Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit
- BWB-id
- BWBR0009345
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2007-01-01 t/m 2008-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009345
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/uitvoeringsregeling-bouwstoffenbesluit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/uitvoeringsregeling-bouwstoffenbesluit/2007-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009345&g=2007-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009345&z=2026-06-06&g=2007-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009345/2007-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/uitvoeringsregeling-bouwstoffenbesluit
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. besluit: Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming ; b. GHG: artikel 1, eerste lid, onder n, van het besluit gemiddeld hoogste grondwaterstand zoals omschreven in; c. ontwerp-GHG: GHG zoals die voorafgaand aan het op of in de bodem brengen van een categorie 2-bouwstof wordt bepaald; d. grondwatertrap: voor landbouwkundige toepassing bepaalde aanduiding van de gemiddelde grondwaterstand, gedefinieerd op basis van langjarige gemiddelden van hoogste grondwaterstanden (GHG) en laagste grondwaterstanden in een gebied; e. bijlagen A t/m I: bijlagen A t/m I de bij deze regeling behorende; f. NEN: door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven norm; g. NEN-EN: door het Comité Européen de Normalisation opgestelde en door het NNI als Nederlandse norm aanvaarde en uitgegeven norm; h. NVN: Nederlandse VoorNorm, uitgegeven door het NNI, vooruitlopend op een NEN-norm; i. VPR: Voorlopige Praktijk Richtlijn, zoals beschreven in deel 55B van de reeks Bodembescherming, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, 1986 en herdruk 1995. 2 bijlage A Waar in het besluit of in deze regeling wordt verwezen naar een NEN, ontwerp-NEN, NVN of ontwerp-NVN, wordt van die norm de uitgave bedoeld, die is aangegeven in. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 De bepaling van de totaalgehalten aan silicium, calcium en aluminium in een materiaal dat is bestemd om in een werk te worden gebruikt, ter bepaling of dat materiaal als bouwstof kan worden aangemerkt, vindt als volgt plaats: a. bijlage B de monsterneming vindt zodanig plaats dat het monster representatief is voor het te onderzoeken materiaal, voor de monsternemingsstrategie geldt het bepaalde in. b. bijlage B de ontsluiting van het monster alsmede de analyse van silicium, calcium en aluminium in het monster worden uitgevoerd overeenkomstig ASTM D 3682-91 (uitgave van de American Society for Testing and Materials, 1991), met dien verstande dat de berekening van de massa's van genoemde stoffen in afwijking van de paragrafen 9.5, 10.5 en 12.5 van ASTM D 3682-91, plaats vindt overeenkomstig. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-02-1998
Artikel 3.1.1 — Artikel 3.1.1#
Artikel 3.1.1 De bepaling van het volume van de kleinste eenheid van een bouwstof vindt plaats op basis van de afmetingen dan wel door middel van een zeefproef. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 3.1.2 — Artikel 3.1.2#
Artikel 3.1.2 1 De bepaling op basis van de afmetingen vindt als volgt plaats: a. het volume wordt bepaald uit de daarvoor kenmerkende afmetingen van de bouwstof zoals lengte, breedte, hoogte en straal; b. volumina van holten en gaten in het oppervlak van de eenheid worden in mindering gebracht; c. afmetingen worden in hele centimeters bepaald en afgerond naar beneden. 2 Indien het overeenkomstig het eerste lid berekende volume kleiner is dan 100 cm³, maar groter is dan 50 cm³, dient het volume nader te worden bepaald door onderdompeling van het element in water op de wijze zoals aangegeven in NEN 5186. Voor de finale berekening van het volume wordt dan als formule gehanteerd: waarbij: V = 1000 * m m 2 1 - f (3.1) V = volume van het element, in m³ m 1 = de schijnbare massa onder water bedoeld in NEN 5186 van het element, in g m 2 = de massa van het vochtige proefstuk, in g f = de dichtheid van water, in kg/m³, bij de beproevingstemperatuur van het waterbad. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 3.1.3 — Artikel 3.1.3#
