Examenreglement zweefvliegen
- BWB-id
- BWBR0009494
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2001-07-01 t/m 2013-08-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009494
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/examenreglement-zweefvliegen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/examenreglement-zweefvliegen/2001-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009494&g=2001-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009494&z=2026-06-06&g=2001-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009494/2001-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/examenreglement-zweefvliegen
Artikel 1 — Artikel 1 Algemeen#
Artikel 1 Algemeen 1 De examencommissie voor zweefvliegen heeft tot taak te onderzoeken of kandidaten beschikken over voldoende theoretische kennis, voldoende praktische bedrevenheid en voldoende ervaring voor het verkrijgen van het zweefvliegbewijs en bevoegdverklaringen daarin. 2 De examencommissie is samengesteld uit twee subcommissies, waarvan de eerste is belast met de examens voor de bevoegdverklaringen lieren, slepen en motorzweefvliegen, en de tweede is belast met de examens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht en wolkenvliegen, alsmede de standaardisatie van normen. 3 De examencomissie wordt vertegenwoordigd door de voorzitter van de commissie of, bij diens afwezigheid, door een door hem aan te wijzen lid van de commissie. De voorzitter heeft als bijzondere taak het onderhouden van alle contacten met de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. 2001 120 26-06-2001 13-06-2001 CDJZ/BBI/2001-802 2001 120 26-06-2001 13-06-2001 CDJZ/BBI/2001-802 01-07-2001
Artikel 2 — Artikel 2 Organisatie van de commissie#
Artikel 2 Organisatie van de commissie 1 Voor de benoeming van de examencommissie door de minister, worden voor beide subcommissies afzonderlijke voordrachten opgesteld. Een persoon kan tot lid van beide subcommissies worden benoemd. 2 De examencommissie adviseert de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de voordrachten van personen voor de benoeming tot lid, voorzitter en vice-voorzitter van de examencommissie. 3 Bij het advies voor de voordracht tot benoeming tot lid van een van de subcommissies van de examencommissie wordt voor iedere persoon aangegeven voor welke examens of voor welke onderdelen van deze examens het advies geldt. 4 Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van een van beide subcommissies voor het afnemen van theorie examens voor het zweefvliegbewijs en bevoegdverklaringen daarin, houdt de examencommissie er rekening mee dat daartoe bij voorkeur personen worden benoemd, die a. zelf in het bezit zijn van de bevoegdverklaring, waarvoor het examen is bedoeld, b. een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de theorie voor de betreffende bevoegdverklaring bezitten, en c. te goeder naam en faam bekend staan als deskundige. 5 Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijk examens voor de bevoegdverklaringen lieren, sleepvliegen en motorzweefvliegen in het zweefvliegbewijs, houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur personen worden benoemd, die: a. actief zweefvlieger zijn, b. meer dan drie jaar in het bezit zijn van die bevoegdverklaring vliegonderricht voor de bevoegdverklaring waavoor zij examen afnemen, en c. te goeder naam en faam bekend staan als zweefvlieger. Voor het afnemen van het examen voor de bevoegdverklaring motorzweefvliegen wordt daarnaast van de examinatoren verwacht dat zij d. minimaal een jaar in het bezit zijn van de bevoegdverklaring motorzweefvliegen, en e. een totale vliegervaring hebben van ten minste 150 uur, waarvan ten minste 50 uur als eerste bestuurder op een motorzweefvliegtuig. 6 Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijk examens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht en wolkenvliegen in het zweefvliegbewijs houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur personen worden benoemd, die: a. actief zweefvlieger zijn, b. minimaal 6 jaar in het bezit zijn van de bevoegdverklaringen waarvoor men examen af neemt; c. een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de opleiding van zweefvlieginstructeurs bezitten, hetgeen moet blijken uit het vervuld hebben van de mentofunctie bij de succesvolle opleiding van ten minste drie instructeurs, en d. te goeder naam en faam bekend staan als zweefvlieginstructeur. 7 De voorzitter kan tijdelijk of permanent een of meer commissieleden belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de commissie of de subcommissies. 8 Voor het verrichten van de noodzakelijke sekretariaatswerkzaamheden wordt t.b.v. de examencommissie een sekretariaat ingesteld. 9 Voor zover leden van de examencommissie zijn betrokken bij de opleiding voor het behalen van bevoegdverklaringen in het zweefvliegbewijs worden kandidaten, aan de opleiding van wie zij in belangrijke mate hebben bijgedragen, niet door hen geëxamineerd. 2001 120 26-06-2001 13-06-2001 CDJZ/BBI/2001-802 2001 120 26-06-2001 13-06-2001 CDJZ/BBI/2001-802 01-07-2001
Artikel 3 — Artikel 3 Organisatie van de theorie examens#
Artikel 3 Organisatie van de theorie examens 1 De theorie examens voor de bevoegdverklaringen in het zweefvliegbewijs zijn, afhankelijk van het examenvak en de bevoegdverklaring, schriftelijk en mondeling (gemengd), of uitsluitend mondeling. 2 In bijzondere gevallen kan de voorzitter bepalen uitsluitend mondeling te examineren. 3 Bij gemengde examens geldt, dat onder zekere voorwaarden m.b.t. het resultaat van het schriftelijk deel, het mondelinge deel kan komen te vervallen. De tijd tussen het afleggen van het schriftelijk examen en het eventueel af te leggen mondeling examen bedraagt maximaal 6 weken. 4 Van theorie examens die uit meer examenvakken bestaan kunnen deze examenvakken apart worden geëxamineerd. Bij een voldoende resultaat voor één van deze vakken wordt aan de kandidaat een certificaat uitgereikt. De kandidaat is voor het gehele theorie examen geslaagd indien hij binnen de daarvoor gestelde termijn certificaten heeft verworven voor alle vakken van het betreffende examen. 5 Voor de organisatie van de theorie examens worden bij verenigingen of opleidingsinstituten op hun verzoek door de voorzitter leden van de examencommissie voor een van te voren overeengekomen periode als coördinator benoemd. Deze coördinatoren houden namens hun vereniging of instituut kontakt met de voorzitter van de examencommissie, schrijven in zijn naam certificaten uit en coördineren de theorie examens binnen hun vereniging of instituut. 6 artikel 2, negende lid De coördinator nodigt tijdig een voldoende aantal leden van de examencommissie uit voor het opstellen van de examenvragen, het uitoefenen van toezicht tijdens het schriftelijk gedeelte en het afnemen van de mondelinge examens. De coördinator houdt hierbij rekening met het gestelde in. 7 De examenopgaven worden gesteld over een zo groot mogelijk gedeelte van de in de exameneisen vervatte leerstof, opdat een zo goed mogelijk beeld wordt verkregen van de kennis van de kandidaat. Examinatoren maken voor het opstellen van de vragen zoveel mogelijk gebruik van de voor het betreffende examen aanbevolen literatuur. 8 De opgestelde examenopgaven worden door de opstellers zo spoedig aan de coördinator voor het betreffende theorie examen ter hand gesteld of toegezonden. Deze stelt de opgaven na overleg met de opstellers vast en zorgt voor de vermenigvuldiging ervan. 9 Voor ieder af te nemen theorie examen draagt de coördinator zorg voor het beschikbaar zijn van de benodigde examenruimte en de examenmaterialen. Voor de aanvang van een examen is hij verantwoordelijk voor de controle van het geschikt zijn van de examenruimte. 10 Bij het schriftelijk gedeelte van het examen zijn in elk lokaal ten minste twee leden van de examencommissie aanwezig voor het houden van toezicht. 11 Uiterlijk 10 minuten voor aanvang van het schriftelijke examen vervoegt de kandidaat zich bij de toezicht houdende examinator(en). 12 Bij het examen moeten kandidaten zich kunnen legitimeren met een algemeen gebruikelijk identiteitsbewijs, voorzien van een goedgelijkende foto. De personalia hiervan worden verwerkt op het examenuitslagformulier. 13 De examenopgaven worden voorafgaand aan het begin van het schriftelijk examen door coördinator aan de aan het toezicht deelnemende examinator(en) overhandigd om uit te delen aan de kandidaten. 14 De kandidaten beantwoorden de opgaven slechts op daarvoor aan hen uitgereikt papier. Al het uitgereikte papier wordt na afloop van het schriftelijk examen ingenomen. De kandidaten mogen op hun tafel slechts die zaken hebben, welke door de toezichthoudende examinator(en) als noodzakelijk worden geacht. Uitlenen van hierboven bedoelde noodzakelijke zaken zonder toestemming van de examinator(en) is niet toegestaan. 