Uitvoeringsregeling Wob EZ
- BWB-id
- BWBR0009758
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2001-04-04
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009758
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/uitvoeringsregeling-wob-ez
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/uitvoeringsregeling-wob-ez/2001-04-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009758&g=2001-04-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009758&z=2026-06-06&g=2001-04-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009758/2001-04-04
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/uitvoeringsregeling-wob-ez
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: de wet: Wet openbaarheid van bestuur de; gemachtigd ambtenaar: een ambtenaar die door de minister tot het beslissen over verzoeken om informatie is gemachtigd; informatiepunt: een persoon of een plaats binnen het ministerie en binnen de daaronder ressorterende instellingen, diensten of bedrijven waar informatie kan worden verkregen. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een register waarin worden opgenomen: a. de onder verantwoordelijkheid van de minister werkzame instellingen, diensten en bedrijven; b. de niet-ambtelijke adviescommissies. 2 Het register vermeldt de namen, adressen en informatiepunten van de instellingen, diensten en bedrijven. 3 Het register ligt voor een ieder ter inzage bij de directie Voorlichting. 4 Met het bijhouden van het register is belast het hoofd van de directie Voorlichting. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Als gemachtigd ambtenaar wordt aangewezen de plaatsvervangend secretaris-generaal en bij diens afwezigheid of ontstentenis de secretaris-generaal. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het informatiepunt binnen het ministerie is de medewerker van de directie Voorlichting die belast is met de uitvoering van de wet. 2 De informatiepunten voor de in het register vermelde instellingen, diensten en bedrijven worden aangewezen door de leiding daarvan. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het behandelen van verzoeken om informatie en vragen daaromtrent geschiedt door de directie Voorlichting, voor zover het niet door de minister zelf geschiedt, of door hem in bepaalde gevallen aan anderen is opgedragen. 2 Het in het eerste lid gestelde doet geen afbreuk aan de uit de normale taakuitvoering voortvloeiende plicht van de ambtenaar om aan particuliere personen en instanties met wie hij door zijn functie in contact komt, informatie op verzoek te verschaffen over de daar-bij aan de orde zijnde aangelegenheden. 3 De in het tweede lid bedoelde ambtenaren leiden een verzoek om informatie ter beslissing door naar de directie Voorlichting indien zij: a. van oordeel zijn dat het verzoek op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels niet kan worden ingewilligd en de beslissing schriftelijk dient te worden meegedeeld; b. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat de geldende voorschriften ruimte laten voor verschillende uitleg over de vraag of een verzoek om informatie al dan niet behoort te worden ingewilligd; c. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat inwilliging of weigering van een verzoek om informatie belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De directie Voorlichting leidt een verzoek om informatie ter beslissing door naar de gemachtigd ambtenaar indien zij: a. van oordeel is dat het verzoek op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels niet kan worden ingewilligd en de beslissing schriftelijk dient te worden meegedeeld; b. weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de geldende voorschriften ruimte laten voor verschillende uitleg over de vraag of een verzoek om informatie al dan niet behoort te worden ingewilligd; c. weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat inwilliging of weigering van een verzoek om informatie belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De gemachtigd ambtenaar legt een verzoek om informatie aan de minister voor indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben. Over de afdoening van een verzoek van dien aard wordt overlegd met de minister-president, de Minister van Algemene Zaken. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Als het document waarin de gevraagde gegevens zijn neergelegd berust onder de minister, maar het betrokken document tot stand is gekomen onder (eerste) verantwoordelijkheid van een andere minister, wordt de beslissing op het verzoek om informatie niet genomen dan nadat met de andere minister is overlegd. 2 Leidt het overleg tot de slotsom dat de beslissing op het verzoek om informatie beter kan worden genomen door de andere minister, dan wordt de verzoeker naar hem verwezen. In het geval van een schriftelijk verzoek wordt dit doorgezonden onder mededeling van de doorzending aan de verzoeker. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 4, tweede lid, onder g, van het reglement van orde voor de ministerraad Over openbaarmaking van adviezen van ambtelijke dan wel gemengd samengestelde adviescommissies werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister beslist de gemachtigd ambtenaar onverminderd het bepaalde in. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Openbaarmaking van adviezen van niet-ambtelijke adviescommissies en het doen van mededeling daarvan in de Staatscourant geschieden door de zorg van de directie Voorlichting. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Adviezen, nota’s en rapporten die gezien hun omvang daarvoor in aanmerking komen worden eventueel voorzien van een tevens voor openbaarmaking bestemde samenvatting. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Wet openbaarheid van bestuur De regeling van de Minister van Economische Zaken van 25 juni 1992, kenmerk WJA/JZ 92034936, ter uitvoering van de (Stcrt. 121) wordt ingetrokken. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Wob EZ. 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 1998 126 08-07-1998 03-07-1998 WJA/JZ-98042378 10-07-1998