Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
- BWB-id
- BWBR0010256
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-07-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010256
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-particuliere-beveiligingsorganisaties-en-rechercheb
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-particuliere-beveiligingsorganisaties-en-rechercheb/2024-07-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010256&g=2024-07-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010256&z=2026-06-06&g=2024-07-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010256/2024-07-27
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-particuliere-beveiligingsorganisaties-en-rechercheb
Artikel 1 — Artikel 1 (definitiebepalingen)#
Artikel 1 (definitiebepalingen) 1 In deze regeling wordt verstaan onder: de minister: de Minster van Veiligheid en Justitie; Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus de wet: de; artikel 27 van de Politiewet 2012 de korpschef: de korpschef, bedoeld in; de commandant: de commandant van de Koninklijke marechaussee; artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet een horecabedrijf: een horecabedrijf als bedoeld in, of waarvan de ondernemer inschrijfplichtig is bij het Bedrijfschap Horeca, of een bordeel, uitgezonderd logiesverstrekkende ondernemingen, voor zover het logiesverstrekking betreft; Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties de aanvraag: de aanvraag van een migrerende beroepsbeoefenaar tot het verkrijgen van erkenning van EU-beroepskwalificaties, bedoeld in de; de aanvrager: de migrerende beroepsbeoefenaar die een aanvraag indient; artikel 8 artikel 10 van de wet een gereglementeerd beroep: een beroep waarvoor ingevolgeofopleidingseisen worden gesteld; een compenserende maatregel of een maatregel: een aanpassingsstage of een proeve van bekwaamheid; de stagiair: de migrerende beroepsbeoefenaar die een aanpassingsstage volgt; Justis: de Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit en Screening; artikel 21 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties de dienstverrichter: de dienstverrichter als bedoeld in; j. verordening: Verordening (EU) Nr. 1214/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone (PbEU 2011, L 316). 2 wet Overige in deze regeling voorkomende begrippen hebben dezelfde betekenis als in de. 2021 27747 04-06-2021 27-05-2021 3315287 2021 27747 04-06-2021 27-05-2021 3315287 01-07-2021
Artikel 2 — Artikel 2 (optreden naar buiten)#
Artikel 2 (optreden naar buiten) De wijze van acquisitie en promotie door een beveiligingsorganisatie en een recherchebureau, alsmede het optreden naar buiten, de presentatie en de uitvoering van de werkzaamheden, zijn niet in strijd met de belangen van de veiligheidszorg of de goede naam van de bedrijfstak. 2010 4863 30-03-2010 23-03-2010 5646532/10 2010 4863 30-03-2010 23-03-2010 5646532/10 01-04-2010
Artikel 3 — Artikel 3 (opzet en inrichting)#
Artikel 3 (opzet en inrichting) 1 De opzet en de inrichting van een beveiligingsorganisatie of recherchebureau zijn zodanig dat regelmatige, continue en volledige uitoefening van de beveiligings- dan wel recherchewerkzaamheden waartoe de organisatie of het bureau zich heeft verbonden, is gewaarborgd. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een beveiligingsorganisatie die werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 3, onder d, van de wet. 1999 60 26-03-1999 01-02-1999 742772/99/DP&O 1999 100 02-03-1999 15-02-1999 23478 01-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 (vertrouwelijke gegevens)#
Artikel 4 (vertrouwelijke gegevens) Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau treft maatregelen om te voorkomen dat persoons- en andere vertrouwelijke gegevens in handen van onbevoegden komen. 1999 60 26-03-1999 01-02-1999 742772/99/DP&O 1999 100 02-03-1999 15-02-1999 23478 01-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5 (algemene opleiding)#
Artikel 5 (algemene opleiding) 1 Een beveiligingsorganisatie belast uitsluitend een persoon met beveiligingswerkzaamheden, indien deze in het bezit is van een op zijn naam gesteld diploma Beveiliger van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties. 2 De verplichting in het eerste lid geldt niet voor een periode van maximaal 12 maanden, te rekenen van af de dag dat de betrokkene voor het eerst bij een particuliere beveiligingsorganisatie met beveiligingswerkzaamheden wordt belast, indien betrokkene door middel van een verklaring van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties kan aantonen dat hij de praktijkopleiding voor het diploma Beveiliger volgt. 3 Op de uitvoering van de praktijkopleiding wordt toezicht uitgeoefend door de Stichting eX:plain. Leerbedrijven zijn aan de Stichting eX:plain een bedrag verschuldigd voor de uitoefening van dit toezicht. De hoogte van dit bedrag wordt jaarlijks door de Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (SFPB) vastgesteld, na overleg met de Stichting eX:plain. 4 De in het tweede lid genoemde periode van maximaal 12 maanden wordt niet onderbroken of verlengd. In afwijking hiervan kan de korpschef de periode van 12 maanden Aan de onderbreking of verlenging kunnen voorwaarden worden verbonden. a. onderbreken; b. eenmalig met maximaal 12 maanden verlengen voor aspiranten die beschikken over het certificaat Beveiliger B. 5 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien de betrokkene is geboren vóór 1 december 1937 en van 1 december 1980 tot en met 30 november 1982 onafgebroken werkzaam is geweest bij een op grond van de wet toegelaten beveiligingsorganisatie. 6 Als gelijkwaardig aan het diploma bedoeld in het eerste lid worden erkend: a. het Vakdiploma Bedrijfsbeveiliging en Bewakingsdienst van de Unie van Beveiligings- en Bewakingspersoneel (UBB); b. het Vakdiploma Bedrijfsbeveiliging en Bewakingsdienst van de Nederlandse Bond van Onbezoldigd opsporingsambtenaren en Bewakingspersoneel (NBOB); c. de diploma's Beveiligingsbeambte B, C en D van de Leidse Onderwijs Instellingen, behaald voor 1 februari 1986; d. het diploma Beveiliging en Bewaking van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties, behaald voor 1 februari 1986; e. het Vakdiploma Basiscursus Marine Bewakingskorps tezamen met het diploma van het Marine Bewakingskorps voor onbezoldigd ambtenaar van het Korps Rijkspolitie, beide behaald voor 1 februari 1986; f. het Certificaat Begincursus voor de bedrijfsbewaking, afgegeven door de Stichting Vervoer- en Havenopleidingen te Rotterdam, behaald voor 1 februari 1986; g. het Basisdiploma Beveiliging van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties, behaald voor 1 januari 1998; h. het Ecabodiploma leerlingwezen Algemeen Beveiligingsmedewerker; i. het IVOB-diploma A en B; j. het diploma Algemeen Beveiligingsmedewerker van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties / de Stichting Ecabo. k. artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, voor werkzaamheden als beveiliger. 2019 17481 29-03-2019 21-03-2019 2249858 2019 17481 29-03-2019 21-03-2019 2249858 01-04-2019