15 Gedurende het examen mogen kandidaten het lokaal niet verlaten, niet met elkaar spreken en niet elkaars werk inzien. Als dat toch gebeurt, leidt dit tot het direct inleveren van het examenwerk. 16 Zo spoedig mogelijk na de beëindiging van het schriftelijk deel van een examen wordt het schriftelijk werk door bij voorkeur twee examinatoren nagekeken en beoordeeld. Daarna wordt door de coördinator aan de kandidaten bericht voor welk(e) vak(ken) men is geslaagd en, indien van toepassing, voor welk(e) vak(ken) nog een mondeling examen moet worden afgelegd. 17 Wanneer meer mondelinge examens tegelijkertijd worden afgenomen, zorgt de coördinator er voor dat de opstelling van de tafels zodanig is dat de examens geen hinder van elkaar ondervinden. 18 Na afloop van het mondeling deel van het examen stelt de coördinator in overleg met de aan de examinering deelnemende leden van de examencommissie het eindresultaat per examenvak voor iedere kandidaat vast en deelt dit aan de kandidaat mede. Als bewijs van een voldoende resultaat schrijft de coördinator in naam van de voorzitter van de examencommissie ter plaatse de door de kandidaat behaalde certificaten uit. Deze certificaten worden medeondertekend door de betreffende examinator. 19 Om het ter plaatse uitschrijven van de certificaten mogelijk te maken wordt ruim voor het examen door de coördinator aan het sekretariaat opgave gedaan van het verwacht aantal deelnemende kandidaten. Het sekretariaat zorgt n.a.v. deze opgave voor een tijdige toezending van een voldoende aantal blanko certifikaten. 20 Na afloop van het examen is de coördinator verantwoordelijk voor toezending aan het secretariaat van de niet uitgeschreven certificaten, samen met (a) het beoordeelde examenwerk, (b) een overzichtslijst van de deelnemende examinatoren, (c) een volledig stel vragen en (d) een ingevuld examenuitslagformulier met daarop de uitslag van het examen per kandidaat en de aanduiding of een certifikaat is uitgeschreven en uitgereikt. Al deze bescheiden worden door toedoen van het sekretariaat minimaal 5 jaren zorgvuldig bewaard 21 Na afloop van het examen mogen de opgaven voor het schriftelijk deel van het theorie examen door kandidaten worden behouden. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 29-03-1998
Artikel 4 — Artikel 4 Organisatie van de praktijk examens#
Artikel 4 Organisatie van de praktijk examens A. Praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen lieren, slepen en motorzweefvliegen B. Praktijk examens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht en wolkenvliegen C. Verplichtingen van kandidaten van praktijk examens 1. Voor de organisatie van de praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen lieren, slepen en motorzweefvliegen worden bij verenigingen of opleidingsinstituten op hun verzoek door de voorzitter leden van de examencommissie voor een van te voren overeengekomen periode als coördinator benoemd. Deze coördinatoren houden namens hun vereniging of opleidingsinstituut kontakt met de voorzitter van de examencommissie, schrijven in zijn naam certifikaten uit en coördineren de praktijkexamens afgenomen binnen hun vereniging of opleidingsinstituut. 2. De coördinator nodigt voor de praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen lieren, slepen of motorzweefvliegen van kandidaten die nog niet in het bezit zijn van het zweefvliegbewijs, per volledig praktijkexamen ten minste één lid van de examencommissie uit voor het afnemen van het examen. Voor het afnemen van examens voor de aanvullende bevoegdverklaringen lieren, slepen of motorzweefvliegen nodigt de coördinator één lid van de examencommissie uit. 3. Na gunstige afloop van het praktijkexamen vult de examinator een examenuitslagformulier/certifikaat in. Dit certifikaat wordt ondertekend door de examinator en (namens de voorzitter) door de coördinator. 4. De coördinator doet opgave van ieder door hem uitgeschreven certifikaat aan het sekretariaat. 5. Voor de organisatie van de praktijkexamens voor het behalen van de bevoegdverklaringen vliegonderricht en de bevoegdverklaring wolkenvliegen wordt door de voorzitter voor een van te voren overeengekomen periode een coördinator benoemd. Deze houdt kontakt met de voorzitter van de examencommissie, coördineert de praktijk examens en schrijft in naam van de voorzitter de op de praktijk examens betrekking hebbende certifikaten uit. 6. De coördinator voor de praktijk examens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht en wolkenvliegen nodigt per praktijkexamen ten minste één examinator uit. Deze examinator(en) bepaalt (bepalen) in overleg met de kandidaat de plaats en de datum voor het examen. 