Regeling vaststelling maximumpremies Wtz
- BWB-id
- BWBR0010068
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2005-01-01 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010068
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-vaststelling-maximumpremies-wtz
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-vaststelling-maximumpremies-wtz/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010068&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010068&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010068/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/regeling-vaststelling-maximumpremies-wtz
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Ziekenfondswet hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten Algemene Kinderbijslagwet artikel 6.1 afdeling 6.4, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 35 36, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Voor de categorie van personen die met ingang van 1 april 1986 een overeenkomst van standaardverzekering heeft afgesloten en die op de dag daaraan voorafgaand verzekerd of medeverzekerd was in de vrijwillige verzekering ingevolge de, bedraagt de premie ten aanzien van verzekerden die de 65-jarige leeftijd hebben bereikt een bedrag van ten hoogste € 142 per verzekerde per maand en ten aanzien van verzekerden, jonger dan 65 jaar, een bedrag van ten hoogste € 110,50 per verzekerde per maand. Voor eigen, aangehuwde of pleegkinderen tot 30 jaar, die recht hebben op een tegemoetkoming ingevolge, dan wel voor wie aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge deof recht bestaat op persoonsgebonden aftrek wegens uitgaven voor levensonderhoud van kinderen ingevolge, enjo.enen die tezamen met hun ouders of een van hun ouders zijn verzekerd, bedraagt de premie ten hoogste € 55,25 per kind per maand. Premie is voor ten hoogste twee kinderen verschuldigd. 2004 246 21-12-2004 14-12-2004 Z/M-2529845 2004 246 21-12-2004 14-12-2004 Z/M-2529845 01-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikelen 1 4 hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten artikel 6.1 afdeling 6.4, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 35 36, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Voor de categorie van personen die een overeenkomst van standaardverzekering heeft afgesloten, met uitzondering van de in deenbedoelde categorieën, bedraagt de premie een bedrag van ten hoogste € 142 per verzekerde per maand. Voor eigen, aangehuwde en pleegkinderen tot 30 jaar, die recht hebben op een tegemoetkoming ingevolge, dan wel voor wie aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslag-wet of recht bestaat op persoonsgebonden aftrek wegens uitgaven voor levensonderhoud van kinderen ingevolge, enjo.enen die tezamen met hun ouders of een van hun ouders zijn verzekerd, bedraagt de premie ten hoogste € 71 per kind per maand. Premie is voor ten hoogste drie kinderen verschuldigd. 2004 246 21-12-2004 14-12-2004 Z/M-2529845 2004 246 21-12-2004 14-12-2004 Z/M-2529845 01-01-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 1 Het inbedoelde bedrag van ten hoogste € 142 per verzekerde per maand wordt aan de verzekerde in rekening gebracht met ingang van de eerste dag van de maand waarin die verzekerde de 65-jarige leeftijd bereikt. 2004 246 21-12-2004 14-12-2004 Z/M-2529845 2004 246 21-12-2004 14-12-2004 Z/M-2529845 01-01-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Wet studiefinanciering 2000 Algemene Kinderbijslagwet artikel 6.1 afdeling 6.4, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 35 36 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Voor de categorie van personen die een overeenkomst van standaardverzekering heeft afgesloten en die recht heeft op studiefinanciering ingevolge de, bedraagt de premie voor verzekerden jonger dan 20 jaar ten hoogste € 15,30 per verzekerde per maand en zijn verzekerden die de 20-jarige leeftijd hebben bereikt, geen premie verschuldigd. Voor eigen, aangehuwde en pleegkinderen van de in de eerste volzin bedoelde verzekerden voor wie aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge deof recht bestaat op persoonsgebonden aftrek wegens uitgaven voor levensonderhoud van kinderen ingevolgeenjo.enen die tezamen met hun ouders of een van hun ouders zijn verzekerd, is geen premie verschuldigd. 2 artikel 3.4 van de Wet studiefinanciering 2000 dat artikel Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van partners, bedoeld in, ten behoeve van wie recht bestaat op een toelage als bedoeld in. 3 De in het eerste lid bedoelde verzekerden zijn met ingang van de eerste dag van de maand waarin die verzekerden de 20-jarige leeftijd bereiken, geen premie verschuldigd. 2003 246 19-12-2003 12-12-2003 Z/F-2425316 2003 246 19-12-2003 12-12-2003 Z/F-2425316 01-01-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1999. 1998 242 17-12-1998 09-12-1998 VPZ/F-983354 1998 242 17-12-1998 09-12-1998 VPZ/F-983354 01-01-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling maximumpremies Wtz. 1998 242 17-12-1998 09-12-1998 VPZ/F-983354 1998 242 17-12-1998 09-12-1998 VPZ/F-983354 01-01-1999