Artikel 5a — Artikel 5a (tijdelijke regeling beveiligers in opleiding in verband met COVID-19)#
Artikel 5a (tijdelijke regeling beveiligers in opleiding in verband met COVID-19) Vervallen 2020 60226 17-11-2020 05-11-2020 3052249 2020 60226 17-11-2020 05-11-2020 3052249 01-04-2022
Artikel 6 — Artikel 6 (bestuursorganen)#
Artikel 6 (bestuursorganen) Artikel 5, eerste tot en met vijfde lid , van deze regeling, is van overeenkomstige toepassing op personen in dienst van een bestuursorgaan, die in de uitoefening van hun functie beveiligingswerkzaamheden verrichten. 2010 21053 29-12-2010 21-12-2010 5680219/10 2010 21053 29-12-2010 21-12-2010 5680219/10 01-01-2011
Artikel 7 — Artikel 7 (horecaportiers)#
Artikel 7 (horecaportiers) artikel 5, eerste lid artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties In afwijking van, van deze regeling, kan een beveiligingsorganisatie een persoon met beveiligingswerkzaamheden belasten ten behoeve van een horecabedrijf, indien deze in het bezit is van een op naam gesteld diploma horecaportier van de Stichting Vakbekwaamheid Horeca of van het Horeca Branche Instituut, dan wel van de Stichting Nationaal Onderwijscentrum van de Bedrijfstak Horeca, dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, voor werkzaamheden als horecaportier. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 7a — Artikel 7a (evenementenbeveiliging)#
Artikel 7a (evenementenbeveiliging) 1 artikel 5, eerste lid artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties In afwijking van, van deze regeling, kan een beveiligingsorganisatie een persoon belasten met beveiligingswerkzaamheden bij een evenement indien deze in het bezit is van het certificaat Event Security Officer van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere beveiligingsorganisaties of een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, voor werkzaamheden als evenementenbeveiliger. 2 artikel 5, tweede en vierde lid Het bepaalde in, van deze regeling, is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 8 Onder beveiligingswerkzaamheden bij een evenement worden mede de beveiligingswerkzaamheden genoemd inverstaan. 2024 24458 26-07-2024 17-07-2024 5576045 2024 24458 26-07-2024 17-07-2024 5576045 27-07-2024
Artikel 8 — Artikel 8 (voetbalorganisaties)#
Artikel 8 (voetbalorganisaties) 1 artikel 5, eerste lid artikel 7a, eerste lid In afwijking van, kan een beveiligingsorganisatie een persoon die niet beschikt over het in, genoemde certificaat met beveiligingswerkzaamheden belasten bij voetbalwedstrijden in het betaald voetbal als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. hij is aangesteld bij een vereniging in het betaald voetbal; b. artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties hij is in het bezit van een op zijn naam gesteld certificaat Voetbalsteward afgegeven door de directeur betaald voetbal van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, dan wel een erkenning als beroepskwalificaties als bedoeld invoor werkzaamheden als voetbalsteward; c. het betreft beveiligingswerkzaamheden kort voor, tijdens of kort na de wedstrijd van de voetbalorganisatie, in en rond het stadion waar de wedstrijden, bedoeld in de aanhef, plaatsvinden. 2 artikel 5, eerste lid artikel 7a, eerste lid In afwijking van, kan een beveiligingsorganisatie een persoon die niet beschikt over het in, genoemde certificaat met beveiligingswerkzaamheden belasten bij voetbalwedstrijden in het amateurvoetbal als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. hij is aangesteld bij een vereniging in de top- of hoofdklasse van het amateurvoetbal; b. artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties hij is in het bezit is van een op zijn naam gesteld certificaat Voetbalsteward afgegeven door de directeur amateurvoetbal van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, dan wel een erkenning als beroepskwalificaties als bedoeld invoor werkzaamheden als voetbalsteward; c. het betreft beveiligingswerkzaamheden kort voor, tijdens of kort na de wedstrijd van de voetbalorganisatie, in en rond het stadion waar de wedstrijden, bedoeld in de aanhef, plaatsvinden. 2024 24458 26-07-2024 17-07-2024 5576045 2024 24458 26-07-2024 17-07-2024 5576045 27-07-2024
Artikel 9 — Artikel 9 (ongeuniformeerden)#
Artikel 9 (ongeuniformeerden) 1 artikel 5, eerste lid artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Onverminderd, van deze regeling, belast een beveiligingsorganisatie uitsluitend een persoon ongeüniformeerd met beveiligingswerkzaamheden, indien deze in het bezit is van een op zijn naam gesteld certificaat persoonsbeveiliging van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties (SVPB) dan wel het diploma Beveiligingsmedewerker, differentiatie persoonsbeveiliger van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties, dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, voor werkzaamheden als ongeüniformeerd persoonsbeveiliger. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op personen belast met beveiligingswerkzaamheden ten behoeve van grootwinkel- of detailhandelbedrijven. 3 artikel 5, eerste lid artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Onverminderd, van deze regeling, belast een beveiligingsorganisatie uitsluitend een persoon ongeüniformeerd met beveiligingswerkzaamheden ten behoeve van grootwinkel- of detailhandelbedrijven, indien deze in het bezit is van een op zijn naam gesteld certificaat winkelsurveillance van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties, dan wel een diploma Beveiligingsmedewerker, differentiatie winkelsurveillant van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties, dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, voor werkzaamheden als ongeüniformeerd winkelsurveillant. 4 Als gelijkwaardig aan het diploma in het eerste lid en het derde lid wordt erkend het Vakdiploma Beveiliging van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties. 5 Als gelijkwaardig aan het diploma in het derde lid wordt erkend het Certificaat Detailhandel van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 10 — Artikel 10 (particulier rechercheurs)#
