Regeling, houdende vaststelling van de stroefheid van verharde oppervlakken die bestemd zijn voor de start en landing van luchtvaartuigen op aangewezen luchtvaartterreinen
- BWB-id
- BWBR0009339
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 1998-02-06 t/m 2010-01-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009339
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-stroefheid-start-en-landingsbanen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-stroefheid-start-en-landingsbanen/1998-02-06
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009339&g=1998-02-06
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009339&z=2026-06-06&g=1998-02-06
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009339/1998-02-06
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-stroefheid-start-en-landingsbanen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. calibreren: afstellen van een meetapparaat op een door de fabrikant voorgeschreven wijze; b. hartlijn: de denkbeeldige lijn in het midden van de start- en landingsbaan over de totale lengte van de baan; c. langsslip: de verhouding tussen de omtrekbeweging van een vrij rollend wiel en een even groot vertraagd wiel in de lengterichting van de voortbeweging, waarbij 0% langsslip een gelijke omtrekbeweging is en 100% langsslip een volledige blokkering van het vertraagde wiel; d. meetincrement: afstand waarop een registratie van de mu-waarde plaats vindt; e. mu-waarde: stroefheidswaarde die aangeeft of de start- en landingsbaan stroef genoeg is om veilig te gebruiken; f. referentiemeting: vergelijking van het meetresultaat van een verhardingsoppervlak, met het gedeelte van het verhardingsoppervlak met minder vliegbewegingen; g. textuurdiepte: de indicatie voor het waterbergend vermogen van het verhardingsoppervlak; h. verhardingsoppervlakken: geprepareerde oppervlakken die als start- en landingsbaan, rijbaan en platform voor luchtvaartuigen worden gebruikt anders dan het bestaande maaiveld; i. wide-body vliegtuig: breedrompvliegtuig met een afmeting tussen de wielsporen van de buitenste landingsgestellen van 9 meter of meer; j. zandvlekmethode: bijlage B methode voor de meting van de textuurdiepte als bedoeld in. 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 06-02-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De exploitanten van burgerluchtvaartterreinen meten de mu-waarde van verharde start- en landingsbanen jaarlijks. 2 De textuurdiepte en mu-waarden worden bij aanleg, reconstructie en renovatie van een verharde start- en landingsbaan bepaald. 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 06-02-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De mu-waarde van verharde start- en landingsbanen wordt gemeten: a. over een zo groot mogelijke lengte van de start- en landingsbaan; b. in beide baanrichtingen rechts van de hartlijn; c. in het spoor op 3 meter afstand van en evenwijdig aan de hartlijn van de baan; d. bij een constante snelheid van 65 en 95 km/uur; e. niet tijdens of vlak na regenval; f. met een waterlaagdikte van 1 mm voor de meetband. 2 Een referentiemeting wordt uitgevoerd op een onbereden gedeelte van de baan in één richting op 10 meter afstand van en evenwijdig aan de hartlijn. 3 Op banen die gebruikt worden door wide-body vliegtuigen, vinden de metingen tevens plaats in een spoor op 5 meter afstand van en evenwijdig aan de hartlijn. 4 artikel 2, eerste lid De meetwijze en de meetfrequentie van de mu-waarde behoeft vooraf de vergunning van de Minister van Verkeer en Waterstaat indien deze afwijkt van de vorige leden en van. 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 06-02-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De textuurdiepte van verharde start- en landingsbanen wordt vastgesteld door middel van de zandvlekmethode. 2 De meetwijze van de textuurdiepte behoeft vooraf de vergunning van de Minister van Verkeer en Waterstaat, indien deze afwijkt van het vorige lid. 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 06-02-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Per baanlengtemeting wordt vastgelegd: a. gemiddelde mu-waarde; b. standaardafwijking; c. plaats; d. materiaal baanoppervlak; e. baannummer; f. datum; g. tijd; h. weersgesteldheid. 2 De volgende bandgegevens worden vastgelegd: a. type; b. afmetingen; c. belasting; d. bandenspanning; e. loopvlak. 3 De grootte van de langsslip ligt tussen de 10% en 20%. 4 Per meetincrement van ten hoogste 1 meter wordt de mu-waarde vastgelegd. 5 De presentatie van de mu-waarde wordt cijfermatig weergegeven en mag daarbij ook grafisch worden weergegeven. 6 Over ten minste elke 100 meter baanlengte wordt de gemiddelde mu-waarde en de standaardafwijking vastgelegd. 7 Het meetvoertuig is deugdelijk gecalibreerd. 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 06-02-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De normering, genoemd in dit artikel, geldt voor ten minste elke 100 meter baanlengte, waarbij de gegevens van de ASTM E 1551-band maatgevend zijn. 2 bijlage A bijlage A De mu-waarde van verharde start- en landingsbanen voldoet ten minste aan het minimum niveau in, vierde kolom, waarbij wordt aanbevolen om onderhoudsmaatregelen ter verbetering uit te voeren zodra de mu-waarde daalt onder het onderhoudsniveau in, derde kolom. 3 bijlage A De mu-waarde van verharde start- en landingsbanen voldoet bij nieuwe aanleg, bij reconstructie of bij renovatie van het verhardingsoppervlak aan het nieuw aanleg niveau in, tweede kolom. 4 bijlage A Voldoet de mu-waarde niet aan het minimum niveau in, vierde kolom, dan laat de exploitant van het burgerluchtvaartterrein een NOTAM uitgeven en neemt hij onderhoudsmaatregelen ter verbetering. 5 artikel 3, vierde lid artikel 4, tweede lid In afwijking van de leden 1 tot en met 3 kan bij het verlenen van een vergunning als bedoeld ineneen afwijkende normering worden vastgesteld. 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 06-02-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De textuurdiepte van verharde start- en landingsbanen bedraagt direct na aanleg danwel na reconstructie daarvan of na renovatie van het verhardingsoppervlak gemiddeld ten minste 1 mm. 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 06-02-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 2 5 7 De meetresultaten, bedoeld in de,en, worden binnen 4 weken na registratie schriftelijk gemeld aan de Minister van Verkeer en Waterstaat. 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 06-02-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 06-02-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stroefheid start- en landingsbanen. 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 1998 23 04-02-1998 19-01-1998 DGRLD/JBZ/L98.210017 06-02-1998
Artikel 6#
artikel 6 van de Regeling stroefheid start- en landingsbanen
Artikel 1#
artikel 1 onder