Subsidieregeling energie-voorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren
- BWB-id
- BWBR0009451
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2002-11-16 t/m 2003-06-06
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009451
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/subsidieregeling-energievoorzieningen-in-de-non-profit-en-bi
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/subsidieregeling-energievoorzieningen-in-de-non-profit-en-bi/2002-11-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009451&g=2002-11-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009451&z=2026-06-06&g=2002-11-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009451/2002-11-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/subsidieregeling-energievoorzieningen-in-de-non-profit-en-bi
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden: 1º een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan, volledig aansprakelijk vennoot is van of overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en 2º laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen. b. energie-advies: advies bestaande uit een verkenning van de mogelijkheden om maatregelen te treffen ter verbetering van de energie-efficiency dat is vastgelegd in een rapportage die ten minste omvat: 1º. een overzicht van de energiehuishouding van het bestaande object; 2º. een energiebalans van de relevante onderdelen van het bestaande object; 3º. een overzicht van de mogelijkheden van en de kwantificering tot energiebesparing; 4º. een overzicht van de noodzakelijke organisatorische en administratieve aanpassingen; 5º. 3 een raming van de te verwachten kosten van koop van voorzieningen en de te verwachten baten,en in het geval dat de subsidieontvanger een afnemer is met een energieverbruik van meer dan 25.000 maardgas of aardgasequivalent of van meer dan 50.000 kWh elektriciteit per jaar: 6º. een inzichtelijke beschrijving van alle maatregelen met een terugverdientijd tot en met vijf jaar; 7º. een specificatie in de energiebalans van 90 procent van het totale energieverbruik; 8º. een beschrijving van het object of het proces; 9º. een helder en eenvoudig plan voor het uitvoeren van de energiebesparende maatregelen. c. object: 1º. een vaste installatie in de open lucht of een niet voor permanente bewoning bestemd gebouw of gedeelte daarvan, waarvan het energieverbruik afzonderlijk kan worden gemeten, of 2º. één of meer woongebouwen waarvan het beheer in handen is van één rechtspersoon; d. Energielijst 2002: artikel 1, onderdelen A tot en met E, onder artikelen 2 3 de bedrijfsmiddelen, opgenomen in bijlage 1 van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2002,de voorwaarden, genoemd in deenvan die bijlage. 2002 72 15-04-2002 12-04-2002 WJZ02017180 2002 72 15-04-2002 12-04-2002 WJZ02017180 17-04-2002 Deze regeling geldt niet voor aanvragen die zijn ingediend voor 10 februari 2002 of voor subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan degene die een voorziening koopt die als bedrijfsmiddel is opgenomen in de Energielijst 2002, indien diegene aan de hiernavolgende omschrijving voldoet: artikel 70, eerste lid, van de Woningwet een kerkgenootschap, een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, niet zijnde een vereniging van eigenaren als bedoeld in artikel 5:112, eerste lid, onder e, van het Burgerlijk Wetboek, of een stichting, daaronder niet begrepen een vereniging of een stichting die ingevolgeis aangewezen als uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting werkzaam; een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, niet zijnde de staat; een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid waarvan de aandelen worden gehouden door een gemeente en die ten doel heeft het zonder winstoogmerk beheren van een zweminrichting; artikel 1 van de Waterleidingwet een waterleidingbedrijf als bedoeld in. 2 Voor de toepassing van deze regeling wordt onder een bedrijfsgebouw als bedoeld in de Energielijst 2002 mede begrepen een woning of een woongebouw. 3 De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een natuurlijke persoon die een windturbine met rotorbladen koopt, bestemd voor het opwekken van elektrische energie, gecertificeerd volgens voorontwerp van norm NEN 6096/2 en haar opvolgers, dan wel een daaraan gelijkwaardige norm, met inbegrip van de mast en de netaansluiting. 4 Geen subsidie wordt verstrekt: a. indien de aanvrager voor de indiening van de aanvraag ter zake van de koop van de voorzieningen waarop de aanvraag betrekking heeft verplichtingen heeft aangegaan anders dan terzake van het energie-advies dat hem tot de koop van de voorzieningen heeft doen besluiten; b. indien de voorziening voorafgaand aan de koop reeds is gebruikt; c. artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 indien de aanvrager ter zake van de koop met succes een beroep heeft gedaan opdan wel door de minister een verklaring is afgegeven als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, van die wet. 2002 72 15-04-2002 12-04-2002 WJZ02017180 2002 72 15-04-2002 12-04-2002 WJZ02017180 17-04-2002 Deze regeling geldt niet voor aanvragen die zijn ingediend voor 10 februari 2002 of voor subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 4, eerste lid, onder a artikel 4, eerste lid, onder b De subsidie bedraagt 18,5 procent van de in, bedoelde kosten en 50 procent van de in, bedoelde kosten. 2 artikel 2, derde lid artikel 4, eerste lid, onder a In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie in geval van een aanvraag als bedoeld in, 20 procent van de in, bedoelde kosten. 3 artikel 4, eerste lid Indien ter zake van de kosten of een deel daarvan reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt deze subsidie in mindering gebracht op de in, bedoelde kosten. 4 Indien de kosten per samenhangend geheel van voorzieningen meer dan € 4 840 000 bedragen wordt over het meerdere geen subsidie verstrekt. 5 Aan een aanvrager wordt op grond van deze regeling per kalenderjaar niet meer dan € 895 400 subsidie verleend. 6 artikel 1 van de Waterleidingwet De extra investeringskosten gemaakt en betaald door een waterleidingbedrijf als bedoeld inworden slechts in aanmerking genomen voor zover zij noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van milieudoeleinden. 2002 220 14-11-2002 13-11-2002 WJZ02055485 2002 220 14-11-2002 13-11-2002 WJZ02055485 16-11-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen: a. de volgende, rechtstreeks aan de koop, de installatie en de ingebruikneming van de voorziening toe te rekenen, door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1º. kosten van koop van de voorzieningen; 2º. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; 3º. andere dan de onder 1° en 2° bedoelde, aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen binnen een groep; b. de kosten van een energie-advies, mits voldaan is aan de volgende vereisten: 1º. de koop van de energievoorziening vindt plaats binnen 24 maanden na het tijdstip waarop de opdracht tot het advies is verstrekt, 2º. de energievoorziening is aanbevolen in het advies, 3º. de kosten van het advies worden niet tevens toegerekend aan andere energievoorzieningen; 4º. het advies wordt uitgebracht door een van de subsidie-ontvanger onafhankelijke, externe derde. 2 Bij een gecombineerd energie-milieuadvies wordt 50 procent van de totale advieskosten toegerekend aan het energie-advies. 3 Bij de berekening van de energiebesparing blijven bij het bedrag van de koop van de energievoorziening de kosten van het energie-advies buiten beschouwing. 4 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger omzetbelasting niet in aftrek kan brengen. 2002 72 15-04-2002 12-04-2002 WJZ02017180 2002 72 15-04-2002 12-04-2002 WJZ02017180 17-04-2002 Deze regeling geldt niet voor aanvragen die zijn ingediend voor 10 februari 2002 of voor subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De minister stelt ieder begrotingsjaar bij ministeriële regeling verschillende subsidieplafonds vast voor het in dat jaar verlenen van subsidies op grond van artikel 2, eerste, respectievelijk derde, lid van deze regeling. 2 artikel 2, eerste lid artikel 2, derde lid In 1998 is voor het doen van subsidietoezeggingen op grond van, f 27.300.000,00 en op grond van, f 12.500.000,00 beschikbaar. 1998 189 05-10-1998 01-10-1998 WJA/JZ98057950 1998 189 05-10-1998 01-10-1998 WJA/JZ98057950 07-10-1998 Wijzigingopdracht voor artikel 5 is niet geheel juist
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in bij deze regeling behorende bijlage 1. 2 Een aanvraag gaat vergezeld van alle bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld. 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 11-03-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien hij de kosten op minder dan € 1900 raamt. 2002 72 15-04-2002 12-04-2002 WJZ02017180 2002 72 15-04-2002 12-04-2002 WJZ02017180 17-04-2002 Deze regeling geldt niet voor aanvragen die zijn ingediend voor 10 februari 2002 of voor subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing vande gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt. 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 11-03-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 10 11 12 Op de subsidie-ontvanger rusten de in de,enopgenomen verplichtingen. Zij gelden tot de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld. 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 11-03-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De subsidie-ontvanger installeert de voorziening in Nederland en neemt hem in gebruik overeenkomstig het plan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en uiterlijk op het bij de subsidieverlening vermelde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor wijzigingen of vertragingen. 2 De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden. 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 11-03-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10, eerste lid De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag tot subsidievaststelling binnen zes maanden na het tijdstip waarop ingevolge, de voorzieningen moeten zijn geïnstalleerd en in gebruik genomen in bij de minister. 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2. 3 De aanvraag gaat vergezeld van alle bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld. 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 11-03-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 4 De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle inbedoelde kosten kunnen worden afgelezen. 2 De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van de indiening van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van hem. 2002 72 15-04-2002 12-04-2002 WJZ02017180 2002 72 15-04-2002 12-04-2002 WJZ02017180 17-04-2002 Deze regeling geldt niet voor aanvragen die zijn ingediend voor 10 februari 2002 of voor subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt kan op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de minister eenmaal een voorschot worden verstrekt. 2 Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde kosten. Het bedrag van het voorschot zal niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale bedrag van de subsidie. 3 Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot ten minste € 4 500 bedraagt. 2002 72 15-04-2002 12-04-2002 WJZ02017180 2002 72 15-04-2002 12-04-2002 WJZ02017180 17-04-2002 Deze regeling geldt niet voor aanvragen die zijn ingediend voor 10 februari 2002 of voor subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3. 2 De aanvraag gaat vergezeld van alle bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld. 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 11-03-1998
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien een subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen. 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 11-03-1998
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na de ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen daarvan geldende termijn is verstreken. 2002 220 14-11-2002 13-11-2002 WJZ02055485 2002 220 14-11-2002 13-11-2002 WJZ02055485 16-11-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 2, derde lid artikel 2, vierde lid aanhef en onder c Aan de subsidievaststelling is voor de ontvanger van een subsidie als bedoeld in, de verplichting verbonden dat hij de subsidie terugbetaalt, indien zich na de subsidievaststelling feiten voordoen op grond waarvan, gelet op,, geen subsidie zou zijn verstrekt. 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 11-03-1998
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De Subsidieregeling energie-investeringen in de non-profitsector wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld. 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 11-03-1998
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1999 214 05-11-1999 28-10-1999 WJZ/JZ99009050 1999 214 05-11-1999 28-10-1999 WJZ/JZ99009050 07-11-1999
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 11-03-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Subsidieregeling energievoorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren Deze regeling wordt aangehaald als:. 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 1998 46 09-03-1998 05-03-1998 WJA/JZ97081049 11-03-1998