Artikel 3.1.3 1 De bepaling door middel van een zeefproef vindt als volgt plaats: a. de monsterneming vindt plaats overeenkomstig ontwerp-NEN 7300; b. voor de monsternemingsstrategie geldt het bepaalde in bijlage C. 2 Een bouwstof wordt op grond van de resultaten van een bepaling van de korrelverdeling door middel van een zeefproef aangemerkt als bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm, indien het korrelverdelingsdiagram van een monster van die bouwstof, vastgesteld door zeving volgens NEN 5181, voldoet aan onderstaande waarden: waarin: op zeef massapercentage (m/m) op zeef NEN 5181 - 90 mm ten minste 10% NEN 5181 - 63 mm ten minste 40% NEN 2560 - C 45 mm ten minste 65% NEN 2560 - C 31,5 mm ten minste 90% NEN 2560 - C 16 mm ten minste 95% a. en C de in de betreffende NEN gehanteerde symbolen zijn voor de aard van de zeven met vierkante maasopeningen, en b. na de symbolen de lengte van de zijden van de openingen aangegeven is. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 3.2.1 — Artikel 3.2.1#
Artikel 3.2.1 Een bouwstof wordt als niet-duurzaam vormvast aangemerkt indien: a. bijlage D die bouwstof in de betreffende toepassing volgens de inopgenomen lijst als niet-duurzaam vormvast is aangemerkt, of b. bijlage D bijlage E die bouwstof weliswaar volgens de inopgenomen lijst niet als niet-duurzaam vormvast wordt aangemerkt, maar in een diffusieproef, uitgevoerd overeenkomstig, gedurende 64 dagen meer massaverlies vertoont dan: 1500 g/m² voor lichtgebonden steenmengsels voor wegfunderingen, beproefd direct na een verhardingstijd van 28 dagen, of 500 g/m² voor lichtgebonden steenmengsels, beproefd direct na een verhardingstijd van 91 dagen (verharding bij 20 ± 1°C en bij een relatieve vochtigheid van tenminste 90%), dan wel 30 g/m² voor andere materialen. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 1 artikel 5, tweede lid, van het besluit bijlage F, hoofdstuk 1 bijlage A bijlage G bijlage F, hoofdstuk 1 bijlage J De bepaling van de samenstelling van schone grond bedoeld invindt plaats overeenkomstig. Voorzover daarbij geen gebruik kan worden gemaakt van de inaangegeven normen of van de VPR’s wordt de bepaling van de samenstelling van grond overeenkomstiguitgevoerd. De bepaling van de samenstelling van schone grond mag in afwijking van, ook plaatsvinden met behulp van een steekproefopzet en daarbij behorende toetsing zoals beschreven invan deze regeling. 2 artikel 5, derde lid, onder a, van het besluit Gevallen als bedoeld inzijn: a. 3 het gebruiken van schone grond in een werk waarbij de totale hoeveelheid niet meer dan 50 mbedraagt; b. het gebruiken van schone grond in een werk dat niet anders omvat dan de bouw van een particuliere woning, danwel van een bedrijfspand van vergelijkbare omvang. 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 07-12-2005
Artikel 7.1.1 — Artikel 7.1.1#
Artikel 7.1.1 artikel 9 van het besluit bijlage F, hoofdstuk 1 bijlage A bijlage G §7.5.2 §7.5.3 De bepaling van de samenstelling, of de uitloging van een bouwstof, bedoeld in, vindt plaats overeenkomstig. Voorzover daarbij geen gebruik kan worden gemaakt van de inaangegeven normen of van de VPR's wordt de bepaling van de samenstelling van grond overeenkomstiguitgevoerd. Indien blijkt dat de vormgegeven bouwstof diffusiebepaald is, geldt het bepaalde in, in alle andere gevallen geldt het bepaalde in. bijlage F, hoofdstuk 1 bijlage 4 De bepaling van de samenstelling of de uitloging mag in afwijking van, ook plaatsvinden met behulp van een steekproefopzet en daarbij behorende toetsing zoals beschreven invan deze regeling. artikel 9 van het besluit bijlage F, hoofdstuk 1 bijlage A bijlage G §7.5.2 §7.5.3 bijlage F, hoofdstuk 1 bijlage J De bepaling van de samenstelling, of de uitloging van een bouwstof, bedoeld in, vindt plaats overeenkomstig. Voor zover daarbij geen gebruik kan worden gemaakt van de inaangegeven normen of van de VPR’s wordt de bepaling van de samenstelling van grond overeenkomstiguitgevoerd. Indien blijkt dat de vormgegeven bouwstof diffusiebepaald is, geldt het bepaalde in, in alle andere gevallen geldt het bepaalde in. De bepaling van de samenstelling of de uitloging mag in afwijking van, ook plaatsvinden met behulp van een steekproefopzet en daarbij behorende toetsing zoals beschreven invan deze regeling. 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 07-12-2005
