval (of fracties daaruit), hout (vers hout, oud hout, resthout), bedrijfsafval, zuiveringsslib, agrarische residuen, mest, stro, bermgras, energiegewassen. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: haalbaarheids-, ontwikkelings-, demonstratie- en marktintroductieprojecten gericht op: schone en efficiënte verbranding van biomassa voor, in het bijzonder, de gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte; thermische vergassing van biomassa. Daarin zijn ook begrepen de daarmee samenhangende voorbewerking van de brandstof en de toepassing van stookgas in gasturbines of gasmotoren; pyrolyse-, liquefactie- en/of carbonisatieprocessen voor biomassa; het meeverbranden van biomassa met fossiele brandstoffen in elektriciteitscentrales of bij andere toepassingen, m.n. waar het schone biomassa (geen afval) betreft; verbetering van de energiebenutting bij afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s); de winning en benutting van stortgas, voor zover het project bijdraagt aan de stortgaswinning op langere termijn; vergisting van (natte) bedrijfsafval-stromen, eventueel gecombineerd met mest.
Artikel 3 — 3 Marktstimulering#
3 Marktstimulering Dit onderdeel richt zich op de promotie van energiewinning uit afval en biomassa. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: projecten die gericht zijn op het vergroten van het draagvlak bij de Nederlandse bevolking voor de introductie van energiewinning uit bio-massa; projecten die gericht zijn op onderwijs en scholing van groepen, die een belangrijke rol spelen bij de implementatie van energiewinning uit biomassa; projecten die gericht zijn op de industriële samenwerking in federatie-verband of vergelijkbare vormen.
Artikel 11 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstelling van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen; e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstelling van het programma; f. de nieuwheid van het project; g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken; i. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
Artikel 1 — 1 De sectorale benadering#
1 De sectorale benadering Dit programma-onderdeel is gericht op de metalektro sector, ijzergieterijen, de oppervlaktebehandelingssector, de industriële loonkoel- en vriesbedrijven, de bloemenveilingen, de visbewerkingsbedrijven, de industriële natwasserijen en strijk-inrichtingen, de tapijtfabrikanten en industriële bedrijven niet behorende tot een branche waarmee een MJA is afgesloten danwel wordt afgesloten en met een jaarlijks energie-gebruik van minimaal 0,1 PJ. Via meerjarenafspraken zullen met deze bedrijfstakken afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de betreffende bedrijfstakken zullen bijdragen aan de bovengenoemde doelstelling. Dit onderdeel beoogt in de bedrijfstakken waarmee meerjarenafspraken zijn gemaakt of nog zullen worden gemaakt, de doelstellingen van die meerjarenafspraken te realiseren. De soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelings-, demonstratie-, marktintroductie- en kennisoverdrachtsprojecten en praktijkexperimenten die binnen bovengenoemde bedrijfstakken gericht zijn op: het opstellen van meerjarenplannen en monitoringsystematieken voor een bedrijfstak; het verbeteren van de energiehuishouding in bedrijven, zoals integraal energiebeheer, procesintegratie en procesregelingen; het ontwikkelen van energiebesparingstechnieken; het verbeteren of vernieuwen van branchespecifieke procestechnologie gericht op de verbetering van de energie-efficiency.
Artikel 2 — 2 De benadering via de nutssector#
2 De benadering via de nutssector Dit programma-onderdeel is gericht op de Energiedistributiebedrijven (EDB’s) ten behoeve van het realiseren van hun doelstellingen zoals vermeld in het Milieu Actie Plan (MAP) gericht op industriële klanten. Met de EDB’s worden plannen van aanpak gedefinieerd om de industriële bedrijven in de desbetreffende verzorgingsgebieden systematisch te benaderen voor het verbeteren van de energie-efficiency. De soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelings-, demonstratie-, marktintroductie- en kennisoverdrachtsprojecten en praktijkexperimenten die gericht zijn op: het opstellen van plannen van aanpak voor provinciale of (inter)regionale verzorgingsgebieden; het uitvoeren van projecten in samenwerking met sectoren waarmee een MJA is of zal worden afgesloten.
Artikel 3 — 3 Ondersteunende activiteiten#
3 Ondersteunende activiteiten Dit programma-onderdeel is gericht op de ontwikkeling van energiediensten. Onder energiediensten wordt in dit kader verstaan: het vanuit de EDB’s aan industriële klanten leveren van andere energievormen dan gas en elektriciteit en het leveren van diensten die energie-efficiency bij deze klanten verhoogt. De soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelings-, demonstratie-, marktintroductie- en kennisoverdrachtsprojecten en praktijkexperimenten die gericht zijn op: het opstellen van plannen die energielevering in de vorm van warmte, koude, mechanischvermogen of perslucht gedeeltelijk ter vervanging van gas- of elektriciteitslevering mogelijk maken; het ontwikkelen van vormen van dienstverlening die een energie-efficiency verbetering bij industriële klanten stimuleert.
Artikel 15 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de nieuwheid en de oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd; e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma; f. de bijdrage van het project aan de realisatie van de meerjarenafspraken; g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken; i. de mate waarin relevante kennisoverdracht mogelijk is.
Artikel _1 — Onderdeel 1#
Onderdeel 1 De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen, zijn: De subsidie per haalbaarheidsproject zal maximaal 30% van de projectkosten bedragen. haalbaarheidsprojecten gericht op de toepassing van energie-opslag bij gebouwklimaatbeheersing en proceskoeling.
Artikel _2 — Onderdeel 2#
Onderdeel 2 De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: onderzoeksprojecten gericht op het meten van de werkelijk gerealiseerde energiebesparing en de optredende milieu-effecten.
Artikel _3 — Onderdeel 3#
Onderdeel 3 De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: onderzoeksprojecten gericht op de evaluatie van de ervaringen bij exploitatie van reeds gerealiseerde projecten; praktijkexperimenten gericht op doelmatige aanpassingen bij reeds gerealiseerde projecten.
Artikel _4 — Overige beoordelingscriteria#
Overige beoordelingscriteria De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de projectkosten in relatie tot het totaal beschikbare budget en de relevantie van het project met betrekking tot de realisatie van de doelstelling van het programma; e. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; f. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
Artikel 20 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject van de aanvrager of van anderen; e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma; f. de nieuwheid van het project; g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken; i. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
Artikel 21 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de nieuwheid en oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd; e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma; f. de bijdrage van het project aan de realisatie van de meerjarenafspraken; g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken; i. de mate waarin relevante kennisoverdracht mogelijk is.
Artikel 1.A — 1.A Ontwikkeling van zuinige voertuigen#
1.A Ontwikkeling van zuinige voertuigen Dit deel richt zich op het bevorderen van industrieel onderzoek en industriële ontwikkeling in Nederland met betrekking tot verhoging van de energie-efficiency van wegvoertuigen. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen zijn onderzoek- of ontwikkelingsprojecten die mede gefinancierd worden door de industrie en die betrekking hebben op: verhoging van het energetisch rendement van Diesel- en Otto-motoren binnen de randvoorwaarden van de Europese emissie-eisen; ontwikkeling van systemen bestaande uit een vorm van continu variabele transmissie en regeling ter optimalisatie van het energetisch rendement van de gehele aandrijflijn; ontwikkeling van hybride aandrijfconcepten voor wegvoertuigen; voortzetting van reeds eerder in het kader van het REV-programma ondersteunde ontwikkeling van een vliegwielsysteem; haalbaarheidsonderzoeken en industriële onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gericht op vermindering van het eigen gewicht van auto’s en vrachtwagens ter verhoging van de energie-efficiency.
