Regeling subsidiëring kwaliteit Groene Hart
- BWB-id
- BWBR0009476
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2006-06-24 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009476
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-subsidi-ring-kwaliteit-groene-hart
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-subsidi-ring-kwaliteit-groene-hart/2006-06-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009476&g=2006-06-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009476&z=2026-06-06&g=2006-06-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009476/2006-06-24
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-subsidi-ring-kwaliteit-groene-hart
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen – en elke andere vorm van bodemcultuur met uitzondering van bosbouw; c. landbouwbedrijf: geheel of gedeelte van productie-eenheden in Nederland bestaande uit grond en een of meer bedrijfsgebouwen of gedeelten daarvan, uitsluitend of in hoofdzaak dienende ter uitoefening van de landbouw; d. Groene Hart: Groene Hart zoals aangegeven op PKB-kaart 9 Randstad op pagina 152 van de Nota Ruimte (Kamerstukken II 2003/04, 29 435, nr. 2); e. bezoekerscentrum: voor het publiek vrij toegankelijke accommodatie, waar voorlichting of onderricht wordt gegeven over natuur, milieu, recreatie en landschap; f. verordening (EG) nr. 1257/1999 : verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (Pb EG L 160/80); g. Dienst Landelijk Gebied: Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; h. Stuurgroep: Stuurgroep Groene Hart. 2005 20 28-01-2005 27-01-2005 TRCJZ/2005/171 2005 20 28-01-2005 27-01-2005 TRCJZ/2005/171 30-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De minister kan ter verhoging van de kwaliteit van de natuur, de recreatie, het milieu en het landschap alsmede ter versterking van de duurzame landbouw en ter verbreding van de inkomensvorming op landbouwbedrijven in het Groene Hart op aanvraag subsidie verstrekken voor de uitvoering van projecten in de volgende categorieën: a. bruggen en tunnels; b. recreatieve verbindingen en voorzieningen; c. recreatief te gebruiken groen-, natuur- of landschapselementen; d. hydrologische systemen; e. lozingen; f. visievorming; g. agrarische structuurversterking; h. bezoekerscentra, of i. marketing en promotie. 2006 65 31-03-2006 30-03-2006 TRCJZ/2006/611 2006 65 31-03-2006 30-03-2006 TRCJZ/2006/611 02-04-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Subsidieverlening op grond van deze regeling geschiedt uitsluitend aan natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het project ten behoeve waarvan uit hoofde van deze regeling subsidie wordt verstrekt. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 16 De minister stelt voor ieder jaar of iedere aanvraagperiode als bedoeld in, een subsidieplafond vast voor op grond van deze regeling te verstrekken subsidies. 2 artikel 2 Onverminderd het eerste lid, kan de minister afzonderlijke subsidieplafonds vaststellen voor de inonderscheiden categorieën. 3 Besluiten tot vaststelling als bedoeld in het eerste of tweede lid, worden in de Staatscourant bekendgemaakt. 4 artikel 16 De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen tot subsidieverlening ingediend in een aanvraagperiode als bedoeld inop basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Geen subsidie wordt verstrekt indien met de uitvoering van het project een aanvang is gemaakt alvorens de ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk is bevestigd. Onder het maken van een aanvang wordt in ieder geval verstaan het aangaan van verplichtingen. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Geen subsidie wordt verstrekt voorzover daardoor uit ’s-rijks kas wordt bijgedragen in de kosten van het project: a. artikel 2, onderdeel a artikel 2, onderdelen b tot en met g voor meer dan 90% indien het betreft een project in de categorie, bedoeld in, of meer dan 75% voor de categorieën, bedoeld in, of b. artikel 15 via de begroting van de minister voor een hoger percentage of bedrag dan genoemd in. 2 artikel 2, onderdelen e en g verordening (EG) nr. 1257/1999 In afwijking van het eerste lid wordt voor de projecten als bedoeld in, geen subsidie verstrekt voor meer dan 40% van de subsidiabele kosten indien de subsidiabele kosten investeringen in landbouwbedrijven betreffen als bedoeld in artikel 7 van de. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor projecten: a. die binnen drie jaar na de subsidieverlening en uiterlijk op 31 december 2010 zijn uitgevoerd; b. waarvan binnen een jaar na de subsidieverlening een aanvang is gemaakt met de uitvoering van het project; c. waarvan de duurzame instandhouding van de werken die worden gerealiseerd is geregeld; d. artikel 2, onderdeel a, b, c, d, of f indien het betreft een project in een categorie als bedoeld in, waarvan de subsidiabele kosten hoger zijn dan € 45.378,02 indien de subsidie-aanvrager een publiekrechtelijke rechtspersoon is, of hoger zijn dan € 4.537,80 voor overige subsidie-aanvragers; e. artikel 2, onderdeel g indien het betreft een project in de categorie, bedoeld in, waarvan de subsidiabele kosten hoger zijn dan € 2.268,90;. f. die niet in strijd zijn met het rijksbeleid voor het Groene Hart; g. waarvan de financiering gedekt is, en h. artikel 2, onderdeel a, b, c, d of f die, indien het betreft een project in een categorie als bedoeld in, niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten goede komen aan individuele bedrijven. 2 artikel 2, onderdeel a of onderdeel b De minister kan op aanvraag van de subsidieontvanger de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, met twee jaar verlengen voor projecten als bedoeld in, met dien verstande dat het project uiterlijk op 31 december 2012 zal zijn uitgevoerd. 2002 37 21-02-2002 20-02-2002 TRCJZ/2002/1881 2002 37 21-02-2002 20-02-2002 TRCJZ/2002/1881 23-02-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 2, onderdeel a Subsidie voor een project in de categorie bruggen en tunnels, bedoeld in, wordt uitsluitend verstrekt voorzover het betreft de aanleg van een brug of tunnel die: a. een ten tijde van de inwerkingtreding van deze regeling bestaande barrière, veroorzaakt door een spoorweg, waterweg of weg, opheft; b. voor recreatieve gebruikers de bereikbaarheid van het Groene Hart vanuit omliggende gebieden of de toegankelijkheid binnen het Groene Hart vergroot; c. ten behoeve van langzaam verkeer is, en d. openbaar toegankelijk is. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 2, onderdeel b Subsidie voor een project in de categorie recreatieve verbindingen en voorzieningen, bedoeld in, wordt uitsluitend verstrekt indien het betreft de aanleg: a. of verbetering van een fiets-, wandel-, ruiter- of waterverbinding die de bereikbaarheid van het Groene Hart vanuit omliggende gebieden of de toegankelijkheid binnen het Groene Hart vergroot en openbaar toegankelijk is, of b. van een recreatieve voorziening in het Groene Hart die het gebruik van een bestaande of nog aan te leggen recreatieve verbinding wezenlijk verbetert en die openbaar toegankelijk is. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 2, onderdeel c Subsidie voor een project in de categorie recreatief te gebruiken groen-, natuur- of landschapselementen, bedoeld in, wordt uitsluitend verstrekt indien het betreft de aanleg van een recreatief te gebruiken groen-, natuur- of landschapselement in het Groene Hart en: a. gericht is op het behoud en de versterking van de karakteristieke landschapsvormen; b. gericht is op het herstel van cultuurhistorische waarden; of c. bijdraagt aan een goed bereikbaar recreatief aanbod vanuit de om en in het Groene Hart gelegen stedelijke gebieden. 2006 65 31-03-2006 30-03-2006 TRCJZ/2006/611 2006 65 31-03-2006 30-03-2006 TRCJZ/2006/611 02-04-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 2, onderdeel d Subsidie voor een project in de categorie hydrologische systemen, bedoeld in, wordt uitsluitend verstrekt indien het uitgevoerd wordt in het Groene Hart en het betreft: a. het herstel van een hydrologisch systeem op gebiedsniveau in het Groene Hart voorzover het de kwaliteit of kwantiteit van water waarvan de recreatie- of natuurfunctie kwetsbaar is, verhoogt, of b. het vasthouden van gebiedseigen water. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 2, onderdeel e Subsidie voor een project in de categorie lozingen, bedoeld in, wordt uitsluitend verstrekt indien het uitgevoerd wordt in het Groene Hart en het betreft: a. het voorkomen van ongezuiverde lozingen veroorzaakt door overstroming van een riolering; b. het opheffen van ongezuiverde lozingen van een woning of recreatie- of agrarisch bedrijfsgebouw bestaande ten tijde van de inwerkingtreding van deze regeling door middel van een individueel systeem; c. de aanleg van een aansluiting van een gemeentelijke riolering ten behoeve van een woning of recreatie- of agrarisch bedrijfsgebouw bestaande ten tijde van de inwerkingtreding van deze regeling en gelegen buiten de bebouwde kom, of d. de aanleg op het land van een voorziening ten behoeve van de recreatievaart, voor de milieutechnisch verantwoorde inzameling van vervuild water afkomstig van recreatievaartuigen. 2 Subsidie voor projecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, wordt uitsluitend verstrekt voorzover het project wordt uitgevoerd in een gebied waarvan de recreatie- of natuurfunctie kwetsbaar is. 2000 193 05-10-2000 05-10-2000 TRCJZ/2000/211855 2000 193 05-10-2000 05-10-2000 TRCJZ/2000/211855 07-10-2000
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 2, onderdeel f Subsidie voor een project in de categorie visievorming, bedoeld in, wordt uitsluitend verstrekt indien het betreft het vormen van een visie ter voorbereiding van en ter vergroting van het draagvlak voor een aantal projecten die: a. artikel 2, onderdelen a tot en met e en g passen binnen een of meer van de categorieën, bedoeld in, en. b. elkaar onderling versterken. 2000 193 05-10-2000 05-10-2000 TRCJZ/2000/211855 2000 193 05-10-2000 05-10-2000 TRCJZ/2000/211855 07-10-2000
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 artikel 2, onderdeel g Subsidie voor een project in de categorie agrarische structuurversterking, bedoeld in, wordt uitsluitend verstrekt indien het betreft: a. de verbetering van de bereikbaarheid en de bewerking van landbouwgronden in het Groene Hart in relatie tot de relatief hoge grondwaterstand, of b. de verbreding van activiteiten op landbouwbedrijven. 2 Subsidie voor projecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt uitsluitend verstrekt indien: a. voor de landbouwgronden waarop het project van toepassing is, een zomerpeilbesluit van het waterschap binnen het werkgebied waarvan de landbouwgronden zijn gelegen, van gemiddeld 60 centimeter of minder beneden maaiveld geldt, b. de projecten niet tot gevolg hebben dat de grondwaterstand van de betrokken landbouwgronden wordt verlaagd, c. de projecten niet uitsluitend vervangingsinvesteringen betreffen, en d. artikel 81, eerste lid, van de Landinrichtingswet voorzover van toepassing, de projecten passen binnen een vastgesteld landinrichtingsplan als bedoeld in. 3 Subsidie voor projecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitsluitend verstrekt indien het betreft investeringen ten behoeve van: a. de inrichting van verblijfs- of dagrecreatie op landbouwbedrijven, waarbij de recreatievoorziening past binnen een toeristisch-recreatieve route in het Groene Hart; b. de opzet van een afzetstructuur van streekeigen producten, afkomstig uit het Groene Hart, of c. de inrichting van landbouwbedrijven in het Groene Hart tot landbouwbedrijven waarop landbouw wordt gecombineerd met kinderopvang of zorg voor jongeren, ouderen, verslaafden, delinquenten, gehandicapten of psychiatrische patiënten. 4 artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen Subsidies voor projecten als bedoeld in het derde lid, wordt uitsluitend verstrekt indien de aanvrager samenwerkt met een of meer andere natuurlijke of rechtspersonen, met dien verstande dat de samenwerking in het kader van projecten als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, geschiedt met een of meer op grond vantoegelaten instellingen. 2005 248 21-12-2005 14-12-2005 DWJZ-U-2643765 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet toelating zorginstellingen in werking treedt.
