Besluit ontwikkeling van landschappen
- BWB-id
- BWBR0010601
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-04-30 t/m 2007-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010601
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-ontwikkeling-van-landschappen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-ontwikkeling-van-landschappen/2005-04-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010601&g=2005-04-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010601&z=2026-06-06&g=2005-04-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010601/2005-04-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/besluit-ontwikkeling-van-landschappen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. landschapsontwikkelingsplan: plan voor het grondgebied van één of meer gemeenten ter verbetering van de landschapskwaliteit in het desbetreffende gebied; b. landschapsplan: landschapsbeleidsplan of landschapsstructuurplan, waarvoor uit ’s Rijks kas subsidie is verstrekt vóór 1 januari 2002. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 2 van de Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten Aanvragen tot subsidieverlening voor projecten, bedoeld in, kunnen worden ingediend voor het thema ’Ontwikkeling van het landschap’. 1999 134 16-07-1999 13-07-1999 TRCJZ/1999/4736 1999 134 16-07-1999 13-07-1999 TRCJZ/1999/4736 18-07-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Subsidie kan worden verstrekt voor projecten die een bijdrage leveren aan de bevordering van een samenhangend en doelmatig beleid met betrekking tot het beheer en de ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardig landschap. 1999 134 16-07-1999 13-07-1999 TRCJZ/1999/4736 1999 134 16-07-1999 13-07-1999 TRCJZ/1999/4736 18-07-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Voor subsidieverlening komen in aanmerking projecten: a. die het voorbereiden en opstellen van landschapsontwikkelingsplannen betreffen waarvoor niet reeds eerder uit ’s Rijks kas subsidie is verstrekt; b. Wet op de architectentitel waarbij het opstellen van het landschapsontwikkelingsplan wordt uitbesteed aan een bureau waarbij tenminste één tuin- en landschapsarchitect werkzaam is die ingevolge deis ingeschreven in het architectenregister en die actief participeert in het opstellen van het landschapsontwikkelingsplan. 2 Voor subsidieverlening komen tevens in aanmerking projecten die de herziening betreffen van een landschapsplan. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a artikelen 5b 5e Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor landschapsontwikkelingsplannen die voldoen aan de in detot en metgenoemde voorwaarden. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b In het landschapsontwikkelingsplan wordt aandacht besteed aan de volgende aspecten van het desbetreffende landschap: a. de opbouw van het landschap; b. de identiteit en verscheidenheid van het landschap, gerelateerd aan kenmerkende landschappen in Nederland; c. het watersysteem; d. de visuele kenmerken; e. de betekenis van de gebruiksfuncties, inclusief verwachte ontwikkelingen, voor het landschap en omgekeerd; f. de cultuurhistorische en aardkundige waarden; g. de ecologische waarden; h. de culturele vernieuwing van het landschap, waaronder de toepassing van landschapsarchitectuur en beeldende kunst; i. de omvang en de landschappelijke en ecologische kwaliteit van opgaande begroeiing; j. de omvang en kwaliteit van de recreatieve ontsluiting en de toegankelijkheid en bereikbaarheid; k. de waardering van het landschap door gebruikers. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 5c — Artikel 5c#
Artikel 5c Het landschapsontwikkelingsplan bevat de volgende onderdelen: a. een kwantitatieve en kwalitatieve systematische beschrijving en analyse van het bestaande landschap; b. een beschrijving van de doelstellingen inzake de ontwikkeling van het landschap; c. tenminste twee wezenlijk verschillende visies op hoofdlijnen met een onderbouwde gekozen ontwikkelingsrichting; d. een landschapsontwikkelingsvisie waarin wordt aangegeven: artikel 5b in welke mate de ingenoemde aspecten worden ontwikkeld en beschermd; de gebieden en functies met accenten op behoud dan wel vernieuwing, scheiding dan wel combinatie van functies; e. een uitvoeringsplan waarin op basis van de onder d genoemde landschapsontwikkelingsvisie zijn aangegeven: de maatregelen voor de uitvoering van de ontwikkeling, bescherming en beheer van het landschap, inclusief een tijdsplanning; de eisen die bij landschappelijk relevante ingrepen worden gesteld aan te treffen landschappelijke voorzieningen; de wijze waarop de doorwerking van het landschapsontwikkelingsplan in het bestemmingsplan en in de vergunningverlening wordt gerealiseerd, inclusief een tijdsplanning; f. een financieringsplan waarin toegezegde bijdragen van derden worden gekoppeld aan de realisering van het onder e bedoelde uitvoeringsplan, inclusief een tijdsplanning. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 5d — Artikel 5d#
Artikel 5d Het landschapsontwikkelingsplan bevat een opsomming en omschrijving van uit te voeren activiteiten ter verzekering van het maatschappelijke en financiële draagvlak van het betreffende landschapsontwikkelingsplan. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 5e — Artikel 5e#
