Regeling geneeskundig onderzoek vaarbewijzen binnenvaart
- BWB-id
- BWBR0010270
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2006-03-01 t/m 2008-03-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010270
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-geneeskundig-onderzoek-vaarbewijzen-binnenvaart
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-geneeskundig-onderzoek-vaarbewijzen-binnenvaart/2006-03-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010270&g=2006-03-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010270&z=2026-06-06&g=2006-03-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010270/2006-03-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-geneeskundig-onderzoek-vaarbewijzen-binnenvaart
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Divisie Scheepvaart: divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat; b. aanvrager: artikel 16 van de Binnenschepenwet degene die in aanmerking wenst te komen voor de afgifte van een vaarbewijs als bedoeld in; c. arts: artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet de arts, bedoeld in; d. deskundige: artikel 21, tweede lid, van de Binnenschepenwet de deskundige, bedoeld in; e. geneeskundig onderzoek: artikel 21 van de Binnenschepenwet het onderzoek, bedoeld in; f. geneeskundige verklaring: artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet de verklaring, bedoeld in; g. eigen verklaring: artikel 23, tweede lid, van de Binnenschepenwet de verklaring, bedoeld in. 2002 230 28-11-2002 22-11-2002 HDJZ/SCH/2002-2860 2002 230 28-11-2002 22-11-2002 HDJZ/SCH/2002-2860 30-11-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 40, eerste lid, van de Zeevaartbemanningswet Als artsen zijn aangewezen de in Nederland gevestigde geneeskundigen die op grond vanzijn aangewezen. 2 Als deskundigen zijn aangewezen de medisch adviseur scheepvaart van de Divisie Scheepvaart en diens plaatsvervanger. 2002 230 28-11-2002 22-11-2002 HDJZ/SCH/2002-2860 2002 230 28-11-2002 22-11-2002 HDJZ/SCH/2002-2860 30-11-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De aanvrager die een geneeskundige verklaring wenst te verkrijgen, wendt zich voor een geneeskundig onderzoek tot een arts, niet zijnde de behandelend arts van de aanvrager. 2 De arts gaat niet tot een geneeskundig onderzoek over dan nadat de aanvrager zich heeft gelegitimeerd. 2006 35 17-02-2006 09-02-2006 HDJZ/SCH/2006-82 2006 35 17-02-2006 09-02-2006 HDJZ/SCH/2006-82 01-03-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 bijlage I De arts verricht het geneeskundig onderzoek met inachtneming van de keuringseisen en keuringsaanwijzingen, opgenomen in. 2 bijlage II De arts vermeldt de uitslag van het geneeskundig onderzoek op de geneeskundige verklaring, die is vastgesteld volgens het model, opgenomen in, en verstrekt de geneeskundige verklaring aan de aanvrager. 1999 37 23-02-1999 08-02-1999 DGG/J-98010706 1999 37 23-02-1999 08-02-1999 DGG/J-98010706 01-03-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 40, eerste lid, van de Zeevaartbemanningswet De arts verwijst de aanvrager voor een deelonderzoek door naar een op grond vanaangewezen specialist, indien: a. de aanvrager een gehoorapparaat draagt, een kunstlens heeft of refractieve chirurgie heeft ondergaan, of b. bijlage I er twijfel bestaat omtrent het voldoen aan de in deopgenomen eisen ten aanzien van het gezichts- of gehoorvermogen. 2 bijlage I Indien ineen specialistisch rapport is voorgeschreven, verwijst de arts de aanvrager voor een deelonderzoek door naar een specialist. 3 bijlage IV Indien de arts de aanvrager doorverwijst naar een specialist, maakt hij daartoe gebruik van het formulier dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in. 2002 34 18-02-2002 13-02-2002 HDJZ/SCH/2002-192 2002 34 18-02-2002 13-02-2002 HDJZ/SCH/2002-192 20-02-2002 01-02-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De arts die na het geneeskundig onderzoek van oordeel is dat de aanvrager ongeschikt is, deelt de aanvrager mee dat een heronderzoek kan worden aangevraagd bij een van de deskundigen. 2 bijlage III In het geval, bedoeld in het eerste lid, verzendt de arts een bericht van afkeuring dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in, naar de medisch adviseur scheepvaart van het Directoraat-Generaal. De medisch adviseur doet hiervan mededeling aan de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. 3 De aanvrager die een heronderzoek wenst, richt zich daarvoor tot een deskundige onder toezending van de geneeskundige verklaring. 4 artikelen 3, tweede lid 4 Ten aanzien van het heronderzoek zijn de, envan overeenkomstige toepassing. 5 Indien de deskundige na het heronderzoek van oordeel is dat de aanvrager medisch ongeschikt is, doet hij hiervan mededeling aan de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. 2006 35 17-02-2006 09-02-2006 HDJZ/SCH/2006-82 2006 35 17-02-2006 09-02-2006 HDJZ/SCH/2006-82 01-03-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 40, eerste lid, van de Zeevaartbemanningswet bijlage I De deskundige verwijst de aanvrager voor een deelonderzoek door naar een op grond vanaangewezen specialist, indien er twijfel bestaat omtrent het voldoen aan de in deopgenomen eisen ten aanzien van het gezicht- of gehoorvermogen. 