Aanwijzing keuringsinstantie voor machines SGS 1999
- BWB-id
- BWBR0010293
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2003-08-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010293
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/aanwijzing-keuringsinstantie-voor-machines-sgs-1999
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/aanwijzing-keuringsinstantie-voor-machines-sgs-1999/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010293&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010293&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010293/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/aanwijzing-keuringsinstantie-voor-machines-sgs-1999
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze beschikking wordt verstaan onder: besluit: Besluit machines het; machine, keuringsinstantie, richtlijn en wet: hetgeen het besluit daaronder verstaat; de Commissie: de Commissie van de Europese Gemeenschappen; regeling: Wet op de gevaarlijke werktuigen Besluit machines Warenwetbesluit machines de Regeling ter uitvoering van de, heten het. 1999 43 03-03-1999 24-02-1999 ARBO/APM/99-1310 1999 43 03-03-1999 24-02-1999 ARBO/APM/99-1310 03-03-1999 01-01-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 SGS Technische Inspecties B.V., Malledijk 18, Postbus 200, 3200 AE Spijkenisse wordt aangewezen als keuringsinstantie, die bevoegd is tot het verrichten van keuringen, het afgeven van certificaten van goedkeuring en het verstrekken van verklaringen van geschiktheid voor technische dossiers met betrekking tot hijs- en hefwerktuigen voor het heffen van personen waarbij een gevaar voor een vrije val van meer dan 3 meter bestaat (bijlage IV richtlijn, A 16). 2 artikel 3 Deze aanwijzing kan worden ingetrokken, indien de keuringsinstantie niet meer aan de ingestelde voorwaarden voldoet of haar taken beëindigt. Het voornemen tot intrekking wordt tijdig kenbaar gemaakt. 1999 43 03-03-1999 24-02-1999 ARBO/APM/99-1310 1999 43 03-03-1999 24-02-1999 ARBO/APM/99-1310 03-03-1999 01-01-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De keuringsinstantie dient aan de volgende voorwaarden te voldoen: a. artikel 2 Bij de keuring alsmede bij de uitvoering van de overige inbeschreven taken neemt zij de in de wet, het besluit, en de regeling gestelde regels in acht. Daarbij voldoet zij tevens aan de voorschriften opgenomen in bijlage VI van de richtlijn en blijft zij voldoen aan de minimumcriteria van bijlage VII van de richtlijn. b. Zij zorgt ervoor dat anderen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, die de in dat artikellid bedoelde beproevingen verrichten, daarbij de in de wet, het besluit, de regeling en de richtlijn gestelde regels in acht nemen. De daarvoor noodzakelijke afspraken met die anderen legt zij schriftelijk vast. Zij houdt tevens een register bij, aan de hand waarvan bedoelde anderen en de door deze uit te voeren beproevingen per soort afdoende kunnen worden geïdentificeerd. c. artikel 6, tweede lid, onderdeel c, sub 3 Indien een ter keuring aangeboden model voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen stelt zij een EG-verklaring van typeonderzoek op als bedoeld invan het besluit, die ter kennis van de aanvrager wordt gebracht. Indien zij een EG-verklaring van typeonderzoek weigert te verstrekken dan wel intrekt, doet zij hiervan onmiddellijk mededeling aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder opgave van de redenen. Van een weigering een EG-verklaring van typeonderzoek te verstrekken doet zij tevens mededeling aan de andere keuringsinstanties. d. Zij deelt haar beslissingen zo spoedig mogelijk mede aan de aanvrager. Zij vermeldt daarbij de mogelijkheden van bezwaar en beroep alsmede de termijnen waarbinnen dat bezwaar of beroep moet worden ingesteld. e. Zij bewaart op een systematische en behoorlijke wijze de keuringsrapporten, dossiers, verslagen, certificaten, verklaringen en overige gegevens, die samenhangen met en betrekking hebben op de vervulling van de aan haar opgedragen taken. Aan de hand van deze gegevens dienen de gekeurde machines afdoende te kunnen worden geïdentificeerd. f. Zij blijft haar zetel in Nederland behouden. g. Zij doet jaarlijks blijken van het afsluiten van een, gezien de taken welke uit deze beschikking kunnen voortvloeien, voldoende verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid. h. bijlage Zij verstrekt het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid desgevraagd inlichtingen omtrent de uitvoering van deze beschikking. Tevens verstrekt zij genoemd ministerie elk jaar een schriftelijke rapportage over de werkzaamheden, die zij in het voorafgaande jaar ter uitvoering van deze beschikking heeft verricht. Deze rapportage voldoet tenminste aan het bepaalde in de bij deze beschikking gevoegde. i. richtlijn 98/37/EG Zij laat zich aanvullend accrediteren door de Raad voor Accreditatie op basis van een richtlijn-specifiek accre-ditatieschema betreffende, zodra dit schema is vastgesteld. Binnen 1 maand na vaststelling van het schema dient zij een aanvraag tot accreditatie bij de Raad voor Accreditatie in, onder gelijktijdige verzending van een afschrift van de aanvraag aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. j. artikel 2 Zij informeert het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onmiddellijk indien de op haar naam gestelde accreditaties van de Raad voor Accreditatie hun geldigheid verliezen of dreigen te verliezen voor zover de accreditatie werkzaamheden betreft als bedoeld invan deze beschikking. Tevens stelt zij genoemd ministerie terstond in het bezit van de controle- en beoordelingsrapportages van de stichting Raad voor Accreditatie betreffende deze accreditaties, alsmede van de daaromtrent gevoerde correspondentie. Tot bedoelde accreditaties behoren in elk geval accreditaties op basis van EN 45004 en EN 45011. k. Zij verleent de ambtenaren van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die met het toezicht zijn belast, toegang tot alle plaatsen waarvan de betreding voor de vervulling van hun taak nodig is en verschaft hen op hun verzoek alle voor dit toezicht van belang zijnde informatie. l. Zij overlegt met andere keuringsinstanties over een juiste en zo veel mogelijk uniforme toepassing van procedures, richtlijnvoorschriften en normen. m. Indien zij van plan is werkzaamheden, waarvoor zij is aangewezen te beëindigen, deelt zij dit tenminste drie maanden vóór de voorgenomen datum van beëindiging van die werkzaamheden mede aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De in voorwaarde e genoemde gegevens draagt zij, voor zover deze betrekking hebben op de te beëindigen werkzaamheden, over aan hetzij het ministerie voornoemd, artikel 2, eerste lid hetzij, na hiervoor instemming te hebben gekregen van het ministerie voornoemd, een andere keuringsinstantie, die werkzaamheden uitvoert als bedoeld in. 1999 43 03-03-1999 24-02-1999 ARBO/APM/99-1310 1999 43 03-03-1999 24-02-1999 ARBO/APM/99-1310 03-03-1999 01-01-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze aanwijzingsbeschikking treedt inwerking met ingang van heden en werkt terug tot en met 1 januari 1999. 1999 43 03-03-1999 24-02-1999 ARBO/APM/99-1310 1999 43 03-03-1999 24-02-1999 ARBO/APM/99-1310 03-03-1999 01-01-1999
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid