Regeling beëdiging ambtenaren
- BWB-id
- BWBR0009844
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2015-11-13 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009844
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-be-diging-ambtenaren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-be-diging-ambtenaren/2015-11-13
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009844&g=2015-11-13
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009844&z=2026-06-06&g=2015-11-13
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009844/2015-11-13
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-be-diging-ambtenaren
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 51 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement In deze regeling wordt verstaan onder eed of belofte: de eed of belofte als bedoeld in, af te leggen volgens het formulier zoals dat als bijlage is vastgesteld bij het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken, Staatscourant 18 mei 1998, nr 92. 1998 184 28-09-1998 12-08-1998 PZ98/863 1998 184 28-09-1998 12-08-1998 PZ98/863 30-09-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De ambtenaar die aangesteld of te werk gesteld wordt bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, legt de eed of belofte af. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de ambtenaar reeds eerder in het kader van een aanstelling of tewerkstelling bij het Rijk, de eed of belofte heeft afgelegd. 1998 184 28-09-1998 12-08-1998 PZ98/863 1998 184 28-09-1998 12-08-1998 PZ98/863 30-09-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De eed of belofte wordt zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen drie maanden na aanstelling of tewerkstelling afgelegd. De ambtenaar ontvangt daartoe een oproep. 2 Bij het aanstellingsgesprek wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld de voorkeur aan te geven voor de eed dan wel de belofte. 2015 40289 12-11-2015 09-11-2015 2015-0000647318 2015 40289 12-11-2015 09-11-2015 2015-0000647318 13-11-2015
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De eed of belofte wordt afgelegd ten overstaan van het bevoegd gezag. 2 De eed of belofte wordt afgelegd in aanwezigheid van een getuige die, al naar gelang bovengenoemde situatie, wordt aangewezen door het bevoegd gezag. 3 In afwijking van het eerste lid, onder a, en het tweede lid wordt voor de ambtenaren wier standplaats is gelegen buiten Den Haag de bevoegdheid tot het afnemen van de eed of belofte en de aanwijzing van de getuige gemandateerd aan de directeur waaronder zij ressorteren. 2015 40289 12-11-2015 09-11-2015 2015-0000647318 2015 40289 12-11-2015 09-11-2015 2015-0000647318 13-11-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 1 Het afleggen van de eed geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier, bedoeld in, door degene ten overstaan van wie de eed wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: ’Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’. 2 artikel 1 Het afleggen van de belofte geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier, bedoeld in, door degene ten overstaan van wie de belofte wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: ’Dat verklaar en beloof ik’. 3 De eed wordt staande afgelegd, waarbij de ambtenaar de twee voorste vingers van de rechterhand opsteekt. De belofte wordt staande afgelegd, zonder handopsteken. 1998 184 28-09-1998 12-08-1998 PZ98/863 1998 184 28-09-1998 12-08-1998 PZ98/863 30-09-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het eed/belofte formulier, in tweevoud opgemaakt, wordt door de ambtenaar, de getuige en degene ten overstaan van wie de eed/belofte wordt afgelegd, ondertekend. 2 De ambtenaar ontvangt een exemplaar, het andere exemplaar wordt in het personeelsdossier van de ambtenaar opgeborgen. 1998 184 28-09-1998 12-08-1998 PZ98/863 1998 184 28-09-1998 12-08-1998 PZ98/863 30-09-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 2, tweede lid De ambtenaar aangesteld dan wel te werkgesteld bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties, die geen eed of belofte heeft afgelegd en op wie, niet van toepassing is, legt alsnog zo spoedig mogelijk de eed of belofte af volgens het gestelde in deze regeling. 1998 184 28-09-1998 12-08-1998 PZ98/863 1998 184 28-09-1998 12-08-1998 PZ98/863 30-09-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1998 184 28-09-1998 12-08-1998 PZ98/863 1998 184 28-09-1998 12-08-1998 PZ98/863 30-09-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beëdiging ambtenaren. 1998 238 11-12-1998 18-11-1998 PZ98/57734 1998 238 11-12-1998 18-11-1998 PZ98/57734 13-12-1998