Gemeenschappelijke regeling schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4
- BWB-id
- BWBR0038850
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-12-03
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038850
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/gemeenschappelijke-regeling-schadevergoedingsschap-hsl-zuid-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/gemeenschappelijke-regeling-schadevergoedingsschap-hsl-zuid-/2021-12-03
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038850&g=2021-12-03
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038850&z=2026-06-06&g=2021-12-03
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038850/2021-12-03
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/gemeenschappelijke-regeling-schadevergoedingsschap-hsl-zuid-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de regeling: artikelen 94 95 van de Wet gemeenschappelijke regelingen deze gemeenschappelijke regeling ingevolge deen; b. het Schap: artikel 3 artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, bedoeld invan deze regeling en tevens bestuursorgaan als bedoeld in; c. de Minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat; d. de deelnemers: de colleges van de gemeenten Haarlemmermeer, Kaag en Braassem, Alphen aan den Rijn, Lansingerland, Zoetermeer, Rotterdam, Zwijndrecht, Hoeksche Waard, Dordrecht, Moerdijk, Breda, en de Minister; e. het college: het college van burgemeester en wethouders van een aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeente; f. het tracébesluit: – artikel 24 (oud) van de Tracéwet het uitvoeringsbesluit HSL-Zuid als bedoeld in(inclusief de werken aan de A 16 van Prinsenbeek-Noord tot knooppunt Galder, de werken aan de A 58 tot aan de gemeentegrens van Breda, en de aanleg van knooppunt Princeville, die in dat tracébesluit zijn opgenomen), respectievelijk – artikel 15 (oud) van de Tracéwet de uitvoeringsbesluiten tot de verbreding van de A 4 (gedeelte Zoeterwoude-knooppunt Burgerveen), als bedoeld inrespectievelijk – artikel 15 (oud) van de Tracéwet het uitvoeringsbesluit tot de verbreding van de A 16 (gedeelte Moerdijk tot Prinsenbeek-Noord), als bedoeld in; g. HSL-Zuid: voor deze gemeenschappelijke regeling schadevergoedingsschap HSL-Zuid worden hieronder mede verstaan de werken aan de A 4 en A 16, voorzover onder f) genoemd. 2021 47639 02-12-2021 19-11-2021 IENW/BSK-2021/257386 2021 47639 02-12-2021 19-11-2021 IENW/BSK-2021/257386 03-12-2021 01-01-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1 onder f Het doel van de regeling is het bevorderen dat de behandeling van verzoeken om schadevergoeding die verband houden met de aanleg van de HSL-Zuid en de verbreding, verlegging en reconstructie van de A-16, zoals bedoeld in, respectievelijk de A-4, zoals bedoeld in artikel 1 onder f, en de beslissingen op die verzoeken doelmatig, deskundig en op gelijke wijze plaatsvinden. Door deze regeling wordt tevens voor de burgers duidelijkheid geschapen over de terzake bevoegde instantie. 2 Op grond van de regeling kan slechts schadevergoeding op verzoek van degene die schade lijdt, of zal lijden, toegekend worden als de schade een gevolg is van het onherroepelijke tracébesluit en/of de daaruit rechtstreeks voortvloeiende besluiten en rechtmatige uitvoeringshandelingen van bestuursorganen, en deze schade redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van degene die schade lijdt behoort te blijven en voor zover vergoeding van deze schade niet of niet voldoende anderszins is verzekerd. De hoogte van de schadevergoeding wordt naar redelijkheid en billijkheid vastgesteld. 3 artikel 1 Schade die het gevolg is van verlegging, verwijdering of vervanging van kabels en leidingen ten gevolge van de werken als bedoeld invalt niet onder deze regeling. 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 01-04-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd: Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A 16 en A 4 hierna te noemen: het Schap. 2 Het Schap is gevestigd te Rotterdam. 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 01-04-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De bestuursorganen van het Schap zijn: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter; d. artikel 17 het uitvoeringsorgaan, bedoeld in. 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 01-04-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het algemeen bestuur bestaat uit evenveel leden als er deelnemers zijn. 2 Één lid van het algemeen bestuur wordt door de Minister aangewezen. De Minister kan een plaatsvervanger aanwijzen voor het door de Minister aangewezen lid. 3 Artikel 15, eerste lid, Gemeentewet X 8 Kieswet De overige leden van het algemeen bestuur worden door de colleges van de deelnemende gemeenten uit hun midden, de voorzitters van die raden inbegrepen, aangewezen. Elk der raden kan uit zijn midden een plaatsvervanger aanwijzen voor het door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur.enzijn van overeenkomstige toepassing op de in dit lid bedoelde leden. 4 Wet gemeenschappelijke regelingen Het ten aanzien van de leden van het algemeen bestuur bepaalde in deen in deze regeling, is van overeenkomstige toepassing op hun plaatsvervangers. 5 artikel 14, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen De leden van het algemeen bestuur bedoeld in het derde lid hebben ieder één stem. Het lid bedoeld in het tweede lid heeft het ingevolgemaximaal toegestane aantal stemmen. 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 25-03-2020 Artikel II van Stcrt. 2020/16057 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het door de Minister aangewezen lid van het algemeen bestuur wordt voor onbepaalde tijd benoemd. 2 artikel 5 derde lid De leden, bedoeld in, worden benoemd voor een zittingsduur van vier jaar. Deze leden treden echter af op de dag waarop de zittingsperiode in het college afloopt. 3 Het college besluit in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van het lid en zijn plaatsvervanger in het algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 4 Een lid van het algemeen bestuur dat ophoudt lid van het college of burgemeester te zijn houdt daarmee tevens op lid van het algemeen bestuur te zijn. 5 Een lid van het algemeen bestuur kan ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mede aan het college of de Minister die hem heeft aangewezen. Het college of de Minister wijzen binnen één maand een nieuw lid van het algemeen bestuur aan. 6 Van elke aanwijzing of wijziging in het algemeen bestuur doet de aanwijzende deelnemer schriftelijk mededeling aan het dagelijks bestuur. 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 25-03-2020 Artikel II van Stcrt. 2020/16057 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 5, derde lid artikel 56 Gemeentewet Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt, of indien tenminste een derde van het aantal leden als bedoeld in, of het lid als bedoeld in artikel 5, tweede lid, zulks schriftelijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen hebben/ heeft verzocht. Op de vergadering van het algemeen bestuur isvan overeenkomstige toepassing. 2 Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Wordt over een voorstel geen stemming gevraagd, dan is het aangenomen. 3 Staken de stemmen, dan is het voorstel niet aangenomen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt bij staking van stemmen het nemen van een besluit verdaagd tot een volgende vergadering. Staken de stemmen in deze volgende vergadering opnieuw, ongeacht of deze voltallig is of niet, dan is het voorstel niet aangenomen. 4 artikel 5 derde lid Is een voorstel door staking van de stemmen niet aangenomen, dan wordt over het voorstel beslist bij bindend advies dat uitgebracht wordt door een door het algemeen bestuur aan te wijzen commissie bestaande uit drie onafhankelijke deskundigen. Één van de onafhankelijke deskundigen wordt bij gewone meerderheid van stemmen door de leden als bedoeld inbenoemd. Het lid als bedoeld in artikel 5 tweede lid benoemt één onafhankelijke deskundige. Beide op deze wijze benoemde onafhankelijke deskundigen benoemen tezamen de derde onafhankelijke deskundige. 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 01-04-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 16, vijfde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem als lid heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor de uitoefening van zijn lidmaatschap. Onverminderdgeeft een lid van het algemeen bestuur binnen twee maanden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van het college dat hem als lid heeft aangewezen, gevraagde inlichtingen, tenzij dit in strijd is met het algemeen belang. Het afleggen van verantwoording geschiedt volgens door de betrokken raad nader te stellen regels. Het door de Minister aangewezen lid is aan de Minister verantwoording verschuldigd voor de uitoefening van zijn lidmaatschap. 