Regeling eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen
- BWB-id
- BWBR0009876
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2008-11-25
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009876
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-eigen-bijdrage-asielzoekers-met-inkomen-en-vermogen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-eigen-bijdrage-asielzoekers-met-inkomen-en-vermogen/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009876&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009876&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009876/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-eigen-bijdrage-asielzoekers-met-inkomen-en-vermogen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 17, tweede lid, van de Rva 1997 Tot de aan de alleenstaande of het gezin feitelijk geboden verstrekkingen, bedoeld in, worden gerekend: a. de aan of ten behoeve van de alleenstaande of het gezin verstrekte financiële toelage ten behoeve van voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven en de in natura verstrekte maaltijden; b. het onderdak in een opvangcentrum of de financiële toelage ten behoeve van de huisvesting buiten een opvangcentrum. 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 04-09-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 17, tweede lid, van de Rva 1997 De economische waarde per maand, bedoeld in, bedraagt: a. artikel 1, onder a artikel 11, tweede lid, van de Rva 1997 van de verstrekkingen bedoeld in: de toelage bedoeld in, die aan of ten behoeve van de alleenstaande of het gezin wordt of zou worden verstrekt voor het volledig zelf verzorgen van maaltijden, vermenigvuldigd met de factor 4,33; b. artikel 1, onder b van de verstrekkingen bedoeld in: f 100,- voor een alleenstaande of eerste gezinslid, f 50,-, voor het tweede gezinslid en f 25,- per volgend gezinslid, vermenigvuldigd met de factor 4,33, tot een maximum van € 393,43. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 5125491/01/06 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 5125491/01/06 01-01-2002 De wijzigingsopdracht voor artikel 2 is niet geheel juist.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 17, tweede lid, van de Rva 1997 artikel 2 De tegemoetkoming bedoeld in, is per maand gelijk aan de in aanmerking te nemen middelen van de alleenstaande of het gezin tot een maximum van de economische waarde van de verstrekkingen bedoeld in. 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 04-09-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 Tot de middelen bedoeld inworden gerekend alle vermogens- en inkomensbestandsdelen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. 2 Niet tot de middelen van de belanghebbende worden gerekend: a. kinderbijslag; b. vergoedingen en tegemoetkomingen voor verwervingskosten, alsmede de vermindering of teruggave van loonbelasting of inkomstenbelasting en van premies volksverzekeringen voor verwervingskosten die de in artikel 37 van de Wet op de inkomstenbelasting genoemde bedragen te boven gaan; c. artikel 9, onder b, c, en d rente ontvangen over op grond van, niet in aanmerking genomen vermogen; d. artikel 5 van de Rva 1997 een uitkering in verband met geleden immateriële schade voor zover dit, gelet op de aard en de hoogte van de uitkering, uit een oogpunt van het verlenen van verstrekkingen als bedoeld in, verantwoord is; e. inkomsten uit of in verband met arbeid tot € 71,70 per maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in totaal € 131,60 per maand. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 5125491/01/06 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 5125491/01/06 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 5 van de Rva 1997 Bij de vaststelling van de middelen worden giften van instellingen en personen niet in aanmerking genomen voor zover dit, gezien de bestemming en de hoogte van de giften, uit een oogpunt van het verlenen van verstrekkingen als bedoeld in, verantwoord is. 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 04-09-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De middelen worden in aanmerking genomen tot het bedrag dat resteert na aftrek van: a. de daarover door de belanghebbende verschuldigde loonbelasting of inkomstenbelasting; b. de daarover door de belanghebbende verschuldigde premies volksverzekeringen en ziekenfondspremie dan wel een inhouding die met een of meer van deze premies overeenkomt; c. ten laste van de belanghebbende komende verplichte bijdragen ingevolge een pensioenregeling en daarmee vergelijkbare regelingen; en d. andere ten laste van de belanghebbende komende verplichtingen. 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 04-09-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 paragraaf 1 Onder inkomen wordt verstaan de op grond vanin aanmerking genomen middelen voor zover deze: a. Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek betreffen inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, sociale zekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van, teruggave van loonbelasting en premies volksverzekeringen, dan wel naar hun aard met deze inkomsten of uitkeringen overeenkomen; b. betrekking hebben op een periode waarover beroep op opvang wordt gedaan. 2 Middelen die het karakter hebben van uitgesteld inkomen worden in aanmerking genomen naar de periode waarin deze zijn verworven. Middelen die het karakter hebben van doorbetaling van inkomen over een periode worden in aanmerking genomen naar de periode waarin deze te gelde kunnen worden gemaakt. 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 04-09-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Onder het vermogen wordt verstaan: a. de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande of het gezin bij de aanvang van de opvang beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de op dat tijdstip aanwezige schulden; b. paragraaf 1 artikel 7 de op grond van de inin aanmerking genomen middelen die worden ontvangen tijdens de periode waarover beroep op opvang wordt gedaan, voor zover deze geen inkomen zijn als bedoeld in. 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 04-09-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen: a. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn; b. artikel 17, tweede lid, van de Rva 1997 het bij de aanvang van de opvang aanwezige vermogen voor zover dit minder bedraagt dan de vermogensgrens als genoemd in; c. artikel 17, tweede lid, van de Rva 1997 vermogen ontvangen tijdens de periode waarover beroep op opvang wordt gedaan, tot het bedrag dat het bij de aanvang van de opvang aanwezige vermogen minder bedroeg dan de vermogensgrens, genoemd in; d. spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin opvang wordt geboden; e. artikel 5 van de Rva 1997 een uitkering in verband met geleden immateriële schade voor zover dit, gelet op de aard en de hoogte van de uitkering, vanuit een oogpunt van het verlenen van verstrekkingen als bedoeld in, verantwoord is. 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 04-09-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Artikel 1, eerste lid, onderdeel c en d, van de Rva 1997 is van overeenkomstige toepassing. 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 04-09-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling treedt in werking de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 04-09-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling wordt aangehaald als Regeling eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen, afgekort als Reba. 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 1998 166 02-09-1998 31-08-1998 711926/98/DVB 04-09-1998