Artikel 7.5.1.1 — Artikel 7.5.1.1#
Artikel 7.5.1.1 1 De bepaling of de uitloging van een anorganische stof uit een vormgegeven bouwstof diffusie-bepaald is, vindt plaats door onderzoek van de bouwstof volgens NEN 7345, onderdelen 8.4 en 9.3. 2 De uitloging wordt ook als diffusie-bepaald aangemerkt, indien bij het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt dat van de in NEN 7345 genoemde inerte stoffen en van alle anorganische stoffen, genoemd in bijlage 2 van het besluit, geen andere afgifte dan door afspoeling plaatsvindt. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 7.5.2.1 — Artikel 7.5.2.1#
Artikel 7.5.2.1 In deze paragraaf wordt verstaan onder: E 64d : berekende uitloging over 64 dagen, in mg/m², bepaald volgens NEN 7345, onderdeel 9.5; E Τ : berekende uitloging over T dagen, in mg/m², bepaald volgens NEN 7345, onderdeel 9.7, respectievelijk volgens NEN 7345, bijlage D, bedoeld om in bijzondere gevallen de uitloging te kunnen bepalen; type-A toepassing: toepassing van een vormgegeven bouwstof niet zijnde een type-B toepassing; type-B toepassing: toepassing van een vormgegeven bouwstof boven het maaiveld, waarbij de bouwstof alleen bevochtigd kan worden door neerslag en vochtige lucht, alsmede de toepassing van een vormgegeven bouwstof in de bovenste laag van een wegdek, waarbij die bouwstof zichtbaar blijft; f bev : factor voor de bevochtigingsperiode, die bij een type-B toepassing 0,1 bedraagt en in alle andere gevallen 1 bedraagt; f iso : factor voor de isolatiemaatregelen, die 1 bedraagt, tenzij categorie 2-bouwstoffen worden toegepast, in welk geval deze factor 0,1 bedraagt; f ext.v: factor voor de extrapolatie van de uitloging van de bouwstof bij de kort durende laboratoriumproef naar de uitloging over 100 jaar; f v : f f f ext.v iso bev rekenkundige factor die de extrapolatiefactor (), de isolatiefactor () en de bevochtigingsfactor () combineert; bes: U de volgens NEN 7341 voor uitloging beschikbare hoeveelheid van een component in mg/kg d.s.; ρ : volumieke massa in kg/m³ volgens NEN 7345; d : dikte van het bouwmateriaal; D e : : effectieve diffusiecoëfficiënt van een anorganische stof, in m²/s, bepaald volgens NEN 7345, onderdeel 9.4; f temp : factor voor het verschil in temperatuur bij bepaling van de uitloging van een bouwstof in het laboratorium en bij het gebruik van die bouwstof, die in alle gevallen 0,7 bedraagt; I b.v : berekende immissie in de bodem als gevolg van het gebruik van een vormgegeven bouwstof, in mg/m²; ε 64 : de in de diffusieproef volgens NEN 7345 cumulatief uitgeloogde hoeveelheid van een component over 64 dagen, in mg/m²; ε T T de in de diffusieproef volgens NEN 7345 cumulatief uitgeloogde hoeveelheid van een component overdagen, in mg/m². 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 7.5.2.2 — Artikel 7.5.2.2#
Artikel 7.5.2.2 1 E 64c 64 Voor de anorganische stoffen waarvoor in NEN 7345, onderdeel 9.3, wordt verwezen naar onderdeel 9.4 van die NEN, isgelijk aan ε, bepaald volgens onderdeel 9.5 van NEN 7345. 2 E τ τ Voor de anorganische stoffen waarvoor in NEN 7345, onderdeel 9.3, wordt verwezen naar onderdeel 9.7 van die NEN, wordt degelijk gesteld aan ε, bepaald volgens bijlage D van NEN 7345. 3 E τ τ Voor de anorganische stoffen waarvan overeenkomstig NEN 7345, onderdeel 9.3, wordt bepaald dat de uitloging afspoelingsbepaald is, wordt degelijk gesteld aan ε, bepaald volgens bijlage D.2.2 van NEN 7345. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 7.5.2.3 — Artikel 7.5.2.3#
