Regeling eenmalige aanvullende vergoeding millenniumbijdrage 1999
- BWB-id
- BWBR0010614
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1999-07-21 t/m 2004-01-23
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010614
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-eenmalige-aanvullende-vergoeding-millenniumbijdrage
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-eenmalige-aanvullende-vergoeding-millenniumbijdrage/1999-07-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010614&g=1999-07-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010614&z=2026-06-06&g=1999-07-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010614/1999-07-21
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-eenmalige-aanvullende-vergoeding-millenniumbijdrage
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Wet educatie en beroepsonderwijs wet:; b. minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; c. AOC: agrarische opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de wet; d. IPC: agrarische innovatie- en praktijkcentrum als bedoeld in artikel 1.3.4 van de wet; e. landelijk orgaan: landelijk orgaan als bedoeld in artikel 1.5.1 van de wet. 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 21-07-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Aan het bevoegd gezag van een AOC, een IPC, onderscheidenlijk het landelijk orgaan wordt een eenmalige vergoeding verstrekt ten behoeve van het ontgaan van risico’s van de millenniumproblematiek bij vitale bedrijfsprocessen, waaronder in elk geval begrepen de financiële en administratieve processen en de vitale onderdelen van de gebouwgebonden installaties van een AOC, een IPC, onderscheidenlijk het landelijk orgaan. 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 21-07-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De aanvullende vergoeding bedraagt voor: a. een AOC: f 14.275,- vermeerderd met een voor een AOC evenredig gedeelte van f 575.825,- gerelateerd aan de omvang van de rijksbijdrage voor het jaar 1998 van een AOC, of indien een AOC een of meer rechtsvoorgangers had, van de rechtsvoorganger of rechtsvoorgangers van een AOC; b. een IPC: f 30.000,- vermeerderd met een voor een IPC evenredig gedeelte van f 150.000,- gerelateerd aan de omvang van de rijksbijdrage voor het jaar 1998 van een IPC, of indien een IPC in 1998 een of meer rechtsvoorgangers had, van de rechtsvoorganger of rechtsvoorgangers van een IPC; c. het landelijk orgaan: f 35.000,-. 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 21-07-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 Het bevoegd gezag van een AOC, een IPC, onderscheidenlijk het landelijk orgaan, is gehouden binnen redelijke grenzen al het mogelijke te doen ter voorkoming van schade en storingen bij de vitale bedrijfsprocessen, bedoeld in, als gevolg van de millenniumproblematiek. 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 21-07-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 2 artikel 4 Indien bij één of meer bedrijfsprocessen als bedoeld in, in het jaar 2000 als gevolg van de millenniumproblematiek schade of storingen ontstaan die naar het oordeel van de minister, gelet op het bepaalde in, voorkomen hadden behoren te worden, kan de minister de aanvullende vergoeding terugvorderen dan wel in mindering brengen op de rijksbijdrage aan een AOC, een IPC, onderscheidenlijk het landelijk orgaan. 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 21-07-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het bevoegd gezag van een AOC, een IPC, onderscheidenlijk het landelijk orgaan verantwoordt de aanvullende vergoeding afzonderlijk in de jaarrekening over het jaar 2000, bedoeld in artikel 2.5.3 van de wet, en zendt die jaarrekening uiterlijk op 1 juli 2000 aan de minister. 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 21-07-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het bevoegd gezag van een AOC, een IPC, onderscheidenlijk het landelijk orgaan dient vóór 10 augustus 1999 en vóór 1 februari 2000 een rapportage in bij de minister ten behoeve van de voortgang en het resultaat van de millenniumproblematiek. 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 21-07-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 21-07-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eenmalige aanvullende vergoeding millenniumbijdrage 1999. 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 1999 135 19-07-1999 17-07-1999 TRCJZ/1999/6588 21-07-1999