Regeling IBC-Code Schepenbesluit 1965
- BWB-id
- BWBR0009571
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2000-09-03 t/m 2004-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009571
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-ibc-code-schepenbesluit-1965
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-ibc-code-schepenbesluit-1965/2000-09-03
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009571&g=2000-09-03
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009571&z=2026-06-06&g=2000-09-03
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009571/2000-09-03
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-ibc-code-schepenbesluit-1965
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. IBC-code: de als bijlage bij deze regeling opgenomen International Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk, vastgesteld bij resolutie MSC.4(48) van 17 juni 1983 van de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), zoals deze code laatstelijk is gewijzigd overeenkomstig resolutie MSC.58(67) van 5 december 1996 van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO;. b. chemicaliëntankschip: Schepenbesluit 1965 hetgeen daaronder wordt verstaan in het. 2 In de IBC-Code wordt verstaan onder: a. Chapter II-2 of the 1983 SOLAS amendments: bijlage IV van het Schepenbesluit 1965 hoofdstuk II-2 van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de veiligheid van mensenlevens op zee, 1974, met Bijlagen (Trb. 1976, 157), zoals voor het Koninkrijk uitgevoerd in; b. International Convention on Load Lines: bijlage I van het Schepenbesluit 1965 het op 5 april 1966 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de uitwatering van schepen, 1966, met Bijlagen (Trb. 1966, 275), zoals voor het Koninkrijk uitgevoerd in; c. Marpol 73/78: het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen (Trb. 1975, 147), zoals gewijzigd door het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol van 1978 bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, met Bijlage (Trb. 1978, 188); d. Annex II of Marpol 73/78: Wet voorkoming verontreiniging door schepen Bijlage II van Marpol 73/78, zoals voor Nederland uitgevoerd bij of krachtens de, voor de Nederlandse Antillen uitgevoerd bij of krachtens de Landsverordening voorkoming verontreiniging door schepen en voor Aruba uitgevoerd bij of krachtens de Landsverordening voorkoming verontreiniging door schepen; e. Administration: het Hoofd van de Scheepvaartinspectie; f. Port Administration: de bevoegde autoriteit van de staat in welks haven het schip laadt of lost; g. anniversary date: artikel 1, eerste lid, van het Schepenbesluit 1965 verjaardatum als bedoeld in; h. should: al naar gelang het gebruik ’moet’ of ’moeten’. i. recognized standards: artikel 6 van de Schepenwet toepasselijke en voor het Hoofd van de Scheepvaartinspectie aanvaardbare internationale of nationale gestandaardiseerde normen, dan wel gestandaardiseerde normen van een op grond vanaangewezen klassebureau.. 2000 169 01-09-2000 17-08-2000 DGG/J-00/004497 2000 169 01-09-2000 17-08-2000 DGG/J-00/004497 03-09-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Chemicaliëntankschepen die zijn gebouwd op of na 1 juli 1986 voldoen aan de bepalingen van de IBC-Code. Zij hebben een exemplaar van de IBC-Code aan boord. 2 3 1 2 Het eerste lid geldt niet ten aanzien van de artikelen 1.1.3, 1.3.2.3, 1.4, 1.4.2, 1.5.1, 1.5.5, 1.5.6.2., 1.5.6.8.en 1.5.6.8., en hoofdstuk 10, artikel 10.1.3 van de IBC-code. 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 01-05-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, eerste lid Een chemicaliëntankschip als bedoeld in, is voorzien van een internationaal certificaat van geschiktheid voor het vervoer van gevaarlijke vloeistoffen in bulk (International Certificate of Fitness for the Carriage of Dangerous Chemicals in Bulk). Het model van het certificaat is het model, opgenomen in de appendix van de IBC-Code, zoals gewijzigd bij resolutie MSC. 16(58) van 24 mei 1990 van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO. 2 artikel 2, eerste lid Een chemicaliëntankschip als bedoeld in, vervoert slechts die gevaarlijke vloeistoffen in bulk, die op het in het eerste lid bedoelde certificaat van het desbetreffende schip staan vermeld. Het vervoer geschiedt volgens de bepalingen van de IBC-Code. 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 01-05-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, tweede lid Het Hoofd van de Scheepvaart-inspectie kan ontheffing verlenen van. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 2 Bij de aanvrage van een ontheffing worden in elk geval de volgende gegevens overgelegd: a. de juiste technische benaming van de stof of van de componenten van het mengsel, b. in geval van een mengsel: de verhouding waarin de componenten voorkomen, en c. de gevaren die de stof of het mengsel oplevert. 