Artikel 7.5.2.3 1 De dikte van een toegepaste vormgegeven bouwstof wordt bepaald voor elk deel van de constructie waarin het materiaal op een eenvormige wijze wordt toegepast. 2 Van elk deel wordt de gemiddelde dikte bepaald, zoals aangebracht in het werk. De dunste lagen in de constructie worden gesteld op 0,10 m. 3 De hoogte wordt steeds berekend over oppervlakken van niet meer dan 10³ m². 4 De dikte wordt gemeten loodrecht op het oppervlak van de grootste vlakke of gebogen zijde van het materiaal die door regen-, oppervlakte- of grondwater kan worden bevochtigd. 5 De dikte wordt uitgedrukt in m, afgerond op twee decimalen na de komma, en bedraagt minimaal 0,10 m. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 7.5.2.4 — Artikel 7.5.2.4#
Artikel 7.5.2.4 1 De factor fv wordt voor SO4, Cl en Br bepaald met de volgende formule: v f = 2 , 4 * bev f iso f √* (7.1) 2 f v bijlage 2 van het besluit De factorwordt voor de overige anorganische stoffen vanbepaald met de formule: v f = 15 bev f iso f √* (7.2) 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 7.5.2.5 — Artikel 7.5.2.5#
Artikel 7.5.2.5 1 a. artikel 7.5.2.2, eerste lid Indien de uitloging is berekend volgens, wordt de immissie van de anorganische stoffen in de bodem als gevolg van de emissie van een vormgegeven bouwstof waarvan de uitloging diffusiebepaald is, berekend met de volgende formule: b. V I = 64d E* temp f v f * (7.3) b. Indien er snelle uitputting of geringe uitloogbaarheid wordt verwacht mag ook gebruik worden gemaakt van de volgende formule: b. V I = bes U* p d * (7.4) 2 artikel 7.5.2.2, tweede of derde lid Indien de uitloging is berekend volgens, wordt de in het eerste lid bedoelde immissie als volgt berekend: a. voor SO4, Cl en Br wordt de immissie berekend met de volgende formule: b. V I = T E* f bev iso √f* f temp * (7.5) b. bijlage 1 van het besluit voor de overige anorganische stoffen vanwordt de immissie berekend met de volgende formule: Τ bijlage 2 van het besluit waarbij T = 365 voor de berekening van de emissie van SO4, Cl en Br, en= 36500 voor de overige anorganische stoffen, genoemd in. b. V I = T E* f bev iso √f* f temp * 15/24 * (7.6) 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 7.5.2.6 — Artikel 7.5.2.6#
Artikel 7.5.2.6 E 64d In de diffusieproef, die nodig is omte bepalen, wordt de diffusie-coëfficiënt van de proefstukken bepaald uitsluitend aan de hand van de oppervlakken van de bouwstof zoals die in de betreffende toepassing van die bouwstof worden toegepast. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 7.5.2.7 — Artikel 7.5.2.7#
Artikel 7.5.2.7 Bouwstoffen die worden gevormd door verharding van een mengsel van diverse grondstoffen en bindmiddelen, worden in de diffusieproef niet eerder dan 28 dagen na verharding onderzocht. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 7.5.3.1 — Artikel 7.5.3.1#
Artikel 7.5.3.1 In deze paragraaf wordt verstaan onder: A artikel 7.5.3.2 : correctie voor de uitloging van een bouwstof in het laboratorium en de uitloging in de praktijk in mg/kg, waarvan de waarde is af te lezen uit de tabel in; artikel 7.5.3.2 κ: constante, die een maat is voor de snelheid van uitloging, waarvan de waarde is af te lezen uit de tabel in; E L/S=10 L/S=10 : cumulatieve uitloging van een bouwstof door percolatie tot, bepaald in het laboratorium volgens NEN 7340 en berekend volgens NEN 7373, hoofdstuk 9, uitgedrukt in mg/kg. Indien in één of meer eluaatfracties de gemeten waarde lager is dan de bepalingsgrens, bepaald volgens NEN 7320, wordt de ondergrens van de cumulatieve uitloging berekend volgens NEN 7373; L/S=y L/S=10 E: cumulatieve uitloging van een bouwstof door percolatie zoals beschreven bij Emaar waarbij door slechte doorlatendheid van het materiaal in een periode van ten hoogste 28 dagen een geringere hoeveelheid percolaat wordt verkregen zodat y kleiner is dan 10, maar groter dan 2 of gelijk aan 2; h : hoogte waarin de bouwstof in het werk wordt aangebracht; f ext.n : factor voor extrapolatie van de uitloging van niet-vormgegeven bouwstoffen en vormgegeven bouwstoffen waarvan de uitloging niet-diffussiebepaald is, bij een kort durende laboratoriumproef naar de uitloging over 100 jaar, voor toepassingen met isolatiemaatregelen en zonder isolatiemaatregelen; e : grondtal voor de natuurlijke logaritme, zijnde 2, 718281828; N i : effectieve infiltratie in mm/jaar; t : tijd in jaren; I b.N 2 : berekende immissie van een niet-vormgegeven bouwstof in de bodem als gevolg van het gebruik ervan in mg/m.100j. 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 07-12-2005
