Regeling risico’s zware ongevallen 1999
- BWB-id
- BWBR0010579
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2012-10-01 t/m 2015-07-07
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010579
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-risico-s-zware-ongevallen-1999
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-risico-s-zware-ongevallen-1999/2012-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010579&g=2012-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010579&z=2026-06-06&g=2012-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010579/2012-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-risico-s-zware-ongevallen-1999
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. besluit: Besluit risico’s zware ongevallen 1999 ; b. veiligheidsbeheerssysteem: artikel 5, derde lid, van het besluit veiligheidsbeheerssysteem als bedoeld in; c. risico-analyse: bijlage III, eerste lid, onder o, bij het besluit risico-analyse als bedoeld in; d. stoffen: artikel 1, onder b, van het besluit gevaarlijke stoffen als bedoeld in, alsmede andere stoffen die gevaar kunnen veroorzaken. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 5, tweede lid, van het besluit Bij de vastlegging van het beleid ter voorkoming van zware ongevallen en van de algemene doelstellingen en beginselen van het beleid inzake de beheersing van de risico’s van zware ongevallen, als bedoeld in, wordt een beschrijving gegeven van: a. in hoofdlijnen de aard en de omvang van de risico’s van zware ongevallen; b. de beginselen die ten grondslag liggen aan de inrichting van het veiligheidsbeheerssysteem, zodanig dat inzicht wordt geboden in de samenhang tussen het beleid en het veiligheidsbeheerssysteem; c. de criteria die worden toegepast bij de vaststelling van de risico’s van zware ongevallen; d. de beginselen die ten grondslag liggen aan de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming van zware ongevallen, zodanig dat inzicht wordt geboden in de samenhang tussen de getroffen maatregelen en de risico’s van zware ongevallen. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 bijlage II, onder c, bij het besluit De procedures voor de systematische identificatie van de ongewenste gebeurtenissen en de beoordeling van de risico’s van zware ongevallen als bedoeld inhebben betrekking op: a. het verrichten van systematisch onderzoek naar de aan een installatie verbonden risico’s van een zwaar ongeval tijdens het ontwerp, de bouw, het gebruik en het onderhoud van de installatie, alsmede bij voorgenomen wijzigingen daarvan; b. de criteria voor het bepalen van de methode voor het onder a bedoelde onderzoek; c. de methode voor de beoordeling van de risico’s van zware ongevallen. 2 De in het eerste lid, onder b, bedoelde onderzoeksmethode is afgestemd op de in dat lid, onder a, bedoelde fasen. 3 De methode bedoeld in het eerste lid, onder c, is geschikt om vast te stellen welke maatregelen nodig zijn ter voorkoming van zware ongevallen of ter beperking van de gevolgen daarvan. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 bijlage III, eerste lid, onder j, bij het besluit Voor de beschrijving van de in de inrichting voorkomende stoffen bedoeld in, kan worden volstaan met een opgave per stof van de chemische naam en het CAS-nummer, mits daaruit de fysisch-chemische eigenschappen en de gevaarseigenschappen van de betrokken stof kenbaar zijn. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 bijlage III, eerste lid, onder k, bij het besluit De beschrijving van de scenario’s bedoeld in, heeft betrekking op de onderdelen van installaties die de grootste risico’s van een zwaar ongeval met zich meebrengen. De identificatie van de betreffende onderdelen van de installaties vindt plaats op basis van een in het veiligheidsrapport beschreven methode. 2 Bij de beschrijving van de in het eerste lid bedoelde scenario’s wordt ten minste beschouwd welk van de volgende voorvallen deze scenario’s op gang kunnen brengen: corrosie, erosie, externe belasting, impact, overdruk, onderdruk, lage temperatuur, hoge temperatuur, trillingen, menselijke fouten tijdens gebruik, wijziging of onderhoud. 3 Van elk scenario dient aangegeven te worden wat de kwalitatieve waarschijnlijkheid en het effect is en welke maatregelen getroffen zijn om te voorkomen dat het scenario zich voordoet. Voorts wordt ter beoordeling van de aanvaardbaarheid van de risico’s en rekening houdend met de reeds getroffen maatregelen, een samenhangend inzicht geboden in: a. de resterende kans dat een zwaar ongeval geschiedt; b. de ernst van de gevolgen die het ongeval in dat geval zal hebben; c. welke verdere maatregelen technisch mogelijk zijn om de kans op een zwaar ongeval verder te verkleinen tot een daarbij aan te geven niveau; d. een indicatie van de kosten die verbonden zouden zijn aan het treffen van maatregelen als bedoeld onder c. 4 De scenario’s dienen zodanig gekozen te worden dat hieruit blijkt dat met het complete stelsel van aanwezige technische en organisatorische voorzieningen op adequate wijze de risico’s van zware ongevallen kunnen worden beheerst. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Bij de uitvoering van een risico-analyse worden: a. bijlage III, tweede lid, bij het besluit bijlage III, eerste lid, onder a, b, c, voor zover het betreft de personen buiten de inrichting, d, f, g, h, i, j, k, p en q, bij dat besluit de ingevolgein het veiligheidsrapport weer te geven resultaten berekend met gebruikmaking van de in het rapport opgenomen gegevens, bedoeld in; b. artikel 1, onderdeel I, van de Regeling externe veiligheid inrichtingen de berekeningen, bedoeld onder a, uitgevoerd met toepassing van de rekenmethodiek Bevi, als bedoeld in, en, c. bijlage III, tweede lid, onder b en c, bij het besluit de ingevolgein het veiligheidsrapport weer te geven resultaten verkregen met gebruikmaking van de resultaten die overeenkomstig het tweede lid, onder a, van die bijlage zijn berekend. 2 artikelen 8b 8c 8d van de Regeling externe veiligheid inrichtingen De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2008 136 17-07-2008 15-06-2008 SVS/2008061237 2008 136 17-07-2008 15-06-2008 SVS/2008061237 01-10-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 bijlage A De risico-analyse wordt in het veiligheidsrapport weergegeven op de wijze, omschreven in de bij deze regeling behorende. 2008 136 17-07-2008 15-06-2008 SVS/2008061237 2008 136 17-07-2008 15-06-2008 SVS/2008061237 01-10-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 bijlage III, eerste lid, onder o, bij het besluit Het veiligheidsrapport bevat voor zover het betreft de risico’s voor het milieu, bedoeld inde volgende gegevens: a. een schatting van de kans dat belangrijke ongewenste effecten voor het milieu ten gevolge van een zwaar ongeval zich voordoen in het oppervlaktewater alsmede een schatting van de omvang van die effecten; b. een opsomming van de maatregelen die zijn genomen om de risico’s voor het milieu van zware ongevallen te beperken. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 van het besluit Het bevoegd gezag kan op verzoek van degene die een inrichting drijft, als bedoeld in, besluiten dat het veiligheidsrapport geen betrekking behoeft te hebben op een in de inrichting of een onderdeel daarvan aanwezige gevaarlijke stof, indien hij ten genoegen van het bevoegd gezag aantoont dat de betrokken stof: a. in een vaste vorm aanwezig is zodat zowel in normale als in redelijkerwijs voorzienbare bijzondere omstandigheden geen materie of energie kan vrijkomen die een gevaar van een zwaar ongeval kan opleveren, b. zodanig is verpakt of omhuld en in een zodanige hoeveelheid aanwezig is dat het vrijkomen van de grootst mogelijke hoeveelheid, onder welke omstandigheid dan ook, geen gevaar van een zwaar ongeval kan opleveren, c. in een zodanige hoeveelheid en op een zodanige afstand van andere gevaarlijke stoffen, die zich binnen of buiten de inrichting bevinden, aanwezig is, dat deze noch op zichzelf een gevaar van een zwaar ongeval kan opleveren, noch een zwaar ongeval kan veroorzaken waarbij andere gevaarlijke stoffen zijn betrokken, of d. bijlage I, deel 2, bij het besluit is ingedeeld in een of meer categorieën, genoemd in, doch geen gevaar van een zwaar ongeval kan opleveren. 2 Indien het bevoegd gezag met het verzoek instemt, wordt in het veiligheidsrapport naar zijn besluit verwezen. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 artikel 14 artikel 28 van het besluit Een verzoek als bedoeld inwordt ingediend ten minste zestien weken voordat een veiligheidsrapport krachtensofmoet worden ingediend. 2 artikel 6.15 van het Besluit omgevingsrecht Indien een veiligheidsrapport wordt ingediend bij een aanvraag als bedoeld inmag het verzoek tezamen worden ingediend met de aanvraag om een omgevingsvergunning. 3 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van het besluit op een verzoek als bedoeld in het eerste lid isvan toepassing. 4 Een veiligheidsrapport als bedoeld in het eerste lid wordt niet behandeld voordat op het verzoek is beslist. 2010 7184 18-05-2010 12-05-2010 BJZ2010011775 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 9 Een verzoek als bedoeld inbevat de volgende gegevens: a. de naam of de handelsnaam van degene die de inrichting drijft en zijn adres; b. het adres van de inrichting; c. de naam en de functie van de met de feitelijke leiding van de inrichting belaste persoon, indien deze een ander is dan degene die de inrichting drijft; d. een algemene beschrijving van de activiteiten die in de inrichting worden uitgeoefend en specifieke gegevens over het onderdeel of de installatie van de inrichting waarvoor het verzoek wordt gedaan; e. een gedetailleerde beschrijving van de onmiddellijke omgeving van de inrichting, voor zover die nodig is voor het nemen van de beslissing op het verzoek; f. een beschrijving van de gevaarlijke stof of de gevaarlijke stoffen waarvoor het verzoek wordt gedaan: 1º de aanduiding van de betrokken stof of stoffen: chemische naam, CAS-nummer, naam overeenkomstig de IUPAC-nomenclatuur en indeling; 2º artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de maximale hoeveelheid waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld invergunning is verleend dan wel, indien de vergunning hierin niet voorziet, de hoeveelheid behorend bij de vergunde maximale capaciteit van de inrichting; 3º de fysische, chemische, toxicologische en ecotoxicologische eigenschappen; 4º het fysisch en chemisch gedrag onder normale gebruiksomstandigheden en bij een voorzienbaar ongeval; g. artikel 9, eerste lid gegevens waarmee de aanvrager aantoont dat aan ten minste een van de voorwaarden bedoeld in, is voldaan; h. een aanduiding van de gegevens die niet in het veiligheidsrapport zullen worden opgenomen. 2 artikel 10, tweede lid De gegevens bedoeld in het eerste lid behoeven niet te worden verstrekt voor zover deze zijn opgenomen in een aanvraag om vergunning als bedoeld in, of in een kennisgeving als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het besluit. 2010 7184 18-05-2010 12-05-2010 BJZ2010011775 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 9 Het bevoegd gezag vermeldt in zijn besluit op een verzoek als bedoeld in: a. de stoffen waarop het besluit betrekking heeft; b. in welk onderdeel van de inrichting de betrokken stoffen zich bevinden; c. een aanduiding van de gegevens die niet behoeven te worden opgenomen in het veiligheidsrapport. 2 Aan een besluit als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 21, eerste lid, van het besluit De lijst van de in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen, bedoeld inwordt ten minste eenmaal per maand bijgewerkt. 2 De in het eerste lid genoemde lijst vermeldt per gevaarlijke stof ten minste de chemische stofnaam of de handelsnaam. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Degene die een inrichting drijft, draagt er zorg voor dat hulpverleningsdiensten van de overheid voor elke installatie direct toegang hebben tot ten minste de volgende actuele gegevens van de binnen de installatie aanwezige gevaarlijke stof of gevaarlijke stoffen: a. de chemische stofnaam of handelsnaam; b. de maximaal aanwezige hoeveelheid; c. het CAS-nummer; d. het VN-nummer; e. het GI-nummer. 2 Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder c, d en e, niet bestaan, zijn onverminderd het eerste lid, onder a en b, ten minste actuele gegevens beschikbaar over: a. het gevaar voor een explosie; b. het gevaar voor brand; c. het gevaar voor een toxische wolk. 3 De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn binnen de inrichting direct toegankelijk. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Degene die een inrichting drijft, doet zo spoedig mogelijk na een zwaar ongeval aan de door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, melding van de volgende gegevens: a. datum, tijd, plaats en de omstandigheden van het ongeval; b. de daarbij betrokken gevaarlijke stoffen, alsmede de hoeveelheid daarvan; c. de gevolgen van het ongeval voor de werknemers, die zich op korte dan wel langere termijn kunnen voordoen; d. het aantal werknemers dat als gevolg van blootstelling aan een gevaarlijke stof is overleden, dan wel zodanig gewond is dat dit heeft geleid tot een opname in het ziekenhuis voor ten minste 24 uur; e. de ter bescherming van de werknemers voorgenomen en getroffen maatregelen en noodmaatregelen; f. de ter bescherming van de werknemers voorgenomen en getroffen maatregelen om herhaling van het ongeval te voorkomen; g. het bedrag van de materiële schade binnen de inrichting. 2 Indien uit nader onderzoek gegevens naar voren komen die afwijken van de ingevolge het eerste lid verstrekte gegevens, en die wijziging kunnen brengen in de getrokken conclusies, worden die gegevens aanvullend langs elektronische weg verstrekt. 3 De door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder ziet erop toe dat de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder e en f, daadwerkelijk worden getroffen. 4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet milieubeheer Wet rampen en zware ongevallen Voorzover degene die de inrichting drijft de in dit artikel bedoelde gegevens reeds heeft verstrekt ter voldoening aan zijn verplichtingen ingevolge de, deof de, is daarmee voldaan aan de ingevolge dit artikel op hem rustende verplichting. In dat geval zendt het bestuursorgaan dat de betreffende gegevens heeft ontvangen, een afschrift daarvan aan de door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder. 2012 15581 26-09-2012 19-07-2012 G&VW/GW/2012/10964 2012 15581 26-09-2012 19-07-2012 G&VW/GW/2012/10964 01-10-2012
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Artikel 1.12 van de Arbeidsomstandighedenregeling vervalt. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze regeling treedt in werking met ingang van 19 juli 1999. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze regeling wordt aangehaald als Regeling risico’s zware ongevallen 1999. 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 1999 133 15-07-1999 02-07-1999 MJZ99189854 19-07-1999
Artikel 7#
artikel 7
Artikel I — I Basisgegevens#
I Basisgegevens a bijlage III, tweede lid, bij het besluit een aanduiding van de onderdelen van de inrichting waarop de berekening van de resultaten, bedoeld in, betrekking heeft; voorts dient de wijze waarop de selectie van de onderdelen van de inrichting tot stand is gekomen, op verzoek van het bevoegd gezag te worden toegelicht; b artikel 1, onderdeel e, van de Regeling externe veiligheid inrichtingen een aanduiding van alle van belang zijnde, mogelijke ontstekingsbronnen buiten de inrichting, indien de brandbaarheid van een in de inrichting aanwezige stof in een onderdeel van de inrichting de aanleiding is geweest voor de selectie van dat onderdeel overeenkomstig de Handleiding Risicoberekeningen, bedoeld in; c een beschrijving van de bevolkingsdichtheid rond de inrichting, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen; d een beschrijving van de weersomstandigheden ter plaatse, waaronder ten minste die van de windsnelheid, de windrichting en de Pasquilklasse.
Artikel II — II Gegevens over de berekening#
II Gegevens over de berekening a een overzicht van de uitgevoerde berekeningen, onder meer bevattende: 1º een schatting van de kans dat een zwaar ongeval zich binnen de inrichting voordoet, en een schatting van de omvang van de gevolgen van dat ongeval buiten de inrichting, uitgedrukt in het aantal dodelijk getroffenen; 2º bijlage III, tweede lid, onder b en c, bij het besluit de resultaten van de berekeningen, bedoeld in; 3º een beschrijving van het gedrag van de bij een zwaar ongeval vrijkomende stoffen; deze dient ten minste te bevatten: de hoeveelheden vrijkomende stoffen, de snelheid waarmee zij vrijkomen, en de tijd gedurende welke de stoffen vrijkomen; b bijlage III, tweede lid, bij het besluit . indien het bevoegd gezag van oordeel is dat de verstrekte gegevens onvoldoende zijn om de juistheid van de resultaten, bedoeld inte beoordelen, dient op verzoek van het bevoegd gezag het rapport bovendien te worden aangevuld met de volgende gegevens: 1º de verspreiding van de desbetreffende stoffen in de omgeving als functie van tijd en plaats; 2º de wijze waarop door de verspreiding van de stoffen personen dodelijk getroffen kunnen worden; 3º de tussenresultaten van de berekeningen, bedoeld onder a, 1° en 2°; deze resultaten dienen voor de dag- en nachtsituatie afzonderlijk te worden weergegeven.
Artikel III — III Modellen#
III Modellen a een aanduiding van de fysische modellen die zijn gebruikt voor de berekening van de resultaten, bedoeld in bijlage III, tweede lid, bij het besluit; deze modellen dienen, indien van toepassing, in elk geval betrekking te hebben op: de uitstroming van een stof uit een installatieonderdeel, de verdampingssnelheid van die stof, de verspreiding van de stof in de omgeving, de warmtestraling bij brand, de drukeffecten van explosies, en de warmtestraling van een vuurbal bij een fysische explosie van het type ’BLEVE’; b bijlage III, tweede lid, bij het besluit een aanduiding van de schademodellen die zijn gebruikt voor de berekening van de resultaten, bedoeld in; deze modellen dienen, voor zover van toepassing, betrekking te hebben op: Een aanduiding als bedoeld onder a en b, kan bestaan uit verwijzingen naar literatuur waarin de modellen zijn beschreven. schade ten gevolge van een toxische gaswolk, schade ten gevolge van een explosie, en schade ten gevolge van warmtestraling.
Artikel IV — IV Parameters en invoergegevens#
IV Parameters en invoergegevens a een aanduiding van de parameterwaarden die in de berekeningen met behulp van de modellen, bedoeld in onderdeel III, zijn gebruikt; deze aanduiding kan bestaan uit verwijzingen naar literatuur waarin deze parameterwaarden zijn beschreven; b een aanduiding van de invoergegevens die voor de berekeningen zijn gebruikt; c bijlage III, tweede lid, bij het besluit indien het bevoegd gezag van oordeel is dat de verstrekte gegevens onvoldoende zijn om de juistheid van de berekening van de resultaten, bedoeld in, te beoordelen, dient op verzoek van het bevoegd gezag in het rapport de keuze van de gebruikte parameterwaarden en invoergegevens te worden gemotiveerd.
Artikel V — V Kansen#
V Kansen a een aanduiding van de kans dat een zwaar ongeval optreedt; b een aanduiding van de kans dat het ongeval tot een fysisch effect leidt; c een aanduiding van de kans dat het fysische effect leidt tot acute sterfte van de mens; d een beschrijving van de wijze waarop de kansen, bedoeld onder a, b en c, zijn bepaald; deze beschrijving dient te bestaan uit: verwijzingen naar literatuur en databestanden; elke andere methode die is gebruikt voor de vaststelling van de kansen; indien daarbij rekening is gehouden met de specifieke omstandigheden van de installatie en de inrichting, dienen deze te worden aangegeven.