Besluit mandaat, volmacht en machtiging secretaris-generaal Algemene Zaken
- BWB-id
- BWBR0009405
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1998-03-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009405
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-secretaris-generaal-a
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-secretaris-generaal-a/1998-03-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009405&g=1998-03-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009405&z=2026-06-06&g=1998-03-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009405/1998-03-21
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-secretaris-generaal-a
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. ministerie: Ministerie van Algemene Zaken; b. minister: Minister van Algemene Zaken; c. secretaris-generaal: Secretaris-Generaal van het ministerie, waaronder mede begrepen de functionaris die door de secretaris-generaal schriftelijk is aangewezen om bij afwezigheid van de secretaris-generaal diens functie waar te nemen. d. dienst: Kabinet van de Minister-President, Rijksvoorlichtingsdienst, Bureau van de Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid; Centrale afdeling Facilitaire en Informatie Aangelegenheden, Centrale Afdeling Financieel-Economische Zaken, Centrale Afdeling Personeel en Organisatie; e. diensthoofd: degene die is belast met de leiding van een dienst; f. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen; g. volmacht: de bevoegdheid om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; h. machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 21-03-1998 01-01-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Aan de minister blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van besluiten en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, neergelegd in een document, gericht tot: a. de Koningin; b. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk) of een daaruit gevormde onderraad of een commissie; c. een minister of een staatssecretaris; d. een autoriteit in binnen- of buitenland, gelijk of hoger in rang dan een minister of een staatssecretaris; e. de Voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de Voorzitter van een uit en van die Kamers gevormde commissie; f. de Raad van State (van het Koninkrijk); g. het Presidium van de Algemene Rekenkamer of h. de Nationale ombudsman. 2 Aan de minister blijft eveneens voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van een besluit inzake een bezwaar tegen een besluit dat door de minister dan wel door de secretaris-generaal is genomen. 3 Aan de minister blijft evenzo voorbehouden de bevoegdheid tot het verrichten van een andere handeling dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling ten opzichte van een van de in het eerste lid genoemden. 4 Het derde lid geldt niet ten aanzien van handelingen met een louter informatief karakter ten opzichte van een van de in het eerste lid, onder f tot en met h genoemden. 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 21-03-1998 01-01-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Onverminderd, wordt aan de secretaris-generaal mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij door de minister behoren te worden afgedaan. 2 Het mandaat omvat mede de bevoegdheid tot het vaststellen van beleidsregels. 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 21-03-1998 01-01-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De secretaris-generaal wordt toegestaan van het aan hem verleende mandaat ondermandaat te verlenen aan: a. een diensthoofd of b. een andere rechtstreeks onder hem ressorterende functionaris. 2 De secretaris-generaal wordt de bevoegdheid verleend tot het geven van instructies aan een functionaris als bedoeld in het eerste lid, omtrent de mate waarin en de wijze waarop gebruikt dient te worden gemaakt van het aan hem verleende ondermandaat. 3 De secretaris-generaal kan bij verlening van het ondermandaat, bedoeld in het eerste lid, aan een functionaris als bedoeld in het eerste lid, toestaan dat deze vervolgens ondermandaat verleent aan een rechtstreeks onder hem ressorterende functionaris. 4 De secretaris-generaal kent aan een functionaris als bedoeld in het eerste lid, bij de toepassing van het derde lid, de bevoegdheid toe nadere instructies te geven aan een rechtstreeks onder hem ressorterende functionaris, omtrent de mate waarin en de wijze waarop door deze met het hem verleende ondermandaat moet worden omgegaan. 5 Besluiten van de secretaris-generaal tot verlening van het ondermandaat, bedoeld in het eerste lid, dienen ter goedkeuring aan de minister te worden voorgelegd. 6 Besluiten van een functionaris, als bedoeld in het eerste lid, tot verlening van het ondermandaat, bedoeld in het derde lid, alsmede een door een functionaris, bedoeld in het eerste lid, gegeven nadere instructie als bedoeld in het vierde lid, dienen ter goedkeuring aan de secretaris-generaal te worden voorgelegd. 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 21-03-1998 01-01-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 2 van het Besluit Taak FEZ Een mandaat wordt uitsluitend uitgeoefend met inachtneming van. 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 21-03-1998 01-01-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2 Onverminderd, wordt aan de secretaris-generaal volmacht en machtiging verstrekt ten aanzien van aangelegenheden die naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij door de minister behoren te worden afgedaan. 2 artikel 4, eerste lid De secretaris-generaal wordt toegestaan de aan hem verleende volmacht en machtiging aan de in, genoemde functionarissen door te geven. 3 Artikel 4, tweede tot en met het zesde lid , zijn van overeenkomstige toepassing. 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 21-03-1998 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het hoofd van de Centrale Afdeling Personeel en Organisatie houdt een archief(-register) bij van: a. artikelen 4 6, tweede en derde lid de documenten waarin de beslissingen, bedoeld in deen, zijn vastgelegd. b. de documenten waarin het werkterrein en de taken van de diensten en de daartoe behorende onderdelen zijn omschreven. 2 Een bijgewerkt afschrift van het in het eerste lid genoemde register is steeds ter inzage beschikbaar bij de informatiebalie van de Rijksvoorlichtingsdienst. 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 21-03-1998 01-01-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling, dient te geschieden op briefpapier van het ministerie met het hoofd: ’MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN’. 2 Een document, als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door de secretaris-generaal, vermeldt aan het slot: ’DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN namens deze, DE SECRETARIS-GENERAAL,’, gevolgd door de handtekening en de naam van de secretaris-generaal. 3 Een document, als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door de waarnemend secretaris-generaal, vermeldt aan het slot: ’DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN namens deze, DE SECRETARIS-GENERAAL, wnd..’. gevolgd door de handtekening en de naam van de waarnemend secretaris-generaal. 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 21-03-1998 01-01-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die waarop het is bekendgemaakt en werkt terug tot 1 januari 1998. 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 21-03-1998 01-01-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging secretaris-generaal Algemene Zaken. 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 1998 55 20-03-1998 25-02-1998 98P000064 21-03-1998 01-01-1998