Vaststellingsregeling wijze van verlenging geldigheidsduur van vliegbewijzen en bewijzen van bevoegdheid
- BWB-id
- BWBR0009488
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2006-07-09
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009488
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/vaststellingsregeling-wijze-van-verlenging-geldigheidsduur-v
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/vaststellingsregeling-wijze-van-verlenging-geldigheidsduur-v/2006-07-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009488&g=2006-07-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009488&z=2026-06-06&g=2006-07-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009488/2006-07-09
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1998/vaststellingsregeling-wijze-van-verlenging-geldigheidsduur-v
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 bijlage 1 Voor de verlenging van de termijn van geldigheid van bewijzen van bevoegdheid en de daarin gestelde bevoegdverklaringen moet de houder, op de wijze als aangegeven in de bij deze regeling behorende, aantonen dat hij zijn bekwaamheid heeft behouden. Van deze verplichting kan door de Minister van Verkeer en Waterstaat ontheffing worden verleend. 1998 61 30-03-1998 23-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.21013 1998 61 30-03-1998 23-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.21013 01-04-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Proeven van bekwaamheid moeten steeds worden afgelegd binnen een termijn van twee maanden voorafgaande aan de datum, waarop de termijn van geldigheid van het bewijs van bevoegdheid eindigt. 2 De proeven van bekwaamheid moeten volgens een door de Minister van Verkeer en Waterstaat vast te stellen programma worden afgelegd ten overstaan van een door hem daartoe aangewezen persoon of instelling. 3 De proeven van bekwaamheid moeten worden afgelegd op een type vliegtuig, aangegeven op het bewijs van bevoegdheid. Zijn meer dan één type vermeld, dan moeten de proeven worden afgelegd op het type met de grootste startmassa. 4 Vlieguren worden slechts in beschouwing genomen, voorzover deze uren zijn gevlogen als eerste bestuurder of als tweede bestuurder in de functie van eerste bestuurder. 1998 61 30-03-1998 23-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.21013 1998 61 30-03-1998 23-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.21013 01-04-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Als personen zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 2 van deze regeling worden aangewezen: 1 voor de proeven van bekwaamheid voor verlenging van het beperkt vliegbewijs A en het vliegbewijs A: a. artikel 39 van de Regeling Toezicht Luchtvaart de chef-instructeur van vliegopleidingen, die zijn erkend in de zin van; b. leden van de examencommissie voor privé-vlieger voor zover zij zijn aangewezen voor het afnemen van praktische examens; c. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen. 2 Voor de proeven van bekwaamheid in het blindvliegen: a. de inspecteurs-vlieger van de Inspectie Verkeer en Waterstaat; b. de door het hoofd Vliegdienst van de Directie Rijksluchtvaartschool te Eelde aangewezen vlieginstructeurs; c. de door het hoofd Vliegdienst van luchtvaartmaatschappijen, in het bezit van een geldige Vergunning tot Vluchtuitoefening, aangewezen vliegers; d. de door het hoofd Vliegdienst van Fokker B.V. te Schiphol-Oost aangewezen vliegers; e. de door het hoofd Vliegbedrijf van Philips Gloeilampenfabriek te Eindhoven aangewezen vliegers; f. de door het hoofd Vliegdienst van de Nationale Luchtvaartschool te Beek aangewezen vlieginstructeurs; g. leden van de examencommissie voor beroepsvlieger voor zover zij zijn aangewezen voor het afnemen van praktische examens; h. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen. 3 Met uitzondering van de in het tweede lid onder a genoemde personen mogen de in dit artikel genoemde personen de proeven van bekwaamheid slechts afnemen op vliegtuigtypen, die zij als eerste bestuurder mogen bedienen, dan wel op daartoe gekwalificeerde vluchtnabootsers van overeenkomstige klasse en type. 4 Van de in het tweede lid onder b tot en met f genoemde aanwijzing moet binnen één maand na datum van deze regeling en daarna jaarlijks in de maand januari aan de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat een schriftelijke opgave worden verstrekt. 5 Voor de proeven van bekwaamheid in het wolkenvliegen: a. leden van de examencommissie voor Zweefvlieginstructeur en Wolkenvliegen, voor zover zij zijn aangewezen voor het examen voor de bevoegdverklaring Wolkenvliegen; b. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen. 6 In daartoe aanleiding gevende gevallen kan door de Minister van Verkeer en Waterstaat worden bepaald wie van de bij deze regeling aangewezen personen een proeve van bekwaamheid afneemt. 2006 130 07-07-2006 03-07-2006 HDJZ/AWW/2006-216 2006 130 07-07-2006 03-07-2006 HDJZ/AWW/2006-216 09-07-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Indien de houder van een bewijs van bevoegdheid niet voldoet aan de middels deze regeling gestelde voorwaarden voor de verlenging van het bewijs van bevoegdheid of daarin gestelde bevoegdverklaringen, kan eerst tot wederuitreiking worden overgegaan nadat hij door middel van een hem door de Minister van Verkeer en Waterstaat opgedragen examen, heeft aangetoond over de noodzakelijke kennis en bedrevenheid te beschikken. 1998 61 30-03-1998 23-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.21013 1998 61 30-03-1998 23-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.21013 01-04-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De houder van een verlopen Nederlands bewijs van bevoegdheid, uitgezonderd die als grondwerktuigkundige en als zweefvliegtechnicus, kan voor wederuitreiking in aanmerking komen indien hij: a. gedurende de periode dat het Nederlands bewijs van bevoegdheid niet meer geldig is een gelijkwaardig buitenlands bewijs van bevoegdheid heeft geldig gehouden; b. art. 45 54 van de Regeling Toezicht Luchtvaart met goed gevolg een praktisch examen aflegt ten overstaan van de betreffende Nederlandse examencommissie zoals aangegeven in de examenreglementen gebaseerd open; c. met goed gevolg een examen aflegt over hoofdstuk 2 ‘Nationale Wetgeving’ van het vak Voorschriften ten overstaan van de betreffende Nederlandse examencommissie; d. een medische keuring ondergaat zoals vereist voor het betreffende bewijs van bevoegdheid of een schriftelijke geldigverklaring overlegt van de Stichting Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Geneeskundig Centrum (hierna afgekort NLRGC) op grond van het voor bedoelde keuring aan het NLRGC te verstrekken keuringsrapport, waaruit blijkt, dat de keuringseisen waaraan is voldaan, tenminste gelijk zijn aan de voor het betreffende Nederlandse bewijs van bevoegdheid of voor de Nederlandse bevoegdverklaring ‘Blindvliegen’ vastgestelde eisen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 29-03-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De regeling van de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 22 mei 1978, nr. LI/11521, wordt ingetrokken evenals de op grond van die regeling afgegeven beschikkingen. 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 1998 60 27-03-1998 20-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.210138 29-03-1998