Regeling verhoging van de gemiddelde personeelslast van de school (School-GPL) in verband met de algemene salarismaatregel
- BWB-id
- BWBR0009746
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1998-07-25 t/m 2004-12-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009746
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-verhoging-van-de-gemiddelde-personeelslast-van-de-s
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-verhoging-van-de-gemiddelde-personeelslast-van-de-s/1998-07-25
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009746&g=1998-07-25
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009746&z=2026-06-06&g=1998-07-25
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009746/1998-07-25
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-verhoging-van-de-gemiddelde-personeelslast-van-de-s
Artikel 1 — Artikel 1 Verhoging school-GPL per 1 januari 1998 in verband met de wijziging bedragen ZKOO-tegemoetkoming#
Artikel 1 Verhoging school-GPL per 1 januari 1998 in verband met de wijziging bedragen ZKOO-tegemoetkoming In verband met de wijziging bedragen ZKOO-tegemoetkoming per 1 januari 1998 wordt de gemiddelde personeelslast, bedoeld in artikel X van de Wet van 31 mei 1995 (Stb. 318), en na toepassing van artikel 1 van de Regeling Restitutie premieverlaging FAOP en invoering Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor het onderwijspersoneel (VO/FB-1998/11027 van 9 april 1998, Uitleg OCenW-Regelingen 1998, nr. 12) met 0,32% verhoogd. 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 25-07-1998 01-01-1998
Artikel 2 — Artikel 2 Afronding#
Artikel 2 Afronding De uitkomst van de verhoging, genoemd in artikel 1, wordt afgerond op twee decimalen, waarbij de tweede decimaal met 1 wordt verhoogd, indien de derde decimaal 5 of meer bedraagt. 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 25-07-1998 01-01-1998
Artikel 3 — Artikel 3 Begripsbepaling#
Artikel 3 Begripsbepaling Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: • schoolsoortgroep 1: mavo, vbo of scholengemeenschappen mavo/vbo; • schoolsoortgroep 2: vwo, havo of scholengemeenschappen vwo/havo; • schoolsoortgroep 3: scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo; • schoolsoortgroep 4: scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo/vbo; 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 25-07-1998
Artikel 4 — Artikel 4 Verhoging van de gemiddelde personeelslast van 1 augustus 1998 tot 1 december 1998 in verband met de wijziging bedragen ZKOO-tegemoetkoming#
Artikel 4 Verhoging van de gemiddelde personeelslast van 1 augustus 1998 tot 1 december 1998 in verband met de wijziging bedragen ZKOO-tegemoetkoming 1 In verband met wijziging van de bedragen ZKOO-tegemoetkoming worden de bedragen van de landelijke gemiddelde personeelslast, genoemd in paragraaf II van de Regeling landelijke gpl-bedragen, van 1 augustus 1998 tot 1 december 1998 verhoogd. In verband daarmee worden de bedragen van de landelijke gemiddelde personeelslast vastgesteld zoals aangegeven in het tweede tot en met het vierde lid, en artikel 5. 2 Voor de directie van de in artikel 3 genoemde scholen bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats: • schoolsoortgroep 1: ƒ 123.090,62 • schoolsoortgroep 2: ƒ 146.909,65 • schoolsoortgroep 3: ƒ 145.341,54 • schoolsoortgroep 4: ƒ 141.179,82 3 De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren van de in artikel 3 genoemde scholen wordt per school bepaald volgens de formule: cf* ggl + c. Daarbij is cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 24 februari 1998 VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, nr. 7), eerste respectievelijk tweede lid en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor: • schoolsoortgroep 1: ƒ 1.754,05 • schoolsoortgroep 2: ƒ 2.581,15 • schoolsoortgroep 3: ƒ 2.199,46 • schoolsoortgroep 4: ƒ 1.912,76 • schoolsoortgroep 1: ƒ 17.560,63 • schoolsoortgroep 2: ƒ 2.957,79 • schoolsoortgroep 3: ƒ 13.217,11 • schoolsoortgroep 4: ƒ 16.928,52 4 Voor het onderwijsondersteunend personeel van de in artikel 3 genoemde scholen bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast ongeacht de schoolsoortgroep per formatieplaats ƒ 62.534,12 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 25-07-1998
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvullende vergoeding op grond van artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs van 1 augustus 1998 tot 1 december 1998#
Artikel 5 Aanvullende vergoeding op grond van artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs van 1 augustus 1998 tot 1 december 1998 1 Indien op basis van artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs een regeling is vastgesteld waarbij de aanvullende vergoeding met ingang van 1 augustus 1998 wordt berekend op basis van de gemiddelde personeelslast, zijn de volgende leden van toepassing. 2 Indien een school ingevolge een regeling op grond van artikel 85a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor de directie, is de vergoeding per formatieplaats gelijk aan het voor de school geldend bedrag, genoemd in artikel 4, eerste lid. 3 Indien een school ingevolge een regeling op grond van artikel 85a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor leraren, bedraagt de vergoeding per formatieplaats: • schoolsoortgroep 1: ƒ 94.633,60 • schoolsoortgroep 2: ƒ 114.566,59 • schoolsoortgroep 3: ƒ 108.805,52 • schoolsoortgroep 4: ƒ 100.516,94 4 Indien een school op grond van een regeling ex artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor onderwijsondersteunend personeel, is de vergoeding per formatieplaats gelijk aan het bedrag, genoemd in artikel 4, derde lid. 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 25-07-1998
Artikel 6 — Artikel 6 Verhoging van de landelijke gemiddelde personeelslast vanaf 1 december 1998 in verband met de wijziging bedragen ZKOO-tegemoetkoming en 0,5% algemene salarismaatregel CAO sector O&W 1996-1998#
Artikel 6 Verhoging van de landelijke gemiddelde personeelslast vanaf 1 december 1998 in verband met de wijziging bedragen ZKOO-tegemoetkoming en 0,5% algemene salarismaatregel CAO sector O&W 1996-1998 1 In verband met wijziging van de bedragen ZKOO-tegemoetkoming en de verhoging daarvan met 0,5% algemene salarismaatregel CAO sector O&W 1996-1998, worden de bedragen van de landelijke gemiddelde personeelslast, genoemd in paragraaf II van deze regeling, vanaf 1 december 1998 verhoogd. In verband daarmee worden de bedragen van de landelijke gemiddelde personeelslast vastgesteld zoals aangegeven in het tweede tot en met het vierde lid, en artikel 7. 2 Voor de directie van de in artikel 3 genoemde scholen bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats: • schoolsoortgroep 1: ƒ 123.675,30 • schoolsoortgroep 2: ƒ 147.607,48 • schoolsoortgroep 3: ƒ 146.031,92 • schoolsoortgroep 4: ƒ 141.850,42 3 De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren van de in artikel 3 genoemde scholen wordt per school bepaald volgens de formule: cf* ggl + c. Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 24 februari 1998 VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7), eerste respectievelijk tweede lid, en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor: • schoolsoortgroep 1: ƒ 1.762,38 • schoolsoortgroep 2: ƒ 2.593,41 • schoolsoortgroep 3: ƒ 2.209,90 • schoolsoortgroep 4: ƒ 1.921,86 • schoolsoortgroep 1: ƒ 17.644,04 • schoolsoortgroep 2: ƒ 2.971,84 • schoolsoortgroep 3: ƒ 13.279,90 • schoolsoortgroep 4: ƒ 17.008,93 4 Voor het onderwijsondersteunend personeel van de in artikel 3 genoemde scholen bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast ongeacht de schoolsoortgroep per formatieplaats ƒ 62.831,16 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 25-07-1998
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvullende vergoeding op grond van artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs vanaf 1 december 1998#
Artikel 7 Aanvullende vergoeding op grond van artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs vanaf 1 december 1998 1 Indien op basis van artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs een regeling is vastgesteld waarbij de aanvullende vergoeding wordt berekend op basis van de gemiddelde personeelslast, zijn de volgende leden van toepassing. 2 Indien een school ingevolge een regeling op grond van artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor de directie, is de vergoeding per formatieplaats gelijk aan het voor de school geldend bedrag genoemd in artikel 4, eerste lid. 3 Indien een school ingevolge een regeling op grond van artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor leraren, bedraagt de vergoeding per formatieplaats: • schoolsoortgroep 1: ƒ 95.083,11 • schoolsoortgroep 2: ƒ 115.110,78 • schoolsoortgroep 3: ƒ 109.322,34 • schoolsoortgroep 4: ƒ 100.994,39 4 Indien een school op grond van een regeling ex artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor onderwijsondersteunend personeel, is de vergoeding per formatieplaats gelijk aan het bedrag, genoemd in artikel 4, derde lid. 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 25-07-1998
Artikel 8 — Artikel 8 Bekendmaking#
Artikel 8 Bekendmaking Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 25-07-1998
Artikel 9 — Artikel 9 Inwerkingtreding#
Artikel 9 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling bekend is gemaakt. 2 De artikelen 1 en 2 werken terug tot en met 1 januari 1998. 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 1998 17b 22-07-1998 01-07-1998 VO/FB-1998/24968 25-07-1998