Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij
- BWB-id
- BWBR0009819
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2000-07-01 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009819
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-voorloperbedrijven-varkenshouderij
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-voorloperbedrijven-varkenshouderij/2000-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009819&g=2000-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009819&z=2026-06-06&g=2000-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009819/2000-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/regeling-voorloperbedrijven-varkenshouderij
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; b. wet: Wet herstructurering varkenshouderij ; c. referentieperiode: periode van 10 juli 1997 tot en met 31 augustus 1998; d. individuele voerligbox: voor de individuele huisvesting van fokzeugen bestemd hok waarin een fokzeug kan verblijven vanaf het moment dat zij dekrijp is, onderscheidenlijk van de biggen gespeend is, tot het moment dat zij in de kraamstal wordt gehuisvest, niet zijnde een hok met een vrije uitloop van ten minste twee meter gemeten over de kortste afstand tussen de uitgang van het hok en het daar tegenover gelegen hok of de daar tegenover aanwezige, opstaande afscheiding. e. SKAL: Stichting keur alternatief voortgebrachte landbouwprodukten te Zwolle; f. milieuvergunning: artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer vergunning als bedoeld in; g. groen-labelstal: artikel 1, eerste lid, onderdeel a voor de huisvesting van varkens bestemde stal of stalruimte met een stalsysteem waarvoor een Groen Label als bedoeld in, van het Convenant Groen Label (Stcrt. 1993, 21) is afgegeven. 2 artikelen 2 3 artikel 24 van de wet Voor de toepassing van deen, wordt een individuele voerligbox gelijkgesteld met 2,5 varkenseenheden per jaar en wordt het fokzeugenrecht in aanmerking genomen zoals dit zonder toepassing vanzou gelden. 2000 122 28-06-2000 28-06-2000 TRCJZ/2000/8601 2000 122 28-06-2000 28-06-2000 TRCJZ/2000/8601 01-07-2000 01-09-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 24, eerste lid, onderdeel a, van de wet Een bedrijf als bedoeld inhad gedurende de gehele referentieperiode minder individuele voerligboxen dan 57% van het fokzeugenrecht en hield in die periode fokzeugen niet aangebonden. 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 01-09-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Voor de toepassing van artikel 24, tweede lid, eerste gedachtestreepje, van de wet is het aantal in groepshuisvesting gehouden fokzeugen gelijk aan 100% van het fokzeugenrecht indien het aantal individuele voerligboxen gedurende de gehele referentieperiode kleiner was dan of gelijk was aan 32% van het fokzeugenrecht en is het aantal in groepshuisvesting gehouden fokzeugen telkens vier procentpunten minder dan 100% van het fokzeugenrecht voor elk procentpunt dat het aantal individuele voerligboxen groter was dan 32% van het fokzeugenrecht. 2 Voorzover artikel 24, tweede lid, eerste gedachtestreepje wordt toegepast ter bepaling van de hoogte van het fokzeugenrecht, wordt in plaats van ’te delen door het varkensrecht’ gelezen: te delen door het fokzeugenrecht. 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 01-09-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, eerste lid artikelen 9, tweede lid 10, tweede lid, van de wet Voor de toepassing van, wordt het fokzeugenrecht niet in aanmerking genomen voorzover het is vergroot ingevolge toepassing van de, enen de voor dit vergrote recht benodigde stalruimte op 10 juli 1997 nog niet was gerealiseerd. 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 01-09-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 24, eerste lid, onder b, van de wet Een bedrijf als bedoeld inwas gedurende de gehele referentieperiode bij het Productschap voor Vee en Vlees geregistreerd als houder van scharrelvarkens overeenkomstig de bepalingen van de PVV-regeling scharrelvarkens en voldeed gedurende die gehele periode aan de in die regeling neergelegde en ook overigens in dit verband door het productschap gestelde voorwaarden. 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 01-09-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 24, eerste lid, onder c, van de wet Een bedrijf als bedoeld involdeed gedurende de gehele referentieperiode aan elk van de volgende voorwaarden: a. het bedrijf was geregistreerd bij de SKAL of aangesloten bij een vergelijkbare organisatie die zich het toezicht op, en de keuring, controle, beoordeling en certificering van biologische productiemethoden ten doel stelt; b. de productiemethoden van het bedrijf stemden ten minste overeen met de door de SKAL opgestelde normen; c. het bedrijf stond onder controle van medewerkers van de SKAL of van een vergelijkbare organisatie als bedoeld in onderdeel a. 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 01-09-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 24, eerste lid, onder d, van de wet Een bedrijf als bedoeld inbeschikte gedurende de gehele referentieperiode over een groen-labelstal blijkens: a. artikel 8.19 van de Wet milieubeheer de voor de desbetreffende stal gedurende de referentieperiode geldende milieuvergunning, in samenhang met vóór 10 juli 1997 overeenkomstigmet betrekking tot die stal gedane meldingen, of b. artikel 4 van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer artikel 3 van het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer de met betrekking tot de desbetreffende stal vóór 10 juli 1997 overeenkomstigofgedane melding of meldingen, ingeval gedurende de referentieperiode een van deze besluiten op het bedrijf van toepassing was. 2 artikel 8.19 van de Wet milieubeheer Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer artikel 4 Voor de toepassing van artikel 24, tweede lid, derde gedachtestreepje, van de wet wordt het aantal varkens dat in een groen-labelstal kan worden gehuisvest bepaald aan de hand van de voor de desbetreffende stal afgegeven milieuvergunning, in samenhang met de vóór 10 juli 1997 overeenkomstigmet betrekking tot die stal gedane meldingen, dan wel aan de hand van hetof hetin samenhang met de met betrekking tot die stal gedane meldingen overeenkomstig, onderscheidenlijk 3 van deze besluiten. 3 Voor de toepassing van het tweede lid: a. artikel 8.19 van de Wet milieubeheer wordt een overeenkomstigmet het oog op een uitbreiding van het aantal te houden varkens gedane melding slechts in aanmerking genomen voorzover deze betrekking heeft op een verandering van de inrichting die overeenkomstig de op het tijdstip van de melding voor de inrichting geldende milieuvergunning kon leiden tot een uitbreiding van het aantal varkens; b. worden in de milieuvergunning of in de meldingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde: bijlage A onderdeel 1, onder b, bij de wet fokzeugen, kraamzeugen, guste en dragende zeugen aangemerkt als fokzeugen als bedoeld in,, bijlage A onderdeel 7, bij de wet vleesvarkens aangemerkt als vleesvarkens als bedoeld in,, en bijlage A onderdeel 5, van de wet biggen, al dan niet gespeend, buiten beschouwing gelaten, tenzij een groen-labelstal blijkens de daarvoor afgegeven milieuvergunning, onderscheidenlijk de daarop betrekking hebbende meldingen, uitsluitend bestemd is voor de huisvesting van biggen, in welk geval de genoemde biggen worden aangemerkt als biggen als bedoeld in,. 2000 122 28-06-2000 28-06-2000 TRCJZ/2000/8601 2000 122 28-06-2000 28-06-2000 TRCJZ/2000/8601 01-07-2000 01-09-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 24, derde lid, van de wet De melding, bedoeld ingaat vergezeld van de volgende bescheiden: a. artikel 24, eerste lid, onder a, van de wet voor bedrijven als bedoeld in: een bouwtekening van de stallen waarop de groepshuisvesting voor fokzeugen en de individuele voerligboxen staan aangegeven; b. artikel 24, eerste lid, onder b, van de wet voor bedrijven als bedoeld in: een afschrift van de overeenkomst tussen het bedrijf en het Productschap voor Vee en Vlees inzake toepassing van de algemene voorwaarden van de PVV-regeling scharrelvarkens; c. artikel 24, eerste lid, onder c, van de wet artikel 5, onder a voor bedrijven als bedoeld in: de bescheiden waaruit blijkt dat het bedrijf is aangesloten bij een in, genoemde organisatie; d. artikel 24, eerste lid, onder d, van de wet artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b voor bedrijven als bedoeld in: een afschrift van de milieuvergunning alsmede van alle meldingen, bedoeld inmet de daarbij behorende bouwtekeningen van de groen-labelstallen. 2 artikel 24, derde lid, van de wet Overeenkomstigaangemelde bedrijven verschaffen op verzoek van het Bureau Heffingen aanvullende gegevens binnen een door het Bureau Heffingen te stellen termijn. 2000 122 28-06-2000 28-06-2000 TRCJZ/2000/8601 2000 122 28-06-2000 28-06-2000 TRCJZ/2000/8601 01-07-2000 01-09-1998 De wijzigingsopdracht voor artikel 8 is niet geheel juist.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1998. 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 01-09-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij. 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 1998 149 10-08-1998 29-07-1998 J.986908 01-09-1998