Artikel 13b — Artikel 13b#
Artikel 13b Subsidie voor een project in de categorie bezoekerscentra wordt uitsluitend verstrekt indien: a. artikel 2, eerste volzin voorlichting of onderricht wordt gegeven over recreatie, waterbeheer, landschapshistorie, cultuurlandschap en agrarisch gebruik in relatie tot het in, genoemde doel; b. het bezoekerscentrum een regionale functie heeft; c. de beheers- en exploitatiekosten voor drie jaar zijn gegarandeerd; d. goed bereikbaar is; e. een voorlichtingsruimte heeft van tenminste 100 m²; f. ten minste op vier dagen per week geopend is voor een totaal van gemiddeld ten minste 24 uur per week en g. geen onderdeel is van een landbouwbedrijf. 2000 250 27-12-2000 22-12-2000 TRCJZ/2000/13647 2000 250 27-12-2000 22-12-2000 TRCJZ/2000/13647 29-12-2000
Artikel 13c — Artikel 13c#
Artikel 13c artikel 2, onderdeel i Subsidie voor een project in de categorie marketing en promotie, bedoeld in, wordt uitsluitend verstrekt indien het betreft een marketing promotieproject ter vergroting van het draagvlak voor projecten die zich richten op de promotie of marketing van het Groene Hart als één geheel. 2006 119 22-06-2006 21-06-2006 TRCJZ/2006/1497 2006 119 22-06-2006 21-06-2006 TRCJZ/2006/1497 24-06-2006 Voorheen art. 13b*.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Als subsidiabele kosten worden niet in aanmerking genomen: a. kosten van beheer en onderhoud; b. kosten van voorbereiding en directievoering door bestuursorganen; c. kosten van voorbereiding en directievoering door andere dan bestuursorganen voorzover hoger dan 25% van de subsidiabele kosten; d. kosten die gelet op de aard, ligging of functie van de voorziening niet noodzakelijk zijn; e. artikel 12, eerste lid, onderdeel c kosten van werkzaamheden die tot de reguliere taken van organisaties behoren, tenzij het betreft een project als bedoeld in; f. artikel 22, derde lid kosten van de verklaring, bedoeld in; g. verrekenbare omzetbelasting, en h. artikel 2, onderdeel g h. kosten van de aankoop van grond, voorzover het een project in de categorie agrarische structuurversterking, bedoeld in, betreft. i. artikel 13a, vierde lid kosten van organisatie van de in, bedoelde samenwerkende personen. 2 artikel 2, onderdeel h 2. Als subsidiabele kosten voor de categorie bezoekerscentra, als bedoeld in, worden alleen in aanmerking genomen: de inrichtingskosten samenhangend met de aanschaf van roerende zaken voor voorlichting en onderricht; de aanschaf van expositiemateriaal. 2000 250 27-12-2000 22-12-2000 TRCJZ/2000/13647 2000 250 27-12-2000 22-12-2000 TRCJZ/2000/13647 29-12-2000
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De subsidie bedraagt ten hoogste het volgende percentage van de subsidiabele kosten voor een project in de categorie: a. artikel 2, onderdeel a bruggen of tunnels, bedoeld in, indien het betreft de aanleg over respectievelijk onder: 1e: een rijksspoorweg, rijkswaterweg of rijksweg, 90%; 2e: een provinciale (water)weg, 75%; 3e: overige (water)wegen, 50%; b. artikel 2, onderdeel b recreatieve verbindingen en voorzieningen, bedoeld in, 50%; c. artikel 2, onderdeel c artikel 10 recreatief te gebruiken groen-, natuur- of landschapselementen, bedoeld in, indien het betreft een project als bedoeld in: 50%;. 1e: onderdeel a, 30% indien het betreft een kleinschalig landschapselement op bedrijfsniveau of 75% voor overige kleinschalige landschapselementen; 2e: onderdeel b, 25% indien het betreft een gebouwd kleinschalig landschapselement of 50% voor overige kleinschalige landschapselementen; 3e: onderdeel c, 50%; d. artikel 2, onderdeel d hydrologische systemen, bedoeld in, 50%; e. artikel 2, onderdeel f visievorming, bedoeld in, 50%; f. artikel 2, onderdeel h bezoekerscentra, bedoeld in, 50%; g. artikel 2, onderdeel i marketing en promotie, bedoeld in: 50%. 2 artikel 2, onderdeel e artikel 12 De subsidie bedraagt voor een project in de categorie lozingen, bedoeld in, indien het betreft een project als bedoeld in: a. onderdeel a, ten hoogste 10% van de subsidiabele kosten; b. artikel 6, tweede lid onderdeel b, € 3.403,35 per woning of recreatie- of agrarisch bedrijfsgebouw, onverminderd; c. artikel 6, tweede lid onderdeel c,€ 3.403,35 per aansluiting, onverminderd;. d. onderdeel d, € 5.672,25 per voorziening. 3 artikel 2, onderdeel g artikel 13a De subsidie bedraagt voor een project in de categorie agrarische structuurversterking, bedoeld in, indien het betreft een project als bedoeld in: a. verordening (EG) nr. 1257/1999 40% voorzover de subsidiabele kosten investeringen op landbouwbedrijven betreffen als bedoeld in artikel 7 van de, en b. 50% voor de overige kosten. 2006 65 31-03-2006 30-03-2006 TRCJZ/2006/611 2006 65 31-03-2006 30-03-2006 TRCJZ/2006/611 02-04-2006
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 2 De minister kan per categorie als bedoeld ineen of meer aanvraagperioden per jaar vaststellen. Hij geeft hiervan kennis in de Staatscourant. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Een aanvraag tot subsidieverlening uit hoofde van deze regeling wordt ingediend bij de directeur van de Dienst Landelijk Gebied met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Landelijk Gebied. 2 In de aanvraag tot subsidieverlening worden in ieder geval vermeld: a. inhoud, ligging, doelstellingen en activiteiten van het desbetreffende project; b. een gespecificeerde begroting van het desbetreffende project; c. de wijze waarop het desbetreffende project wordt gefinancierd en uitgevoerd met de daarbij behorende planningen; d. of de ten behoeve van het project verschuldigde omzetbelasting al dan niet verrekenbaar is; e. de wijze waarop de te realiseren werken duurzaam in stand zullen worden gehouden; en f. artikel 2, onderdeel g voor zover het een project als bedoeld in, betreft, de wijze waarop het desbetreffende project bijdraagt aan de verbetering of de instandhouding van de landschappelijke kwaliteit van het Groene Hart. 2005 20 28-01-2005 27-01-2005 TRCJZ/2005/171 2005 20 28-01-2005 27-01-2005 TRCJZ/2005/171 30-01-2005
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2005 20 28-01-2005 27-01-2005 TRCJZ/2005/171 2005 20 28-01-2005 27-01-2005 TRCJZ/2005/171 30-01-2005
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De stuurgroep maakt binnen twee maanden na afloop van de desbetreffende aanvraagperiode een rangschikking van de aanvragen tot subsidieverlening die voor subsidieverlening in aanmerking komen, waarbij aanvragen: a. artikel 4, vierde lid hoger worden gerangschikt naarmate ze naar het oordeel van de stuurgroep meer voldoen aan het in, bedoelde criterium en b. artikel 4, vierde lid die in gelijke mate voldoen aan het in, bedoelde criterium, hoger worden gerangschikt naarmate ze eerder zijn ingediend. 2005 20 28-01-2005 27-01-2005 TRCJZ/2005/171 2005 20 28-01-2005 27-01-2005 TRCJZ/2005/171 30-01-2005
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 19 De minister geeft, gezien de rangschikking, bedoeld in, binnen vier maanden na afloop van de desbetreffende aanvraagperiode een beschikking omtrent subsidieverlening. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 De subsidieontvanger is verplicht: a. het project uit te voeren op basis van openbare of niet-openbare aanbesteding, overeenkomstig de Beleidsregels aanbesteding van werken 2004, indien de subsidiabele kosten voor de uitvoering van werken meer bedragen dan € 45.378,–; b. indien overeenkomstig onderdeel a, is aanbesteed, binnen een maand na de gunning aan de directeur van de Dienst Landelijk Gebied melding te doen van de aanbestedingssom. 2005 20 28-01-2005 27-01-2005 TRCJZ/2005/171 2005 20 28-01-2005 27-01-2005 TRCJZ/2005/171 30-01-2005
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Binnen twee maanden na afloop van de uitvoering van het project dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in bij de directeur. 2 De aanvraag tot subsidieverlening bij projecten waarvoor een subsidie is verleend groter dan € 90.756,04 vergezeld van een verklaring van een registeraccountant of een Accountant-Administratieconsulent als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt dat is voldaan aan bij of krachtens deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen. 3 bijlage 1 De goedkeurende accountantsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig de inopgenomen model-accountantsverklaring. 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 01-01-2002
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 21, onderdeel a Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan de minister de subsidieverlening ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen indien de som waartegen de werken die op grond van, zijn aanbesteed lager is dan de bij de subsidieverlening geraamde aanbestedingssom. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De minister kan op aanvraag voorschotten verstrekken. 2 Een aanvraag tot verlening van een voorschot gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte. 3 De hoogte van het voorschot bedraagt ten hoogste 80% van het bedrag vermeld in de beschikking tot subsidieverlening. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiëring kwaliteit Groene Hart. 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 1998 54 19-03-1998 18-03-1998 J.982302 21-03-1998
Artikel 22#
artikel 22, vierde lid