Besluit instelling commissie pachtbeleid
- BWB-id
- BWBR0010302
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1999-03-01 t/m 2004-06-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010302
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-instelling-commissie-pachtbeleid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-instelling-commissie-pachtbeleid/1999-03-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010302&g=1999-03-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010302&z=2026-06-06&g=1999-03-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010302/1999-03-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-instelling-commissie-pachtbeleid
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsomschrijving#
Artikel 1 Begripsomschrijving In dit besluit wordt verstaan onder minister: de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 1999 55 19-03-1999 01-03-1999 TRCJZ/1999/2114 1999 55 19-03-1999 01-03-1999 TRCJZ/1999/2114 01-03-1999 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Dit besluit vervalt drie maanden na de datum waarop de commissie het advies aan de minister heeft uitgebracht.
Artikel 2 — Artikel 2 Instelling en taak#
Artikel 2 Instelling en taak 1 Er is een Commissie Pachtbeleid, hierna te noemen: de commissie. 2 De commissie heeft tot taak te adviseren over de toekomst van het pachtbeleid. 3 Het advies van de commissie wordt opgesteld met inachtneming van de opdracht zoals verwoord in de bijlage bij dit besluit. 4 De commissie streeft er naar vóór 1 augustus 1999 haar advies schriftelijk uit te brengen aan de minister. 1999 55 19-03-1999 01-03-1999 TRCJZ/1999/2114 1999 55 19-03-1999 01-03-1999 TRCJZ/1999/2114 01-03-1999 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Dit besluit vervalt drie maanden na de datum waarop de commissie het advies aan de minister heeft uitgebracht.
Artikel 3 — Artikel 3 Samenstelling#
Artikel 3 Samenstelling 1 De commissie bestaat uit vier leden, de voorzitter daaronder begrepen. 2 De minister benoemt en ontslaat de leden van de commissie. 1999 55 19-03-1999 01-03-1999 TRCJZ/1999/2114 1999 55 19-03-1999 01-03-1999 TRCJZ/1999/2114 01-03-1999 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Dit besluit vervalt drie maanden na de datum waarop de commissie het advies aan de minister heeft uitgebracht.
Artikel 4 — Artikel 4 Archief#
Artikel 4 Archief De archiefbescheiden van de commissie worden na opheffing of, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, overgedragen aan het archief van de Directie Juridische Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 1999 55 19-03-1999 01-03-1999 TRCJZ/1999/2114 1999 55 19-03-1999 01-03-1999 TRCJZ/1999/2114 01-03-1999 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Dit besluit vervalt drie maanden na de datum waarop de commissie het advies aan de minister heeft uitgebracht.
Artikel 5 — Artikel 5 Inwerkingtreding en opheffing#
Artikel 5 Inwerkingtreding en opheffing Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 1999 en vervalt drie maanden na de datum waarop de commissie het advies aan de minister heeft uitgebracht. 1999 55 19-03-1999 01-03-1999 TRCJZ/1999/2114 1999 55 19-03-1999 01-03-1999 TRCJZ/1999/2114 01-03-1999 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Dit besluit vervalt drie maanden na de datum waarop de commissie het advies aan de minister heeft uitgebracht.
Artikel 6 — Artikel 6 Slotbepaling#
Artikel 6 Slotbepaling Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit instelling commissie pachtbeleid. 1999 55 19-03-1999 01-03-1999 TRCJZ/1999/2114 1999 55 19-03-1999 01-03-1999 TRCJZ/1999/2114 01-03-1999 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Dit besluit vervalt drie maanden na de datum waarop de commissie het advies aan de minister heeft uitgebracht.
Artikel 2#
artikel 2, derde lid, van het Besluit instelling commissie pachtbeleid
Artikel _1 — Inleiding#
Inleiding Pachtwet Deheeft drie doelstellingen: Pachtwet Pachtwet Dewerkt als een instrument voor de financiering van grond. Sinds een aantal jaren loopt het pachtareaal terug. Om deze tendens te keren zijn in 1995 een aantal wijzigingen in dedoorgevoerd. Deze dienen te worden geëvalueerd. In het Regeerakkoord is liberalisering van de wet tot uitgangspunt genomen. beschermen van de pachter; rekening houden met de belangen van de verpachter; waarborgen van het algemeen landbouwbelang.
Artikel _2 — Opdracht#
Opdracht Aan de commissie wordt de volgende opdracht gegeven op basis van de in het regeerakkoord overeengekomen liberalisering van het pachtbeleid: 1. Het opstellen van een evaluatie van de werking van de huidige wet, mede in het licht van het regeerakkoord. Daarbij zijn aan de orde: Pachtwet Hierbij dienen in ieder geval aan de orde te komen de bedoelde en onbedoelde effecten van het huidige pachtbeleid, inclusief de in 1995 doorgevoerde wijzigingen in deen het uitgangspunt in het Pachtnormen-besluit 1995 van een rendement van 2% van de vrije verkeerswaarde in 2001. Ook de huidige ontwikkelingen op de grondmarkt en de ontwikkelingen in de landbouw - zoals schaalvergroting, grotere martkconformiteit en concurrentiekracht, verbreding van landbouwactiviteiten, en meer duurzaamheid - zijn aandachtspunten. a. de drie doelstellingen van de wet b. de onderscheiden in 1995 nieuw ingevoerde pachtvormen. 2. Het ontwikkelen van een toekomstvisie voor de pacht, in het licht van het regeerakkoord. Bij dit laatste dienen in ieder geval de volgende aspecten aan de orde te komen: de resultaten van het gestelde onder 1 en de gevolgen daarvan; de noodzaak van een apart wettelijk regime voor de pacht, mede in het licht van de onderscheiden betrokken belangen van pachter, verpachter en overheid (beleid op het gebied van landbouw en alternatieve bestemmingen zoals natuurbeheer, stedenbouw en infrastructuur); het pachtbeleid in andere landen; de gewenste rol voor de overheid ten aanzien van het reguleren van pachtverhoudingen; beleidsvarianten met de gevolgen voor de regelgeving en organisatie.