Artikel 10 (particulier rechercheurs) 1 Een recherchebureau belast uitsluitend een persoon met recherchewerkzaamheden, indien deze in het bezit is van een op naam gesteld diploma particulier onderzoeker van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties. 2 artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Als gelijkwaardig aan het diploma, bedoeld in het eerste lid, worden erkend een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, voor werkzaamheden als particulier rechercheur. 3 Het eerste lid geldt niet voor een periode van maximaal 12 maanden, te rekenen vanaf de dag dat de betrokkene voor het eerst bij een particulier recherchebureau dat beschikt over een keurmerk van de Nederlandse Veiligheidsbranche of van de Branchevereniging voor Particuliere Onderzoeksbureaus van de Nederlandse Veiligheidsbranche met recherchewerkzaamheden wordt belast, indien betrokkene door middel van een verklaring van de opleidende instelling kan aantonen dat hij in de periode waarop de aanvraag betrekking heeft, de opleiding voor het diploma particulier onderzoeker van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties volgt. 4 De in het derde lid genoemde periode van maximaal 12 maanden wordt op geen enkele wijze onderbroken, verlengd of geschorst. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 11 — Artikel 11 (alarminstallateurs)#
Artikel 11 (alarminstallateurs) 1 artikel 3, onder b, van de wet Een beveiligingsorganisatie die werkzaamheden verricht als bedoeld in, aan welke een vergunning is verleend, laat het plan voor de installatie, de installatie en het onderhoud van de alarmapparatuur die hij gebruikt, slechts opstellen dan wel uitvoeren door alarminstallateurs die in het bezit zijn van een diploma dat de instemming heeft van de minister. 2 Instemming als bedoeld in het eerste lid hebben: a. het diploma Monteur Beveiligingssystemen (MBV); b. het diploma Technicus Beveiligingsinstallaties (TBV); c. artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, voor werkzaamheden als alarminstallateur. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 11a — Artikel 11a (alarmcentralisten)#
Artikel 11a (alarmcentralisten) 1 artikel 5, eerste lid artikel 3, onder b, van de wet artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties In afwijking van, van deze regeling, kan een beveiligingsorganisatie als bedoeld ineen persoon belasten met beveiligingswerkzaamheden als alarmcentralist indien deze in het bezit is van het certificaat Basisopleiding Centralist Alarmcentrale van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties of een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, voor werkzaamheden als alarmcentralist. 2 artikel 5, tweede en vierde lid Het bepaalde in, van deze regeling, is van overeenkomstige toepassing. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 11b — Artikel 11b (videotoezichtcentrales)#
Artikel 11b (videotoezichtcentrales) 1 artikel 3, onderdeel e, van de wet Een beveiligingsorganisatie als bedoeld inlaat, indien het een organisatie betreft die in de uitoefening van beroep of bedrijf ten behoeve van derden in een centraal meldpunt, de door videoapparatuur verzonden beelden ontvangt en beoordeelt en zo nodig assistentie vraagt aan de politie, andere overheidsinstanties of particulieren, het plan voor de installatie, de installatie en het onderhoud van de videoapparatuur die hij gebruikt, slechts opstellen dan wel uitvoeren door installateurs en personen die aan installateurs assistentie verlenen, die in het bezit zijn van een diploma dat de instemming heeft van de minister. 2 Instemming als bedoeld in het eerste lid hebben: a. het diploma Projecteringsdeskundige CCTV/VSS; b. het diploma Installatiedeskundige CCTV/VSS; c. artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, voor werkzaamheden als alarminstallateur. 3 artikelen 11a 20 22 Het bepaalde in de,enis van overeenkomstige toepassing op een beveiligingsorganisatie als bedoeld in het eerste lid. 4 artikel 20, eerste lid De minister kan besluiten de eis van het overleggen van een certificaat als bedoeld in, eenmalig voor een periode van ten hoogste acht maanden buiten toepassing te laten. 5 Een beveiligingsorganisatie als bedoeld in het eerste lid laat het plan voor installatie, de installatie en het onderhoud van de apparatuur die hij gebruikt, slechts opstellen dan wel uitvoeren door installateurs en personen die aan installateurs assistentie verlenen, die beschikken over een verklaring van betrouwbaarheid. Zij verleent uitsluitend diensten aan derden die deze werkzaamheden eveneens slechts laten verrichten door installateurs die aan de genoemde voorwaarden voldoen. 6 Een beveiligingsorganisatie als bedoeld in het eerste lid maakt van videoapparatuur die behoort tot een categorie waarvoor Onze Minister regels heeft gesteld, uitsluitend gebruik indien deze overeenkomstig die regels is goedgekeurd. Zij verleent alleen diensten aan derden die eveneens aan deze voorwaarde voldoen. 7 Een beveiligingsorganisatie als bedoeld in het eerste lid draagt zorg dat zij over documenten beschikt betreffende de door haar en derden gebruikte apparatuur, waarmee aangetoond kan worden dat zij aan het eerste, vijfde en zesde lid voldoet. 8 artikel 7, tweede of derde lid, van de wet De verklaring van betrouwbaarheid, bedoeld in het vijfde lid, wordt afgegeven door de korpschef, dan wel, indien de desbetreffende persoon niet woonachtig is in Nederland, de korpschef, de commandant van de Koninklijke marechaussee of Onze Minister, die ingevolgeaan een beveiligingsorganisatie waarvoor de installateur gaat werken toestemming kan geven. 9 De verklaring van betrouwbaarheid, bedoeld in het vijfde lid, kan worden ingetrokken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de verklaring niet zou zijn afgegeven, indien deze zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de verklaring werd afgegeven. 10 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op de aanvraag om een verklaring van betrouwbaarheid als bedoeld in het vijfde lid. 2019 17481 29-03-2019 21-03-2019 2249858 2019 17481 29-03-2019 21-03-2019 2249858 01-04-2019
Artikel 12 — Artikel 12 (uiterlijk uniform en ontheffing)#
Artikel 12 (uiterlijk uniform en ontheffing) 1 artikel 9, eerste lid, van de wet Het uniform, bedoeld in, is voorzien van een embleem, overeenkomstig het in bijlage 1 bij deze regeling vastgestelde model, op de wijze zoals in genoemde bijlage is omschreven. 2 De korpschef of, indien een beveiligingsorganisatie werkzaamheden verricht op een luchtvaartterrein en dan uitsluitend voor dat luchtvaartterrein, de commandant kan aan een beveiligingsorganisatie ontheffing verlenen van de verplichting tot het dragen van een uniform indien dit gelet op de aard van de werkzaamheden gewenst is en zich daartegen geen zwaarwegende belangen verzetten. De korpschef of de commandant kan aan de ontheffing voorschriften verbinden betreffende de instructie van het betrokken personeel. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 13 — Artikel 13 (model legitimatiebewijs)#
Artikel 13 (model legitimatiebewijs) 1 artikel 9, achtste lid, van de wet bijlage 2 Het legitimatiebewijs, bedoeld in, komt overeen met het inbij deze regeling vastgestelde model en de in die bijlage aangeduide kleur. Indien het legitimatiebewijs wordt afgegeven door de commandant, wordt de in het model vervatte aanduiding van de korpschef als afgever van het legitimatiebewijs overeenkomstig aangepast. 2 artikel 7, tweede of derde lid, van de wet Het legitimatiebewijs bevat een verklaring waaruit de toestemming van de korpschef, de commandant of de minister, bedoeld in, blijkt. 3 Het legitimatiebewijs, bedoeld in het eerste lid, kan een aantekening bevatten waaruit blijkt dat het de betrokkene slechts is toegestaan de op het legitimatiebewijs omschreven beveiligings- dan wel recherchewerkzaamheden te verrichten. 4 artikel 7, tweede lid, van de wet Het legitimatiebewijs wordt afgegeven door de korpschef of de commandant die de toestemming, bedoeld in, heeft verleend. Indien de in artikel 7, derde lid van de wet, bedoelde toestemming is verleend, geeft de korpschef het legitimatiebewijs af. 5 Wanneer de houder van een legitimatiebewijs de dienst heeft verlaten of wanneer de geldigheidsduur van het bewijs is verstreken, wordt het legitimatiebewijs ingenomen door de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau en ter vernietiging aangeboden aan de korpschef of de commandant. 6 De particuliere beveiligingsorganisatie of het recherchebureau houdt een voor de politie toegankelijk systeem bij dat de volgende gegevens met betrekking tot de legitimatiebewijzen bevat: – nummers van de bewijzen; – namen, voornamen, geboortedata en functies van de houders; – data waarop de geldigheid van de bewijzen verstrijkt; en – data van inlevering van de bewijzen bij de korpschef of de commandant. 2014 11804 28-04-2014 17-04-2014 492552 2014 11804 28-04-2014 17-04-2014 492552 01-05-2014
Artikel 14 — Artikel 14 (instructie voor personeel)#
Artikel 14 (instructie voor personeel) Vervallen 2010 21053 29-12-2010 21-12-2010 5680219/10 2010 21053 29-12-2010 21-12-2010 5680219/10 01-01-2011
Artikel 15 — Artikel 15 (controle van personeel)#
Artikel 15 (controle van personeel) Vervallen 2010 21053 29-12-2010 21-12-2010 5680219/10 2010 21053 29-12-2010 21-12-2010 5680219/10 01-01-2011
Artikel 16 — Artikel 16 (jaarlijks verslag)#
Artikel 16 (jaarlijks verslag) Vervallen 2006 191 02-10-2006 20-09-2006 5442878/06 2006 191 02-10-2006 20-09-2006 5442878/06 04-10-2006
Artikel 17 — Artikel 17 (gebruik hond)#
Artikel 17 (gebruik hond) 1 Een beveiligingsorganisatie kan bij de uitvoering van beveiligingswerkzaamheden gebruik maken van een hond, tenzij in de vergunning anders is bepaald. Gebruik maken van een hond is slechts toegestaan indien uit een verklaring, afgegeven door een instantie die de toestemming heeft van de minister, blijkt dat deze hond geschikt is om als surveillancehond of objectbewakingshond te worden ingezet. 2 De hondengeleider is bij de uitvoering van de beveiligingswerkzaamheden in het bezit van een verklaring, afgegeven door een instantie die de toestemming heeft van de minister, waaruit blijkt dat de geleider en de hond een, voor het verrichten van de werkzaamheden, geschikte combinatie vormen. 3 Toestemming als bedoeld in het eerste en tweede lid hebben in ieder geval: a. de Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging; b. de Nederlandse Bond voor de Diensthond. 4 De hond staat tijdens de uitvoering van de beveiligingswerkzaamheden onder direkt toezicht van de geleider. 5 De hondengeleider verleent desgevraagd inzage in de verklaringen als bedoeld in het eerste en tweede lid, aan de personen die met het toezicht op de naleving van de wet zijn belast, alsmede aan de korpschef of, indien de beveiligingswerkzaamheden worden verricht op een luchtvaartterrein, bij de commandant van de Koninklijke marechaussee. 6 Met de verklaringen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden gelijkgesteld verklaringen van goedkeuring, afgegeven door een onafhankelijke keuringsinstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, welke verklaringen zijn afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 18 — Artikel 18 (vaststellen klachtenregeling)#
Artikel 18 (vaststellen klachtenregeling) 1 Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau stelt een klachtenregeling vast. De klachtenregeling bevat ten minste gegevens over: a. bij wie de klacht moet worden ingediend; b. de minimale eisen waaraan een klaagschrift moet voldoen; c. de termijn waarbinnen een klacht kan worden ingediend; d. de te volgen procedure voor de behandeling van de klacht; e. de termijn waarbinnen de klacht wordt afgehandeld. 2 Een beveiligingsorganisatie of een recherchebureau brengt een kopie van een ingediende klacht ter kennis van de minister. 3 Aan de indiening en behandeling van een klacht worden geen kosten verbonden. 2010 4863 30-03-2010 23-03-2010 5646532/10 2010 4863 30-03-2010 23-03-2010 5646532/10 01-04-2010
Artikel 19 — Artikel 19 (informeren politie)#
Artikel 19 (informeren politie) 1 Een beveiligingsorganisatie draagt zorg voor een goede afstemming van de beveiligingswerkzaamheden met de politie of, indien de beveiligingswerkzaamheden worden verricht op een luchtvaartterrein, met de commandant. 2 bijlage 4 Een beveiligingsorganisatie stelt voordat de beveiligingswerkzaamheden worden verricht de korpschef of, indien de beveiligingswerkzaamheden worden verricht op een luchtvaartterrein, de commandant door middel van een aanmeldingsformulier, overeenkomstig het inbij deze regeling vastgestelde model, op de hoogte van de aard, omvang en duur van de werkzaamheden. 3 artikel 3, onder b, van de wet Het tweede lid is niet van toepassing op beveiligingsorganisaties die werkzaamheden verrichten als bedoeld in. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 20 — Artikel 20 (eisen particuliere alarmcentrales)#
Artikel 20 (eisen particuliere alarmcentrales) 1 artikel 3, onderdeel b, van de wet Een beveiligingsorganisatie die werkzaamheden verricht als bedoeld in, is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie en overlegt aan de minister een geldig en passend certificaat dat is afgegeven door een certificerende instantie die is geaccrediteerd door een erkende instantie als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93. 2 Een certificaat als bedoeld in het eerste lid wordt afgegeven op basis van: a. het CCV Certificatieschema Particuliere Alarmcentrales; of b. een schema dat de normenreeks EN 50518 en de volgende normen bevat: i. artikel 18 dat een klachtenregeling is vastgesteld als bedoeld in; ii. artikelen 11 11a dat wordt voldaan aan de in deengestelde eisen aan de opleiding en de kwalificaties van de alarminstallateurs en alarmcentralisten; iii. artikel 19 dat is voorzien in de randvoorwaarden om te kunnen voldoen aan de ingestelde eisen aan de afstemming met de politie; iv. dat het databeheer en de ruimte van het databeheer voldoet aan de toepasselijke onderdelen van de managementsysteemstandaarden ISO 27001; en v. dat de alarmcentralisten de Nederlandse taal beheersen op ten minste het niveau B2 van de Common European Framework of Reference for Languages en bekend zijn met de voor de taakuitvoering toepasselijke Nederlandse regelgeving de infrastructuur van organisaties die actie ondernemen op de alarmsignalen. 3 De minister kan besluiten de eis van het overleggen van een certificaat als bedoeld in het eerste lid eenmalig voor een periode van ten hoogste zes maanden buiten toepassing te laten. 2016 47457 12-09-2016 02-09-2016 779928 2016 47457 12-09-2016 02-09-2016 779928 01-10-2016
Artikel 21 — Artikel 21 (eisen alarmapparatuur)#
Artikel 21 (eisen alarmapparatuur) Vervallen 2004 247 22-12-2004 13-12-2004 5323435/504 2004 247 22-12-2004 13-12-2004 5323435/504 24-12-2004
Artikel 22 — Artikel 22 (informeren politie)#
Artikel 22 (informeren politie) artikel 3, onder b, van de wet Zodra door een beveiligingsorganisatie die werkzaamheden verricht als bedoeld in, een aanvang wordt gemaakt met nieuwe beveiligingswerkzaamheden stelt deze beveiligingsorganisatie de korpschef of, indien de objecten die door de alarmcentrale worden beveiligd zich bevinden op een luchtvaartterrein, de commandant,op de hoogte van: a. de aanvang en de beëindiging van een overeenkomst met een abonnee die strekt tot een aansluiting op de particuliere alarmcentrale van alarm-apparatuur, en voorzover de korpschef daarom schriftelijk verzoekt tevens van: b. de aard en situering van het object, de in- en uitgangen en het beveiligd gebied met haar afzonderlijke zones; c. de soorten alarm waarvoor assistentie kan worden gevraagd (inbraak, overval, brand); d. de naam en het adres van de persoon die de alarmapparatuur heeft geïnstalleerd of zorgdraagt voor het onderhoud; e. het sleuteladres; f. de instantie of persoon die na het doorgeven van een alarm binnen 15 minuten bij het pand aanwezig zal zijn. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 23 — Artikel 23 (eisen voor geld- en waardetransportbedrijf)#
Artikel 23 (eisen voor geld- en waardetransportbedrijf) 1 De wijze waarop de werkzaamheden door een particulier geld- en waardetransportbedrijf worden verricht, alsmede het door een particulier geld- en waardetransport gebruikte materieel voldoen aan de in bijlage 5 bij deze regeling gestelde eisen. 2 Van het bepaalde in het eerste lid kan door de minister ontheffing worden verleend. 1999 60 26-03-1999 01-02-1999 742772/99/DP&O 1999 100 02-03-1999 15-02-1999 23478 01-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus in werking treedt.
Artikel 23a — Artikel 23a Vaststellen (privacy)gedragscode#
Artikel 23a Vaststellen (privacy)gedragscode bijlage 6 Een recherchebureau stelt een (privacy)gedragscode vast, identiek aan het inbij deze regeling vastgestelde model, en leeft de code na. 2010 21053 29-12-2010 21-12-2010 5680219/10 2010 21053 29-12-2010 21-12-2010 5680219/10 01-01-2011
Artikel 23b — Artikel 23b (documenten bij aanvraag)#
Artikel 23b (documenten bij aanvraag) 1 De aanvraag om erkenning van de EU-beroepskwalificaties wordt ingediend bij Justis. 2 De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van: a. artikel 13, eerste lid onder a, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties de documenten betreffende nationaliteit en verblijf, bedoeld in; b. een kopie van de bekwaamheidsattesten of van de opleidingstitels waarop de aanvrager zich beroept; c. een schriftelijk bewijs van de beroepservaring, indien de aanvrager over beroepservaring beschikt; d. artikel 14, tweede lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties een verklaring omtrent gedrag afgegeven door het bevoegd gezag van de betrokken staat van oorsprong of herkomst, of een met die verklaring overeenkomend document als bedoeld in, met dien verstande dat de verklaring of het document ten tijde van de indiening van de aanvraag niet ouder is dan drie maanden. 3 artikel 23g, derde lid Indien de Minister een eerdere aanvraag heeft afgewezen en hierbij een mededeling, bedoeld in, heeft gedaan, gaat de aanvraag tevens vergezeld van: a. artikel 23h, vierde lid een verklaring, bedoeld in, of b. artikel 23i, tweede lid een verklaring, bedoeld in. 4 De Minister kan verlangen dat de aanvrager nadere informatie verstrekt over: a. de aard, de inhoud en de duur van de door de aanvrager gevolgde opleiding, en b. de beroepservaring van de aanvrager. 5 De Minister kan verlangen dat de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b, c en d, en vierde lid, die zijn gesteld in een andere dan de Nederlandse taal, vergezeld gaan van vertalingen in de Nederlandse taal, en dat deze vertalingen zijn opgesteld door een beëdigd tolk of vertaler. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 23c — Artikel 23c (procedure erkenning)#
Artikel 23c (procedure erkenning) 1 Justis deelt de aanvrager zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk een maand na ontvangst, schriftelijk mee dat de aanvraag is ontvangen. 2 artikel 23b Indien niet is voldaan aan het bepaalde in, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen een maand aan te vullen. De Minister kan deze termijn verlengen. 3 De mededeling, bedoeld in het tweede lid, wordt zo mogelijk gedaan in de ontvangstbevestiging, bedoeld in het eerste lid. 4 De Minister beslist op de aanvraag: a. artikel 23b binnen drie maanden nadat de aanvrager heeft voldaan aan het bepaalde in, of b. onverwijld na het ongebruikt verstrijken van de termijn die is gesteld voor het aanvullen van de aanvraag. 5 De Minister kan de termijn, bedoeld in het vierde lid onder a, met een maand verlengen. 2008 149 05-08-2008 29-07-2008 5543286/08 2008 149 05-08-2008 29-07-2008 5543286/08 07-08-2008
Artikel 23d — Artikel 23d (erkenning)#
Artikel 23d (erkenning) artikel 6 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties De beroepskwalificaties worden erkend indien is voldaan aan de vereisten van. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 23e — Artikel 23e (voornemen tot afwijzing en zienswijze)#
Artikel 23e (voornemen tot afwijzing en zienswijze) 1 Indien de Minister van oordeel is dat de beroepskwalificaties niet kunnen worden erkend, deelt hij de aanvrager zo spoedig mogelijk schriftelijk mee dat hij voornemens is de aanvraag af te wijzen. 2 Het voornemen is met redenen omkleed. 3 artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Indien de Minister voornemens is de aanvraag af te wijzen wegens wezenlijke verschillen, maar hij van mening is dat een met goed gevolg volbrachte compenserende maatregel als bedoeld inkan leiden tot overbrugging van de wezenlijke verschillen, en daarmee tot een te honoreren nieuwe aanvraag, zal de Minister hier in het voornemen een mededeling over doen. 4 artikel 12 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Indien de minister voornemens is de aanvraag af te wijzen, maar hij van mening is dat op grond vangedeeltelijk toegang moet worden verleend tot het gereglementeerd beroep, doet de minister hier in het voornemen een mededeling over. 5 De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen binnen een maand na verzending van de mededeling, bedoeld in het eerste lid. De Minister kan deze termijn verlengen. 6 Indien het voornemen een mededeling, bedoeld in het derde lid, bevat, vermeldt de aanvrager in zijn zienswijze of hij bereid is tot het volbrengen van een compenserende maatregel, en zo ja, of hij dit wil doen door het volgen van een aanpassingsstage dan wel het afleggen van een proeve van bekwaamheid. 7 Indien de aanvrager in zijn zienswijze aangeeft een aanpassingsstage te willen volgen, geeft hij in die zienswijze tevens aan bij welke beveiligingsorganisatie, welk recherchebureau of welk alarminstallatiebedrijf de aanpassingsstage zal worden gevolgd, alsmede welke gekwalificeerde beroepsbeoefenaar hem daarbij zal begeleiden. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 23f — Artikel 23f (geen aanhouding besluit)#
Artikel 23f (geen aanhouding besluit) artikel 19, derde lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties De Minister maakt niet ambtshalve gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in, tot aanhouding van de aanvraag als een aanpassingsstage of een proeve van bekwaamheid vereist wordt. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 23g — Artikel 23g (afwijzing)#
Artikel 23g (afwijzing) 1 artikelen 7 tot en met 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties De aanvraag wordt afgewezen indien niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties en de aanvrager ook niet op grond van devoor erkenning in aanmerking komt. 2 De afwijzing is met redenen omkleed. 3 artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Indien de Minister de aanvraag afwijst wegens wezenlijke verschillen, maar hij van mening is dat een met goed gevolg volbrachte compenserende maatregel als bedoeld inkan leiden tot overbrugging van de wezenlijke verschillen, en daarmee tot een te honoreren nieuwe aanvraag, deelt hij in de afwijzing mee welke maatregel kan leiden tot compensatie van de tekortschietende beroepskwalificaties. 4 artikel 11, vijfde lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Ten aanzien van de compenserende maatregel komt de keuze tussen een aanpassingsstage en een proeve van bekwaamheid toe aan de aanvrager, behoudens de gevallen genoemd in. 5 artikel 12 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Indien de minister de aanvraag afwijst, maar op grond vangedeeltelijk toegang moet worden verleend tot het gereglementeerd beroep, deelt hij in de afwijzing mee welke beroepswerkzaamheden de aanvrager onder welke voorwaarden gerechtigd is uit te oefenen. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 23h — Artikel 23h (aanpassingsstage)#
Artikel 23h (aanpassingsstage) 1 artikel 23e, zevende lid hoofdstuk 2 23g, derde lid Het bedrijf, bedoeld in, kan een stagiair met werkzaamheden belasten zonder dat deze in het bezit is van een ingenoemd diploma of een erkenning van EU-beroepskwalificaties, indien de stagiair beschikt over een mededeling, bedoeld in, met vermelding van het betrokken bedrijf. 2 De duur van de aanpassingsstage bedraagt ten hoogste twaalf maanden. 3 De aanvrager mag meer aanpassingsstages volgen, met dien verstande dat de gezamenlijke duur van de aanpassingsstages ten hoogste twaalf maanden bedraagt. 4 Na afronding van de aanpassingsstage zendt het bedrijf, bedoeld in het eerste lid, een schriftelijke verklaring aan de stagiair. 5 De verklaring, bedoeld in het vierde lid, wordt binnen twee weken na afronding van de aanpassingsstage verzonden, en bevat een oordeel over de wijze waarop de aanpassingsstage is vervuld. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 23i — Artikel 23i (proeve van bekwaamheid)#
Artikel 23i (proeve van bekwaamheid) 1 De proeve van bekwaamheid wordt afgelegd in de Nederlandse taal bij een door de Minister aangewezen instantie. 2 Na het afleggen van de proeve van bekwaamheid zendt de instantie, bedoeld in het eerste lid, een schriftelijke verklaring aan de aanvrager. 3 De verklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt binnen twee weken na het afleggen van de proeve van bekwaamheid verzonden, en bevat een oordeel over de wijze waarop de aanvrager de proeve van bekwaamheid heeft afgelegd. 4 De aanvrager mag meer proeven van bekwaamheid afleggen. 2008 149 05-08-2008 29-07-2008 5543286/08 2008 149 05-08-2008 29-07-2008 5543286/08 07-08-2008
Artikel 23j — Artikel 23j (beroepskwalificatie-eisen aan tijdelijke en incidentele dienstverrichters)#
Artikel 23j (beroepskwalificatie-eisen aan tijdelijke en incidentele dienstverrichters) artikel 23, eerste lid, van de Algemene wet EU-beroepskwalificaties Een dienstverrichter worden geen beperkingen wegens beroepskwalificaties opgelegd indien de dienstverrichter voorafgaand aan de eerste dienstverrichting in Nederland een schriftelijke verklaring als bedoeld indoet toekomen aan Justis, met informatie over welk gereglementeerd beroep op welke tijdelijke of incidentele wijze zal worden verricht en: a. het beroep, het onderwijs of de opleiding die leidt tot de toegang tot of uitoefening van het beroep in de betrokken staat van vestiging is gereglementeerd; of b. het beroep of de opleiding die leidt tot toegang of uitoefening van het beroep in de betrokken staat van vestiging is niet gereglementeerd en de migrerende beroepsbeoefenaar heeft het beroep tijdens de tien jaar voorafgaand aan de dienstverrichting in Nederland gedurende ten minste één jaar, of gedurende een gelijkwaardige periode deeltijds, uitgeoefend in de betrokken staat van vestiging. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 23k — Artikel 23k (verklaring vooraf door tijdelijke en incidentele dienstverrichter)#
Artikel 23k (verklaring vooraf door tijdelijke en incidentele dienstverrichter) 1 artikel 23j De verklaring, genoemd in, kan met alle middelen worden aangeleverd en wordt steeds na een jaar opnieuw afgegeven door de dienstverrichter indien hij voornemens is om gedurende het opvolgende jaar in Nederland tijdelijk en incidenteel diensten te verrichten. 2 De verklaring gaat vergezeld van de volgende documenten, afgegeven door de terzake bevoegde autoriteit van de betrokken staat: a. artikel 23, derde lid onder a, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties de documenten betreffende nationaliteit en verblijf, genoemd in; b. een attest dat de dienstverrichter rechtmatig in een andere betrokken staat dan Nederland is gevestigd om er de betrokken werkzaamheden uit te oefenen, en dat de dienstverrichter op het moment van afgifte van het attest geen permanent of tijdelijk beroepsverbod is opgelegd; c. een bewijs dat de dienstverrichter nooit strafrechtelijk is veroordeeld. 3 Indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten, genoemd in het tweede lid, gestaafde situatie, maakt de dienstverrichter daarvan binnen een maand melding bij Justis, onder overlegging van documenten waaruit die nieuwe situatie blijkt. 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 2016 4673 03-02-2016 26-01-2016 723850 04-02-2016 18-01-2016
Artikel 23l — Artikel 23l (toepasselijke vervoersregelingen verordening)#
Artikel 23l (toepasselijke vervoersregelingen verordening) De vervoersregelingen die worden genoemd in de artikelen 17, 18 en 20 van de verordening zijn op Nederlands grondgebied toegestaan. 2013 14956 07-06-2013 03-06-2013 385084 2013 273 03-07-2013 24-06-2013 04-07-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (implementatie Verordening (EU) Nr. 1214/2011) (Stb. 2013, 110) in werking treedt.
Artikel 23m — Artikel 23m (medisch attest)#
Artikel 23m (medisch attest) artikel 6a van de wet De eisen die gelden voor het medisch attest, bedoeld in, zijn de volgende: 1. Leden van het bewakingspersoneel van grensoverschrijdend transport van eurocontanten beschikken over een verklaring van medische geschiktheid. 2. De verklaring van geschiktheid wordt afgegeven door een gecertificeerde Arbodienst of een geregistreerde bedrijfsarts. 3. artikel 2 van de Regeling eisen geschiktheid 2000 artikel 1, aanhef en onder b, van die regeling De leden, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de inbedoelde eisen van lichamelijke en geestelijke gesteldheid, voor zover deze betrekking hebben op de ingenoemde categorieën van rijbewijzen. 4. bijlage 7 De vragen die tijdens de medische keuring ten aanzien van de gezondheid mogen worden gesteld, alsmede de medische onderzoeken die mogen worden verricht, zijn opgenomen inbij deze regeling. 2013 14956 07-06-2013 03-06-2013 385084 2013 273 03-07-2013 24-06-2013 04-07-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (implementatie Verordening (EU) Nr. 1214/2011) (Stb. 2013, 110) in werking treedt.
Artikel 23n — Artikel 23n (aanwijzing autoriteit artikel 12, tweede lid, verordening)#
Artikel 23n (aanwijzing autoriteit artikel 12, tweede lid, verordening) artikel 27 van de Politiewet 2012 artikel 7a, eerste lid, van de wet De korpschef, bedoeld in, is de autoriteit, bedoeld in. 2013 14956 07-06-2013 03-06-2013 385084 2013 273 03-07-2013 24-06-2013 04-07-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (implementatie Verordening (EU) Nr. 1214/2011) (Stb. 2013, 110) in werking treedt.
Artikel 23o — Artikel 23o (initiatieopleiding artikel 5, eerste lid, onder c, en bijlage VI verordening)#
Artikel 23o (initiatieopleiding artikel 5, eerste lid, onder c, en bijlage VI verordening) 1 Als initiatieopleiding beschikken de leden van het bewakingspersoneel over het diploma Beveiliger van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties. 2 Naast de in het eerste lid genoemde initiatieopleiding dienen de leden van het bewakingspersoneel een aanvullende opleidingsmodule volledig te volgen en te voltooien. Deze module omvat tenminste de in bijlage VI bij de verordening opgesomde opleidingsonderdelen. 2015 18413 01-07-2015 26-06-2015 659348 2015 18413 01-07-2015 26-06-2015 659348 01-08-2015
Artikel 24 — Artikel 24 (kosten vergunning, toestemming en legitimatiebewijs)#
Artikel 24 (kosten vergunning, toestemming en legitimatiebewijs) 1 artikel 4, zevende lid, van de wet De vergoeding van kosten, bedoeld in, bedraagt voor: het verlenen en verlengen van een vergunning: € 600,–. Deze kosten worden voldaan aan de minister. 2 artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet De vergoeding van kosten, bedoeld in, bedraagt voor: de afgifte van een legitimatiebewijs: € 26,–. artikel 13, tweede lid Deze kosten worden voldaan aan de korpschef of de commandant, die op grond van, van deze regeling bevoegd is tot het afgeven van het legitimatiebewijs. 3 artikel 7, zesde lid, van de wet De vergoeding van kosten, bedoeld in, bedraagt voor: artikel 7, eerste, tweede of derde lid, van de wet Deze kosten worden voldaan aan de korpschef, commandant of de minister die op grond vanbevoegd is tot het verlenen van toestemming. artikel 7, eerste lid, van de wet het verlenen van toestemming als bedoeld in: € 92,–. artikel 7, tweede en derde lid, van de wet het verlenen van toestemming als bedoeld in: € 60,–. 4 Indien een beveiligingsorganisatie of recherchebureau is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en de beroepseisen waaraan in het land van vestiging reeds is voldaan aanleiding geven tot een vereenvoudigde procedure, worden in afwijking van het eerste en derde lid, slechts de kosten vergoed die voortvloeien uit die vereenvoudigde procedure. 5 De vergoeding van kosten wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig het voor de maand december van het voorgaande jaar vastgestelde percentage voor de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaardenontwikkeling bij de overheid. Het basisbedrag wordt rekenkundig afgerond op euro’s. 2015 18413 01-07-2015 26-06-2015 659348 2015 18413 01-07-2015 26-06-2015 659348 01-07-2015
Artikel 25 — Artikel 25 (overgangsregeling opleidingseis bestuursorganen)#
Artikel 25 (overgangsregeling opleidingseis bestuursorganen) 1 Artikel 6 wet van deze regeling, is niet van toepassing op personen die zijn geboren vóór 1 april 1944 en op het moment van inwerkingtreding van dein dienst zijn van een bestuursorgaan en in de uitoefening van hun functie beveiligingswerkzaamheden verrichten. 2 Vervallen. 3 Het tweede lid vervalt op 1 april 2004. 1999 60 26-03-1999 03-03-1999 1999 60 26-03-1999 03-03-1999 01-04-2004
Artikel 26 — Artikel 26 (particulier rechercheur)#
Artikel 26 (particulier rechercheur) 1 Artikel 10 wet van deze regeling, is niet van toepassing indien het personen betreft die zijn geboren vóór 1 april 1944 en op het moment van inwerkingtreding van dete werk zijn gesteld door een recherchebureau. 2 Vervallen. 3 Het tweede lid vervalt op 1 april 2004. 1999 60 26-03-1999 03-03-1999 1999 60 26-03-1999 03-03-1999 01-04-2004
Artikel 27 — Artikel 27 (alarminstallateur)#
Artikel 27 (alarminstallateur) 1 Artikel 11, eerste lid wet , van deze regeling, is niet van toepassing indien het personen betreft die zijn geboren vóór 1 april 1944 en op het moment van inwerkingtreding van deals alarminstallateur werkzaam zijn. 2 Vervallen. 3 Het tweede lid vervalt op 1 april 2004. 1999 60 26-03-1999 03-03-1999 1999 60 26-03-1999 03-03-1999 01-04-2004
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Een legitimatiebewijs als bedoeld in artikel 13 dat voor 1 mei 2014 is afgegeven, blijft geldig tot de datum die daarop is vermeld, doch uiterlijk tot 1 mei 2017. 2014 11804 28-04-2014 17-04-2014 492552 2014 11804 28-04-2014 17-04-2014 492552 01-05-2014
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a Vervallen 2006 88 05-05-2006 27-04-2006 5418396/506 2006 88 05-05-2006 27-04-2006 5418396/506 07-05-2006
Artikel 29 — Artikel 29 (voorkomen handelsbelemmeringen)#
Artikel 29 (voorkomen handelsbelemmeringen) Met het in deze regeling bedoelde materieel wordt gelijk gesteld materieel, dat rechtmatig is geproduceerd of in de handel is gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig is geproduceerd in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte en dat ten minste aan gelijkwaardige technische eisen voldoet. 1999 60 26-03-1999 01-02-1999 742772/99/DP&O 1999 100 02-03-1999 15-02-1999 23478 01-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus in werking treedt.
Artikel 29a — Artikel 29a Grondslag#
Artikel 29a Grondslag artikel 33 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Deze regeling is mede gebaseerd. 2019 17481 29-03-2019 21-03-2019 2249858 2019 17481 29-03-2019 21-03-2019 2249858 01-04-2019
Artikel 30 — Artikel 30 (intrekken voorgaande regeling)#
Artikel 30 (intrekken voorgaande regeling) De Regeling particuliere beveiligingsorganisaties (Stcrt.1997, 237) wordt ingetrokken. 1999 60 26-03-1999 01-02-1999 742772/99/DP&O 1999 100 02-03-1999 15-02-1999 23478 01-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus in werking treedt.
Artikel 31 — Artikel 31 (inwerkingtreding regeling)#
Artikel 31 (inwerkingtreding regeling) Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt. 1999 60 26-03-1999 01-02-1999 742772/99/DP&O 1999 100 02-03-1999 15-02-1999 23478 01-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus in werking treedt.
Artikel 32 — Artikel 32 (titel regeling)#
Artikel 32 (titel regeling) Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. 1999 60 26-03-1999 01-02-1999 742772/99/DP&O 1999 100 02-03-1999 15-02-1999 23478 01-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus in werking treedt.
Artikel 12#
art. 12
Artikel 12#
artikel 12, eerste lid
Artikel 13#
art. 13
Artikel 5#
artikel 5, eerste lid, van de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
Artikel 5#
artikel 5, tweede lid, van de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
Artikel 10#
artikel 10, eerste en tweede lid, van de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
Artikel 5#
artikel 5 van de regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
Artikel 5#
artikel 5, eerste lid
Artikel 5#
artikel 5, tweede lid
Artikel 10#
artikel 10, eerste en tweede lid
Artikel 19#
art. 19
Artikel 23a#
artikel 23a
Artikel 23a#
artikel 23a
Artikel 18#
artikel 18
Artikel 23m#
artikel 23m