Besluit Mandaat DGVH Regeling milieugerichte technologie 1999 en Subsidieregeling sanering loden drinkwaterleidingen
- BWB-id
- BWBR0010794
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1999-11-06
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010794
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-mandaat-dgvh-regeling-milieugerichte-technologie-199
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-mandaat-dgvh-regeling-milieugerichte-technologie-199/1999-11-06
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010794&g=1999-11-06
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010794&z=2026-06-06&g=1999-11-06
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010794/1999-11-06
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-mandaat-dgvh-regeling-milieugerichte-technologie-199
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 1. Aan de directeur-generaal van de Volkshuisvesting wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten: a. Besluit milieusubsidies krachtens het, voorzover deze verband houden met de uitvoering van het programma als bedoeld in artikel 7 van de Regeling milieugerichte technologie 1999; b. artikel 15.13, eerste tot en met derde lid van de Wet milieubeheer krachtensvoorzover deze verband houden met de uitvoering van de Subsidieregeling sanering loden drinkwaterleidingen. 2. Aan de directeur-generaal van de Volkshuisvesting wordt tevens mandaat verleend tot het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid. 3. De functionaris als bedoeld in het eerste en tweed lid wordt tevens gemachtigd tot het doen van alle op de daarin bedoelde besluiten betrekking hebbende stukken. de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voor deze: De directeur-generaal van de Volkshuisvesting, De directeur-generaal van de Volkshuisvesting kan de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van deze regeling niet uitoefenen, indien hij tevens het besluit waartegen het bezwaar zich richt , krachtens artikel 1, eerste lid, van deze regeling heeft genomen. De directeur-generaal van de Volkshuisvesting kan onder nader door hem te bepalen voorwaarden onderdelen van de aan hem verleende bevoegdheden mandateren aan personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn. Indien uitvoering wordt gegeven aan artikel 1 van deze regeling, luidt de ondertekening: gevolgd door de handtekening en de naam van de betrokken functionaris. 1999 213 04-11-1999 25-10-1999 COR1999229918 1999 213 04-11-1999 25-10-1999 COR1999229918 06-11-1999
Artikel II — Artikel II#
Artikel II 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 2 Het besluit wordt ter inzage gelegd in de Centrale bibliotheek van VROM. 3 De directeur-generaal zendt dit besluit aan de directeuren van de directies, aan de secretaris-generaal en de directeur Financiële en Economische zaken van VROM. 1999 213 04-11-1999 25-10-1999 COR1999229918 1999 213 04-11-1999 25-10-1999 COR1999229918 06-11-1999