Artikel 1.B — 1.B Ontwikkelen van toepassingen van transportbrandstoffen#
1.B Ontwikkelen van toepassingen van transportbrandstoffen Dit deel richt zich op verbreding van het pakket energiedragers in het wegtransport. Hiermee wordt beoogd een bijdrage te leveren aan diversificatie van motorbrandstoffen en vermindering van de milieubelasting in combinatie met een zo hoog mogelijke energetische efficiency. De voornaamste projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: industrieel onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot de toepassing van LPG met elektronische inspuit- en regeltechnieken, resulterend in praktijkproeven; industrieel onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van efficiënter gebruik van LPG in Otto- en Dieselmotoren voor bestelwagens en vrachtvoertuigen; verkennend onderzoek naar de mogelijkheden en effecten van toepassing van DME als brandstof in dieselmotoren, en van brandstoffen uit biomassa.
Artikel 2.A — 2.A Efficiënt goederenvervoer#
2.A Efficiënt goederenvervoer Dit deel richt zich op verbetering van de efficiency van het goederenvervoer. Belangrijke sturingselementen hierin zijn het aantal ritkilometers van het vervoer over de weg, de beladingsgraad en het energiegebruik per tonkilometer. Projecten dienen een voorbeeldfunctie te vervullen. In aanmerking voor subsidie komen projecten die een verbeterde efficiency van het goederenvervoer tot rechtstreeks gevolg hebben, en projecten ter verbetering van ketenlogistiek (transportnetwerken) en logistieke dienstverlening.
Artikel 2.B — 2.B Gedragsbeïnvloeding#
2.B Gedragsbeïnvloeding Dit deel is er op gericht om via een planmatige en resultaatgerichte aanpak automobilisten, beroepschauffeurs en vervoerondernemers te motiveren tot het energie- en milieubewust aanschaffen en gebruiken van personenauto’s, bestel- en vrachtwagens en bussen. De voornaamste onderwerpen die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen zijn projecten die betrekking hebben op: kennisoverdracht over Koop Zuinig, Rij Zuinig onderwerpen aan de doelgroepen door het aanvullen resp. uitbreiden van communicatie-activiteiten van intermediaire organisaties; praktijkexperimenten en demonstratieprojecten gericht op het toepassen van in het kader van KZRZ reeds ontwikkelde producten voor forenzen, zakelijke rijders en beroepschauffeurs; educatie, opleidingen en cursussen; dit betreft het integreren van Koop Zuinig, Rij Zuinig onderwerpen in geplande scholingsactiviteiten gericht op kennisoverdracht van het Koop Zuinig Rij Zuinig thema aan de personenautomobilist of beroepschauffeur.
Artikel 2.C — 2.C Energie-efficiency in het railvervoer#
2.C Energie-efficiency in het railvervoer Dit deel richt zich op verbetering van de energie-efficiency van de tractie van railvoertuigen, geschikt voor zowel personenvervoer alsook voor goederenvervoer over rail. Het betreft hierbij, in het kader van een intentieverklaring, projecten die betrekking hebben op ontwikkeling van hulpmiddelen om energiezuiniger te rijden met treinen.
Artikel 27 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen; e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de doelstelling van het programma; f. de mate van betrokkenheid van de industrie of organisaties van eindgebruikers; g. de relevantie voor technologische clusters in Nederland; h. de nieuwheid van het project; i. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; j. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
Artikel 28 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de nieuwheid en oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd; e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma; f. de bijdrage van het project aan de realisatie van een meerjarenafspraak; g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken; i. de mate waarin relevante kennisoverdracht mogelijk is.
Artikel 29 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstelling van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de projectkosten in relatie tot het totaal beschikbare budget en in relatie tot de bijdrage van het project aan de realisatie van de doelstellingen van het programma; e. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de bestaande en toekomstige markt; f. de mate waarin het project past in een aanwezig innovatietraject; g. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
Artikel 1 — 1 Verkenningen#
1 Verkenningen De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheidsprojecten gericht op het onderkennen en/of verduidelijken van mogelijk relevante nieuwe energieconversie-technologieën, nieuwe combinaties en systemen en het geven van de onderbouwing voor een beslissing tot het starten van een ontwikkeling.
