Regeling vacatiegelden voorzitters en rechtsgeleerde leden tuchtcolleges
- BWB-id
- BWBR0011675
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2009-11-07
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011675
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-vacatiegelden-voorzitters-en-rechtsgeleerde-leden-t
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-vacatiegelden-voorzitters-en-rechtsgeleerde-leden-t/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011675&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011675&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011675/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-vacatiegelden-voorzitters-en-rechtsgeleerde-leden-t
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 62, eerste lid Het vacatiegeld, bedoeld in, bedraagt per zaak van het centrale tuchtcollege: € 203,29 voor de voorzitter en plaatsvervangende voorzitter, € 113,45 voor de rechtsgeleerde leden en plaatsvervangende rechtsgeleerde leden. 2001 214 05-11-2001 04-10-2001 DWJZ-U-2218980 2001 214 05-11-2001 04-10-2001 DWJZ-U-2218980 01-01-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 62, eerste lid Het vacatiegeld, bedoeld in, bedraagt per zaak van de regionale tuchtcolleges: € 180,60 voor de voorzitter en plaatsvervangende voorzitter, € 113,45 voor de rechtsgeleerde leden en plaatsvervangende rechtsgeleerde leden. 2001 214 05-11-2001 04-10-2001 DWJZ-U-2218980 2001 214 05-11-2001 04-10-2001 DWJZ-U-2218980 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Indien er een zaak van het centrale tuchtcollege onderscheidenlijk van de regionale tuchtcolleges sprake is van een vooronderzoek, bedraagt het vacatiegeld € 149,75 per vooronderzoek. 2001 214 05-11-2001 04-10-2001 DWJZ-U-2218980 2001 214 05-11-2001 04-10-2001 DWJZ-U-2218980 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Ten aanzien van het vacatiegeld voor de voorzitters en plaatsvervangende voorzitters werkt deze regeling terug tot en met 1 januari 1999. 3 Ten aanzien van het vacatiegeld voor de rechtsgeleerde leden en plaatsvervangende rechtsgeleerde leden werkt deze regeling terug tot en met 1 december 1997. 4 artikel 3 Ten aanzien van het gestelde inwerkt deze regeling terug tot en met 1 december 1997. 2000 191 03-10-2000 29-09-2000 CSZ/BO-2107534 2000 191 03-10-2000 29-09-2000 CSZ/BO-2107534 05-10-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 1999 ten aanzien van het vacatiegeld van de (plaatsvervangende) voorzitters. Werkt terug tot en met 1 december 1997 ten aanzien van het vacatiegeld van de (plaatsvervangende) rechtsgeleerde leden. Werkt terug tot en met 1 december 1997 ten aanzien van het gestelde in artikel 3.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vacatiegelden voorzitters en rechtsgeleerde leden. 2000 191 03-10-2000 29-09-2000 CSZ/BO-2107534 2000 191 03-10-2000 29-09-2000 CSZ/BO-2107534 05-10-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 1999 ten aanzien van het vacatiegeld van de (plaatsvervangende) voorzitters. Werkt terug tot en met 1 december 1997 ten aanzien van het vacatiegeld van de (plaatsvervangende) rechtsgeleerde leden. Werkt terug tot en met 1 december 1997 ten aanzien van het gestelde in artikel 3.