Subsidieregeling ten behoeve van het project professionalisering takenpakket onderwijspersoneel
- BWB-id
- BWBR0009806
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2004-12-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009806
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/subsidieregeling-ten-behoeve-van-het-project-professionalise
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/subsidieregeling-ten-behoeve-van-het-project-professionalise/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009806&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009806&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009806/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/subsidieregeling-ten-behoeve-van-het-project-professionalise
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. wet: Wet educatie en beroepsonderwijs de; b. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; c. project: het project taakverlichting, dat voortvloeit uit het rapport ’Vergrijzing in het onderwijs in Nederland en bij de buren. Een zoektocht naar oplossingen’, bedoeld in Uitleg, 1998, nr.1, pag.17; d. onderzoeksbureau: het onderzoeksbureau dat het project uitvoert; e. instelling : artikel 1.3.1, van de wet de instelling, bedoeld in; f. unit: het deel van de instelling dat is aangemeld voor deelname aan het project; g. formatie: het in bijlage 1 bij deze regeling vermelde aantal formatieplaatsen van de instelling of unit; h. gpl: artikel 2, zevende lid de gemiddelde personeelslast voor onderwijzend personeel, f 97.459,20, met inachtneming van de eventuele verhoging op grond van; i. 52-plusinstelling: artikel 3, derde lid de instelling die is aangemerkt als 52-plusinstelling op grond van; j. EOP-instelling: artikel 3, derde lid de instelling die is aangemerkt als EOP-instelling op grond van; k. Awb: Algemene wet bestuursrecht de. 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 01-08-1998
Artikel 2 — Artikel 2 Toekenning subsidie en doel#
Artikel 2 Toekenning subsidie en doel 1 artikel 3, derde lid De minister kent gedurende de subsidieperiode, per kalenderjaar, aan de in, bedoelde selectie van instellingen of units, een subsidie toe ten behoeve van het project. 2 De subsidieperiode voor de subsidie, bedoeld in het vierde lid, vangt aan op 1 augustus 1998 en eindigt op 31 juli 2000. 3 Het bedrag van de subsidie wordt jaarlijks door de minister bij beschikking tot subsidieverlening verleend. 4 De subsidie bedraagt een tiende deel van de formatie, die bezet wordt door personeelsleden met docerende taken die op de peildatum 1 augustus 1998 tweeNnvijftig jaar of ouder zijn, vermenigvuldigd met de gpl, en berekend naar evenredigheid van het aantal maanden van het betreffende kalenderjaar dat het project wordt uitgevoerd. 5 In verband met de wachtgelduitgaven van de instelling die mogelijk het gevolg zijn van aanstelling van personeel in het kader van het project, ontvangt de instelling een bijdrage. Deze bijdrage wordt berekend door het in het vierde lid bedoelde totaalbedrag over de jaren 1998, 1999 en 2000 voor alle in het kader van deze regeling aan het project deelnemende instellingen, voor de jaren 2000, 2001, 2002, 2003 en 2004 te vermenigvuldigen met respectievelijk 7,68%, 15,56%, 8,98%, 4,14% en 1,03%, en te vermenigvuldigen met het in procenten uitgedrukte aandeel van de betreffende instelling in het project. 6 artikel 4:61, van de Awb De minister verleent de subsidie, bedoeld in het vierde lid, uiterlijk acht weken nadat het activiteitenplan van de instelling, bedoeld in, aan de minister is gezonden. 7 De gpl kan door de minister in de jaren 1999 en 2000 worden aangepast wegens uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. 8 De minister verleent de subsidie, bedoeld in het vijfde lid, in achtereenvolgens de jaren 2000, 2001, 2002, 2003 en 2004. 9 Voor de jaren 2002 tot en met 2004 stelt de minister de bijdrage, bedoeld in het vijfde lid, vast in een bedrag in euro door de uitkomst van de daar beschreven berekening te delen door 2,20371 en de uitkomst daarvan rekenkundig af te rondenop twee cijfers achter de komma. 2001 191 03-10-2001 12-09-1991 WJZ/2001/34632(8110) 2001 191 03-10-2001 12-09-1991 WJZ/2001/34632(8110) 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3 Selectie#
