Regeling afleggen eed en belofte ambtenaar
- BWB-id
- BWBR0010455
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 1999-06-16 t/m 2015-04-15
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010455
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-afleggen-eed-en-belofte-ambtenaar
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-afleggen-eed-en-belofte-ambtenaar/1999-06-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010455&g=1999-06-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010455&z=2026-06-06&g=1999-06-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010455/1999-06-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-afleggen-eed-en-belofte-ambtenaar
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. artikel 51 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement eed of belofte: eed of belofte als bedoeld in; b. formulier: formulier voor het afleggen van de eed of belofte dat als bijlage bij deze regeling is gevoegd en waarvan de tekst is vastgesteld bij be-sluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Staats-courant 18 mei 1998, nr. 92; c. artikel 4, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement hoofd van dienst: autoriteit als bedoeld inaan wie het personeelsmandaat is verleend. 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 16-06-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De ambtenaar die wordt aangesteld of te werk gesteld bij het Ministerie van Justitie legt de eed of belofte af. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de ambtenaar reeds eerder in het kader van een aanstelling of tewerkstelling bij het Rijk de eed of belofte heeft afgelegd. 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 16-06-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De eed of belofte wordt zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen een maand na aanstelling of tewerkstelling afgelegd. De ambtenaar ontvangt daartoe een oproep. 2 Bij het aanstellingsgesprek wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld de voorkeur aan te geven voor de eed of de belofte. 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 16-06-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De eed of belofte wordt afgelegd ten overstaan van het hoofd van dienst. 2 In afwijking van het eerste lid wordt de eed of de belofte door ambtenaren werkzaam binnen het bestuursdepartement afgelegd ten overstaan van de secretaris-generaal dan wel, in geval van diens afwezigheid, de plaatsvervangend secretaris-generaal. 3 De eed of belofte wordt door een autoriteit, als bedoeld in het eerste lid, afgelegd ten overstaan van een naasthogere autoriteit. 4 De eed of belofte wordt afgelegd in aanwezigheid van een door de in de vorige leden bedoelde autoriteit aangewezen getuige. 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 16-06-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 1 Het afleggen van de eed geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier bedoeld indoor degene ten overstaan van wie de eed wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: ’Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’. 2 artikel 1 Het afleggen van de belofte geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier bedoeld indoor degene ten overstaan van wie de belofte wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: ’Dat verklaar en beloof ik’. 3 De eed wordt staande afgelegd waarbij de ambtenaar de twee voorste vingers van de rechterhand opsteekt. De belofte wordt staande afgelegd, zonder handopsteken. 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 16-06-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 1 Het formulier, bedoeld in, in tweevoud opgemaakt, wordt door de ambtenaar, de getuige en degene ten overstaan van wie de eed of belofte is afgelegd, ondertekend. De ambtenaar ontvangt een exemplaar; het andere exemplaar wordt in het personeelsdossier van de ambtenaar opgelegd. 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 16-06-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 2, tweede lid De ambtenaar aangesteld dan wel tewerkgesteld bij het Ministerie van Justitie die geen eed of belofte heeft afgelegd en op wie, niet van toepassing is, legt alsnog de eed of belofte af volgens het bepaalde in deze regeling. 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 16-06-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 16-06-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald: Regeling afleggen eed en belofte ambtenaar. 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 1999 110 14-06-1999 10-05-1999 762608/99DP&O 16-06-1999