Regeling, houdende regels voor de aanwijzing van ambtenaren van de Scheepvaartinspectie belast met de uitoefening van havenstaatcontrole, alsmede met betrekking tot de wijze waarop deze ambtenaren hun taak ingevolge de Wet havenstaatcontrole uitoefenen
- BWB-id
- BWBR0009630
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2010-12-31 t/m 2010-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009630
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-havenstaatcontrole
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-havenstaatcontrole/2010-12-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009630&g=2010-12-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009630&z=2026-06-06&g=2010-12-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009630/2010-12-31
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-havenstaatcontrole
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Wet havenstaatcontrole wet: de; b. richtlijn nr. 1999/95/EG richtlijn nr. 1999/95/EG :van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 december 1999 betreffende de handhaving van de bepalingen inzake de arbeidstijd van zeevarenden aan boord van schepen die havens in de Gemeenschap aandoen (PbEG 2000, L 14); c. richtlijn nr. 2008/106/EG: richtlijn nr. 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 inzake het minimum opleidingsniveau van zeevarenden (PbEU L 323); d. SIRENAC-informatiesysteem: het in het kader van het MOU ontwikkelde gemeenschappelijke elektronische informatiesysteem ten behoeve van de verzameling en de uitwisseling van inspectiegegevens; e. verordening (EG) nr. 782/2003: verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen (PbEU L 115); f. verordening (EG) nr. 536/2008: verordening (EG) nr. 536/2008 van de Commissie van 13 juni 2008 ter uitvoering van artikel 6, lid 3, en artikel 7 van Verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen en tot wijziging van die verordening (PbEU L 156). 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1, onder k, van de wet De aanwijzing, bedoeld inkan plaatsvinden indien de desbetreffende ambtenaar voldoet aan tenminste de eisen van bijlage VII van de richtlijn. 1998 97 27-05-1998 19-05-1998 DGG/J-98004507 1998 97 27-05-1998 19-05-1998 DGG/J-98004507 01-06-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het totale aantal inspecties dat de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat jaarlijks verrichten bedraagt ten minste 25% van het gemiddelde jaarlijkse aantal afzonderlijke schepen die de Nederlandse havens hebben aangedaan, berekend op basis van de laatste drie kalenderjaren waarvoor statistieken beschikbaar zijn. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat onderwerpen elk schip met een prioriteitsfactor van meer dan 50 volgens het SIRENAC-informatiesysteem, dat niet aan een uitgebreide inspectie is onderworpen, aan een inspectie op voorwaarde dat een periode van ten minste een maand is verstreken na de laatste inspectie door een andere bij het MOU aangesloten havenstaat. 2 Bij het selecteren van andere schepen voor inspectie bepalen de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat de volgorde als volgt: a. de eerste ter inspectie te selecteren schepen zijn de in bijlage I, deel I, van de richtlijn vermelde schepen, ongeacht hun prioriteitsfactor, b. de in bijlage I, deel II, van de richtlijn vermelde schepen worden geselecteerd in afnemende volgorde, overeenkomstig hun prioriteitsfactor volgens het SIRENAC-informatiesysteem. 3 De door de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat te controleren certificaten en andere documenten, zijn de certificaten en documenten, genoemd in bijlage II van de richtlijn, de documenten genoemd in artikel 4, eerste lid, van richtlijn nr. 1999/95 EG en de certificaten en documenten genoemd in bijlage 4 bij het Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijk aangroeiwerende verfsystemen op schepen (Trb. 2004, 44). 4 richtlijn nr. 1999/95/EG Gegronde redenen voor een nadere inspectie door de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat zijn in elk geval de redenen, genoemd in bijlage III van de richtlijn, alsmede de omstandigheden, genoemd in artikel 4, tweede lid, van. 5 richtlijn nr. 1999/95/EG Bij een inspectie, nadere inspectie of controle volgen de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat de procedures, bedoeld in bijlage IV van de richtlijn, met dien verstande dat daarbij bijlage 1 van het MOU als richtsnoer wordt gehanteerd, alsmede de procedures, bedoeld in artikel 4, tweede lid, vanen in artikel 23 van richtlijn nr. 2008/106/EG. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat onderwerpt een schip dat minder dan zes maanden tevoren door een andere bij het MOU aangesloten havenstaat is geïnspecteerd niet aan een inspectie, nadere inspectie of een controle, indien: a. het schip niet behoort tot een van de categorieën van schepen, genoemd in bijlage I van de richtlijn, b. er geen tekortkomingen zijn gemeld na een vorige inspectie, nadere inspectie of controle, en c. er geen gegronde redenen zijn om het schip aan een inspectie, nadere inspectie of controle te onderwerpen. 2 artikel 4, eerste lid Het eerste lid is niet van toepassing op een inspectie, nadere inspectie of controle met betrekking tot de operationele voorschriften uit een of meer van de verdragen, alsmede op schepen als bedoeld in. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een schip in één van de categorieën van bijlage V, deel A, van de richtlijn komt in aanmerking voor een uitgebreide inspectie na een periode van twaalf maanden na de laatste uitgebreide inspectie in een bij het MOU aangesloten havenstaat. 2 artikel 4, tweede lid artikel 3 van de wet Indien een schip als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig, ter inspectie wordt geselecteerd, wordt een uitgebreide inspectie verricht. In de periode tussen twee uitgebreide inspecties mag echter wel een inspectie overeenkomstigworden verricht. 3 Uitgebreide inspecties vinden plaats volgens de procedures in bijlage V, deel C, van de richtlijn. 2003 214 05-11-2003 27-10-2003 HDJZ/SCH/2003-2015 2003 214 05-11-2003 27-10-2003 HDJZ/SCH/2003-2015 07-11-2003
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 6, eerste lid De exploitant of de kapitein van een schip als bedoeld in, deelt alle in bijlage V, deel B, van de richtlijn vermelde informatie mee aan de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat indien het schip na een periode van twaalf maanden na de laatste uitgebreide inspectie in een bij het MOU aangesloten havenstaat, een Nederlandse haven aandoet. Deze mededeling geschiedt ten minste drie dagen voor de verwachte tijd van aankomst in de haven, of, als de reis naar verwachting minder dan drie dagen in beslag zal nemen, voor het vertrek uit de vorige haven. 2 Indien de exploitant of de kapitein van een schip niet voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, wordt het schip aan een uitgebreide inspectie onderworpen. 2004 134 16-07-2004 08-07-2004 HDJZ/SCH/2004-1676 2004 553 29-10-2004 18-10-2004 01-11-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 4 maart 2004,
houdende wijziging van een aantal wetten op het terrein van de
scheepvaart in verband met de reorganisatie van de inspectiefunctie
binnen het ministerie van Verkeer en Waterstaat in werking treedt.
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b artikel 6a, eerste lid De ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat onderwerpen een schip als bedoeld in, waarvan de prioriteitsfactor volgens het SIRENAC-informatiesysteem 7 of meer bedraagt, aan een uitgebreide inspectie in de eerste Nederlandse haven die het aandoet na een periode van 12 maanden na de laatste uitgebreide inspectie in een bij het MOU aangesloten havenstaat. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 6c — Artikel 6c#
Artikel 6c 1 De ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat kunnen een schip onderwerpen aan een controle als bedoeld in artikel 7 van verordening (EG) nr. 782/2003 en artikel 3 van verordening (EG) nr. 536/2008. 2 Tenzij er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat een schip niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde verordening (EG) nr. 782/2003, blijft de inspectie beperkt tot: a. een verificatie van de documenten die op grond van artikel 6, eerste lid, onder a en b, van de verordening (EG) nr. 782/2003 aan boord dienen te zijn, of b. een beperkte monsterneming van het aangroeiwerende verfsysteem van het schip, zonder afbreuk te doen aan de integriteit, structuur of werking van het aangroeiwerende verfsysteem. 3 Indien er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat het schip niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde verordening (EG) nr. 782/2003, onderwerpt een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat het schip aan een nadere inspectie. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Door de kapitein of de exploitant van een schip wordt ten overstaan van de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat aangetoond dat de tijdens de inspectie, nadere inspectie of controle geconstateerde tekortkomingen in overeenstemming met de verdragen worden verholpen. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a artikel 7 van de wet artikel 9 van de wet In aanvulling op het bepaalde inwordt een schip eveneens aangehouden indien het niet is uitgerust met een functionerend reisgegevens-recordersysteem, terwijl het gebruik daarvan op grond van bijlage XII van de richtlijn voor dat schip verplicht is. Wanneer dit gebrek niet zonder meer in de haven van aanhouding kan worden verholpen, kan de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat het schip toestaan verder te reizen naar de dichtstbijzijnde haven waar het gebrek wel zonder meer kan worden verholpen, of kan hij verlangen dat het gebrek wordt verholpen binnen een termijn van ten hoogste 30 dagen. Daartoe zijn de procedures vanvan toepassing. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 8, derde lid, van de wet Indien een schip is aangehouden, legt de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat bij de kennisgeving ingevolgetevens het inspectierapport over. Bovendien doet hij, indien zulks van belang is, ook mededeling van de aanhouding, onder overlegging van het inspectierapport, aan de aangewezen inspecteurs of de erkende organisaties die verantwoordelijk zijn voor de afgifte van de classificatiecertificaten of de certificaten die namens de vlaggenstaat overeenkomstig de internationale verdragen worden afgegeven. 2 Op de opheffing van de aanhouding is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 9, eerste lid, van de wet Indien sprake is van een situatie als bedoeld in, stelt de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat het betrokken classificatiebureau in kennis van de door hem gestelde en goedgekeurde voorwaarden voor de reis van het schip naar de reparatiewerf. Deze kennisgeving geschiedt in overeenstemming met bijlage 2 van het MOU. 4 Indien een schip, aangehouden in een andere havenstaat dan Nederland, in Nederland bij een reparatiewerf zal worden gerepareerd, stelt de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat de bevoegde autoriteit van de desbetreffende havenstaat in kennis van de maatregelen die in Nederland zijn genomen. 5 Indien het in het vierde lid bedoelde schip zich niet naar de afgesproken reparatiewerf begeeft, waarschuwt een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat onmiddellijk de bevoegde instanties van alle andere bij het MOU aangesloten havenstaten. 6 Indien een aangehouden schip een haven uitvaart zonder te voldoen aan de door de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat gestelde en goedgekeurde voorwaarden, waarschuwt deze onmiddellijk de bevoegde instanties van alle andere bij het MOU aangesloten havenstaten. 7 Indien een havenbeheerder bij de uitoefening van zijn normale taak opmerkt dat een schip tekortkomingen heeft die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid van het schip of een onredelijk groot gevaar opleveren voor schade aan het mariene milieu, stelt hij een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat daarvan onmiddellijk in kennis. 8 artikel 10, derde lid, van de wet Indien een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat op grond van, besluit tot opheffing van de aanhouding van een schip, stelt hij onmiddellijk de bevoegde instanties van alle andere bij het MOU aangesloten havenstaten daarvan in kennis. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a richtlijn nr. 1999/95/EG In de omstandigheden, bedoeld in artikel 3 van, stelt de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat een verslag op ten behoeve van de administratie van de vlaggenstaat van het betrokken schip. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b artikel 1, onderdeel b, onder 6o, van de wet artikel 8, derde lid, van de wet De ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat die een schip aanhoudt wegens overtreding van de internationale voorschriften inzake de arbeids- en rusttijden volgens het verdrag, genoemd in, stelt daarvan, naast de personen en instanties, genoemd in, tevens de exploitant van het betrokken schip in kennis en vermeldt in de kennisgeving tevens welke vereiste corrigerende maatregelen noodzakelijk zijn. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 8c — Artikel 8c#
Artikel 8c verordening (EG) nr. 725/2004 De ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat die een overtreding constateert vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (PbEU L 129), doet daarvan mededeling aan de burgemeester. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 3, derde lid, van de wet Het rapport, bedoeld in, is opgesteld conform bijlage IX van de richtlijn. 2003 214 05-11-2003 27-10-2003 HDJZ/SCH/2003-2015 2003 214 05-11-2003 27-10-2003 HDJZ/SCH/2003-2015 07-11-2003
