Regeling verbranden gevaarlijke afvalstoffen
- BWB-id
- BWBR0009549
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2002-12-28 t/m 2004-04-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009549
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-verbranden-gevaarlijke-afvalstoffen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-verbranden-gevaarlijke-afvalstoffen/2002-12-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009549&g=2002-12-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009549&z=2026-06-06&g=2002-12-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009549/2002-12-28
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-verbranden-gevaarlijke-afvalstoffen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. vergunning: artikel 8.1 van de Wet milieubeheer vergunning als bedoeld in; b. vergunning voor het lozen van afvalwater: artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren vergunning als bedoeld in; c. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning voor een inrichting te verlenen; d. bevoegd gezag voor het verlenen van een vergunning voor het lozen van afvalwater: artikel 3 artikel 6, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren het bestuursorgaan dat op grond vanofbevoegd is tot het verlenen van een vergunning voor het lozen van afvalwater; e. infectieus ziekenhuisafval: artikel 1 van de Regeling Europese afvalstoffenlijst gevaarlijke afvalstoffen die in de afvalstoffenlijst, bedoeld in, worden aangeduid met de afvalstoffencodes 18.01.03* of 18.02.02*; f. C gas- en dampvormige organische stoffen, uitgedrukt als totaal organische koolstof; g. zware metalen: de scheikundige elementen Sb, As, Pb, Cr, Co, Cu, Mn, Ni, V en Sn, alsmede hun verbindingen, berekend als de onderscheidene elementen; h. cadmium: het scheikundige element Cd, alsmede de Cd-verbindingen, berekend als Cd; i. kwik: het scheikundige element Hg, alsmede de Hg-verbindingen berekend als Hg; j. thallium: het scheikundige element Tl, alsmede de Tl-verbindingen berekend als Tl; k. installatie: elke technische installatie die binnen een inrichting voor de verbranding door oxidatie van gevaarlijke afvalstoffen wordt gebruikt; daarbij worden ook installaties voor de voorbehandeling, pyrolyse of andere thermische behandelingsprocessen inbegrepen voor zover de producten daarvan vervolgens worden verbrand. l. bijlage I, II, III: bijlage I de bij deze regeling behorende, II onderscheidenlijk III. 2002 85 06-05-2002 02-05-2002 SAS2002037652 2002 206 07-05-2002 01-05-2002 26638 08-05-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze regeling is van toepassing op: a. installaties waar gevaarlijke afvalstoffen worden verbrand die van buiten de inrichting afkomstig zijn, al dan niet in combinatie met gevaarlijke afvalstoffen die binnen de inrichting zijn ontstaan, en waarvan de op enig moment vrijkomende warmte door de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen in de installatie gelijk is aan, dan wel meer dan 40% bedraagt van de totale warmte die op dat tijdstip vrijkomt; b. installaties waar gevaarlijke afvalstoffen worden verbrand die van buiten de inrichting afkomstig zijn, al dan niet in combinatie met gevaarlijke afvalstoffen die binnen de inrichting zijn ontstaan, en waarvan de op enig moment vrijkomende warmte door de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen in de installatie niet meer dan 40% bedraagt van de totale warmte die op dat tijdstip vrijkomt; c. installaties waar gevaarlijke afvalstoffen worden verbrand die uitsluitend binnen de inrichting zijn ontstaan, en waarvan de op enig moment vrijkomende warmte door de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen in de installatie gelijk is aan, dan wel meer dan 40% bedraagt van de totale warmte die op dat tijdstip vrijkomt; d. installaties waar gevaarlijke afvalstoffen worden verbrand die uitsluitend binnen de inrichting zijn ontstaan, en waarvan de op enig moment vrijkomende warmte door de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen in de installatie niet meer bedraagt dan 40% van de totale warmte die op dat tijdstip vrijkomt. 