Besluit behoud historische buitenplaatsen
- BWB-id
- BWBR0010610
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-01-01 t/m 2007-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010610
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-behoud-historische-buitenplaatsen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-behoud-historische-buitenplaatsen/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010610&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010610&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010610/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-behoud-historische-buitenplaatsen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. beschermde historische buitenplaats: artikel 6 van de Monumentenwet 1988 in het register, bedoeld inals zodanig vermeld of op de aangepaste lijst van de Subcommissie Buitenplaatsen van afdeling III, de Rijkscommissie voor de Monumenten van de Raad voor het Cultuurbeheer voorkomend complex waarin van oorsprong één of meer gebouwen een compositorisch geheel vormen met een tuin of met een park van tenminste 1 hectare, waarvan de aanleg dateert van vóór 1850 en herkenbaar aanwezig is; b. particulier eigenaar: 1. natuurlijke persoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een beschermde historische buitenplaats; 2. artikel 7a, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en derde lid van de Natuurschoonwet 1928 naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die voldoet aan de eisen, genoemd in, en die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een beschermde historische buitenplaats; 3. rechtspersoon die krachtens privaatrecht is ingesteld en die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht op een beschermde historische buitenplaats heeft verkregen van een natuurlijk persoon als bedoeld onder 1 of van een vennootschap als bedoeld onder 2, en die zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel stelt die buitenplaats in stand te houden; c. Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; d. Stichting: Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen te Heerde, statutair gevestigd te ’s-Hertogenbosch. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 2 van de Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten De aanvraag tot subsidieverlening voor projecten, bedoeld in, kan worden ingediend voor het thema ’Behoud historische buitenplaatsen’. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Subsidie kan worden verstrekt voor projecten die een bijdrage leveren: a. aan de instandhouding van beschermde historische buitenplaatsen toebehorend aan particuliere eigenaren; b. aan het vergroten en verbeteren van de kennis en de deskundigheid ten behoeve van het behoud van beschermde historische buitenplaatsen toebehorend aan particuliere eigenaren. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 Voor het ingenoemde thema is voor het jaar 1999 een bedrag van f 3.337.411,- beschikbaar. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Voor subsidieverlening komen in aanmerking projecten die beschermde historische buitenplaatsen betreffen waarvoor een door de minister goedgekeurd beheersplan voor een periode van tien jaren bestaat. 2 Het beheersplan, bedoeld in het eerste lid bevat ten minste: a. een inventarisatie van cultuurhistorische, tuin- en landschapsarchitectonische en natuur- en recreatieve waarden; b. een beheersvisie die aangeeft welke elementen van belang zijn voor de beschermde historische buitenplaats en de wijze waarop deze in stand moeten worden gehouden; c. een meerjarenplanning ten behoeve van het reguliere en periodiek onderhoud van de beschermde historische buitenplaats. 3 artikel 3, onderdeel a De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een verklaring dat werkzaamheden ten behoeve van projecten als bedoeld in, verricht worden op beschermde historische buitenplaatsen waarvoor een beheersplan als bedoeld in het eerste lid aanwezig is. 4 Indien een beheersplan als bedoeld in het eerste lid niet aanwezig is en bij de aanvraag genoegzaam is aangetoond dat een dergelijk plan daadwerkelijk in voorbereiding is, kan de minister in afwijking van het eerste lid subsidie verlenen. Het derde lid is in dit geval niet van toepassing. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Subsidie wordt uitsluitend verleend aan de Stichting. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3, onderdeel a Werkzaamheden ten behoeve van projecten als bedoeld in, worden alleen verricht indien daartoe een verzoek van de particulier eigenaar aan de Stichting gedaan is. 2 Aanvragen tot subsidieverlening gaan vergezeld van een kopie van een verklaring als bedoeld in het eerste lid. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2 Een subsidie voor projecten als bedoeld inkan worden verleend voor de volgende met het project verband houdende kosten: a. loonkosten van het betrokken personeel in dienst van de Stichting; b. huisvestingskosten; c. kosten van verbruikte materialen of hulpmiddelen; d. aan derden verschuldigde kosten; e. reis- en verblijfkosten; f. de voor de vaststelling van de subsidie benodigde accountantsverklaring. 2 De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden in aanmerking genomen met inbegrip van de verschuldigde omzetbelasting indien de aanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen met de door hem af te dragen omzetbelasting. 3 Voorzover een subsidie verleend wordt voor kosten waarvan de hoogte afhankelijk is van de lonen wordt de subsidie ieder jaar gecorrigeerd voor inflatie op basis van het consumentenprijsindexcijfer alle huishoudens zoals laatstelijk in het betreffende jaar is gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De subsidie bedraagt: a. artikel 3, onderdeel a artikel 5, eerste lid voor projecten als bedoeld in, € 13.600,- (f 29.970,46) per beschermde historische buitenplaats waarvoor een beheersplan als bedoeld in, aanwezig is dan wel bij de aanvraag genoegzaam is aangetoond dat een dergelijk beheersplan daadwerkelijk in voorbereiding is; b. artikel 3, onderdeel b voor projecten als bedoeld in, € 1.361,34 per aangesloten beschermde historische buitenplaats. 2 De minister kan voor beschermde historische buitenplaatsen waarop het beheer arbeidsintensief is, afwijken van de maximale subsidiebedragen, genoemd in het eerste lid. 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 2001 246 19-12-2001 TRCJZ/2001/17752 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 5, eerste lid De Stichting draagt er zorg voor dat op ten minste 80% van het aantal beschermde historische buitenplaatsen waarvoor beheersplannen als bedoeld in, aanwezig zijn of aantoonbaar in voorbereiding zijn, hovenierswerk wordt verricht. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De Stichting draagt er zorg voor dat de te subsidiëren activiteiten conform de aanwezige of aantoonbaar in voorbereiding zijnde beheersplannen uitgevoerd worden. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 9 Indien voor een project waarvoor op grond van dit besluit subsidie is verleend, andere subsidies door de rijksoverheid worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag op grond van dit besluit verstrekt, dat de som van de subsidies het ingenoemde bedrag niet overschrijdt. 2 Indien voor een project waarvoor op grond van dit besluit subsidie is verleend, subsidies door anderen dan de rijksoverheid dan wel financiële middelen door niet-bestuursorganen worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag op grond van dit besluit verstrekt, dat de som van de subsidies dan wel de financiële middelen niet meer bedraagt dan 100% van de totale kosten van het project. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend vóór 1 november voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 2 De minister kan nadere aanvraagperioden vaststellen. 3 artikel 3, derde lid, van de Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten In afwijking vankan de minister in geval van toepassing van het tweede lid voor de daar bedoelde aanvraagperioden een subsidieplafond vaststellen. 4 De minister geeft van de besluiten, bedoeld in het tweede en derde lid, kennis in de Staatscourant. 5 In afwijking van het eerste lid wordt de aanvraag voor 1999 ingediend vóór 23 juli 1999. 1999 205 25-10-1999 22-10-1999 TRCJZ/1999/9998 1999 205 25-10-1999 22-10-1999 TRCJZ/1999/9998 27-10-1999 01-10-1999
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De aanvraag tot subsidieverlening wordt gericht aan de minister en ingediend bij Dienst Regelingen. Bij de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het daarvoor beschikbare aanvraagformulier. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 4:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Bij de bescheiden die in het kader vanbij de aanvraag tot subsidievaststelling worden verstrekt, wordt tevens melding gedaan van: a. het aantal beschermde historische buitenplaatsen dat bij de Stichting is aangesloten en b. het aantal beschermde historische buitenplaatsen waarvoor een beheersplan is aanwezig is dan wel aantoonbaar in voorbereiding is. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, gaan in ieder geval vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld 393, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit behoud historische buitenplaatsen. 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 1999 135 19-07-1999 16-07-1999 TRCJZ/1999/2022 21-07-1999