Artikel 3 Selectie 1 Het onderzoeksbureau beoordeelt de aanvragen van de instellingen of units die haar uiterlijk 28 februari 1998 zijn toegezonden op grond van: a. de geografische spreiding; b. de leeftijdsopbouw van het personeel van de instelling of unit; c. de aanwezigheid van onderwijsondersteunende faciliteiten bij de instelling of unit; d. de voor het onderzoek relevante onderscheidende kenmerken van de instelling of unit; e. het minimum aantal deelnemers van de instelling of unit, en f. het aantal personeelsleden met docerende taken dat op 1 augustus 1998 tweeënvijftig jaar of ouder is. 2 Het onderzoeksbureau adviseert met inachtneming van het eerste lid de mi- nister over een voor het onderzoek relevante selectie van instellingen of units. 3 artikel 2 De minister beslist uiterlijk 30 juni 1998 over de selectie van instellingen of units die voor toepassing vanin aanmerking komt en geeft daarbij tevens aan of de instelling of unit wordt aangemerkt als 52-plusinstelling of EOP-instelling. 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 01-08-1998
Artikel 4 — Artikel 4 Toepasselijke voorschriften Awb#
Artikel 4 Toepasselijke voorschriften Awb afdeling 4.2.8 van de Awb Op de subsidie isvan toepassing, met dien verstande dat: a. artikel 1, onderdeel e in afwijking van artikel 4:60, de aanvraag door het bevoegd gezag van de instelling geacht wordt te zijn ingediend voorafgaand aan de in, bedoelde selectie; b. het activiteitenplan en de begroting jaarlijks uiterlijk 1 mei van het studiejaar waarin de activiteiten zullen plaatsvinden worden ingediend; c. de artikelen 4:64 en 4:71 niet van toepassing zijn; d. artikel 4:65 van overeenkomstige toepassing is op subsidies en bekostiging, die door de minister aan de instelling worden verstrekt; e. het bepaalde met betrekking tot het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 4:80, niet van toepassing is; f. het in artikel 4:75 bedoelde financieel verslag wordt opgenomen als bijlage bij de jaarrekening van de instelling, waarvan de in artikel 4:78 bedoelde accountantsverklaring onderdeel uitmaakt. 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 01-08-1998
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvullende subsidievoorwaarden voor de 52-plusinstelling#
Artikel 5 Aanvullende subsidievoorwaarden voor de 52-plusinstelling 1 Het activiteitenplan van de 52-plusinstelling voorziet in vermindering van tien procent van de werkzaamheden binnen de aanstellingsomvang van personeelsleden met docerende taken, die op 1 augustus 1998 tweeënvijftig jaar of ouder waren. 2 artikel 2, vierde lid De subsidie heeft betrekking op vergoeding van de aanstelling van personeel tot ten hoogste het bedrag, bedoeld in. 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 01-08-1998
Artikel 6 — Artikel 6 Aanvullende subsidievoorwaarden voor de EOP-instelling#
Artikel 6 Aanvullende subsidievoorwaarden voor de EOP-instelling 1 Het bevoegd gezag van de EOP-instelling wendt de subsidie aan voor de aanstelling van personeel in een of meer van de in bijlage 2 genoemde functiecategorieën ter ondersteuning van het personeel in de desbetreffende instelling of unit. 2 artikel 2, vierde lid De subsidie heeft betrekking op vergoeding van de aanstelling van ondersteunend personeel tot ten hoogste het bedrag, bedoeld in. 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 01-08-1998
Artikel 7 — Artikel 7 Algemene subsidievoorwaarde#
Artikel 7 Algemene subsidievoorwaarde artikel 1, onderdeel d Het bevoegd gezag van de instelling verleent alle medewerking aan het project en verstrekt aan het in, bedoelde onderzoeksbureau alle noodzakelijk geachte gegevens. 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 01-08-1998
Artikel 8 — Artikel 8 Begrotingsvoorbehoud#
Artikel 8 Begrotingsvoorbehoud 1 Subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat bij de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2 artikel 2 Bij het niet vervullen van de voorwaarde worden de op grond vanverleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 01-08-1998
Artikel 9 — Artikel 9 Bekendmaking#
Artikel 9 Bekendmaking Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 01-08-1998
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 1998. 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 01-08-1998
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ten behoeve van het project professionalisering takenpakket onderwijspersoneel. 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 1998 142 30-07-1998 26-07-1998 1998/28977 01-08-1998