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 Indien het om operationele redenen niet mogelijk is om een schip met een prioriteitsfactor van meer dan 50 volgens het SIRENAC-informatiesysteem te onderwerpen aan een inspectie of een uitgebreide inspectie, meldt de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat dit terstond aan het SIRENAC-informatiesysteem. 2 Onmogelijkheden tot inspectie als bedoeld in het eerste lid worden elke zes maanden kenbaar gemaakt aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, onder vermelding van de redenen waarom geen inspectie van de betrokken schepen heeft plaatsgevonden. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b 1 artikel 11, eerste en tweede lid, van de wet In aanvulling op het bepaalde inweigert een havenbeheerder, in overeenstemming met de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, eveneens een schip de toegang tot de haven indien dat schip behoort tot een van de categorieën van bijlage XI, deel A, van de richtlijn, en voorts: a. ofwel de vlag voert van een staat die op de zwarte lijst van het jaarrapport van het MOU staat en meer dan tweemaal in de loop van de voorafgaande vierentwintig maanden in een haven van een bij het MOU aangesloten havenstaat is aangehouden; b. ofwel de vlag voert van een staat die op de zwarte lijst van het jaarrapport van het MOU te boek staat als een staat met een zeer hoog risico dan wel een hoog risico en meer dan eenmaal in de loop van de voorgaande zesendertig maanden in een haven van een bij het MOU aangesloten havenstaat is aangehouden. 2 De weigering van toegang geldt zodra een schip toestemming heeft gekregen om de haven te verlaten waar het naargelang van het geval voor een tweede of een derde keer is aangehouden. 3 Artikel 11, vijfde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing. 4 Bij een weigering van toegang ingevolge het eerste lid worden de procedures, opgenomen in bijlage XI, deel B, van de richtlijn toegepast. 2004 134 16-07-2004 08-07-2004 HDJZ/SCH/2004-1676 2004 553 29-10-2004 18-10-2004 01-11-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 4 maart 2004,
houdende wijziging van een aantal wetten op het terrein van de
scheepvaart in verband met de reorganisatie van de inspectiefunctie
binnen het ministerie van Verkeer en Waterstaat in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat is bevoegd de gegevens als bedoeld in artikel 14, eerste en tweede lid, van de richtlijn te verstrekken en te ontvangen. 2 Onder de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval begrepen de gegevens, bedoeld in bijlage 4 van het MOU en de gegevens, bedoeld in bijlage VIII van de richtlijn. 2010 20488 21-12-2010 14-12-2010 VENW/BSK-2010/215169 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Binnenschepenwet, enz. (wijziging benaming inspectiefunctie) (Stb. 2007/176) in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 3 4, eerste lid 5 6 8a 8b De,,,,en, zijn niet van toepassing op vissersvaartuigen. 2 artikelen 4, tweede, derde en vierde lid 9 Deen, zijn niet van toepassing op vissersvaartuigen voorzover de inhoud van deze artikelen zich daartegen verzet. 3 Voor de aanhouding van een vissersvaartuig zijn de onderdelen 2.2, 2.4 tot en met 2.8, 2.10 tot en met 2.13, 3.2.1 tot en met 3.2.9 , 3.2.12, 3.2.14, 3.3, 3.4, 3.5, 3.7, 3.8, 3.9 en 3.10 van bijlage VI van de richtlijn niet van toepassing. 2002 215 07-11-2002 30-10-2002 HDJZ/SCH/2002-912 2002 215 07-11-2002 30-10-2002 HDJZ/SCH/2002-912 09-11-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 richtlijn nr. 1999/95/EG artikelen 2 4, tweede tot en met vijfde lid 5, eerste lid, onderdeel a 6, eerste en derde lid 6a, eerste lid 7a, eerste lid 8a 9 9b, eerste en derde lid 10, tweede lid Een wijziging van de bijlagen I tot en met V en VII tot en met XII van de richtlijn, de artikelen 3 en 4 vanen artikel 23 van richtlijn nr. 2008/106/EG gaat voor de toepassing van de,,,,,,,,, en, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijnen uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven. 2009 69 09-04-2009 27-03-2009 CEND/HDJZ-2009/294sectorSCH 2009 69 09-04-2009 27-03-2009 CEND/HDJZ-2009/294sectorSCH 11-04-2009 23-12-2008
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikelen 4, vijfde lid 8, derde lid 10, tweede lid Een wijziging van bijlage 1, 2 of 4 van het MOU gaat voor de toepassing van de,en, gelden met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging in werking treedt. 2003 214 05-11-2003 27-10-2003 HDJZ/SCH/2003-2015 2003 214 05-11-2003 27-10-2003 HDJZ/SCH/2003-2015 07-11-2003
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 1998. 1998 97 27-05-1998 19-05-1998 DGG/J-98004507 1998 97 27-05-1998 19-05-1998 DGG/J-98004507 01-06-1998
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling havenstaatcontrole Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Willem Witsenplein 6, te ’s-Gravenhage. 1998 97 27-05-1998 19-05-1998 DGG/J-98004507 1998 97 27-05-1998 19-05-1998 DGG/J-98004507 01-06-1998