Regeling houdende toelatingseisen voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers
- BWB-id
- BWBR0009295
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2008-12-10 t/m 2009-04-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009295
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-toelatingseisen-voertuigonderdelen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-toelatingseisen-voertuigonderdelen/2008-12-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009295&g=2008-12-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009295&z=2026-06-06&g=2008-12-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009295/2008-12-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-toelatingseisen-voertuigonderdelen
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 richtlijn 94/20/EG Op mechanische koppelinrichtingen voor het koppelen van een aanhangwagen aan een driewielig motorrijtuig zijn de eisen vanvan overeenkomstige toepassing 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Met de in dit besluit vastgestelde technische normen of technische eisen dan wel geëiste onderzoeken worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische normen of technische eisen, respectievelijk daaraan gelijkwaardige onderzoeken, vastgesteld, respectievelijk geëist door of vanwege een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 De regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 november 1994, nr. R 186408, houdende toelatingseisen voor voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers (Stcrt. 229), wordt ingetrokken. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toelatingseisen voertuigonderdelen. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. CIE: Commission Internationale de L’Eclairage; b. draaiingshoek: de verplaatsingshoek van de retroreflector om de referentie-as vanuit een bepaalde stand; c. invalshoek: de hoek tussen de referentie-as en de rechte die het referentiepunt verbindt met het middelpunt van de lichtbron; d. lichtsterkte-coëfficiënt: het quotiënt van de in de betrokken richting weerkaatste lichtsterkte, gedeeld door de verlichtingssterkte van de retroreflector voor bepaalde lichtinvals-, waarnemings- en draaiingshoeken; e. referentie-as: as, aan te geven door de fabrikant van de retroreflector, om te dienen als richtingreferentie (H = 0°, V = 0°) bij het verrichten van fotometrische metingen en voor het plaatsen van de retroreflector op het voertuig; f. referentiepunt: het snijpunt van de referentie-as met het uitvalsvlak van het door de retroreflector uitgestraalde licht zoals aan te geven door de fabrikant van de retroreflector; g. retroreflectie: reflectie waarbij de straling wordt teruggekaatst in richtingen die ongeveer tegengesteld zijn aan die van de invallende straling; deze eigenschap blijft bij ruime variatie in de richting van de invallende straling behouden; h. retroreflector: inrichting, bestemd om de aanwezigheid van een voertuig kenbaar te maken door weerkaatsing van het licht afkomstig van een niet tot dat voertuig behorende lichtbron, waarbij de waarnemer zich nabij deze lichten bevindt; i. verlichtingssterkte van de retroreflector: verlichtingssterkte gemeten in een vlak dat loodrecht staat op de invallende stralen en loopt door het referentiepunt; j. waarnemingshoek: de hoek tussen de rechten die het referentiepunt verbinden met het middelpunt van de ontvanger en met het middelpunt van de lichtbron. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3.8.1, onder a artikel 3.8.1, onder b, van het Voertuigreglement artikelen 3 tot en met 9 artikelen 10 tot en met 17 Indien het achterlicht als bedoeld in, en de niet-driehoekige retroreflector als bedoeld insamen één inrichting vormen, moet deze inrichting als geheel zowel aan de eisen gesteld in deals aan de eisen gesteld in devoldoen. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Achterlichten moeten zodanig zijn samengesteld, dat bij normaal gebruik een goede werking verzekerd is en blijft. Zij mogen ten aanzien van de constructie of de uitvoering geen ernstige gebreken vertonen. 2 Achterlichten moeten zodanig zijn ingericht, dat zij aan de achterzijde van het voertuig op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 1,20 m boven het wegdek kunnen worden bevestigd, zodanig dat de optische as van het retroreflecterend gedeelte horizontaal en evenwijdig aan het vlak van het achterwiel is gericht. De beoordeling geschiedt door proefmontage. 3 Het achterlicht mag zijn voorzien van een schakeling die ervoor zorgt dat tijdens stilstand licht wordt uitgestraald, mits de lichtsterkte van het uitgezonden licht geen fluctuaties vertoont. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Achterlichten met verwisselbare lichtbron moeten zodanig zijn uitgevoerd dat: a. daarin één van de gloeilampen volgens figuur 1, voorzien van één van de lampvoeten volgens figuur 2, deugdelijk kan worden bevestigd; b. de gloeilamp zonder gebruik van gereedschap op gemakkelijke wijze in de lamphouder kan worden aangebracht: indien daartoe enig deel van het achterlicht moet worden uitgenomen, of moet worden gedemonteerd, moet dit deel, na weer te zijn aangebracht, niet kunnen uitvallen of lostrillen; c. wanneer het achterlicht wordt onderworpen aan trillingen of schokken, de gloeilamp gefixeerd blijft en blijft werken. 2 De beoordeling van het bepaalde in het eerste lid geschiedt door meting met de kalibers volgens: a. figuur 3, waarbij aan het eerste lid wordt voldaan, indien kaliber A zover in de lamphouder kan worden ingeschroefd dat het in verbinding komt met de contacten van de lamphouder en het achterlicht daarna op normale wijze kan worden gemonteerd, en indien kaliber B niet in de lamphouder past, of b. figuur 4, waarbij aan het eerste lid wordt voldaan, indien kaliber A deugdelijk in de lamphouder kan worden bevestigd, en daarbij in verbinding komt met de contacten van de lamphouder, waarna het achterlicht op normale wijze gemonteerd kan worden, en indien kaliber B deugdelijk in de lamphouder kan worden bevestigd en daarbij in verbinding komt met de contacten van de lamphouder. 3 Achterlichten met niet-verwisselbare lichtbron moeten zodanig zijn uitgevoerd dat het reflectorsysteem, het lenssysteem en het gedeelte dat de lichtbron omvat, deel uitmaken van een onafscheidelijk geheel dat bij de vervaardiging hermetisch gesloten is en dat niet uit elkaar genomen kan worden. Figuur 1 Typen gloeilampen en lampvoeten Figuur 2 Figuur 3 Figuur 4 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Achterlichten moeten worden onderworpen aan beproevingen overeenkomstig de Internationale Standaard ISO 6742-1-1987, voor wat betreft de weerstand tegen: a. trillingen, b. warmte, c. water, d. corrosie, en e. brandbare vloeistoffen. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Ten aanzien van de elektrische karakteristieken van achterlichten met niet-verwisselbare lichtbron moet aan de volgende eisen worden voldaan: a. de nominale spanning, zijnde 6 volt, moet duurzaam en goed leesbaar op het achterlicht zijn aangebracht; b. het afgenomen vermogen van het achterlicht mag bij 6 volt effectief niet meer dan 0,6 Watt met een tolerantie van 10% bedragen. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De lichtsterkte van het achterlicht, uitgedrukt in candela, moet worden gemeten overeenkomstig het gestelde daaromtrent in paragraaf 6.1.1.1. van ISO 6742-1-1987, waarbij de waarden van de achterwaartse lichtuitstraling ten minste moeten overeenkomen met de waarden behorende bij de desbetreffende hoeken, zoals aangegeven in tabel 5. 2 In geval van achterlichten met verwisselbare lichtbron moeten de in het eerste lid bedoelde metingen worden uitgevoerd met kleurloze standaardlampen van de voor het achterlicht voorgeschreven typen, die zodanig zijn ingesteld dat zij de normale lichtstroom van 2,0 lumen uitstralen die voor deze lamptypen is voorgeschreven. 