Examenreglement vliegtuigonderhoudstechnicus
- BWB-id
- BWBR0009481
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2001-07-01 t/m 2013-08-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009481
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/examenreglement-vliegtuigonderhoudstechnicus
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/examenreglement-vliegtuigonderhoudstechnicus/2001-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009481&g=2001-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009481&z=2026-06-06&g=2001-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009481/2001-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/examenreglement-vliegtuigonderhoudstechnicus
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De examencommissie voor de vliegtuigonderhoudstechnicus is belast met het afnemen van de examens voor de bewijzen van bevoegdheid als grondwerktuigkundige en zweefvliegtechnicus en de bevoegdverklaringen, bedoeld in deze bewijzen. 2 artikel 23, derde lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart De examencommissie heeft tot taak te onderzoeken of de kandidaten voldoen aan de gestelde eisen met betrekking tot de vereiste kennis voor het bewijs van bevoegdheid en de bevoegdverklaringen, bedoeld in. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Voor het verrichten van de noodzakelijke secretariaatswerkzaamheden wordt aan de examencommissie binnen de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat een secretariaat ter beschikking gesteld. 2 De voorzitter kan een plaatsvervangend voorzitter belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de examencommissie. 3 De leden van de examencommissie, die de leeftijd van 65 jaar zijn gepasseerd, worden als regel niet meer voor herbenoeming voorgedragen. 4 Voor werkzaamheden in de examencommissie worden de leden namens de voorzitter steeds tijdig door de secretaris opgeroepen voor zover de aard en de omvang van de werkzaamheden zulks vereisen. In geval van verhindering geven zij daarvan onverwijld kennis aan de secretaris, waarna deze in overleg met de voorzitter voor tijdige vervanging zorgdraagt. 5 Voor ieder af te nemen examen draagt de secretaris, in overleg met de voorzitter, zorg voor de nodige ruimte, materialen en gewaarmerkt examenpapier. Voor de aanvang van het examen controleert hij of de ter beschikking gestelde ruimte in orde is en rapporteert zulks aan de voorzitter. 6 Bij het schriftelijk gedeelte van het examen zijn in elk lokaal ten minste twee leden van de examencommissie voor het houden van toezicht aanwezig, tenzij in verband met de aard en de inrichting van het lokaal en de examenopgaven naar het oordeel van de voorzitter een lid voldoende is. Elk mondeling examen wordt door ten minste twee leden van de examencommissie afgenomen. 7 Het bij examens gemaakt schriftelijk werk wordt na afloop van het examen bewaard bij het secretariaat. 8 Bij ieder examen legitimeren de kandidaten zich door middel van een identiteitsbewijs, voorzien van een goed gelijkende pasfoto. 2001 120 26-06-2001 13-06-2001 CDJZ/BBI/2001-802 2001 120 26-06-2001 13-06-2001 CDJZ/BBI/2001-802 01-07-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Alle beslissingen van de examencommissie worden genomen met meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De voorzitter en de leden, belast met het afnemen van de examens, zijn verplicht tot geheimhouding van de examenvragen, behalve binnen de examencommissie, en, nadat de examens zijn afgenomen, van de examenresultaten van de kandidaten. Dezelfde verplichting rust op de secretaris en diens plaatsvervanger. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het examen bestaat, met uitzondering van het vak ’Voorschriften’, uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte. Het vak ’Voorschriften’ wordt uitsluitend mondeling afgenomen. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 1, eerste lid bijlagen A B De examens voor de bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen, bedoeld in, omvatten de vakken, genoemd in de bij dit examenreglement behorendeen. 2 bijlagen A B In deenwordt tevens voor elk examenvak de duur van het schriftelijk en mondeling gedeelte bepaald. 3 Een examen wordt in zijn geheel in één keer afgelegd. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Namens de voorzitter nodigt de secretaris ten minste zes weken voor de aanvang van het examen de examinatoren uit voor deelname aan het examen en voor het opstellen van de schriftelijke examenopgaven. 2 Deze opgaven worden samengesteld over een zo groot mogelijk gedeelte van de in de exameneisen vervatte onderwerpen opdat een zo goed mogelijk beeld kan worden verkregen van de kennis van de kandidaat. Zij worden door de voorzitter vastgesteld. De met het opstellen van vragen belaste examinatoren nemen afdoende maatregelen ter geheimhouding van de door hen opgestelde opgaven. 3 Het hoofd van het secretariaat is ervoor verantwoordelijk dat de examenopgaven onder geheimhouding worden uitgetypt, vermenigvuldigd en in verzegelde enveloppen worden bewaard om bij de aanvang van het examen aan de voorzitter ter hand te worden gesteld. 4 De secretaris zorgt in overleg met de voorzitter voor een examenrooster, waarin vermeld worden de tijdstippen waarop de examens in de verschillende vakken aanvangen en eindigen, de lokaliteiten waarin deze examens worden afgenomen en de bij het examen aanwezige examinatoren. 5 De secretaris richt tot iedere examenkandidaat een oproep tot deelname aan het examen onder vermelding van plaats, datum, tijd van aanmelding en mee te nemen bescheiden. 6 Bij de aanmelding van de kandidaten voor de aanvang van het examen draagt de secretaris er zorg voor dat aan iedere kandidaat, nadat deze zich heeft gelegitimeerd, zijn examennummer bekend gemaakt wordt en hem zijn plaats in de examenlokaliteit gewezen wordt. 