Artikel 2 — 2 Verbranding#
2 Verbranding Dit onderdeel richt zich op het bereiken van hogere rendementen en zo mogelijk lagere emissies bij verbranding met betrekking tot verbeterde en/of nieuwe verbrandingstechnologieën. Het gaat daarbij vooral om gasconversie, zoals aardgas, biogas, laag-calorisch gas en waterstof. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en daarop aansluitende praktijkexperimenten en tevens demonstratie-projecten gericht op: voortzetting van lopend, reeds eerder door Novem ondersteund onderzoek en ontwikkeling en van praktijkexperimenten gericht op commercialisatie van de keramische schuimbranders; benutting van de mogelijkheden voor verbetering van de verbranding door voor- en/of nageschakelde gasbewerking gecombineerd met een (aangepaste) brander aansluitend bij lopende door Novem ondersteunde ontwikkelingen; voortzetting lopend, reeds eerder door Novem ondersteund onderzoek naar modellering van stroming, verbranding en emissies bij keramische branders en van vlamstabilisatie; voortzetting van lopende ontwikkelingen van stralingsbranders voor toepassing in de apparaten die in het programma in onderzoek of ontwikkeling zijn, danwel een energiebesparing van apparaten bewerkstelligen; voortzetting van lopend, reeds eerder door Novem ondersteund onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van de beheersing van de geluidsproductie door branders in apparaten; voortzetting van lopend, reeds eerder door Novem ondersteunde ontwikkeling en toepassing van de vortex-brander.
Artikel 3 — 3 Nieuwe Combinaties#
3 Nieuwe Combinaties Dit onderdeel richt zich op het identificeren en ontwikkelen tot aan marktintroductie van nieuwe en verbeterde combinaties van energieconversie-systemen waardoor een hoger rendement en zo mogelijk lagere emissies bereikt kunnen worden. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen, zijn ontwikkelingsprojecten en praktijkexperimenten gericht op: het uitwerken en toetsen van de bepalende randvoorwaarden voor nieuwe of verbeterde combinaties van bestaande technologieën, met name combinaties die aansluiten bij andere Novem-programma’s; het uitwerken, toetsen van nieuwe of verbeterde regelstrategieën voor deze combinaties; componenten voor optimalisatie van energieconversie-systemen die functioneren met een (variërend) mengsel van verschillende brandstoffen; kansrijke, nieuwe combinaties van conversietechnologieën, die uitzicht bieden op een hoger conversierendement met een goed perspectief op commerciële toepassing.
Artikel 4 — 4 Warmte en/of Kracht#
4 Warmte en/of Kracht Dit onderdeel richt zich op het verbeteren van rendement en milieukarakteristieken van conversie-technologieën die de gewenste, variabele warmte (koude) en/of kracht genereren. De twee belangrijkste technologieën zijn gasturbines en warmtepompen. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen, zijn ontwikkelingsprojecten en praktijkexperimenten gericht op: voortzetting van lopend, reeds eerder door Novem ondersteund onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van de Heron-turbine met name gericht op verbetering van de brander, verbreding van de brandstoftolerantie en het vaststellen van de prestatie in een praktijksituatie met name de variabele warmte-krachtverhouding; voortzetting van lopend, reeds eerder door Novem ondersteund onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van de OPRA-turbine met name gericht op het vaststellen van de prestatie in een praktijksituatie met diverse brandstoffen en van verbeteringen door onder andere variabele warmte-krachtverhouding; voortzetting van de lopende ontwikkelingen en van verkenningen op het gebied van de warmtepompen, het betreft met name nieuwe stofparen voor de absorptiewarmtepomp en de hybride warmtepomp.
Artikel 34 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de energie- en milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van het overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject van de aanvrager of van anderen; e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma; f. de nieuwheid van het project; g. de mate van aansluiting op lopende reeds eerder door Novem gesteunde onderzoeken en ontwikkelingen op het gebied van Nieuwe Energieconversie-technologieën; h. de inpasbaarheid van de voorgestelde combinaties in het lopende programma; i. de mate van bijdrage aan de synergie van de activiteiten op het gebied van de energieconversie-technologieën in Nederland; j. de mate van betrokkenheid van de Nederlandse industrie bij het project, met name met betrekking tot de invulling van het commercialiseringstraject; k. de mate van betrokkenheid van de Nederlandse energiesector bij het project, met name praktijkexperimenten en demonstratie-projecten.