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 29-04-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Deze regeling is niet van toepassing op installaties: a. voor het uitsluitend verbranden van kadavers of dierlijke resten; b. voor het uitsluitend verbranden van infectieus ziekenhuisafval. 2 De regeling is voorts niet van toepassing op: a. het verbranden van brandbare vloeibare afvalstoffen, waaronder afgewerkte olie, voor zover: 1º het vloeipunt beneden 30° C ligt, 2º de calorische waarde meer dan 30 MJ/kg bedraagt, 3º de concentratie aan extraheerbare organische halogeenverbindingen en polychloorbifenylen de samenstellingsgrens uit het Besluit organisch halogeengehalte brandstoffen niet overschrijdt, 4º deze uitsluitend op grond van het gehalte aan alifatische en naftenische koolwaterstoffen, polycyclische aromaten of (alk(en)yl)benzenen worden aangemerkt als gevaarlijke afvalstof, 5º Besluit zwavelgehalte brandstoffen het zwavelgehalte gelijk is aan dat van gasolie zoals bepaald in het, 6º het asgehalte lager is dan 0,01 gewichtsprocent; b. het verbranden van klein chemisch afval, voor zover dat afkomstig is van huishoudens; c. het verbranden van gasvormige gevaarlijke afvalstoffen; 3 Deze regeling is niet van toepassing, indien degene die de inrichting drijft, voor 1 september 1998 het bevoegd gezag heeft medegedeeld dat de inrichting binnen vier jaar vanaf het tijdstip van die mededeling buiten bedrijf zal worden gesteld en dat zij gedurende die periode niet langer in werking zal zijn dan 16.000 uur. 2001 90 10-05-2001 05-05-2001 SAS2000136664 2001 90 10-05-2001 05-05-2001 SAS2000136664 12-05-2001 01-07-2000
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, onder a bijlagen I III Degene die een inrichting drijft, waarbinnen zich een installatie bevindt als bedoeld in, voldoet aan de voor die installatie geldende voorschriften die zijn opgenomen inen. 2 artikel 2, onder b bijlagen II III Degene die een inrichting drijft, waarbinnen zich een installatie bevindt als bedoeld in, voldoet aan de voor die installatie geldende voorschriften die zijn opgenomen inen. 3 artikel 2, onder c bijlagen I III onderdeel 1 bijlage I Degene die een inrichting drijft, waarbinnen zich een installatie bevindt als bedoeld in, voldoet aan de voor die installatie geldende voorschriften die zijn opgenomen inen, met uitzondering vanvan. 4 artikel 2, onder d bijlagen II III onderdeel 1 bijlage II Degene die een inrichting drijft, waarbinnen zich een installatie bevindt als bedoeld in, voldoet aan de voor die installatie geldende voorschriften die zijn opgenomen inen, met uitzondering vanvan. 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 29-04-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 2 In een aanvraag om een vergunning voor het oprichten, veranderen of veranderen van de werking of voor het in werking hebben van een inrichting waarbinnen zich een installatie bevindt, als bedoeld in, vermeldt de aanvrager: a. bijlagen I II de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan de voorschriften die zijn opgenomen inofen die van toepassing zijn op die inrichting, en b. bijlage III de meetmethode die wordt gehanteerd om aan de voorschriften voor afzonderlijke metingen die zijn opgenomen in, te voldoen. 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 29-04-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2, onder a, b, c, of d Het bevoegd gezag geeft in de vergunning voor een inrichting, waarbinnen zich een installatie bevindt als bedoeld in, aan: a. de aard, de samenstelling en de hoeveelheid van de gevaarlijke afvalstoffen die als toevoeging in de installatie mogen worden verbrand; b. de totale capaciteit van de installatie. 2 artikel 2, onder b, of d Het bevoegd gezag geeft in de vergunning voor een inrichting, waarbinnen zich een installatie bevindt als bedoeld in, aan: a. de minimale en de maximale hoeveelheid gevaarlijke afvalstoffen die als toevoeging in de installatie mogen worden verbrand; b. de laagste en de hoogste calorische waarde van de gevaarlijke afvalstoffen die als toevoeging in de installatie mogen worden verbrand; c. de maximale concentratiewaarde van verontreinigende stoffen in de gevaarlijke afvalstoffen die als toevoeging in de installatie mogen worden verbrand. 