3 In geval van achterlichten met een niet-verwisselbare lichtbron moeten de metingen worden uitgevoerd bij het achterlicht op een testspanning van 6 volt effectief. Tabel 5 Binnen een verticale hoek van Binnen een horizontale hoek van ±5° ±10° ±45° ±110° ±5° * Bovendien moet de lichsterkte in JJn richting binnen het bereik van de verticale hoek van plusminus 5° en de horizontale hoek van plusminus 5° minstens de waarde van 2 candela bedragen. 0,75 0,25 0,075 0,025 ±10° 0,25 0,25 0,075 0,025 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De kleur van het uitstralende licht van het achterlicht moet rood zijn en de gemeten kleurcoördinaten moeten liggen binnen de grenzen van de chromatische coördinaten (CIE-publikatie 15.2 van 1986) die in tabel 6 zijn weergegeven. 2 De kleur van achterlichten met verwisselbare lichtbron wordt gemeten, met gebruikmaking van een lichtbron met een kleurtemperatuur van 2856°K, overeenkomend met lichtbron A. 3 De kleur van achterlichten met een niet-verwisselbare lichtbron wordt gemeten aan de hand van het door het achterlicht uitgezonden licht bij een testspanning van 6 volt effectief. Tabel 6 X: 0,645 0,665 0,735 0,721 Y: 0,335 0,335 0,265 0,259 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Op het achterlicht moet: a. het fabrieks- of handelsmerk en de typeaanduiding duurzaam, onuitwisbaar en goed leesbaar zijn aangebracht; b. een ruimte aanwezig zijn waarin het goedkeuringsmerk en het typegoedkeuringsnummer kunnen worden aangebracht. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Het retroreflecterend oppervlak van de retroreflector mag niet meer dan 7000 mm 2 Het oppervlak moet eenvoudig van vorm zijn en tevens zodanige afmetingen hebben dat het, inclusief montuur, onder te brengen is binnen een vierkant van 140 mm bij 140 mm. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De lichtsterktecoëfficiënt van de retroreflector, te meten volgens onderdeel A van bijlage 1, moet, uitgedrukt in millicandela/lux (mcd/lux), ten minste voldoen aan de in tabel 7 gestelde eisen. Tabel 7 Waarnemingshoek Invalshoek Lichtsterktecoëfficiënt exclusief ongekleurde spiegeleffecten horizontaal verticaal (in mcd/lux) 0°20' 0° 0° 1000 0°20' 0° 0° 700 0°20' +/- 20° 0° 400 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 onderdelen B tot en met F van bijlage 1 onderdeel A van bijlage 1 Nadat de retroreflector de beproevingen zoals vermeld in deheeft ondergaan, moet de lichtsterktecoëfficiënt, te meten volgens, ten minste nog aan de in de tabel 8 gestelde eis voldoen. Tabel 7 Waarnemingshoek Invalshoek Lichtsterktecoëfficiënt exclusief ongekleurde spiegeleffecten horizontaal verticaal (in mcd/lux) 0°20' 0° 0° 600 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 onderdelen B tot en met F van bijlage 1 Nadat de retroreflector de beproevingen zoals vermeld in deheeft ondergaan, mag: a. de retroreflector geen zichtbare verandering vertonen; b. in de retroreflector geen water waarneembaar zijn. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 onderdelen B tot en met F van bijlage 1 onderdeel G van bijlage 1 Nadat de retroreflector de beproevingen zoals vermeld in deheeft ondergaan, wordt de kleur vastgesteld op de wijze zoals omschreven in. 2 De kleur van het retroreflecterende licht moet rood zijn en de gemeten kleurcoördinaten moeten zijn gelegen binnen het gebied dat wordt bepaald door de onderstaande trichromatische coördinaten (CIE-publikatie 15.2. van 1986): a. grens naar geel Y ó 0,335; b. grens naar purper Z ó 0,008. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De retroreflector moet deugdelijk kunnen worden bevestigd. 2 De voor een fiets bestemde retroreflector moet op tweewielige fietsen gemonteerd kunnen worden in de ruimte tussen bagagedrager en achterspatbord. 