Artikel 1 — 1 Implementatie korte termijn#
1 Implementatie korte termijn Dit onderdeel is gericht op het scheppen van voorwaarden om de gewenste plaatsing van windturbines te kunnen realiseren. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheids-, demonstratie-, onderzoeks- of ontwikkelings- en kennisoverdrachtprojecten die gericht zijn op het wegnemen van bestuurlijke en planologische knelpunten, op het versterken van het maatschappelijke en lokale draagvlak en op het wegnemen van algemene knelpunten bij de ontwikkeling en realisatie van locaties en windparken. Het gaat daarbij ook om de ontwikkeling van nieuwe plaatsingsmogelijkheden door combinaties van windparken met andere ruimtelijke functies en het ontwikkelen van grootschalige projecten.
Artikel 2 — 2 Implementatie lange termijn#
2 Implementatie lange termijn Dit onderdeel is gericht op het scheppen van voorwaarden om na het jaar 2000 de toepassing van windenergie verder te kunnen vergroten. De voornaamste soorten projecten die in 1997 in aanmerking komen zijn haalbaarheids-, demonstratie-, onderzoeks- of ontwikkelings-, en kennisoverdracht-projecten die gericht zijn op: aantonen van de haalbaarheid van (semi) offshore projecten; aantonen van de haalbaarheid van projecten op andere niet-traditionele (met name binnenlandse) locaties; integratie van windenergie in de elektrische infrastructuur.
Artikel 3 — 3 Industriële ontwikkeling#
3 Industriële ontwikkeling Dit onderdeel is gericht op het verbeteren van de prijs-prestatieverhouding en op verbetering van de plaatsbaarheid van windturbines. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheids-, demonstratie-, marktintroductie, en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten die gericht zijn op de ontwikkeling van windturbines en rotoren. Naast vervolgfasen van reeds door Novem ondersteunde ontwikkelingen staat de toepassing van innovatieve concepten centraal. Het gaat daarbij om de: verbetering van de prijs-prestatieverhouding; verbetering van de aansluiting op de marktvraag.
Artikel 4 — 4 Techniekontwikkeling#
4 Techniekontwikkeling Dit onderdeel is gericht op het ontwikkelen en toepasbaar maken van technisch-wetenschappelijke kennis voor het verbeteren van de prijs-prestatieverhouding van Nederlandse windturbines. Het gaat met name om precompetitief onderzoek dat aansluit op onderwerpen die in het Nationaal R&D-plan Windenergie 1997 prioriteit krijgen. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelings-, en kennisoverdrachtprojecten die gericht zijn op: het ontwikkelen van nieuwe kennis; het toepasbaar maken van bestaande kennis; het ontwikkelen van kennis voor het ontwerp van multi-MW-windturbines en offshore toepassing.
Artikel 39 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen; e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma; f. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; g. de mate waarin samenwerking met anderen plaatsvindt; h. de kostprijsverlaging van een voor het programma relevant product; i. de nieuwheid van het project; j. de mate waarin het project voorziet in kennisoverdracht van de te bereiken resultaten.
Artikel 40 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de doelstellingen van het programma; c. de energie- en milieuverdienste van het project; d. de relevantie voor andere doelstellingen van het overheidsbeleid; e. de aansluiting op internationale ontwikkelingen; f. de mate van aansluiting op lopende reeds eerder door Novem gesteunde ontwikkelingen op het gebied van brandstofcellen en systemen; g. de inpasbaarheid van voorgestelde praktijkexperimenten in het lopende programma; h. de mate van bijdrage aan de synergie van de activiteiten op brandstofcelgebied in Nederland; i. de mate van betrokkenheid van de Nederlandse industrie bij het project; j. de mate van betrokkenheid van de Nederlandse energiesector bij het project.