7. Na afloop van een praktijkexamen voor een bevoegdverklaring vliegonderricht of voor de bevoegdverklaring wolkenvliegen vult de examinator een examenuitslagformulier in. Dit ondertekende examenformulier wordt door (een van) de examinator(en) naar de coördinator gestuurd, die op grond daarvan in naam van de voorzitter van de examencommissie een certifikaat voor het betreffende examen uitschrijft en toezendt aan de kandidaat. 8. Kandidaten voor een praktisch gedeelte van een examen kunnen dit slechts afleggen, nadat zij het volledige theorie examen met goed gevolg hebben afgelegd en aan de ervaringseisen voor betreffende bevoegdheid voldoen. 9. Bij ieder examen moeten kandidaten zich kunnen legitimeren d.m.v. een algemeen gebruikelijk identiteitsbewijs voorzien van een goedgelijkende foto. De personalia hiervan worden verwerkt op uitslagformulieren/certifikaten. 10. Voor ieder af te nemen praktijk examen draagt de kandidaat in overleg met de aangewezen examinator(en) zorg voor toegang en opvang van de examinator(en) op het te gebruiken terrein, draagt zorg voor de aanwezigheid van het voor het examen benodigde materiaal en de aanwezigheid van een voor het examen geschikt vliegbedrijf. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 29-03-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Binnen een periode van 48 maanden moeten alle benodigde certificaten (dus zowel theorie als praktijk) zijn behaald om in aanmerking te komen voor het zweefvliegbewijs. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 29-03-1998
Artikel 6 — Artikel 6 Omvang van de examens#
Artikel 6 Omvang van de examens A. Theorie examens B. Praktijk examens 1. bijlage I De theorie examens omvatten de vakken omschreven in. 2. Op de betreffende bijlage is tevens voor elk vak aangegeven wat de tijdsduur is van zowel het schriftelijk als het mondeling examengedeelte 3. bijlage 2 Praktijk examens omvatten de groepen of onderdelen, die zijn vermeld in. 4. bijlage 1 De tijdsduur van een praktijk examen is ter beoordeling van de examinator(en) met een minimum en een maximum duur zoals vermeld in. 5. Een kandidaat is geslaagd voor een praktijk examen zodra alle van toepassing zijnde groepen en/of onderdelen van het examen zijn afgewerkt en als voldoende beoordeeld. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 29-03-1998
Artikel 7 — Artikel 7 Waardering van onderdelen van examens in percentages en letters#
Artikel 7 Waardering van onderdelen van examens in percentages en letters A. Theorie examens B. Praktijk examens 1. Kandidaten worden afgewezen, wanneer bij het schriftelijk examen 40% of lager wordt behaald. 2. Kandidaten, die bij het schriftelijk examen een percentage hoger dan 40, maar minder dan 70 behalen, kunnen in het betreffende vak een mondeling examen afleggen, het eindoordeel van het mondeling gedeelte vormt tevens het eindoordeel over het betreffende vak. 3. Kandidaten, die bij het schriftelijk examen een percentage van 70 of hoger behalen, zijn geslaagd voor dat vak. 4. Het oordeel omtrent de praktische bedrevenheid van de kandidaten wordt per groep en onderdeel uitgedrukt met de letters O of V, waaraan de volgende betekenis wordt gehecht: O onvoldoende V voldoende 5. De beoordelingen van alle onderdelen van het praktijk examen een voldoende hebben gekregen, zijn geslaagd voor het praktijk examen. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 29-03-1998
Artikel 8 — Artikel 8 Beslissingen#
Artikel 8 Beslissingen 1 Alle beslissingen in de examencommissie worden met gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter of waarnemend voorzitter. 2 In geval van verschil van mening over de beoordeling van het examenwerk beslist de voorzitter van de examencommissie, die daartoe het werk opnieuw kan laten beoordelen door andere examinatoren. 3 Bij situaties rond de examens voor het zweefvliegbewijs waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 29-03-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 29-03-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 29-03-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement zweefvliegen. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 29-03-1998