2 De deskundige kan de aanvrager voor een deelonderzoek doorverwijzen naar een specialist. 2002 34 18-02-2002 13-02-2002 HDJZ/SCH/2002-192 2002 34 18-02-2002 13-02-2002 HDJZ/SCH/2002-192 20-02-2002 01-02-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Indien nog geen heronderzoek heeft plaatsgevonden, is een geneeskundige verklaring waarop is aangegeven dat de aanvrager geschikt is en die is afgegeven nadat door een andere arts een geneeskundige verklaring is afgegeven waarop is aangegeven dat de aanvrager ongeschikt is, ongeldig. 1999 37 23-02-1999 08-02-1999 DGG/J-98010706 1999 37 23-02-1999 08-02-1999 DGG/J-98010706 01-03-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 7, eerste lid aanhef en onder a, van het Besluit vaarbewijzen binnenvaart bijlage V Indien de aanvrager van een klein vaarbewijs in de gevallen, bedoeld in,, een eigen verklaring overlegt, maakt hij daartoe gebruik van het formulier dat is opgenomen in. 2 artikel 7, eerste lid aanhef en onder b tot en met e, van het Besluit vaarbewijzen binnenvaart bijlage VI Indien de aanvrager van een groot vaarbewijs in de gevallen, bedoeld in,, een eigen verklaring overlegt, maakt hij daartoe gebruik van het formulier dat is opgenomen in. 3 Indien alle vragen van de eigen verklaring met ’nee’ zijn beantwoord, stuurt de aanvrager de ingevulde en ondertekende eigen verklaring in een gesloten enveloppe met daarop vermeld ’medisch beroepsgeheim’ naar: a. de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB in het geval, bedoeld in het eerste lid, en b. de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen in het geval, bedoeld in het tweede lid. 2005 234 01-12-2005 24-11-2005 HDJZ/SCH/2005-2175 2005 234 01-12-2005 24-11-2005 HDJZ/SCH/2005-2175 03-12-2005 01-07-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De eigen verklaring die op enige afwijking wijst, wordt voorzien van een aantekening van een arts, niet zijnde de behandelend arts van de aanvrager, waaruit de aard en de ernst van de afwijking blijkt. 2 De arts verzendt de in het eerste lid bedoelde eigen verklaring naar een deskundige. Voor de eigen verklaring die betrekking heeft op het klein vaarbewijs worden als deskundigen tevens aangewezen de keuringsartsen van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. 2003 225 20-11-2003 14-11-2003 HDJZ/SCH/2003-2483 2003 225 20-11-2003 14-11-2003 HDJZ/SCH/2003-2483 01-01-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10, eerste lid bijlage IV In het geval, bedoeld in, verklaart de deskundige de aanvrager geschikt of ongeschikt. In geval van twijfel kan de deskundige de aanvrager oproepen voor een nader onderzoek. Indien nodig, kan de deskundige, onder gebruikmaking van het formulier dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in, de aanvrager doorverwijzen voor een deelonderzoek naar een specialist. 2 bijlage II In het geval, dat de deskundige de aanvrager geschikt verklaart, verstrekt de deskundige, onder vermelding van deze uitslag, de aanvrager een geneeskundige verklaring, die is vastgesteld volgens het model, opgenomen in. 3 bijlage III In het geval, dat de deskundige de aanvrager ongeschikt verklaart, zendt de deskundige de aanvrager een bericht van afkeuring, dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in, onder mededeling van de mogelijkheid van heronderzoek. 4 artikel 4 De aanvrager die ongeschikt is verklaard en een heronderzoek wenst, wendt zich tot een deskundige die niet de deskundige is die reeds bij de beoordeling van de eigen verklaring was betrokken. Ten aanzien van het heronderzoek isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat het heronderzoek kan bestaan uit het uitsluitend beoordelen van de ter beschikking staande medische gegevens. 5 De deskundige doet van het ongeschikt verklaren van een aanvrager mededeling aan: a. de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB, indien het de aanvrage van een klein vaarbewijs betreft; b. de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, indien het de aanvrage van een groot vaarbewijs betreft. 2005 234 01-12-2005 24-11-2005 HDJZ/SCH/2005-2175 2005 234 01-12-2005 24-11-2005 HDJZ/SCH/2005-2175 03-12-2005 01-07-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Onze Minister kan aanwijzingen geven ter uitvoering van de in deze regeling opgenomen bepalingen. 1999 37 23-02-1999 08-02-1999 DGG/J-98010706 1999 37 23-02-1999 08-02-1999 DGG/J-98010706 01-03-1999
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het Keuringsbesluit vaarbewijzen binnenvaart wordt ingetrokken. 1999 37 23-02-1999 08-02-1999 DGG/J-98010706 1999 37 23-02-1999 08-02-1999 DGG/J-98010706 01-03-1999
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geneeskundig onderzoek vaarbewijzen binnenvaart. 1999 37 23-02-1999 08-02-1999 DGG/J-98010706 1999 37 23-02-1999 08-02-1999 DGG/J-98010706 01-03-1999
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 1999. 1999 37 23-02-1999 08-02-1999 DGG/J-98010706 1999 37 23-02-1999 08-02-1999 DGG/J-98010706 01-03-1999