Artikel 7.5.3.2 — Artikel 7.5.3.2#
Artikel 7.5.3.2 a Voor de bepaling van de termenen κ wordt de volgende tabel gehanteerd: Stof a κ Stof a κ As 1 Voor mijnsteen en gieterijreststoffen geldt in afwijking van de tabel voor arseen een waarde voor ‘a’ van 1,4. 0,7 0,03 Se 0,09 0,38 Ba 2,7 0,15 Sn 0,03 0,19 Cd 0,021 0,50 V 1,2 0,05 Co 0,18 0,20 Zn 2 0,28 Cr 0,09 0,18 Br 3 Voor drinkwaterreststoffen geldt in afwijking van de tabel voor bromide een waarde voor ‘a’ van 7,8. 2,6 0,35 Cu 2 Voor recycling brekerzand, sorteerzeefzand en brekerzeefzand geldt in afwijking van de tabel voor koper een waarde voor ‘a’ van 0,50. 0,25 0,28 Cl 51 0,57 Hg 0,016 0,05 F 4,5 0,22 Mo 0,45 0,35 4 SO 354 0,33 Ni 0,63 0,29 CN-complex 0 0,35 Pb 0,8 0,27 CN-vrij 0 0,35 Sb 0,06 0,11 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 07-12-2005
Artikel 7.5.3.3 — Artikel 7.5.3.3#
Artikel 7.5.3.3 1 De hoogte van een toegepaste niet-vormgegeven bouwstof wordt bepaald voor elk deel van een werk waarin het materiaal op een eenvormige wijze wordt toegepast. 2 Van elk deel wordt de gemiddelde hoogte bepaald, zoals aangebracht in het werk. De dunste lagen in de constructie worden gesteld op 0,20 m. 3 2 De hoogte wordt berekend over aaneensluitende hoeveelheden materiaal over een oppervlak van niet meer dan 2.000 m. 4 Indien verschillende lagen van eenzelfde soort materiaal boven elkaar worden aangebracht, al of niet gescheiden door lagen van een ander materiaal, is h gelijk aan de som van de aangebrachte hoogtes van eerstbedoeld materiaal. 5 L/S=10 Indien voor de verschillende lagen als bedoeld in het vierde lid verschillende waarden voor Ezijn vastgesteld, geldt de hoogste van deze waarden voor de berekening van de immissie. 6 De hoogte wordt bepaald loodrecht op het aardoppervlak. 7 De kleinste in de berekening in te voeren hoogte is 0,20 m. 8 De hoogte wordt uitgedrukt in m, afgerond op twee decimalen na de komma. 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 07-12-2005
Artikel 7.5.3.4 — Artikel 7.5.3.4#
Artikel 7.5.3.4 ext.n De factor voor extrapolatie van de uitloging (f) wordt bepaald met de volgende formule: Waarbij: N i : voor gebruik van categorie 1-bouwstoffen wordt gesteld op 300 mm/jaar en voor gebruik van categorie 2-bouwstoffen wordt gesteld op 6 mm/jaar; t : voor chloride, sulfaat en bromide wordt gesteld op 1 jaar, en voor de overige stoffen wordt gesteld op 100 jaar; 1550 artikel 7.5.3.5 3 : de standaard, in dit artikel en in, in te vullen waarde voor de dichtheid van bouwstoffen in kg/m; voor materialen met een lage dichtheid mag hier de dichtheid van het materiaal zoals aangebracht en verdicht in het werk worden ingevuld. 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 07-12-2005
Artikel 7.5.3.5 — Artikel 7.5.3.5#
Artikel 7.5.3.5 De immissie van de anorganische stoffen in de bodem als gevolg van de emissie uit een niet-vormgegeven bouwstof of een vormgegeven bouwstof waarvan de uitloging niet-diffusiebepaald is, wordt berekend met de volgende formule: L/S=y L/S=10 Indien de bereikte L/S-waarde kleiner is dan 10 maar groter dan 2 of gelijk aan 2, dient voorafgaand aan de berekening van de immissie, de bepaalde Ete worden omgerekend naar Emet de volgende formule: Waarbij: y : het quotiënt van het cumulatieve volume percolaat en de massa van het materiaal dat aan uitloging is blootgesteld (uitgedrukt in l/kg). 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 07-12-2005
Artikel 8.1 — Artikel 8.1#
Artikel 8.1 artikel 6, tweede lid, van het besluit bijlage 2 van het besluit artikel 5 van het besluit bijlage F, hoofdstuk 2 bijlage A bijlage G Voor de vaststelling van een overschrijding, als bedoeld inworden de samenstelling van de grond bepaald en de toetsing aanuitgevoerd door een instantie als bedoeld in, overeenkomstig. Voor zover daarbij geen gebruik kan worden gemaakt van de inaangegeven normen of van de VPR’s wordt de bepaling van de samenstelling van grond overeenkomstiguitgevoerd. 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 07-12-2005