Artikel _1 — Doelstelling van het programma#
Doelstelling van het programma Het doel van het programma fotovoltaïsche zonne-energie is het realiseren van voorwaarden en het wegnemen van knelpunten voor de grootschalige inpassing van zonnecellen in de Nederlandse energievoorziening in de 21ste eeuw, met als belangrijkste voorwaarden c.q. knelpunten: daling van de kostprijs, een solide industrieel draagvlak, opschaling van de PV-technologie, een gezonde markt voor autonome PV-systemen in en buiten Nederland, een verbreed maatschappelijk draagvlak, en kennis van de actoren en factoren bij de toepassing van PV in de gebouwde omgeving. Het programma is ingedeeld in vier onderdelen:
Artikel 1 — 1 Zonnecellen#
1 Zonnecellen De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen, zijn gericht op: Bij universitaire onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten wordt de voorkeur gegeven aan projecten die mede door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen financieel worden ondersteund. onderzoek en ontwikkeling van zonnecellen op basis van multi-kristallijn silicium gericht op rendementsverbetering en kostprijsreductie van industrieel te produceren zonnecellen; onderzoek aan zonnecellen op basis van concepten gericht op lage kosten op middellange termijn. Hieronder valt onderzoek aan zonnecellen op basis van amorf silicium, eventueel in combinatie met andere materialen, gericht op verbetering van het gestabiliseerde rendement en verbeterde productiemethoden; onderzoek aan organische zonnecellen; en onderzoek aan alternatieve dunne-film technologieën zoals dunne-film polykristallijn silicium en zonnecellen op basis van bucky balls; onderzoek naar concepten van zonnecellen die op lange termijn kunnen leiden tot zeer hoge rendementen of tot doorbraken op andere aspecten.
Artikel 2 — 2 Componenten en netgekoppelde PV-systemen#
2 Componenten en netgekoppelde PV-systemen De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen, zijn gericht op verbetering van de prijs/prestatie verhouding en de toepasbaarheid, en verhoging van de waarde en opbrengst van netgekoppelde PV-systemen in Nederland, en betreffen: ontwikkeling van industrieel te produceren PV-modules, PV-bouwelementen en van componenten ten behoeve van een betere inpasbaarheid van PV-panelen op schuine en platte daken en in gevels; onderzoek en ontwikkeling van industrieel te produceren omvormers ten behoeve van toepassingen in netgekoppelde PV-systemen; onderzoek en ontwikkeling van netgekoppelde PV-systemen en ontwerp van gebouwgeïntegreerde PV-systemen ten behoeve van praktijkexperimenten; haalbaarheidsstudies van andere netgekoppelde systemen dan die in de gebouwde omgeving.
Artikel 3 — 3 Product/marktontwikkeling van autonome PV-systemen#
3 Product/marktontwikkeling van autonome PV-systemen De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een bijdrage in aanmerking komen zijn gericht op autonome toepassingen van PV met een groot marktpotentieel qua PV-vermogen en betreffen:
Artikel 3a — 3a Product/marktontwikkeling ten behoeve van de Nederlandse en de Europese markt#
3a Product/marktontwikkeling ten behoeve van de Nederlandse en de Europese markt marktintroductie van uitontwikkelde PV-toepassingen in kansrijke marktsegmenten zoals openbare verlichting, elektrisch varen en/of waterbeheer; productontwikkeling, praktijkexperimenten en demonstratie in kansrijke marktsegmenten, met betrekking tot de integratie van PV-panelen in toepassingen en producten, zoals in gekromde oppervlakken; haalbaarheidsstudies ten behoeve van een betere positionering van het Nederlandse bedrijfsleven op de PV-markt in Europa.