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 01-05-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De medische uitrusting, bedoeld in artikel 130h van het Schepenbesluit 1965, wordt op de schepen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aangevuld met de navolgende hoeveelheid zuurstof: a. 1 fles met een inhoud van ten minste 2 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar, gebruiksgereed aangesloten op de beademingsapparatuur, b. 3 flessen met eenzelfde inhoud als onder a. genoemd, als reserve voor de draagbare apparatuur, en c. 1 fles met een inhoud van ten minste 40 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar, opgesteld nabij het hospitaal of verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt en zodanig aangesloten dat de beademingsapparatuur in het hospitaal of in het bedoelde verblijf zuurstof uit deze fles kan betrekken. 2 De berging van de reservezuurstof geschiedt op een wijze die passend is in verband met het brandgevaar dat zuurstof onder druk kan opleveren. 3 De bergruimte is ingericht om alle reserve-cilinders te bevatten. De 40-literfles is verticaal opgesteld. 4 De inrichting van de bergruimte stemt zo veel mogelijk overeen met het hierna als voorbeeld geschetste. 5 De sleutel voor de afsluiter van de 40-literfles is opgeborgen bij de fles, met dien verstande dat deze sleutel tijdens het gebruik op de afsluiter is aangebracht. De sleutel van de afsluitbare deur is op een opvallende plaats binnen het hospitaal of binnen het verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, opgeborgen. 6 De hogedrukleiding is zo kort mogelijk. Indien door de ligging van het hospitaal of van het verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, een korte verbinding niet mogelijk is, worden met betrekking tot de opstelling van zuurstofflessen de aanwijzingen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie ter zake gevolgd. 7 Bij ingebruikstelling wordt ervoor gezorgd dat de leidingen volkomen schoon en vetvrij zijn. 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 01-05-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het bepaalde in artikel 11.2.1.2 van de IBC-Code is uitsluitend toegestaan op schepen die zijn gebouwd vóór 1 januari 1993. 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 01-05-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2, eerste lid Op de in, bedoelde schepen zijn aan dek op duidelijk aangegeven plaatsen een of meer ringdouches alsmede middelen voor het spoelen van de ogen als bedoeld in artikel 14.2.10 van de IBC-Code aanwezig. 2 De ringdouches zijn voorzien van een bediening door middel van een voetpedaal en zij zijn aangesloten op de zoetwaterleiding. Tijdens het laden en lossen zijn zij voor onmiddellijk gebruik gereed. 3 De ringdouches en de middelen voor het spoelen van de ogen zijn onder alle weersomstandigheden te gebruiken. 4 De middelen voor het spoelen van de ogen worden ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie uitgevoerd. 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 01-05-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De in hoofdstuk 15, artikel 15.8.30, van de IBC-Code bedoelde op afstand bedienbare afsluiter behoeft slechts te zijn aangebracht indien propyleenoxide wordt vervoerd. 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 01-05-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Gedurende het laden en lossen worden alle deuren, patrijspoorten en andere openingen waardoor mogelijk gassen kunnen binnendringen in dekhuizen en opbouwen, gesloten gehouden. 2 De deuren die gesloten moeten worden gehouden zijn voorzien van een daartoe strekkend opschrift. 3 De ventilatie wordt zodanig geregeld dat, rekening houdend met de atmosferische omstandigheden, voorkomen wordt dat gassen in de verblijven en dienstruimten binnendringen. 4 Bij het laden en lossen wordt uitsluitend gebruik gemaakt van de laad- en losleidingen van het schip. 5 Er worden geen slangen met open einden gebruikt. 6 Gedurende het laden en lossen wordt er voor zorggedragen dat de mogelijke gevaren, voortvloeiend uit electrostatische oplading, tot een minimum worden beperkt. 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 01-05-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 In aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 10 van de IBC-Code wordt tevens voldaan aan de Aanbevelingen voor elektrische installaties van de Internationale Elektrotechnische Commissie, overeenkomstig de aanwijzingen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie ter zake. 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 01-05-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Deze regeling is niet van toepassing op schepen die zijn overgeschreven van een scheepsregister in een andere lid-staat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte naar een scheepsregister in Nederland, voorzover deze regeling voorschriften bevat die afwijken van de voorschriften die door een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel door een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte ter uitvoering van de IBC-Code zijn vastgesteld. 2 Schepen als bedoeld in het eerste lid voldoen aan de voorschriften die een staat als bedoeld in het eerste lid ter uitvoering van de IBC-Code heeft vastgesteld, voorzover deze voorschriften afwijken van de voorschriften in deze regeling. 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 01-05-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 1998. 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 01-05-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling IBC-Code Schepenbesluit 1965. 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 1998 81 29-04-1998 23-04-1998 DGG/J98003706 01-05-1998