Artikel 8.2 — Artikel 8.2#
Artikel 8.2 artikel 7, tweede en derde lid, van het besluit bijlage 2 van het besluit artikel 9, eerste en vierde lid, van het besluit bijlage F, hoofdstuk 3 bijlage A bijlage G Voor de vaststelling van een overschrijding, als bedoeld inworden de samenstelling en uitloging van de bouwstof bepaald en de toetsing aanuitgevoerd door een instantie als bedoeld in, overeenkomstig. Voor zover daarbij geen gebruik kan worden gemaakt van de inaangegeven normen of van de VPR’s wordt de bepaling van de samenstelling van grond overeenkomstiguitgevoerd. 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 2005 236 05-12-2005 19-11-2005 BWL/2005181341 07-12-2005
Artikel 9.1.1.1 — Artikel 9.1.1.1#
Artikel 9.1.1.1 De bepaling van de ontwerp-GHG door een deskundig bedrijf kan achterwege blijven, indien door dat bedrijf is vastgesteld dat de categorie 2-bouwstof: a. na zetting van de bodem, op of boven het maaiveld zal liggen bij een grondwatertrap VII ter plaatse van het werk; b. na zetting van de bodem op ten minste 50 cm boven het maaiveld zal liggen, of c. zal worden toegepast in een gebied met duurzame voorzieningen ter beheersing van de grondwaterstand en door deze voorzieningen na zetting van de bodem op ten minste 50 cm boven de ontwerp-GHG zal liggen. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 9.1.1.2 — Artikel 9.1.1.2#
Artikel 9.1.1.2 1 Het deskundig bedrijf hanteert voor de bepaling van de ontwerp-GHG de “SC-buis-regressiemethode”, als beschreven in rapport 158 van het DLO-Staringcentrum, Wageningen, 1991. 2 Indien ter plaatse van het gebruiken van de bouwstof geen landbouwbuizen beschikbaar zijn als bedoeld in het in het eerste lid genoemde rapport, kan het deskundig bedrijf gegevens gebruiken afkomstig van andere peilbuizen, die voor de bepaling van de ontwerp-GHG volgens de in het eerste lid genoemde methode geschikt zijn. 3 artikel 3 van de Uitvoeringsregeling Stortbesluit bodembescherming Indien de methode, genoemd in het eerste lid, niet kan worden toegepast, bepaalt het deskundig bedrijf de ontwerp-GHG op de wijze als voorgeschreven bij en krachtens. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 9.1.2.1 — Artikel 9.1.2.1#
Artikel 9.1.2.1 Bij het bepalen van de afstand van de bouwstof tot de ontwerp-GHG neemt het deskundig bedrijf in aanmerking: a. bij de betreffende overheden verkrijgbare informatie over voorgenomen kunstmatige wijzigingen van de GHG; b. gegevens over de te verwachten invloed van het werk op de GHG, verkregen door eigen onderzoek door het bedrijf naar de hydrologische situatie ter plaatse van het gebruiken van de bouwstof, en c. gegevens over de te verwachten zetting van de bodem, daaronder begrepen gegevens over de primaire zetting en over het tijdstip waarop die zetting bereikt zal zijn. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 9.2.1 — Artikel 9.2.1#
Artikel 9.2.1 1 Het deskundig bedrijf bepaalt de GHG en de afstand van de bouwstof tot de GHG voor de eerste maal uiterlijk binnen één jaar nadat de bouwstof in het werk is aangebracht en vervolgens telkens na afloop van een periode van één jaar. 2 Bij het verrichten van de bepalingen neemt het deskundig bedrijf in aanmerking: a. gegevens van het meetnet van landbouwbuizen of van andere representatieve peilbuizen of gegevens, verkregen door eigen metingen, en b. bij de betreffende overheden verkrijgbare informatie over gerealiseerde kunstmatige wijzigingen van de GHG. 3 Het deskundig bedrijf stelt zich bij het verrichten van de bepalingen op de hoogte van voorgenomen kunstmatige wijzigingen van de GHG. 4 Bij de eerste bepalingen die worden uitgevoerd nadat de primaire zetting van de bodem is bereikt, bepaalt het deskundig bedrijf de feitelijke zetting. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 9.2.2 — Artikel 9.2.2#
Artikel 9.2.2 artikel 9.2.1 Degene die een categorie 2-bouwstof gebruikt, verstrekt op verzoek van het bevoegd gezag de gegevens, verkregen bij de laatste, overeenkomstiguitgevoerde bepalingen. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 9.3.1 — Artikel 9.3.1#