Artikel 3b — 3b Product/marktontwikkeling ten behoeve van export naar zuidelijke landen#
3b Product/marktontwikkeling ten behoeve van export naar zuidelijke landen haalbaarheidsstudies ten behoeve van een betere positionering van het Nederlandse bedrijfsleven op de PV-markt in zuidelijke landen; (door)ontwikkeling van PV-systemen en PV-producten zoals solar home systems, zonnelantaarns en/of koelsystemen ter voorbereiding van de marktintroductie in zuidelijke landen. Projecten gericht op verbetering van de prijs/kwaliteitsverhouding en op marktprijsverlaging van PV-systemen die in Nederland geproduceerde zonnecellen omvatten, genieten de voorkeur.
Artikel 4 — 4 Leerprogramma PV in de Gebouwde Omgeving#
4 Leerprogramma PV in de Gebouwde Omgeving De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een bijdrage in aanmerking komen, zijn gericht op decentrale netgekoppelde toepassingen van PV in de gebouwde omgeving. Hieronder vallen:
Artikel 4a — 4a Innovatieve toepassing in de gebouwde omgeving#
4a Innovatieve toepassing in de gebouwde omgeving praktijkexperimenten met een technisch innovatief karakter, met PV geïntegreerd in de schil van een of enkele woningen of een gebouw; praktijkexperimenten en demonstratieprojecten met PV op daken of in/aan gevels van kantoor- en bedrijfsgebouwen; praktijkexperimenten met PV in andere gebouw-geïntegreerde toepassingen, zoals schaduwgevende bouwelementen en lichtstraten.
Artikel 4b — 4b Grootschalige PV-pilotprojecten op woningen#
4b Grootschalige PV-pilotprojecten op woningen praktijkexperimenten met grote PV-systemen met name op de platte en schuine daken van tientallen tot enkele honderden woningen, waarin de architectonische en stedenbouwkundige vormgeving, en de beheeraspecten van het PV-systeem een punt van onderzoek is; praktijkexperimenten en demonstratieprojecten met kleine PV-systemen op woningen, waarvan de verlaging van de energieprestatie-coëfficiënt (EPC) minimaal 0,07 (volgens NEN 5128/B.3) is. Projecten waarbij de woningen voldoen aan het Specificatieblad S032 van het (Duurzaam Bouwen) Nationaal pakket Woningbouw en/of waarbij het PV-systeem uitbreidbaar is, verdienen de voorkeur. In de PV-pilotprojecten dient speciale aandacht aan de bouwtechnische aspecten van de inpassing van PV in bouwconstructies en de technische kwaliteit van de systemen te worden gegeven. Projecten waarin speciale aandacht aan elektriciteits- en overige energiebesparing wordt besteed, genieten de voorkeur.
Artikel _2 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. het perspectief met betrekking tot de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject; e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma; f. het perspectief op economische haalbaarheid van de technologie op middellange en lange termijn; g. het perspectief op de economische haalbaarheid op korte termijn en de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken; i. de nieuwheid van het project; a. Abusievelijk wordt in deze lijst onderdeel "i" gevolgd door onderdeel "k". de mate waarin samengewerkt wordt met andere (markt)partijen, bijvoorbeeld in technologie-clusters of in marktclusters; b. de relevantie van het project voor marktpartijen; c. de bijdrage aan (de opbouw van) relevante kennis, draagvlak en infrastructuur bij de doelgroepen van het NOZ-PV.