2 artikelen 49 50 van de Gemeentewet Een lid van het algemeen bestuur kan door het college dat hem heeft benoemd ontslagen worden. Op de procedure van het ontslag van een dergelijk lid zijn deenvan overeenkomstige toepassing. Het door de Minister aangewezen lid kan door de Minister worden ontslagen. 3 artikel 16, vijfde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen Onverminderdgeeft het dagelijks bestuur binnen twee maanden mondeling of schriftelijk de door een raadslid van een deelnemende gemeente gevraagde inlichtingen, tenzij dit in strijd is met het algemeen belang. Het dagelijks bestuur verstrekt deze inlichtingen tevens aan het algemeen bestuur en de raden van de overige deelnemende gemeenten. Het door de Minister aangewezen lid geeft de Minister mondeling of schriftelijk zo spoedig mogelijk de door de Minister gevraagde inlichtingen. 4 Over al hetgeen het Schap betreft verstrekt het dagelijks bestuur de deelnemers desgevraagd en binnen drie maanden na dat verzoek, inlichtingen, tenzij het verstrekken van inlichtingen in strijd is met de zorgvuldigheid of met het openbaar belang. 2021 47639 02-12-2021 19-11-2021 IENW/BSK-2021/257386 2021 47639 02-12-2021 19-11-2021 IENW/BSK-2021/257386 03-12-2021 01-01-2021
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening Het algemeen bestuur is bij uitsluiting bevoegd, welke bevoegdheid door de colleges aan het schap is overgedragen, ter zake van de behandeling van en de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding als bedoeld in, doch uitsluitend voor zover deze schade voortvloeit uit het onherroepelijke tracébesluit en/of daaruit rechtstreeks voortvloeiende bestuursbesluiten en rechtmatige uitvoeringshandelingen. 2 artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 22 van de Tracéwet Het algemeen bestuur is bij uitsluiting bevoegd ter zake van de behandeling van en de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding op basis vanen, welke bevoegdheden door de Minister zijn overgedragen, doch uitsluitend voor zover deze schade voortvloeit uit het onherroepelijke tracébesluit en daaruit rechtstreeks voortvloeiende bestuursbesluiten en rechtmatige uitvoeringshandelingen. 3 Het algemeen bestuur kan de bevoegdheden, zoals vermeld in lid 1 en 2, mandateren aan de voorzitter. 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 25-03-2020 Artikel II van Stcrt. 2020/16057 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 9 Op de behandeling van en de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding als bedoeld inis de door het algemeen bestuur vast te stellen nadeelcompensatieverordening van toepassing. 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 01-04-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het dagelijks bestuur bestaat uit tenminste drie leden, te weten de voorzitter, het door de Minister aangewezen lid van het algemeen bestuur, en ten minste één ander door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen lid. 2 Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem. 3 Het door de Minister benoemde lid van het dagelijks bestuur wordt benoemd voor onbepaalde tijd. De overige leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen voor een zittingsduur van vier jaar. Zij treden af wanneer de zittingsperiode in het college afloopt of wanneer zij ophouden voorzitter van het college te zijn. 4 Het algemeen bestuur besluit in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van door het algemeen bestuur aan te wijzen leden van het dagelijks bestuur en de plaatsvervangers daarvan. Aftredende leden van het dagelijks bestuur kunnen opnieuw als lid van het dagelijks bestuur aangewezen worden. 5 Het lid dat ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 6 artikel 6, zesde lid Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen 6 maanden, een nieuw lid aan. Wanneer de ontstane vacature gepaard gaat met een vacature in het algemeen bestuur, dan vangt de termijn van 6 maanden aan op het moment dat het dagelijks bestuur de mededeling als bedoeld in, ontvangt. 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 25-03-2020 Artikel II van Stcrt. 