Instellingsbesluit Commissie schadebeoordeling beleidslijn ’Ruimte voor de rivier’
- BWB-id
- BWBR0010776
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2008-07-01 t/m 2014-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010776
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/instellingsbesluit-commissie-schadebeoordeling-beleidslijn-r
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/instellingsbesluit-commissie-schadebeoordeling-beleidslijn-r/2008-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010776&g=2008-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010776&z=2026-06-06&g=2008-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010776/2008-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/instellingsbesluit-commissie-schadebeoordeling-beleidslijn-r
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de Minister: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; b. de Beleidslijn: de Beleidslijn ’Ruimte voor de rivier’, gepubliceerd in de Staatscourant van 19 april 1996, nr. 77, en zoals gewijzigd en laatstelijk gepubliceerd in de Staatscourant van 12 mei 1997, nr. 87; c. gemeente: een gemeente op wier grondgebied wateren aanwezig zijn waarop de Beleidslijn overeenkomstig bijlage 1 van die Beleidslijn van toepassing is; d. de commissie: artikel 2 de commissie schadebeoordeling beleidslijn ’Ruimte voor de rivier’, bedoeld in; e. de Wet: Wet ruimtelijke ordening de; f. schade: inkomens- of vermogensschade die redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van een persoon behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd. g. hogere kosten: artikel 6.8 van de Wet de hogere kosten, bedoeld in; h. de verzoeker: de natuurlijke persoon of de privaatrechtelijke of de publiekrechtelijke rechtspersoon die een verzoek om schadevergoeding of vergoeding van de hogere kosten indient. 2008 122 27-06-2008 20-06-2008 BJZ2008061005 2008 122 27-06-2008 20-06-2008 BJZ2008061005 01-07-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Er is een commissie schadebeoordeling Beleidslijn ’Ruimte voor de rivier’. 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 13-11-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De commissie wordt ingesteld voor de duur van 5 jaar, te rekenen vanaf de datum van de benoeming van de leden. 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 13-11-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De commissie heeft tot taak: a. artikel 6.1 van de Wet de raad van de gemeente, waarin zulks bij verordening is bepaald, van advies te dienen over de door hem ingevolgeaan een belanghebbende op diens verzoek toe te kennen vergoeding van de schade als gevolg van: 1. e de wijziging van bepalingen van een bestemmingsplan welke wijzigingen leiden tot het teniet gaan van bouwmogelijkheden die voor 1 februari 1995 in het betreffende bestemmingsplan vastlagen of als gevolg van een ander in dit wetsartikel genoemd besluit, welke bepalingen of welk besluit uitsluitend een gevolg zijn van de tenuitvoerlegging van de Beleidslijn; 2. e de wijziging van een bestemmingsplan in het kader van de Beleidslijn, dat op of na 1 februari 1995 van kracht werd, mits de Provinciale Planologische Commissie heeft ingestemd met die wijziging; b. de Minister van advies te dienen over de door hem op verzoek van een gemeente te nemen beslissing over de aan die gemeente te vergoeden kosten, bedoeld onder a., voorzover de commissie terzake geen advies aan de gemeenteraad heeft uitgebracht; c. de Minister van advies te dienen over de door hem op verzoek van een gemeente te nemen beslissing over de door hem aan die gemeente te vergoeden hogere kosten, voor zover die kosten voor de gemeente een gevolg zijn van in een bestemmingsplan opgenomen nieuwe of gewijzigde bepalingen ter uitvoering van de Beleidslijn welke bepalingen hebben geleid tot het teniet gaan van bouwmogelijkheden die voor 1 februari 1995 in het betreffende bestemmingsplan vastlagen; d. de Minister van advies te dienen over een rechtstreeks aan hem gericht verzoek tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt of zal lijden omdat de gemeente schriftelijk vastgelegde toezeggingen of privaatrechtelijke overeenkomsten tengevolge van de Beleidslijn niet meer kan nakomen, welke toezeggingen of overeenkomsten niet zijn gedaan of aangegaan op basis van een geldend bestemmingsplan, of over andere gevallen van schade in het kader van de Beleidslijn. 2 In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder d, adviseert de commissie de minister mede ten aanzien van de vraag of hij gelet op het schrijnende karakter van het geval het verzoek in beschouwing zou moeten nemen. 2008 122 27-06-2008 20-06-2008 BJZ2008061005 2008 122 27-06-2008 20-06-2008 BJZ2008061005 01-07-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De commissie bestaat uit drie leden. 2 De leden van de commissie worden als volgt benoemd: a. één lid wordt benoemd door de Minister; b. één lid wordt benoemd door de Minister op voordracht van het bestuur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; c. één lid wordt benoemd door de Minister op voordracht van de twee eerst benoemde leden. 