Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 1998
- BWB-id
- BWBR0009920
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 1999-01-01 t/m 2003-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009920
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaren-dienst-vervoer-ond
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaren-dienst-vervoer-ond/1999-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009920&g=1999-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009920&z=2026-06-06&g=1999-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009920/1999-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaren-dienst-vervoer-ond
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: buitengewoon opsporingsambtenaar: artikel 2 de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in. DV&O: de Dienst Vervoer en Ondersteuning van het Ministerie van Justitie. 1998 204 26-10-1998 28-09-1998 719474/598/IV 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 01-01-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiare Beginselenwet in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De personen die werkzaam zijn bij de DV&O bij: a. de Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening (LBB), b. het Bijzonder Ondersteuningsteam (BOT), en c. de Tijdelijke Executieve Ondersteuning (TEO) zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 1998 204 26-10-1998 28-09-1998 719474/598/IV 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 01-01-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiare Beginselenwet in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot de strafbare feiten genoemd in: a. artikelen 177 179 tot en met 182 184 191 461 van het Wetboek van Strafrecht Opiumwet artikelen 13, eerste lid 26, eerste en vijfde lid 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie de,,,en, deen de,, en; b. andere strafbare feiten, indien en voorzover zij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie worden belast voor de duur van dat onderzoek. 2 De in het eerste lid genoemde opsporingsbevoegdheid geldt voor het gehele land. 1998 204 26-10-1998 28-09-1998 719474/598/IV 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 01-01-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiare Beginselenwet in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd de ingenoemde bevoegdheden uit te oefenen. 1998 204 26-10-1998 28-09-1998 719474/598/IV 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 01-01-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiare Beginselenwet in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met: a. een korte wapenstok van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type; b. een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter; c. handboeien van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type. 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar, met uitzondering van de personen die werkzaam zijn bij de TEO, kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar tevens uitgerust zijn met een semi-automatisch machinepistool van het merk Heckler & Koch, type MP5 A2 (met vaste kolf: niet automatisch) en type MP5 A3 (met inschuifbare kolf: niet automatisch) kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter; 3 De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam bij de LBB, kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bovendien uitgerust zijn met CS-traangasgranaten en traangasverspreidende middelen van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type. 1998 204 26-10-1998 28-09-1998 719474/598/IV 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 01-01-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiare Beginselenwet in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De procureur-generaal in het ressort Amsterdam is bevoegd tot het beëdigen van de buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 Op grond van dit besluit kunnen maximaal 275 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd. 1998 204 26-10-1998 28-09-1998 719474/598/IV 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 01-01-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiare Beginselenwet in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Utrecht. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het Korps landelijke politiediensten. 1998 204 26-10-1998 28-09-1998 719474/598/IV 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 01-01-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiare Beginselenwet in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De directeur van de DV&O brengt jaarlijks met betrekking tot bij de dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor de Cito-toets en hoeveel personen in dat verslagjaar zijn geslaagd, en d. de stand van zaken met betrekking tot de training, de bekwaamheid in de omgang met geweldsmiddelen daaronder begrepen, van die buitengewoon opsporingsambtenaren. 1998 204 26-10-1998 28-09-1998 719474/598/IV 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 01-01-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiare Beginselenwet in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Het Besluit van de Minister van Justitie van 3 september 1993, kenmerk SW/93/30, het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Beveiligd Vervoer Justitie 1994 en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening 1995 worden ingetrokken. 1998 204 26-10-1998 28-09-1998 719474/598/IV 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 01-01-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiare Beginselenwet in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Penitentiaire Beginselenwet Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 1998 204 26-10-1998 28-09-1998 719474/598/IV 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 01-01-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiare Beginselenwet in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit is geldig tot 5 jaar na de datum van inwerkingtreding. 1998 204 26-10-1998 28-09-1998 719474/598/IV 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 01-01-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiare Beginselenwet in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 1998. 1998 204 26-10-1998 28-09-1998 719474/598/IV 1998 430 21-07-1998 18-06-1998 24263 01-01-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiare Beginselenwet in werking treedt.