7 Op het tijdstip van aanvang van het examen opent de voorzitter of een door hem aan te wijzen examinator de verzegelde envelop met opgaven voor het desbetreffende vak en draagt hij zorg voor uitreiking daarvan aan de kandidaten, die tevens worden voorzien van gewaarmerkt examenpapier en kladpapier. 8 Gedurende het examen zorgt de voorzitter voor regelmatige surveillance. Hij is verantwoordelijk voor het handhaven van orde en rust in de examenlokaliteit. Gedurende het examen kunnen de kandidaten de examenlokaliteit niet verlaten dan met toestemming van de voorzitter en met inachtneming van de door de voorzitter gestelde voorwaarden. 9 Op het tijdstip van beëindiging van een examenvak van het examen draagt de voorzitter er zorg voor dat de kandidaten het werk beëindigen en wordt zowel het examenpapier als het kladpapier ingenomen. 10 De voorzitter stelt het gemaakte schriftelijke werk ter hand aan de desbetreffende examinatoren en bepaalt de termijn waarbinnen het wordt beoordeeld. 11 De voorzitter stelt in overleg met de secretaris plaats, datum en tijdstip vast van een vergadering met de betrokken examinatoren ter vaststelling van de resultaten van het schriftelijk werk, het nemen van beslissingen met betrekking tot de uitslag, het deelnemen aan het mondelinge gedeelte dan wel uitsluiting van deelname aan het mondelinge gedeelte van het examen. Na afloop van deze vergadering worden de genomen beslissingen schriftelijk aan de desbetreffende kandidaten meegedeeld. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De secretaris draagt in overleg met de voorzitter zorg voor de samenstelling van een examenrooster voor het mondelinge gedeelte van het examen waarin zijn opgenomen de tijdstippen van aanvang en einde van deze examens per vak, de deelnemende examinatoren en de lokaliteiten waarin de examens plaatsvinden. 2 De secretaris richt zo spoedig mogelijk een oproep aan de examinatoren en aan de kandidaten voor deelname aan het mondelinge examengedeelte onder gelijktijdige toezending van het examenrooster. 3 Gedurende het mondelinge examengedeelte draagt de voorzitter zorg voor een ordelijk verloop van dit examengedeelte. 4 Het mondelinge examengedeelte wordt in het openbaar afgenomen. Toehoorders gedragen zich in het examenlokaal naar de aanwijzingen van de voorzitter of de overige examinatoren; toehoorders die zich niet naar deze aanwijzingen gedragen kan het verblijf in het examenlokaal worden ontzegd. 5 Onmiddellijk na afloop van een mondeling examen in een examenvak stellen de examinatoren, zo nodig in overleg met de voorzitter, het eindcijfer voor het desbetreffende vak vast waarna de secretaris deze eindcijfers schriftelijk vastlegt in een cijferlijst. 6 Nadat een kandidaat het mondelinge examengedeelte heeft voltooid, stelt de voorzitter in overleg met de aanwezige examinatoren de uitslag vast en deelt deze terstond na het examen aan de kandidaat mee. Gelijktijdig wordt de kandidaat in het bezit gesteld van een schriftelijke bevestiging van deze uitslag. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Indien aan een kandidaat wordt toegestaan een herexamen af te leggen, wordt de kandidaat schriftelijk door de voorzitter van de datum van dit herexamen in kennis gesteld. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Het oordeel omtrent de kennis en de bedrevenheid van de kandidaten wordt voor ieder examen uitgedrukt door een van de cijfers 1 tot en met 10, aan welke cijfers de volgende betekenis wordt gehecht: 1. Zeer slecht 2. Slecht 3. Gering 4. Onvoldoende 5. Bijna voldoende 6. Voldoende 7. Ruim Voldoende 8. Goed 9. Zeer goed 10. Uitmuntend. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Bij de examens bestaande uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte, worden de kandidaten van deelname aan het mondelinge examengedeelte uitgesloten wanneer bij het schriftelijke examen in het desbetreffende vak het cijfer 4 of een lager cijfer werd behaald. Het cijfer voor het schriftelijke examengedeelte vormt dan tevens het eindcijfer voor het desbetreffende vak. 2 Kandidaten die bij het schriftelijke examengedeelte voor een examenvak een cijfer hoger dan 4 en lager dan 7 haalden, leggen in het desbetreffende vak een mondeling examen af. Het eindcijfer wordt in dit geval door de examinatoren bepaald aan de hand van de beoordelingen van het schriftelijke en mondelinge examengedeelte voor een vak, met dien verstande dat het cijfer 6 niet door afronding naar boven mag worden verkregen. 3 Kandidaten die bij het schriftelijke examengedeelte voor een examenvak het cijfer 7 of een hoger cijfer behaalden zijn vrijgesteld van het afleggen van een mondeling examen in dat vak. Het voor het schriftelijke examengedeelte in dat vak behaalde cijfer vormt dan tevens het eindcijfer. 4 artikel 53, derde lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart In de gevallen bedoeld in, worden de cijfers van het schriftelijke examen als eindcijfer beschouwd. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Een examen is met gunstige uitslag afgelegd indien de kandidaat voor ieder vak van het examen ten minste het eindcijfer 6 heeft behaald. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Na afloop van het volledige examen geeft de voorzitter aan de kandidaat een verklaring omtrent de uitslag van het examen. Een afschrift wordt aan de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat gezonden. 2001 120 26-06-2001 13-06-2001 CDJZ/BBI/2001-802 2001 120 26-06-2001 13-06-2001 CDJZ/BBI/2001-802 01-07-2001
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Het Examenreglement Vliegtuigonderhoudstechnicus (27 april 1978) wordt ingetrokken. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement vliegtuigonderhoudstechnicus. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210137 29-03-1998
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 6#
artikel 6