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 29-04-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 2, onder a en c Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voor een inrichting, waarbinnen zich een installatie bevindt als bedoeld in, voorschriften, inhoudende dat: a. bijlage III van het Lozingenbesluit bodembescherming terreinen, installaties en gebouwen, waar opslag, overslag, transport of verwerking van gevaarlijke afvalstoffen en reststoffen plaatsvindt, een bodembeschermende constructie hebben, die zodanig is ontworpen en uitgevoerd dat verontreinigende stoffen als bedoeld in, niet in de bodem binnendringen ten gevolge van het in werking hebben van de inrichting; b. de goede werking van een bodembeschermende constructie door middel van een monitor-systeem wordt bewaakt; c. de kwaliteit van de bodem ter plaatse, voorafgaand aan de onder a genoemde handelingen en onmiddellijk na het definitief staken daarvan, wordt vastgelegd door middel van een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd overeenkomstig het protocol bodemonderzoek milieuvergunning en BSB (SDU 1993), dan wel in een door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen ander protocol of norm van het Nederlands Normalisatie-instituut met betrekking tot dat onderwerp; d. verspreiding van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen, wordt voorkomen. 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 29-04-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 28-12-2002 Artikel 8, zoals dit luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wijziging, blijft tot 28 december 2005 van kracht voor een afvalverbrandingsinstallatie of een afvalwaterzuiveringsinrichting die voor 29 december 2003 in werking is of zal worden gebracht en een meeverbrandingsinstallatie die voor 29 december 2004 in werking is of zal worden gebracht, indien daarvoor voor 28 december 2002 een vergunning voor het lozen is verleend.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 2 bijlagen I II III Het bevoegd gezag kan in de vergunning voor een inrichting, waarbinnen zich een installatie bevindt als bedoeld in, nadere eisen stellen met betrekking tot voorschriften die in,enzijn opgenomen, voor zover dit uitdrukkelijk in deze bijlagen is vermeld. 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 29-04-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 bijlagen I II III Het bevoegd gezag kan bij zijn beslissing omtrent een vergunning afwijken van voorschriften in de,en, voor zover dit uitdrukkelijk in deze bijlagen is vermeld. 2 Het bevoegd gezag meldt de in het eerste lid bedoelde afwijkingen aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 29-04-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 12, eerste lid Voor zover het inrichtingen betreft waarvoor op de in, bedoelde datum of eerder een vergunning is verleend, verbindt het bevoegd gezag de voorschriften die ingevolge dit besluit aan een vergunning dienen te worden verbonden, uiterlijk met ingang van 1 juli 2000 aan de vergunning. 2 artikel 12, eerste lid Voor zover het inrichtingen betreft waarvoor op de in, bedoelde datum of eerder een vergunning voor het lozen van afvalwater is verleend, verbindt het bevoegd gezag voor het verlenen van een vergunning voor het lozen van afvalwater de voorschriften die ingevolge dit besluit aan een vergunning dienen te worden verbonden, uiterlijk met ingang van 1 juli 2000 aan de vergunning voor het lozen van afvalwater. 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 29-04-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Voor inrichtingen waarvoor op de in het vorige lid bedoelde datum of eerder een vergunning is verleend, treedt deze regeling, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, in werking met ingang van 1 juli 2000. Voor inrichtingen waarvoor op de in het eerste lid bedoelde datum of eerder een vergunning voor het lozen van afvalwater is verleend, treedt deze regeling, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, in werking met ingang van 1 juli 2000. 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 29-04-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verbranden gevaarlijke afvalstoffen. 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 1998 79 27-04-1998 14-04-1998 MBA/98029171 29-04-1998
Artikel 3#
artikel 3