Instellingsregeling tijdelijke adviescommissie begeleiding decentrale toelating
- BWB-id
- BWBR0010311
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1999-03-19 t/m 2004-12-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010311
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/instellingsregeling-tijdelijke-adviescommissie-begeleiding-d
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/instellingsregeling-tijdelijke-adviescommissie-begeleiding-d/1999-03-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010311&g=1999-03-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010311&z=2026-06-06&g=1999-03-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010311/1999-03-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/instellingsregeling-tijdelijke-adviescommissie-begeleiding-d
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Er is een commissie begeleiding decentrale toelating, hierna te noemen: de begeleidingscommissie. 2 De taken van de begeleidingscommissie bestaan uit: a. het adviseren van de instellingen in het hoger onderwijs bij de vormgeving van de experimenten met decentrale toelating; b. het verzamelen van informatie, onder meer voor het opbouwen van expertise en ten behoeve van latere evaluatie; c. het monitoren van verschillende vormen van experimenten en het verloop daarvan, met een jaarlijkse schriftelijke rapportage aan de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen en de instellingen voor hoger onderwijs; d. het voorbereiden en begeleiden van de evaluatie van de experimenten met decentrale toelating; e. het produceren van een eindverslag nadat met decentrale selectie ten behoeve van drie studiejaren is geëxperimenteerd, met meerdere opleidingen bij meerdere instellingen in zowel het hbo als het wetenschappelijk onderwijs. 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 19-03-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De begeleidingscommissie bestaat uit een onafhankelijk voorzitter, tevens lid, en zes leden. De VSNU, en de HBO-Raad dragen elk een lid voor. Ook de studentenbonden ISO en LSVb dragen een lid voor, waarbij onderling overleg moet waarborgen dat zowel de sector-hbo als de sector wetenschappelijk onderwijs vertegenwoordigd is. Tot slot zullen twee onafhankelijk leden, waarvan een afkomstig uit de sector voortgezet onderwijs plaatsnemen in de begeleidingscommissie. De minister voorziet na overleg met de voorzitter in het secretariaat van de commissie. 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 19-03-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De kosten van de begeleidingscommissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen. De begeleidingscommissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting aan de minister aan. 2 Onder de in het eerste lid bedoelde kosten worden in ieder geval verstaan: de kosten voor vergaderingen, materiële en secretariële ondersteuning; de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek; en de kosten voor publicatie van rapportages. 3 Op de commissieleden is het Reisbesluit 1971 (staatsblad 1970, 602) en het (aangescherpte) Vacatiegeldenbesluit 1988 (ingangsdatum 1 juni 1995) van toepassing. 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 19-03-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De begeleidingscommissie produceert jaarlijks een algemeen verslag over haar werkzaamheden dat wordt aangeboden aan de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen en aan de instellingen voor hoger onderwijs. In dat verslag is in ieder geval een beschrijving van de verschillende vormen van experimenten en het verloop daarvan opgenomen. 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 19-03-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De commissie is bevoegd zich te laten bijstaan door deskundigen en instanties. 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 19-03-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Een ieder die betrokken is bij de werkzaamheden van de commissie en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofd van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij deze werkzaamheden de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 19-03-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het beheer van het secretariaatsarchief geschiedt met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen van het beheersreglement van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. 2 Na opheffing van de begeleidingscommissie, of zoveel eerder als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, wordt het secretariaatsarchief of een deel daarvan overgedragen aan het Centraal archief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 19-03-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Artikel 9 van de Wet openbaarheid van bestuur is van toepassing. 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 19-03-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Afschrift van dit besluit wordt gezonden aan: de leden van de commissie; de president van de Algemene Rekenkamer; de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal; de VSNU; de HBO-Raad; de Vereniging voor Voortgezet onderwijs; de besturen van het ISO en de LSVb. 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 19-03-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie. 2 Dit besluit vervalt nadat het eindverslag over de experimenten met decentrale toelating is geproduceerd, nadat ten behoeve van drie studiejaren met decentrale toelating is geëxperimenteerd met meerdere opleidingen bij meerdere instellingen binnen beide sectoren van het onderwijs. 3 Dit besluit wordt gepubliceerd in het blad Uitleg van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 1999 8 17-03-1999 04-03-1999 WO/BS/99/8866 19-03-1999