2020/16057 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het dagelijks bestuur is belast met: a. de voorbereiding van alles waarover in de vergadering van het algemeen bestuur zal worden beraadslaagd en besloten; b. de zorg voor de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur; c. het beheren van de inkomsten en uitgaven van het Schap; d. de zorg voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; e. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit; f. het verstrekken van inlichtingen aan de deelnemers aan deze regeling. 2 artikel 56 Gemeentewet Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt of indien een ander lid van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, heeft verzocht. In het laatste geval wordt de vergadering binnen drie weken gehouden. Op de vergadering van het dagelijks bestuur isvan overeenkomstige toepassing. 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 01-04-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De leden van het dagelijks bestuur zijn, te zamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur en beleid. 2 artikel 16, vijfde lid, Wet gemeenschappelijk regelingen Onverminderdgeven zij schriftelijk of mondeling aan het algemeen bestuur de door één of meer leden van het algemeen bestuur gewenste inlichtingen. 2016 56276 09-12-2016 07-11-2016 IENM/BSK-2016/233169 2016 56276 09-12-2016 07-11-2016 IENM/BSK-2016/233169 10-12-2016 01-01-2016
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Een lid van het dagelijks bestuur kan ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mede aan het college of de Minister die hem in het algemeen bestuur benoemd heeft. 2 Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur ontslagen worden. Het lid van het dagelijks bestuur dat is aangewezen door de Minister kan niet door het algemeen bestuur ontslagen worden, maar alleen door de Minister. 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 25-03-2020 Artikel II van Stcrt. 2020/16057 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De voorzitter van het algemeen bestuur wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen bij meerderheid van stemmen. 2 De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. 3 Het algemeen bestuur wijst één lid van het dagelijks bestuur bij meerderheid van stemmen aan als plaatsvervangend- voorzitter. De voorzitter kan niet tevens plaatsvervangend-voorzitter zijn. De plaatsvervangend-voorzitter vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid. 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 01-04-1998
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2 De voorzitter is belast met de uitvoering van besluiten van het dagelijks bestuur en tekent de stukken die van het algemeen bestuur en/of dagelijks bestuur uitgaan. 3 artikel 9 lid 3 De voorzitter neemt, indien het algemeen bestuur hem daartoe overeenkomstigheeft gemandateerd, de besluiten op verzoeken om schadevergoeding. 4 De voorzitter vertegenwoordigt het Schap in en buiten rechte. Hij kan een door hem aan te wijzen persoon machtigen om deze vertegenwoordiging namens hem uit te oefenen. Aan deze machtiging kan de voorzitter voorwaarden verbinden. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een geding waarbij het Schap is betrokken, oefent de plaatsvervangend-voorzitter de in dit lid bedoelde bevoegdheid uit. 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 01-04-1998
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 9 Het algemeen bestuur kan een uitvoeringsorgaan instellen dat belast wordt met de voorbereiding en uitvoering van de op grond vangenoemde beslissingen. Het uitvoeringsorgaan is over de wijze waarop het zijn taken vervult verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur. 2 Het uitvoeringsorgaan wordt door het algemeen bestuur samengesteld uit een voordracht van door de Minister en de colleges aangewezen personen. 3 De leden van het uitvoeringsorgaan zijn ieder afzonderlijk verantwoording verschuldigd aan zowel het dagelijks bestuur als het algemeen bestuur. 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 25-03-2020 Artikel II van Stcrt. 2020/16057 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De Minister stelt, gehoord het dagelijks bestuur, de bestuursorganen van het Schap voldoende ondersteuning, waaronder een secretaris, ter beschikking. De secretaris woont de vergaderingen van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en het uitvoeringsorgaan bij. 2 De secretaris ondertekent mede alle stukken die van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en het uitvoeringsorgaan uitgaan. 3 De Minister benoemt, gehoord het dagelijks bestuur, tevens een plaatsvervangend-secretaris die de secretaris vervangt bij diens afwezigheid. 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 01-04-1998