Artikel _1 — Doel van het programma#
Doel van het programma Het doel van het programma thermische zonne-energie is het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van thermische zonne-energie-opties die op termijn een substantiële bijdrage leveren aan een duurzame energievoorziening. Het uitgangspunt is de doelstelling voor thermische zonne-energie van 5 PJ in 2007, die in de Derde Energienota en het Actieprogramma Duurzame Energie in Opmars is vastgelegd. De nadruk ligt hierbij op de toepassing van zonneboilers, waarvoor de doelstelling is dat er in 2010 in totaal 400.000 zijn geplaatst. Het programma is ingedeeld in vier onderdelen:
Artikel 1 — 1 Zonneboilers#
1 Zonneboilers Met de bedrijven in de zonneboilerindustrie en een aantal andere bedrijven, organisaties en instellingen is een meerjarenafspraak getekend over de wijze waarop zij bijdragen aan de eerder genoemde doelstelling. In het programma kunnen in beginsel projecten worden ondersteund die aantoonbaar gericht zijn op deze doelstelling. Bedrijven in de zonneboilerindustrie die voor subsidie in aanmerking willen komen, dienen aan Novem een ondernemingsplan te overleggen waarin zij aangeven hoe ze de markt voor zonneboilers willen vergroten. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: haalbaarheidsprojecten en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten die een onderdeel vormen van de bovengenoemde ondernemingsplannen en gericht zijn op de verbetering van de prijs-prestatieverhouding van zonneboilers of de verbreding van de toepasbaarheid van zonneboilers; kennisoverdrachtsprojecten die gericht zijn op het vergroten van de markt voor zonneboilers. Projecten die gebaseerd zijn op een gezamenlijke aanpak door bedrijven uit de zonneboilerindustrie hebben de voorkeur; haalbaarheidsprojecten en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op de ontwikkeling en validering van (internationale) normen voor het testen en certificeren van zonneboilers; haalbaarheidsprojecten en projecten ter voorbereiding en realisatie van grootschalige inpassing van zonneboilers in de nieuwbouw van woningen, waarbij minimaal 250 woningen van een zonneboiler worden voorzien en waarin de knelpunten bij introductie een punt van onderzoek zijn.
Artikel 2 — 2 Zonneboilers Tender bestaande bouw#
2 Zonneboilers Tender bestaande bouw Dit onderdeel wordt uitgevoerd in de vorm van een oproep voor het indienen van projectvoorstellen (tender). De aanvragen die aan de wettelijke voorschriften voldoen en passen binnen dit onderdeel, worden door Novem beoordeeld en gerangschikt. De aanvragen worden gerangschikt aan de hand van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van dit programma-onderdeel. Artikel 9 van het Besluit subsidies energieprogramma’s is van toepassing. Dit onderdeel richt zich op haalbaarheidsprojecten, marktintroductieprojecten en kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot de realisatie van grootschalige projecten in de bestaande bouw waarbij minimaal 100 woningen met een zonneboiler worden voorzien en waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de doelstelling van dit programma. Bij het project dient een adviseur betrokken te zijn met aantoonbare ervaring op het onderhavige gebied.
Artikel 3 — 3 Overige toepassingen van actieve zonne-energie#
3 Overige toepassingen van actieve zonne-energie De voornaamste soorten projecten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn: haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, marktintroductieprojecten en kennisoverdrachtprojecten gericht op het ontwikkelen van de markt voor grote warmtapwatersystemen; haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, demonstratieprojecten en kennisoverdrachtprojecten gericht op de toepassing van zonne-energie voor het drogen van agrarische producten, de toepassing van zonne-energie voor zwembadverwarming en de toepassing van actieve zonne-energie in de recreatiesector. Hiervoor is slechts in beperkte mate ondersteuning mogelijk; haalbaarheidprojecten en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten die zich richten op toepassingen die op langere termijn een belangrijke bijdrage leveren aan de toepassing van thermische zonne-energie, met name door de toepassing van seizoensopslag; haalbaarheidsprojecten en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op de ontwikkeling en validering van (internationale) normen voor het testen en certificeren van thermische zonne-energie systemen voor het verwarmen van tapwater en thermische zonne-energie systemen voor ruimteverwarming.
Artikel 4 — 4 Passieve zonne-energie#
4 Passieve zonne-energie De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen, zijn: haalbaarheidsprojecten en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op de ontwikkeling van producten voor de benutting van passieve zonne-energie; haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en kennisoverdrachtsprojecten gericht op de stimulering van de toepassing van passieve zonne-energie.
Artikel _2 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de mate waarin een project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen; e. de gevraagde subsidie en de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma; f. de nieuwheid van het project; g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken; i. de mate waarin samenwerking met anderen plaatsvindt; j. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.