Regeling bemonstering en analyse overige organische meststoffen
- BWB-id
- BWBR0009294
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-01-01 t/m 2007-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009294
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-bemonstering-en-analyse-overige-organische-meststof
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-bemonstering-en-analyse-overige-organische-meststof/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009294&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009294&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009294/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-bemonstering-en-analyse-overige-organische-meststof
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze regeling neemt de terminologie over van het Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen en verstaat voorts onder: a. het Besluit: het Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen; b. overige organische meststoffen: Besluit zuiveringsslib, compost en zwarte grond als bedoeld in het; c. bemonstering: bemonstering van overige organische meststoffen of de bodem als bedoeld in de artikelen 8 en 16 van het Besluit; d. analyse: analyse van monsters van overige organische meststoffen of bodemmonsters als bedoeld in de artikelen 8 en 16 van het Besluit; e. Rijkstoezichthouder: de directeur van het Rijkskwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwprodukten (RIKILT); f. de Stichting: de Stichting voor de Erkenning van Laboratoria en inspectie-instellingen (STERLAB) te Rotterdam; g. onderzoekslaboratorium: laboratorium waar analyse van monsters van overige organische meststoffen en van bodemmonsters plaatsvindt; h. partij: een hoeveelheid van eenzelfde soort overige organische meststoffen, die een eenheid vormt en waarvan wordt aangenomen dat deze uniforme eigenschappen of hoedanigheden bezit; i. tapmonster: een door middel van aftappen uit een bewegende stroom uit een partij genomen hoeveelheid; j. steekmonster: een door het nemen van één of meer grepen op een punt uit de partij of uit de bodem genomen hoeveelheid; k. inzendmonster: een monster dat uit tapmonsters of steekmonsters is vervaardigd en dat aan het onderzoeks-laboratorium wordt ingezonden; l. laboratoriummonster: bijlage I monster dat uit een inzendmonster is vervaardigd door homogenisering en proportionering overeenkomstig de bij deze regeling behorende; m. analysemonster: bijlage I monster dat uit een laboratoriummonster is vervaardigd door een voorbehandeling uit te voeren als bedoeld in de bij deze regeling behorende; n. monsterontsluiting: het zodanig bewerken van analysemonsters door middel van chemische destructie dat in het aldus ontstane destruaat chemische analyse ter bepaling van de gehalten aan de analyten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit, en, wat monsters van compost betreft, van het gehalte aan stikstof mogelijk is; o. monsteranalyse: bijlage I het analyseren van het destruaat op de gehalten aan de analyten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit, en, wat monsters van compost betreft, op het gehalte aan stikstof, volgens de analysemethode, bedoeld inbij deze regeling. 1998 99 29-05-1998 J.983835 1998 99 29-05-1998 J.983835 31-10-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Een onderzoekslaboratorium moet zijn erkend door de Stichting en na erkenning periodiek worden gecontroleerd door de Stichting, overeenkomstig het door de Stichting ten behoeve van de erkenning van laboratoria gehanteerde systeem. 1998 99 29-05-1998 J.983835 1998 99 29-05-1998 J.983835 31-10-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een onderzoekslaboratorium dient zich te registreren bij de Rijkstoezichthouder. 2 artikel 2 De registratie dient te geschieden door middel van het doen toekomen aan de Rijkstoezichthouder van een formulier, overeenkomstig het model in de bij deze regeling behorende bijlage II; het formulier dient vergezeld te gaan van een gewaarmerkt afschrift van het document waaruit de inbedoelde erkenning blijkt. 3 Indien aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden is voldaan ontvangt het onderzoekslaboratorium van de Rijkstoezichthouder een bevestiging van ontvangst, overeenkomstig het model in de bij deze regeling behorende bijlage II, welke geldt als bewijs van registratie. 4 artikel 4 De registratie wordt ingetrokken indien het laboratorium na de inbedoelde periode niet in het bezit is van een erkenning van de Stichting, dan wel indien de erkenning van het onderzoekslaboratorium door de Stichting wordt ingetrokken, dan wel indien het onderzoekslaboratorium naar het oordeel van de Rijkstoezichthouder niet naar behoren aan de bij deze regeling gestelde voorschriften voldoet. 5 Het in het tweede en derde lid bedoelde formulier ligt ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en is op verzoek verkrijgbaar bij de Dienst Regelingen te Assen. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 Voor een onderzoekslaboratorium dat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet in het bezit is van de inbedoelde erkenning, geldt voor het verkrijgen van een zodanige erkenning een periode van twee jaren, te rekenen vanaf dat tijdstip, gedurende welke het onderzoekslaboratorium onverkort moet voldoen aan de bij of krachtens het Besluit gestelde regels omtrent het verrichten van bemonsteringen en analyses. 1998 99 29-05-1998 J.983835 1998 99 29-05-1998 J.983835 31-10-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 bijlage I Bemonstering en analyse van overige organische meststoffen, alsmede toetsing van de analysegegevens, dienen te geschieden volgens de voorschriften en methoden, opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2 bijlage I Bemonstering en analyse van de bodem, alsmede toetsing van de analysegegevens, dienen te geschieden volgens de voorschriften en methoden, opgenomen in de bij deze regeling behorende. 1998 99 29-05-1998 J.983835 1998 99 29-05-1998 J.983835 31-10-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Naar aanleiding van de analyse van een monster van overige organische meststoffen wordt een analyserapport opgemaakt, waarin ten minste is opgenomen: de naam van de producent van de overige organische meststoffen; het gehalte aan stikstof in compost, alsmede de samenstelling en de eigenschappen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit, van de onderzochte overige organische meststoffen; Besluit of al dan niet aan de eisen die hetstelt met betrekking tot de samenstelling van overige organische meststoffen is voldaan; de naam van het onderzoekslaboratorium dat de analyse heeft verricht. 2 Het onderzoekslaboratorium zendt een afschrift van het analyserapport aan de Rijkstoezichthouder. 1998 99 29-05-1998 J.983835 1998 99 29-05-1998 J.983835 31-10-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Naar aanleiding van de analyse van een monster van de bodem wordt een analyserapport opgemaakt, waarin ten minste is opgenomen: een kadastrale of topografische aanduiding van het perceel waarop de bemonstering werd verricht; de naam van degene die zuiveringsslib dan wel compost op het betreffende perceel gebruikt; Besluit behorende bijlage IV de hoedanigheid en samenstelling van de bodem van het betreffende perceel, als bedoeld in de bij het; Besluit of de bodem al dan niet voldoet aan de eisen die hetin verband met het gebruik van zuiveringsslib en compost daarop stelt; de naam van het onderzoekslaboratorium dat de analyse heeft verricht. 2 Artikel 6, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 1998 99 29-05-1998 J.983835 1998 99 29-05-1998 J.983835 31-10-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De kosten verbonden aan monsterneming en analyse van overige organische meststoffen dan wel de bodem zijn voor rekening van de producent respectievelijk de gebruiker van de overige organische meststoffen. 1998 99 29-05-1998 J.983835 1998 99 29-05-1998 J.983835 31-10-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De artikelen van deze regeling treden in werking op een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 1998 99 29-05-1998 J.983835 1998 99 29-05-1998 J.983835 31-10-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De Regeling van 25 juni 1992 (Stcrt. 122), houdende Regeling bemonstering en analyse overige organische meststoffen, wordt ingetrokken. 1998 99 29-05-1998 J.983835 1998 99 29-05-1998 J.983835 31-10-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bemonstering en analyse overige organische meststoffen. 1998 99 29-05-1998 J.983835 1998 99 29-05-1998 J.983835 31-10-1998