Artikel 5e Het landschapsontwikkelingsplan wordt vastgesteld dan wel goedgekeurd door de gemeenteraad van de gemeente of gemeenten op welker grondgebied het plan betrekking heeft of door provinciale staten ingeval het een aanvraag van een provincie betreft. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat het project vóór 1 november in het tweede jaar volgend op de aanvraag is uitgevoerd. 2 De minister kan op verzoek van de aanvrager uitstel verlenen met ten hoogste één jaar. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Subsidie kan worden aangevraagd door gemeenten en provincies. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2 De subsidie voor projecten als bedoeld inkan worden verleend voor de volgende kosten, verband houdend met het project: a. bijdragen aan derden voor het opstellen dan wel het laten opstellen van landschapsontwikkelingsplannen; b. kosten van onderzoeken die nodig zijn voor het opstellen van landschapsontwikkelingsplannen; c. artikel 5d kosten van de inbedoelde activiteiten, totaal tot een maximum van € 75.000,-, voor zover het betreft: het ontwikkelen en inzetten van communicatie-instrumenten die het draagvlak voor het landschapsontwikkelingsplan bevorderen, waaronder het geven van voorlichting en het organiseren van een maatschappelijk debat over het landschapsontwikkelingsplan; het voorbereiden en afsluiten van overeenkomsten met derden op het gebied van financiering, inrichting en beheer; het bevorderen van de beschikbaarstelling van lokale middelen voor de uitvoering van het landschapsontwikkelingsplan. 2 De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden in aanmerking genomen met inbegrip van de verschuldigde omzetbelasting indien de aanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen met de door hem af te dragen omzetbelasting. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a artikel 8, eerste lid, onderdeel c De subsidie voor de in, bedoelde activiteiten wordt verleend onder de voorwaarde dat de activiteiten zijn verricht in de periode tussen de datum van de beschikking tot subsidieverlening en de datum van indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de inbedoelde kosten bij een aanvraag tot subsidieverlening ingediend door een provincie of een individuele gemeente. 2 artikel 8 De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de inbedoelde kosten bij een aanvraag tot subsidieverlening voor één landschapsontwikkelingsplan, welke aanvraag is ingediend door twee of meer gemeenten gezamenlijk of door een provincie en meer gemeenten gezamenlijk. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 Indien voor het project waarvoor op grond van dit besluit subsidie is verleend, andere subsidies door de rijksoverheid worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag op grond van dit besluit verstrekt, dat de som van de subsidies het ingenoemde percentage niet overschrijdt. 2 Indien voor het project waarvoor op grond van dit besluit subsidie is verleend, subsidies door anderen dan de rijksoverheid dan wel financiële middelen door niet-bestuursorganen worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag op grond van dit besluit verstrekt, dat de som van de subsidies dan wel de financiële middelen niet meer bedraagt dan 100% van de totale kosten van het project. 1999 134 16-07-1999 13-07-1999 TRCJZ/1999/4736 1999 134 16-07-1999 13-07-1999 TRCJZ/1999/4736 18-07-1999
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Aanvragen tot subsidieverlening worden jaarlijks ingediend in de periode van 1 april tot en met 31 oktober met dien verstande dat aanvragen voor het jaar 2005 worden ingediend in de periode van 1 mei tot en met 31 oktober 2005. 2005 82 28-04-2005 21-04-2005 TRCJZ/2005/934 2005 82 28-04-2005 21-04-2005 TRCJZ/2005/934 30-04-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Een aanvraag tot subsidieverlening wordt gericht aan de minister en ingediend bij Dienst Regelingen. 2 De Stichting Landschapsbeheer Nederland adviseert Dienst Regelingen bij de beoordeling van aanvragen en de uitbetaling van de subsidie. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 6 van de Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten In afwijking vangaat de aanvraag vergezeld van: a. een kaart tot een schaal van 1:100.000 van het gebied waarop het landschapsontwikkelingsplan betrekking zal hebben; b. een redengeving voor het opstellen van het landschapsontwikkelingsplan; c. een sluitende begroting op basis van drie offertes en met een redengevende verklaring waarom één van de drie offertes geselecteerd is; d. een korte evaluatie van het landschapsontwikkelingsplan, indien een plan herzien wordt. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 10, eerste lid van de Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten In afwijking vanworden aanvragen tot subsidievaststelling ingediend vóór 1 juni van het derde jaar volgend op het jaar waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 Ten minste één jaar doch uiterlijk 15 maanden na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling dient de subsidieontvanger een rapportage in waarin is aangegeven op welke wijze het landschapsontwikkelingsplan is en zal worden uitgevoerd. 2 De in het eerste lid bedoelde rapportage wordt gericht aan de minister en ingediend bij Dienst Regelingen. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b In het jaar 2005 en voorts ten minste iedere vijf jaar publiceert de minister een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk. 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 2001 218 09-11-2001 08-11-2001 TRCJZ/2001/15448 01-01-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 1999 134 16-07-1999 13-07-1999 TRCJZ/1999/4736 1999 134 16-07-1999 13-07-1999 TRCJZ/1999/4736 18-07-1999
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ontwikkeling van landschappen. 1999 134 16-07-1999 13-07-1999 TRCJZ/1999/4736 1999 134 16-07-1999 13-07-1999 TRCJZ/1999/4736 18-07-1999