Regeling aanpassing landelijk gemiddelde personeelslastbedragen in verband met de ZKOO-uitkering en de CAO 1999 - 2000
- BWB-id
- BWBR0010485
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1999-08-01 t/m 2004-12-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010485
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-aanpassing-landelijk-gemiddelde-personeelslastbedra
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-aanpassing-landelijk-gemiddelde-personeelslastbedra/1999-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010485&g=1999-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010485&z=2026-06-06&g=1999-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010485/1999-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-aanpassing-landelijk-gemiddelde-personeelslastbedra
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing in deze regeling wordt verstaan onder: Schoolsoortgroep 1: • scholen voor mavo, vbo en scholengemeenschappen mavo/vbo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs), • scholen voor praktijkonderwijs voortkomend uit het svo waarop artikel 11 van de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs van toepassing is, • scholen voor leerwegondersteunend onderwijs en scholen voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel II, tweede en vijfde lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337); • Schoolsoortgroep 2: scholen voor vwo, havo en scholengemeenschappen vwo/havo; • Schoolsoortgroep 3: scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs); • Schoolsoortgroep 4: scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo/vbo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs). WVO: Wet op het voortgezet onderwijs, deel I. 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 19-06-1999
Artikel 2 — Artikel 2 Landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 1999#
Artikel 2 Landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 1999 1 Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats: • schoolsoortgroep 1: ƒ 125.836,68 • schoolsoortgroep 2: ƒ 150.187,10 • schoolsoortgroep 3: ƒ 148.584,01 • schoolsoortgroep 4: ƒ 144.329,43 2 De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c. Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB-1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor: • schoolsoortgroep 1: ƒ 1.793,18 • schoolsoortgroep 2: ƒ 2.638,74 • schoolsoortgroep 3: ƒ 2.248,52 • schoolsoortgroep 4: ƒ 1.955,45 • schoolsoortgroep 1: ƒ 17.952,39 • schoolsoortgroep 2: ƒ 3.023,78 • schoolsoortgroep 3: ƒ 13.511,98 • schoolsoortgroep 4: ƒ 17.306,18 3 Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 64.435,31, ongeacht de schoolsoortgroep. 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 19-06-1999 01-01-1999
Artikel 3 — Artikel 3 Aanvullende vergoeding op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO, en artikel II, vierde en zesde lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb.337) vanaf 1 januari 1999#
Artikel 3 Aanvullende vergoeding op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO, en artikel II, vierde en zesde lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb.337) vanaf 1 januari 1999 1 Indien een aanvullende vergoeding wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de vergoeding de volgende leden van toepassing. 2 Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 2, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast. 3 Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: • schoolsoortgroep 1: ƒ 96.744,81 • schoolsoortgroep 2: ƒ 117.122,49 • schoolsoortgroep 3: ƒ 111.232,88 • schoolsoortgroep 4: ƒ 102.759,40 4 Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 2, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast. 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 19-06-1999 01-01-1999
Artikel 4 — Artikel 4 Landelijke gemiddelde personeelslast per 1 februari 1999#
Artikel 4 Landelijke gemiddelde personeelslast per 1 februari 1999 1 Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats: • schoolsoortgroep 1: ƒ 128.534,11 • schoolsoortgroep 2: ƒ 153.406,51 • schoolsoortgroep 3: ƒ 151.769,06 • schoolsoortgroep 4: ƒ 147.423,28 2 De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl + c. Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor: • schoolsoortgroep 1: ƒ 1.831,61 • schoolsoortgroep 2: ƒ 2.695,30 • schoolsoortgroep 3: ƒ 2.296,72 • schoolsoortgroep 4: ƒ 1.997,37 • schoolsoortgroep 1: ƒ 18.337,22 • schoolsoortgroep 2: ƒ 3.088,59 • schoolsoortgroep 3: ƒ 13.801,63 • schoolsoortgroep 4: ƒ 17.677,16 3 Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 66.034,34, ongeacht de schoolsoortgroep. 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 19-06-1999 01-02-1999
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvullende vergoeding op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO, en artikel II, vierde en zesde lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb.337)#
Artikel 5 Aanvullende vergoeding op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO, en artikel II, vierde en zesde lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb.337) 1 Indien een aanvullende vergoeding wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de vergoeding de volgende leden van toepassing. 2 Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 4, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast. 3 Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: • schoolsoortgroep 1: ƒ 98.818,63 • schoolsoortgroep 2: ƒ 119.633,12 • schoolsoortgroep 3: ƒ 113.617,27 • schoolsoortgroep 4: ƒ 104.962,15 4 Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 4, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast. 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 19-06-1999 01-02-1999
Artikel 6 — Artikel 6 Landelijke gemiddelde personeelslast per 1 augustus 1999#
Artikel 6 Landelijke gemiddelde personeelslast per 1 augustus 1999 1 Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats: • schoolsoortgroep 1: ƒ 128.799,76 • schoolsoortgroep 2: ƒ 153.723,56 • schoolsoortgroep 3: ƒ 152.082,72 • schoolsoortgroep 4: ƒ 147.727,96 2 De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl + c. Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 6 maart 1999, VO/FB-1999/4987 (OCenW-Regelingen 1999, 8 en 9) c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor: • schoolsoortgroep 1: ƒ 1.845,66 • schoolsoortgroep 2: ƒ 2.729,78 • schoolsoortgroep 3: ƒ 2.333,06 • schoolsoortgroep 4: ƒ 2.014,13 • schoolsoortgroep 1: ƒ 18.477,87 • schoolsoortgroep 2: ƒ 3.128,10 • schoolsoortgroep 3: ƒ 14.020,03 • schoolsoortgroep 4: ƒ 17.825,64 3 Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 66.156,12 ongeacht de schoolsoortgroep. 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 01-08-1999
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvullende vergoeding op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO, juncto de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs, en artikel II, vierde en zesde lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb.337) vanaf 1 augustus 1999#
Artikel 7 Aanvullende vergoeding op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO, juncto de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs, en artikel II, vierde en zesde lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb.337) vanaf 1 augustus 1999 1 Indien een aanvullende vergoeding wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de vergoeding de volgende leden van toepassing. 2 Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 6, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast. 3 Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: • schoolsoortgroep 1: ƒ 99.022,86 • schoolsoortgroep 2: ƒ 119.880,36 • schoolsoortgroep 3: ƒ 113.852,08 • schoolsoortgroep 4: ƒ 105.179,07 4 Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 6, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast. 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 01-08-1999
Artikel 8 — Artikel 8 Bekendmaking#
Artikel 8 Bekendmaking Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 19-06-1999
Artikel 9 — Artikel 9 Inwerkingtreding#
Artikel 9 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt met uitzondering van de artikelen 6 en 7 in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling is bekendgemaakt en werkt wat betreft de artikelen 2 en 3 terug tot en met 1 januari 1999 en wat betreft de artikelen 4 en 5 tot en met 1 februari 1999. 2 De artikelen 6 en 7 van deze regeling treden in werking met ingang van 1 augustus 1999. 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 1999 17 16-06-1999 31-05-1999 VO/FB-1999/12567 19-06-1999