3 De commissie benoemt uit haar midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter. 4 De leden zijn onafhankelijk en hebben geen bindingen met of geen belangen in een der gemeenten die belast zijn met de uitvoering van de Beleidslijn of de ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of van Verkeer en Waterstaat. 5 De leden kunnen te allen tijde hun functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan de Minister. 6 In het geval de commissie door terugtreden van één lid niet meer voltallig is, zet de commissie haar werkzaamheden voort. De Minister neemt in dat geval onverwijld maatregelen tot aanvulling van de commissie. Daalt het aantal leden van de commissie beneden het aantal van twee, dan schort de commissie haar werkzaamheden op tot het moment waarop de Minister door benoeming in tenminste één vacature heeft voorzien. 7 De minister kan op verzoek van de commissie overgaan tot het benoemen van plaatsvervangende leden. Het tweede lid is daarbij van overeenkomstige toepassing. 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 13-11-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Artikel 4 van de Wet openbaarheid van bestuur De minister stelt de commissie, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikking die nodig zijn voor een goede uitoefening van haar taak.is van overeenkomstige toepassing. 2 De verzoeker verschaft de commissie de gegevens en bescheiden die voor de advisering nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 3 De commissie kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden, daaronder begrepen ambtenaren werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Indien met het verstrekken van inlichtingen of het verlenen van adviezen door derden kosten gemoeid zijn, oefent de commissie deze bevoegdheid eerst uit na instemming van de Minister. 4 De commissie kan een plaatsopneming houden, indien zij dat nodig acht. Een plaatsopneming wordt gelijk gesteld met een vergadering van de commissie. 5 Archiefwet 1995 De commissie archiveert de bescheiden overeenkomstig de bij of krachtens degestelde regels. De commissie draagt haar archief na de beëindiging van haar werkzaamheden over aan de Minister. 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 13-11-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 4, eerste lid, onder a artikel 4, eerste lid, onder b tot en met d De Minister beslist binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek van een gemeente, in gevallen waarin overeenkomstig, de commissie aan de raad van de gemeente advies heeft uitgebracht. In de gevallen, als bedoeld in, beslist de Minister binnen twee maanden na ontvangst van het advies van de commissie. Het besluit wordt bekend gemaakt door toezending aan de verzoeker. Is de verzoeker een ander dan een gemeente, dan wordt de gemeente die het aangaat tegelijkertijd van het besluit in kennis gesteld. 2 De Minister kan de beslissing bedoeld in het eerste lid onder opgave van redenen eenmaal voor ten hoogste drie maanden verdagen. 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 13-11-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De commissie regelt haar wijze van werken in een door haar vast te stellen reglement. Tevens regelt zij de door haar te volgen procedure bij de behandeling van de aan de commissie voorgelegde aanvragen om advies. De commissie maakt haar wijze van werken en de door haar te volgen procedure bekend aan de gemeenten die zijn belast met de implementatie van de Beleidslijn en aan de verzoeker. 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 13-11-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 a de vaststelling van haar advies, zendt de commissie een afschrift daarvan aan de verzoeker. 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 13-11-1999
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Aan de leden wordt ten laste van het Rijk een vergoeding toegekend voor het bijwonen van vergaderingen en de gemaakte reis- of verblijfkosten. Een plaatsopneming wordt beschouwd als een vergadering. 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 13-11-1999
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De commissie wordt ambtelijk ondersteund door een secretaris en overige ondersteunende medewerkers die door commissie, na instemming door of namens de Minister, worden aangewezen. 2 De secretaris woont de vergaderingen van de commissie bij. 3 De stukken die van de commissie uitgaan, worden door de secretaris mede ondertekend. 4 De secretaris is voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie. 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 13-11-1999
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. Dit besluit kan worden aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie schadebeoordeling beleidslijn ’Ruimte voor de rivier’. 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 1999 218 11-11-1999 15-10-1999 MJZ1999228988 13-11-1999