3 De bevestiging moet zodanig zijn uitgevoerd dat de ingestelde stand niet wijzigt als gevolg van bewegingen van het voertuig. 4 onderdeel H van bijlage 1 De bevestiging van de retroreflector mag, nadat een beproeving volgensis uitgevoerd, geen zichtbare corrosie vertonen. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 onderdeel H van bijlage 1 onderdeel I van bijlage 1 Nadat de beproeving zoals vermeld inis uitgevoerd, wordt de sterkte beproefd volgens. 2 De hechting van het retroreflecterend materiaal moet zodanig zijn dat dit materiaal zonder gebruikmaking van gereedschap en zonder beschadiging niet kan worden verwijderd van de ondergrond. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Op de retroreflector moet: a. het fabrieks- of handelsmerk duurzaam, onuitwisbaar en goed leesbaar zijn aangebracht; b. een ruimte aanwezig zijn waarin het goedkeuringsmerk en het typegoedkeuringsnummer kunnen worden aangebracht. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Indien de retroreflector gevormd wordt door een fietsband, een band van een aanhangwagen achter een fiets, een band van een zijspanwagen aan een fiets dan wel een velg, waarvan de zijkanten zijn voorzien van re-troreflecterend materiaal, moet worden voldoen aan het bepaalde in ECE-reglement nr. 88. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikelen 20 tot en met 27 Indien de retroreflector wordt gevormd door een cirkelvormige voorziening die aan de spaken dan wel aan de daarvoor in de plaats tredende delen kan worden bevestigd, moet deze voorziening voldoen aan de in degestelde eisen. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De retroreflecterende cirkel moet ten aanzien van de vorm en de afmetingen voldoen aan de volgende eisen: a. de breedte van de retroreflecterende cirkel mag niet meer dan 15 mm bedragen; b. het verschil tussen de grootste en de kleinste breedte van de retroreflec-terende cirkel mag niet meer bedragen dan 20% van de gemiddelde breedte; c. de retroreflecterende cirkel mag op niet meer dan 4 plaatsen onderbroken zijn: deze onderbrekingen mogen niet groter zijn dan 15 mm; indien dit in verband met de constructie noodzakelijk is, mag een van de onderbrekingen worden vergroot tot 50 mm; d. de binnendiameter van de retroreflecterende cirkel mag niet kleiner zijn dan de nominale velgdiameter verminderd met 150 mm. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De lichtsterktecoëfficiënt van de re-troreflector, te meten volgens de methode zoals omschreven in CIE-publikatie nr. 54 (TC 2-3) 1982, moet, uitgedrukt in millicandela/lux (mcd/lux), ten minste voldoen aan de in tabel 9 gestelde eisen. 2 De referentie-as voor de meting mag evenwijdig aan de as van het wiel worden verplaatst. 3 De verhouding tussen de hoogste en de laagste lichtsterkte-coëfficiënt, gemeten over bogen van 30° bij een waarnemingshoek van 0°20’ en een invalshoek 82 van 5° en van 30°, mag niet groter zijn dan 3:1. 4 De verhouding tussen de gemiddelde lichtsterktecoëfficiënten, gemeten over verschillende bogen van 30° bij een waarnemingshoek à van 0°20’ en een invalshoek 82 van 5° en van 30°, mag niet groter zijn dan 10:1. 5 De gemiddelde lichtsterktecoëfficiënt wordt bepaald door het wiel achter een opening met een boog van 30° zodanig te laten draaien dat een constante waarde wordt verkregen. Tabel 9 Waarnemingshoek à Invalshoek Lichtsterktecoëfficiënt met standaard l ß1 ß2 ichtbron A (in mcd/lux) 0°20' 0° +/- 5° >= 16 D 0°20' 0° +/- 20° >= 14 D 0°20' 0° +/- 40° >= 4,7 D 0°20' 0° +/- 50° >= 14 D 1°30' 0° +/- 5° >= 1,1 D 1°30' 0° +/- 20° >= 1,0 D 1°30' 0° +/- 40° >= 0,65 D 1°30' 0° +/- 50° >= 0,2 D D = binnendiameter retroreflecterend gedeelte in cm. Indien binnendiameter kleiner is dan 42 cm, wordt aangehouden: D = 42. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 onderdelen A en E van bijlage 2 artikel 21 Nadat de retroreflector de beproevingen zoals vermeld in deheeft ondergaan, mag de lichtsterktecoëfficiënt van de retroreflector, te meten bij een waarnemingshoek à van 0°20’ en een invalshoek ß2 van 5°, niet minder zijn dan 60% van de minimumwaarde vermeld in. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 onderdelen A tot en met E van bijlage 2 Nadat de retroreflector de beproevingen zoals vermeld in deheeft ondergaan, mag: a. de retroreflector geen zichtbare verandering vertonen; b. in de retroreflector geen water waarneembaar zijn. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 onderdelen A tot en met E van bijlage 2 Nadat de retroreflector de beproevingen zoals vermeld in deheeft ondergaan, wordt de kleur vastgesteld op de wijze zoals omschreven in CIE-publikatie 15.2 van 1986, waarbij de retroreflector wordt aangestraald door een standaardlichtbron A. 2 De kleur van het retroreflecterende licht moet wit of geel zijn en de gemeten kleurcoördinaten moeten zijn gelegen binnen het gebied dat wordt bepaald door de in tabel 10 opgenomen trichromatische coördinaten. Tabel 10 X: 0,285 0,380 0,380 0,509 0,618 0,440 0,285 Y: 0,332 0,393 0,408 0,490 0,382 0,382 0,264 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De retroreflector moet deugdelijk aan het wiel kunnen worden bevestigd. 2 De bevestiging moet zodanig zijn uitgevoerd dat de ingestelde stand zal blijven gehandhaafd. 3 onderdeel G van bijlage 2 De bevestiging van de retroreflector mag nadat, een beproeving volgens, is uitgevoerd geen zichtbare corrosie vertonen. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 onderdeel G van bijlage 2 onderdeel H van bijlage 2 Nadat de beproeving volgensis uitgevoerd wordt de sterkte van de retroreflector beproefd aan de hand van. 2 De hechting van het retroreflecterend materiaal moet zodanig zijn dat dit materiaal zonder gebruikmaking van gereedschap en zonder beschadiging niet kan worden verwijderd van de ondergrond. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Op de retroreflector moet: a. het fabrieks- of handelsmerk duurzaam, onuitwisbaar en goed leesbaar zijn aangebracht; b. een ruimte aanwezig zijn waarin het goedkeuringsmerk en het typegoedkeuringsnummer kunnen worden aangebracht. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Richtlijn 76/757/EEG Ambergele of gele retroreflectoren voor trappers van bromfietsen moeten voldoen aan het bepaalde inomtrent de retroreflector van Klasse I. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikelen 30 tot en met 32 Ambergele of gele retroreflectoren voor trappers van fietsen moeten voldoen aan de in degestelde eisen. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 onderdeel A van bijlage 1 De lichtsterktecoëfficiënt van de retroreflector, te meten volgens, moet, uitgedrukt in millicandela/lux (mcd/lux), ten minste aan de in tabel 11 gestelde eisen voldoen. Tabel 11 Waarnemingshoek Invalshoek Lichtsterktecoëfficiënt exclusief ongekleurde spiegeleffecten horizontaal verticaal (in mcd/lux) 0°20’ 0° 0° 15 0°20’ 0° +/-25° 2 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 onderdeel B van bijlage 3 onderdeel A van bijlage 3 Nadat de retroreflector de beproeving zoals vermeld inheeft ondergaan, moet de lichtsterktecoëfficiënt, te meten volgens, ten minste nog aan de in tabel 12 gestelde eis voldoen. Tabel 12 Waarnemingshoek Invalshoek Lichtsterktecoëfficiënt exclusief ongekleurde spiegeleffecten horizontaal verticaal (in mcd/lux) 0°20’ 0° 0° 10 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 onderdeel B van bijlage 3 Nadat de retroreflector de beproeving zoals vermeld inheeft ondergaan, mag: a. de retroreflector geen zichtbare verandering vertonen; b. in de retroreflector geen water waarneembaar zijn. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De afgeknotte driehoek moet voldoen aan het bepaalde in ECE-reglement nr. 69. 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 1998 67 07-04-1998 DGP/WJZ/V-820026 09-04-1998