Regeling incidentele middelen voor achterstallig onderhoud AOC’s en categoriaal vbo-groen
- BWB-id
- BWBR0010917
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1999-12-05 t/m 2004-01-23
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010917
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-incidentele-middelen-voor-achterstallig-onderhoud-a
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-incidentele-middelen-voor-achterstallig-onderhoud-a/1999-12-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010917&g=1999-12-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010917&z=2026-06-06&g=1999-12-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010917/1999-12-05
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-incidentele-middelen-voor-achterstallig-onderhoud-a
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. school: artikel 10a, van de Wet op het voortgezet onderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 10c, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs uit ’s Rijks kas bekostigde school waar voorbereidend beroepsonderwijs wordt gegeven als bedoeld inmet uitsluitend een afdeling landbouw en natuurlijke omgeving, alsmede een Agrarisch Opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3. van de, voor zover het betreft voorbereidend beroepsonderwijs in de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in; b. gebouw van vestiging: permanente bouw en noodbouw van een school, nevenvestiging, of nevenvestigingen van een school, zoals geregistreerd bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op 31 december 1996; c. 2 aantal m: aantal vierkante meters vloeroppervlak van het gebouw van vestiging zoals op 31 december 1996 geregistreerd bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; d. minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 05-12-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De minister kent aan het bevoegd gezag van een school een aanvullende exploitatievergoeding toe in verband met achterstallig onderhoud aan het gebouw van vestiging, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen: a. bouw in de periode voor 1 januari 1976; b. bouw in de periode van 1 januari 1976 tot en met 31 december 1986 en c. bouw in de periode vanaf 1 januari 1987. 2 De aanvullende exploitatievergoeding wordt aangewend voor het opheffen van achterstallig onderhoud aan het gebouw van vestiging van de betrokken school. 3 artikel 3 De aanvullende exploitatievergoeding wordt berekend volgensen bedraagt per m a. f 36,80 voor zover het betreft de in het eerste lid, onder a, genoemde periode; b. f 33,08 voor zover het betreft de in het eerste lid, onder b, genoemde periode, en c. f 7,04 voor zover het betreft de in het eerste lid, onder c, genoemde periode. 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 05-12-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met c De aanvullende exploitatievergoeding wordt berekend door de van toepassing zijnde bedragen genoemd in, te vermenigvuldigen met het aantal m 2 Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 10c, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs Voor een vestiging van een Agrarisch Opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3. van de, waarin zowel beroepsonderwijs op het gebied van landbouw en de natuurlijke omgeving als voorbereidend beroepsonderwijs in de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld inwordt verzorgd, stelt de minister naar evenredigheid van het aantal leerlingen dat aan de genoemde vestiging voorbereidend beroepsonderwijs volgt, vast welk percentage van het aantal m 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 05-12-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 De minister zendt het bevoegd gezag van de school uiterlijk 15 december 1999 een beschikking omtrent de vaststelling van de vergoeding, bedoeld in. Voor de vaststelling van de vergoeding behoeft geen aanvraag door het bevoegd gezag van de school te worden ingediend. 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 05-12-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Van de vastgestelde vergoeding wordt in 1999 26,9% in 2000 13,45% en in 2002 59,65% verstrekt. De be-taling voor 1999 vindt plaats in de maand december, die voor de overige jaren in de maand maart. 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 05-12-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze regeling treedt inwerking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 05-12-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling incidentele middelen voor achterstallig onderhoud AOC’s en categoriaal vbo-groen. 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 TRCJZ/1999/12207 05-12-1999