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 9 De met de uitoefening van de ingenoemde bevoegdheden gemoeide kosten komen ten laste van het Rijk. 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 01-04-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer van de bescheiden van de Minister zijn van overeenkomstige toepassing op de zorg, de bewaring en het beheer van de bescheiden van het Schap. 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 01-04-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 23 Een deelnemer kan uittreden bij besluit van het college van de betrokken gemeente, onderscheidenlijk bij besluit van de Minister. Het besluit tot uittreding treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking van het besluit. Besluit de Minister uit te treden dan is dit een besluit tot tussentijdse opheffing als bedoeld in. 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 25-03-2020 Artikel II van Stcrt. 2020/16057 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Tot wijziging van of toetreding tot de regeling wordt op voorstel van het algemeen bestuur besloten door de colleges en de Minister. 2 Een wijziging van of toetreding tot de regeling komt tot stand als het in het eerste lid bedoelde voorstel is aanvaard door de colleges van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten en de Minister. 3 Het besluit tot wijziging treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking van het besluit. 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 2020 16057 24-03-2020 22-03-2020 IENW/BSK-2018/98566 25-03-2020 Artikel II van Stcrt. 2020/16057 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De regeling eindigt 1 januari 2026. Tot eerdere opheffing of verlenging van de regeling kan worden besloten op voorstel van het algemeen bestuur door de colleges en de Minister. 2 Een besluit tot opheffing of verlenging is tot stand gekomen zodra het in het eerste lid bedoelde voorstel is aanvaard door de colleges van tenminste twee derden van de deelnemende gemeenten, en de Minister. 3 Het besluit tot tussentijdse opheffing of beëindiging treedt in werking één jaar na de bekendmaking van het besluit. 4 Het algemeen bestuur regelt de gevolgen, daaronder in ieder geval begrepen de financiële gevolgen, van de beëindiging, de verlenging en de tussentijdse opheffing van de regeling. In alle gevallen van beëindiging of tussentijdse opheffing vervalt een eventueel batig saldo aan de Staat der Nederlanden. 5 Ingeval van beëindiging of tussentijdse opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarbij tevens een liquidatieplan vast. Dit liquidatieplan behoeft de goedkeuring van de Minister. 6 Zo nodig blijven de bestuursorganen van het Schap ook na het tijdstip van beëindiging of tussentijdse opheffing in functie totdat de liquidatie van het Schap is voltooid. 2021 47639 02-12-2021 19-11-2021 IENW/BSK-2021/257386 2021 47639 02-12-2021 19-11-2021 IENW/BSK-2021/257386 03-12-2021 01-01-2021
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 26, tweede lid, Wet gemeenschappelijke regelingen De invoorgeschreven bekendmaking van de regeling, alsmede van de besluiten tot uittreding, wijziging, toetreding, beëindiging, verlenging of tussentijdse opheffing geschiedt door de Minister. 2016 56276 09-12-2016 07-11-2016 IENM/BSK-2016/233169 2016 56276 09-12-2016 07-11-2016 IENM/BSK-2016/233169 10-12-2016 01-01-2016
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 1 onder f) artikel 27, tweede lid, Wet gemeenschappelijke regelingen (oud) Deze regeling treedt in werking op de datum van vaststelling van het eerste tracébesluit als bedoeld in, en in ieder geval uiterlijk op de eerste dag van de maand na die waarin zij is opgenomen in het register bedoeld in. 2016 56276 09-12-2016 07-11-2016 IENM/BSK-2016/233169 2016 56276 09-12-2016 07-11-2016 IENM/BSK-2016/233169 10-12-2016 01-01-2016
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Deze regeling kan worden aangehaald als ’Gemeenschappelijke regeling schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4’. Zij zal in de Staatscourant worden gepubliceerd. 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 1998 70 14-04-1998 07-04-1998 01-04-1998