Artikel 9.3.1 1 Als wijzen van gebruik van categorie 2-bouwstoffen als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van het besluit, worden aangewezen toepassingen van die bouwstoffen: zoals nader omschreven in bijlage H (de richtlijn ibc-maatregelen), hoofdstuk 5. De in de eerste volzin bedoelde toepassingen worden hierna aangeduid als: de standaard-toepassingen van categorie 2-bouwstoffen. a. in uitsluitend een wegfundering of onder verhard terrein; b. in uitsluitend een belastingspreidende laag of in een wegfundering in combinatie met toepassing in een belastingspreidende laag; c. in een wegfundering in combinatie met toepassing in een constructieve ophoging of aanvulling; d. in een belastingspreidende laag en een constructieve ophoging of aanvulling, al dan niet in combinatie met toepassing in de wegfundering; e. in uitsluitend een constructieve ophoging of aanvulling; f. in een niet-constructieve ophoging of aanvulling, en g. in een spoorwegconstructie, 2 Voor categorie 2-bouwstoffen die volgens de standaard-toepassingen van categorie 2-bouwstoffen worden gebruikt, worden aangewezen de isolatiemaatregelen en daarbij behorende beheers- en controlemaatregelen zoals aangegeven in bijlage H, hoofdstukken 6 en 9, onder het opschrift “standaard”. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 9.4.1 — Artikel 9.4.1#
Artikel 9.4.1 artikel 14, zesde lid, van het besluit bijlage I Bij een voorgenomen gebruik van een categorie 2-bouwstof als bedoeld inworden de in dat artikellid bedoelde gegevens overgelegd op de wijze die is aangegeven in. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 10.1.1 — Artikel 10.1.1#
Artikel 10.1.1 1 artikel 7, vijfde lid, van het besluit bijlage 2 van het besluit paragraaf 7.5.3 artikel 8.2 Als de bijzondere categorie avi-bodemas, bedoeld in, wordt aangewezen avi-bodemas waarvan overeenkomstigenwordt vastgesteld dat deze één of meer van de immissiewaarden voor koper, molybdeen en antimoon zoals aangegeven inoverschrijdt. Avi-bodemas die behoort tot de in de eerste volzin bedoelde categorie wordt hierna aangeduid als: bijzondere categorie avi-bodemas, en voor deze stoffen de immissiewaarden niet hoger zijn dan 4000 mg/m² in 100 jaar voor koper, 5000 mg/m² in 100 jaar voor molybdeen en 200 mg/m² in 100 jaar voor antimoon. 2 artikel 14, vierde lid, van het besluit Als wijzen van gebruik van bijzondere categorie avi-bodemas als bedoeld in, worden aangewezen toepassingen van die avi-bodemas: bijlage H, hoofdstuk 5 zoals nader omschreven in. De in de eerste volzin bedoelde toepassingen worden hierna aangeduid als: de standaard-toepassingen van bijzondere categorie avi-bodemas. a. in uitsluitend een constructieve ophoging of aanvulling; b. in een niet-constructieve ophoging of aanvulling; c. in uitsluitend een constructieve ophoging of aanvulling waarbij de isolerende kunststoffolie is doorgetrokken tot de wegverharding, en d. in een belastingspreidende laag en een constructieve ophoging of aanvulling, al dan niet in combinatie met toepassing in de wegfundering, 3 bijlage H, hoofdstukken 7 en 9 Voor de bijzondere categorie avi-bodemas die volgens één van de standaard-toepassingen van bijzondere categorie avi-bodemas wordt gebruikt, worden aangewezen de isolatiemaatregelen en daarbij behorende beheers- en controlemaatregelen zoals aangegeven in, onder het opschrift “standaard”. 4 paragrafen 9.1 9.2 Bij het gebruik van de bijzondere categorie avi-bodemas zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2000 210 30-10-2000 05-10-2000 BWL/2000114644 2000 210 30-10-2000 05-10-2000 BWL/2000114644 07-10-2000
Artikel 10.2.1 — Artikel 10.2.1#
Artikel 10.2.1 1 artikel 14, vierde lid, van het besluit bijlage H, hoofdstuk 5 Als wijze van gebruik van een bouwstof met teerhoudend asfaltgranulaat als bedoeld in, wordt aangewezen de toepassing van die bouwstof als wegfundering, zoals nader omschreven in. De in de eerste volzin bedoelde toepassing wordt hierna aangeduid als: standaard-toepassing van een bouwstof met teerhoudend asfaltgranulaat. 2 bijlage H, hoofdstukken 8 en 9 Voor een bouwstof met teerhoudend asfaltgranulaat die volgens de standaard-toepassing van een bouwstof met teerhoudend asfaltgranulaat wordt gebruikt, worden aangewezen de isolatiemaatregelen en daarbij behorende beheers- en controlemaatregelen zoals aangegeven in, onder het opschrift “standaard”. 3 paragrafen 9.1 9.2 Bij het gebruik van een bouwstof met teerhoudend asfaltgranulaat zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 10.3.1 — Artikel 10.3.1#
