Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten
- BWB-id
- BWBR0009851
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2007-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009851
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/kaderregeling-subsidi-ring-natuurprojecten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/kaderregeling-subsidi-ring-natuurprojecten/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009851&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009851&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009851/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/kaderregeling-subsidi-ring-natuurprojecten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; b. project: geheel van activiteiten gericht op één of meer concrete resultaten op het gebied van natuur, bos of landschap; c. thema: beleidscategorie op het gebied van natuur, bos of landschap. 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 23-08-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De minister kan op aanvraag subsidies verstrekken voor projecten die een bijdrage leveren aan de realisering van één of meer van de doelstellingen binnen een thema. 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 23-08-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De minister stelt bij nader besluit vast voor welke thema’s aanvragen voor subsidie kunnen worden ingediend, en geeft daarbij voor elk thema aan: a. de beoordelingsmaatstaven; b. wie een aanvraag kunnen indienen; c. de subsidiabele kosten; d. het percentage van de subsidiabele kosten dat voor subsidie in aanmerking komt, dan wel een vast bedrag; e. de periode waarin de aanvraag ingediend kan worden, en f. bij welke instantie de aanvraag wordt ingediend. 2 De minister kan voor een thema bij nader besluit instellingen aanwijzen aan welke hij bij uitsluiting subsidie verstrekt. 3 De minister kan voor een thema jaarlijks een subsidieplafond vaststellen. 4 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht De minister verdeelt het beschikbare bedrag naar de datum van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtensde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt. 5 De minister geeft van de besluiten, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, kennis in de Staatscourant. 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 23-08-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Geen subsidie wordt verstrekt voor projecten waarmee reeds een aanvang is gemaakt alvorens de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk is bevestigd. 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 23-08-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Subsidie kan worden verleend voor ten minste één tijdvak van een jaar en ten hoogste vijf aaneengesloten tijdvakken van een jaar. 1998 248 28-12-1998 23-12-1998 TRCJZ/1998/1724 1998 248 28-12-1998 23-12-1998 TRCJZ/1998/1724 30-12-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een aanvraag tot verlening van subsidie gaat vergezeld van een projectplan. 2 Het projectplan houdt in ieder geval het volgende in: a. een beschrijving van het project, waarin is opgenomen een probleemanalyse, het doel van het project, de noodzaak van het project alsmede de noodzaak van de kosten; b. een sluitende begroting voor het project alsmede een toelichting daarop. Indien het een meerjarig project betreft dient de begroting een meerjarenbegroting te zijn met een liquiditeitsplanning per jaar; c. de realisatietermijn. 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 23-08-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De minister geeft een beschikking omtrent subsidieverlening binnen drie maanden na afloop van de desbetreffende aanvraagperiode. 2 Voorzover bij nader besluit is bepaald dat aanvragen gedurende het gehele kalenderjaar kunnen worden ingediend, beslist de minister omtrent subsidieverlening binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag. 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 23-08-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Indien de uitvoering van het project langer is dan één jaar, rapporteert de subsidieontvanger tenminste eenmaal per jaar op een door de minister te bepalen wijze omtrent de voortgang van het project. 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 23-08-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De minister kan de subsidieontvanger op diens verzoek voorschotten verstrekken van ten hoogste 80% van het bedrag vermeld in de beschikking tot subsidieverlening. 2 In bijzondere gevallen kan de minister de subsidieontvanger op diens verzoek voorschotten verstrekken van ten hoogste 95% van het bedrag vermeld in de beschikking tot subsidieverlening. 3 Ingeval subsidie is verleend voor meerdere aaneengesloten tijdvakken van een jaar, kan per tijdvak één voorschot worden verstrekt, met dien verstande dat het in het eerste dan wel tweede lid genoemde percentage naar rato wordt verdeeld over de onderscheiden tijdvakken. 4 De minister kan naar aanleiding van een ontvangen aanvraag tot voorschotverlening de subsidieontvanger verzoeken een overzicht van de liquiditeitsbehoefte te overleggen. 1998 248 28-12-1998 23-12-1998 TRCJZ/1998/1724 1998 248 28-12-1998 23-12-1998 TRCJZ/1998/1724 30-12-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Voorzover de subsidie is verleend voor één tijdvak van een jaar, dient de subsidieontvanger binnen twee maanden na afloop van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in. 2 Voorzover de subsidie is verleend voor meerdere aaneengesloten tijdvakken van een jaar, dient de subsidieontvanger telkens binnen twee maanden na afloop van een tijdvak van een jaar een aanvraag tot subsidievaststelling over dat tijdvak in, met dien verstande dat na het laatste tijdvak de aanvraag wordt ingediend binnen twee maanden na afloop van het project. 1998 248 28-12-1998 23-12-1998 TRCJZ/1998/1724 1998 248 28-12-1998 23-12-1998 TRCJZ/1998/1724 30-12-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien de totale subsidiabele kosten meer bedragen dan € 22.689,01 gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld inwaaruit blijkt dat voldaan is aan de bij of krachtens deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen. 2 bijlage 1 De goedkeurende accountantsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig de inopgenomen model-accountantsverklaring. 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 23-08-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikelen 10 11 De minister geeft binnen drie maanden na ontvangst van de inenbedoelde bescheiden een beschikking omtrent subsidievaststelling. 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 23-08-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 23-08-1998
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling wordt aangehaald als: Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 1998 158 21-08-1998 20-08-1998 J.985852 23-08-1998
Artikel 11#
artikel 11, tweede lid van de Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten