Regeling straf- en afzonderingscel penitentiaire inrichtingen
- BWB-id
- BWBR0010524
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1999-07-15
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010524
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-straf-en-afzonderingscel-penitentiaire-inrichtingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-straf-en-afzonderingscel-penitentiaire-inrichtingen/1999-07-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010524&g=1999-07-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010524&z=2026-06-06&g=1999-07-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010524/1999-07-15
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-straf-en-afzonderingscel-penitentiaire-inrichtingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Penitentiaire beginselenwet wet: de; b. raam: een voorziening waardoor de cyclus van dag en nacht kan worden waargenomen. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Bij de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf in een strafcel of de tenuitvoerlegging van afzondering in een afzonderingscel geldt het bepaalde in de huisregels van de inrichting waar de straf respectievelijk de afzondering ten uitvoer wordt gelegd, voorzover in deze regeling niet anders is bepaald. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 24 van de wet Indien de afzondering, bedoeld in, a. in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming, b. in verband met de ernst van de gedragingen van de gedetineerde, of c. artikel 16, tweede lid, van de wet in verband met de lichamelijke- of geestelijke toestand van de gedetineerde, niet ten uitvoer kan worden gelegd in de verblijfsruimte, bedoeld in, vindt deze plaats in een afzonderingscel. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De directeur geeft van een plaatsing in een straf- of afzonderingscel onverwijld kennis aan de arts die aan de inrichting is verbonden. De arts of diens vervanger, dan wel in diens opdracht de verpleegkundige, bezoekt de gedetineerde zo spoedig mogelijk in de straf- of afzonderingscel en na de melding, bedoeld in artikel 24, zesde lid, van de wet, regelmatig. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De directeur draagt zorg dat hij ten minste dagelijks op de hoogte wordt gesteld van de toestand van de in de straf- of afzonderingscel geplaatste gedetineerde. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Indien de gedetineerde herhaaldelijk zonder noodzaak gebruik maakt van in de straf- of afzonderingscel aanwezige communicatiemiddelen kan de directeur beslissen dat deze buiten werking worden gesteld. In dat geval treft hij de maatregelen die noodzakelijk zijn voor voldoende communicatie van de gedetineerde met ambtenaren of medewerkers. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 23, onder a of b, van de wet De deur van een strafcel en de deur van een afzonderingscel, bij plaatsing in afzondering op de grond van, wordt slechts geopend indien ten minste twee ambtenaren of medewerkers daarbij aanwezig zijn. 2 In de dienstinstructies worden regels gesteld over het openen van de deur van een straf- of afzonderingscel tijdens de nachtdienst. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De directeur draagt zorg dat gedurende de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf in een strafcel of de tenuitvoerlegging van afzondering in een afzonderingscel het nodige contact tussen ambtenaren en medewerkers van de inrichting en de gedetineerde wordt gewaarborgd en naar aard en frequentie op de situatie van de gedetineerde wordt afgestemd. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Indien de gedetineerde zelfdestructief gedrag vertoont dan wel indien het vermoeden hiervan bestaat, stelt de met het toezicht belaste functionaris zich ten minste eenmaal per uur op de hoogte van de toestand van de gedetineerde. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De directeur draagt zorg dat de wijze van verslaglegging over het verblijf van een gedetineerde in een straf- of afzonderingscel naar aard en frequentie op de situatie van de gedetineerde wordt afgestemd. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikelen 2 3 5 6, tweede lid artikel 7 onder a Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen De,,,,, en 13 van dezijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een straf- of afzonderingscel. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 In een wand of het plafond van de straf- of afzonderingscel bevindt zich een beveiligd raam. 2 Het raam heeft een oppervlak van ten minste 0,7 vierkante meter. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De straf- of afzonderingscel is voorzien van een ventilatiemogelijkheid waardoor op natuurlijke dan wel mechanische wijze voldoende verse lucht wordt aangevoerd. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De afgesloten straf- of afzonderingscel is vanaf de gangzijde in zijn geheel te overzien. De inwendige celhoeken zijn zodanig afgeschuind dat de gedetineerde zich niet aan het zicht kan onttrekken. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 In de straf- of afzonderingscel is een verwarming aangebracht die alleen van buiten die cel kan worden bediend. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De straf- of afzonderingscel is voorzien van een toilet. 2 De gedetineerde kan het toilet zelfstandig dan wel op verzoek onverwijld laten doorspoelen. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De directeur draagt zorg dat de straf- of afzonderingscel voldoende is verlicht. De cel is daartoe voorzien van een van buiten die cel bedienbare dag- en nachtverlichting met voldoende lichtsterkte. 2 De directeur kan bepalen dat `s nachts de nachtverlichting blijft branden. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 In een strafcel bevinden zich gedurende de dag zitelementen en gedurende de nacht een matras, een kussen en voldoende dekens. 2 In bijzondere gevallen kan de directeur bepalen dat de gedetineerde gedurende de dag de beschikking krijgt over een matras, een kussen en een of meer dekens. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 In een afzonderingscel bevinden zich zitelementen of bevindt zich een matras met voldoende dekens. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Een straf- of afzonderingscel kan zijn uitgerust met een observatie-camera. 2 De camera is zodanig aangebracht dat observatie van de gehele cel mogelijk is. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De directeur draagt zorg dat de gedetineerde in staat wordt gesteld contact met de buitenwereld te onderhouden, volgens het daarover bepaalde in de huisregels. 2 De directeur kan het recht van de gedetineerde om te telefoneren met of het ontvangen van bezoek van persoonlijke relaties slechts beperken of uitsluiten indien het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting, dan wel de gedragingen, lichamelijke of gemoedstoestand van de gedetineerde zulks noodzakelijk maken. 3 Het bezoek vindt gescheiden van de overige gedetineerden en onder toezicht plaats. 4 artikel 37 van de wet Het is de ingenoemde personen en instanties toegestaan vrijelijk contact te onderhouden met de gedetineerden. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 De directeur kan de gedetineerde toestaan deel te nemen aan activiteiten. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Het is de gedetineerde niet toegestaan voorwerpen onder zijn berusting te houden, tenzij de directeur anders bepaalt. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De gedetineerde die verblijft in een straf- of afzonderingscel heeft het recht lectuur te ontvangen overeenkomstig de huisregels van de inrichting. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 16, tweede lid, van de wet De gedetineerde wordt, gedurende zijn verblijf in de straf- of afzonderingscel, in staat gesteld goederen te kopen. Aangekochte goederen worden in de verblijfsruimte, bedoeld inopgeslagen, tenzij de directeur bepaalt dat tegen uitreiking van bepaalde goederen in de straf- of afzonderingscel geen bezwaar bestaat. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De gedetineerde is verplicht de straf- of afzonderingscel met de zich daarin bevindende voorwerpen schoon en ongeschonden te houden. 2 De gedetineerde is verplicht dagelijks onder toezicht de straf- of afzonderingscel waarin hij verblijft te reinigen, tenzij hij daar op grond van zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet toe in staat is. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 In de straf- of afzonderingscel mag niet gerookt worden. Het is de gedetineerde toegestaan te roken tijdens het dagelijks verblijf in de buitenlucht. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Bij plaatsing in straf- of afzonderingscel wordt de gedetineerde van rijkswege voorzien van kleding. In bijzondere omstandigheden kan de directeur anders bepalen. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De gedetineerde wordt ’s ochtends en ’s avonds in de gelegenheid gesteld zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne te verzorgen. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Het voor gebruik in de straf- en afzonderingscel bestemde eetgerei wordt tegelijkertijd met de maaltijd aan de gedetineerde verstrekt en direct na de maaltijd weer ingenomen. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 De gedetineerde wordt voor de plaatsing in een straf- of afzonderingscel aan zijn kleding en lichaam onderzocht. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De directeur draagt zorg dat ingenomen kleding en andere bezittingen van de gedetineerde door twee ambtenaren of medewerkers worden ingenomen, geregistreerd en opgeborgen. 2 Aan de gedetineerde wordt zo spoedig mogelijk een ontvangstbevestiging uitgereikt. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 De directeur kan, indien de lichamelijke of geestelijke toestand van de gedetineerde dit noodzakelijk maakt, bepalen dat de gedetineerde dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd. 2 Alvorens hij hiertoe beslist, wint hij het advies van de inrichtingsarts in, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint de directeur het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in. 3 De directeur geeft de gedetineerde onverwijld schriftelijk, en zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling van zijn beslissing om tot camera-observatie over te gaan. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen De directeur is op grond van debevoegd jegens een gedetineerde geweld te gebruiken dan wel vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op de plaatsing in de straf- of afzonderingscel of de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 2 In afwijking vangeldt voor gedetineerden die in een straf- of afzonderingscel verblijven in afwachting van plaatsing in een extra beveiligde inrichting, het daarover bepaalde in de huisregels van de extra beveiligde inrichting. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 De volgende regelingen worden ingetrokken: Reglement voor afzondering in een cel niet zijnde een strafcel (18 mei 1978, nr. 369/378); Reglement voor opsluiting in een strafcel (18 mei 1978, nr. 370/378); Uitvoeringsregeling van art. 105 Gevangenismaatregel (29 januari 1979, nr. 1426/378); Reglement plaatsing in de isoleercel en plaatsing op het veiligheidsbed (19 februari 1981, nr. 927/380); Uitvoeringsregeling van art. 105 Gevangenismaatregel (21 september 1981, nr. 969/381); Toezending brochure over de plaatsing in afzondering (9 januari 1984, nr. 1390/383); Aanvulling van art. 13, eerste lid, reglement strafcel (13 oktober 1992, nr. 256564/92) Regiem t.a.v. gedetineerden in landelijke afzonderingsafdelingen en Penitentiair Ziekenhuis in afwachting van plaatsing in ebi (11 oktober 1994, nr. 456588/94/DJ). 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Deze regeling treedt in werking op 15 juli 1999. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling straf- en afzonderingscel penitentiaire inrichtingen. 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 1999 132 14-07-1999 15-06-1999 762711/98/DJI 15-07-1999