Artikel 10.3.1 artikel 14, zesde lid, van het besluit bijlage I Bij een voorgenomen gebruik van bijzondere categorie avi-bodemas of een bouwstof met teerhoudend asfaltgranulaat als bedoeld inworden de in dat artikellid bedoelde gegevens overgelegd op de wijze die is aangegeven in. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 12.1.1 — Artikel 12.1.1#
Artikel 12.1.1 Vervallen 2000 210 30-10-2000 05-10-2000 BWL/2000114644 2000 210 30-10-2000 05-10-2000 BWL/2000114644 07-10-2000
Artikel 12.2.1 — Artikel 12.2.1#
Artikel 12.2.1 1 artikel 28, eerste lid, van het besluit Mededeling van de opstelling van het inbedoelde overzicht wordt voor de eerste maal gedaan, niet later dan vier weken na het tijdstip waarop een voor een bouwstof afgegeven kwaliteitsverklaring is erkend. 2 artikel 28, eerste lid, van het besluit Mededeling van de opstelling van een wijziging van het inbedoelde overzicht of van een bijgesteld overzicht wordt gedaan vóór 1 april en vóór 1 oktober van elk kalenderjaar. 3 Een mededeling als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt gedaan in de Staatscourant. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-01-1999
Artikel 12.3.1 — Artikel 12.3.1#
Artikel 12.3.1 1 artikel 7, eerste lid, van het besluit Voor een bouwstof met teerhoudend asfaltgranulaat is ten aanzien van de in die bouwstof aanwezige polycyclische aromaten, tot 1 januari 2001 het ingestelde verbod niet van toepassing. 2 Ten aanzien van polycyclische aromatische koolwaterstoffen in een bouwstof met teerhoudend asfaltgranulaat die voor 1 januari 2001 in een werk is aangebracht blijft dit verbod voor wat betreft het houden van die bouwstof in dat werk niet van toepassing tot het tijdstip waarop het deel van het werk waarvan die bouwstof deel uitmaakt, wordt verwijderd. 2000 210 30-10-2000 05-10-2000 BWL/2000114644 2000 210 30-10-2000 05-10-2000 BWL/2000114644 07-10-2000
Artikel 12.3.2 — Artikel 12.3.2#
Artikel 12.3.2 1 artikel 7, eerste, tweede en derde lid, van het besluit Voor de bijzondere categorie avi-bodemas is tot 1 januari 2008niet van toepassing. 2 Voor de bijzondere categorie avi-bodemas die voor 1 januari 2008 in een werk is aangebracht blijft dit verbod voor wat betreft het houden van die bodemas in dat werk niet van toepassing tot het tijdstip waarop het deel van het werk waarvan die bodemas deel uitmaakt, wordt verwijderd. 2006 248 20-12-2006 06-12-2006 BWL/2006336358 2006 248 20-12-2006 06-12-2006 BWL/2006336358 01-01-2007
Artikel 13.1 — Artikel 13.1#
Artikel 13.1 De Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit van 6 december 1995 (Stcrt. 1995, 247) wordt ingetrokken. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-02-1998
Artikel 13.2 — Artikel 13.2#
Artikel 13.2 hoofdstukken 1 2 4 8 13 van deze regeling hoofdstukken 3 5 6 7 9 10 11 12 De,,,entreden in werking met ingang van 1 februari 1998. De,,,,,,envan deze regeling treden in werking met ingang van 1 januari 1999. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-02-1998
Artikel 13.3 — Artikel 13.3#
Artikel 13.3 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit. Deze regeling zal met de toelichting in een supplement bij de Staatscourant worden geplaatst. 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 1998 20 30-01-1998 23-01-1998 DBO/98003639 01-02-1998
Artikel 1.1#
artikel 1.1, tweede lid
Artikel 4.1#
artikel 4.1
Artikel 7.1.1#
7.1.1
Artikel 8.1#
artikel 8.1
Artikel 8.2#
artikel 8.2
Artikel 8.2#
artikel 8.2
Artikel 8.2#
artikel 8.2
Artikel 8.2#
artikel 8.2
Artikel 8.2#
artikel 8.2
Artikel 8.2#
artikel 8.2
Artikel 8.2#
artikel 8.2
Artikel 8.2#
artikel 8.2
Artikel 8.2#
artikel 8.2
Artikel 9.3.1#
artikelen 9.3.1
Artikel 10.1.1#
10.1.1
Artikel 10.2.1#
10.2.1
Artikel 9.4.1#
artikel 9.4.1
Artikel 10.3.1#
artikel 10.3.1,
Artikel 7.1.1#
artikel 7.1.1