Stimuleringsregeling breedtesport
- BWB-id
- BWBR0010877
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2004-02-04 t/m 2004-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010877
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/stimuleringsregeling-breedtesport
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/stimuleringsregeling-breedtesport/2004-02-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010877&g=2004-02-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010877&z=2026-06-06&g=2004-02-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010877/2004-02-04
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/stimuleringsregeling-breedtesport
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. breedtesport: sportactiviteiten die op lokaal niveau plaatsvinden en die niet beroepsmatig of op topsportniveau worden beoefend; b. breedtesportproject: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op duurzame versterking van de breedtesport en op versterking van de lokale maatschappelijke en sociale infrastructuur; c. breedtesportproject: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op duurzame versterking van de breedtesport en op versterking van de lokale maatschappelijke en sociale infrastructuur; d. de minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; e. G25: de gemeenten Almelo, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, 's Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo en Zwolle; f. breedtesportondersteuningsproject: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op duurzame versterking van de ondersteuning van gemeenten in een provincie op het gebied van de breedtesport. 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 07-04-2002 01-10-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De minister kan aan een gemeente met meer dan tienduizend inwoners éénmaal een meerjarige uitkering verlenen voor een breedtesportproject van die gemeente of van een aantal gemeenten gezamenlijk. 2 De minister kan aan een gemeente met minder dan tienduizend inwoners éénmaal een meerjarige uitkering verlenen voor een gezamenlijk breedtesportproject van meerdere gemeenten. 3 Een breedtesportprojectplan wordt conform bijlage 1 bij deze regeling ingericht en in tweevoud ingediend. 4 Een breedtesportprojectplan wordt beoordeeld aan de hand van het gestelde in de artikelen 3, 4 en 8 en in bijlage 1 bij deze regeling. 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 07-04-2002 01-10-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 In het breedtesportproject wordt een relatie gelegd met gemeentelijk beleid op andere terreinen dat relevant is voor de uitvoering van het breedtesportproject dan wel waaraan het breedtesportproject een bijdrage kan leveren. 2 Het breedtesportproject is innovatief en verschaft inzichten voor toekomstig breedtesportbeleid. 3 Het breedtesportproject is gericht op duurzame versterking van de breedtesport in de gemeente. 4 Het breedtesportprojectplan wordt in overleg met lokale sportaanbieders en sporters opgesteld en uitgevoerd. 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 07-04-2002 01-10-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Bij de beoordeling van de breedtesportprojectplannen wordt rekening gehouden met: a. een evenwichtige spreiding van activiteiten over verschillende vormen van breedtesport; b. een evenwichtige spreiding van activiteiten naar organisatiegraad waarin breedtesport wordt aangeboden; c. een evenwichtige spreiding van breedtesportprojecten over het land, gerelateerd aan het aantal inwoners per provincie; d. een evenwichtige spreiding van breedtesportprojecten naar grootte van gemeenten. 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 07-04-2002 01-10-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 bijlage 2 bij deze regeling Een meerjarige uitkering voor een breedtesportproject bedraagt ten hoogste de helft van de totale kosten van een breedtesportproject, met als maximum het bedrag genoemd in. 2 bijlage 3 bij deze regeling Een meerjarige uitkering voor een gezamenlijk breedtesportproject bedraagt ten hoogste 55% van de totale kosten van een breedtesportproject, met als maximum de som van de bedragen per gemeente genoemd in. 3 Een meerjarige uitkering voor een breedtesportproject wordt ten minste gedurende drie jaar en ten hoogste gedurende zes jaar verleend. 4 De hoogte van de meerjarige uitkering is de laatste twee jaren van een breedtesportproject aflopend. De bijdrage van de gemeente aan een breedtesportproject loopt in dezelfde periode op. 5 In afwijking van het derde lid wordt een meerjarige uitkering voor een breedtesportproject waarvan de subsidiëring aanvangt met ingang van 1 januari 2005, voor niet meer dan vier jaar verleend. 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 04-02-2004
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Activiteiten van een breedtesportproject waarvoor een uitkering is verstrekt, kunnen met toestemming van de minister worden vervangen door andere activiteiten, indien: a. het doel van de activiteit is bereikt, of b. de activiteit onvoldoende succesvol is gebleken. 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 04-02-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een aanvraag van een meerjarige uitkering voor een breedtesportproject waarvan de subsidiëring aanvangt met ingang van 1 januari 2005, wordt uiterlijk 1 mei 2004 bij de minister ingediend. 2 Een tot de G25 behorende gemeente die een aanvraag indient voor een breedtesportproject dat na 2000 aanvangt en geen samenvatting heeft opgenomen in het stedelijk ontwikkelingsplan, kan volstaan met het in de aanvraag aangeven van de samenhang met het in het stedelijk ontwikkelingsplan opgenomen beleid. 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 04-02-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Indien een meerjarige uitkering is verleend, verstrekt de ontvangende gemeente de minister tussentijdse informatie door binnen dertien weken na afloop van ieder projectjaar waarover de uitkering is verleend een verslag in te dienen. Dit verslag geeft inzicht in het verloop van het project, in vergelijking met de voorgenomen activiteiten in het breedtesportprojectplan en geeft financiële informatie over de mate waarin de werkelijke kosten zich verhouden tot de begrote kosten. 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 07-04-2002 01-10-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 3 4 Bij de verdeling van het beschikbare budget geeft de minister die aanvragen voorrang waarvan de inwilliging gelet op deenin vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van meer belang is voor het beleid en meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de uitkering. 2 artikel 2, tweede lid Indien dit, ondanks de toepassing van het eerste lid, voor de verdeling van het beschikbare budget noodzakelijk is, geeft de minister bij de beoordeling van de aanvragen ten behoeve van breedtesportprojecten waarvan de subsidiëring aanvangt met ingang van 1 januari 2005, voorrang aan gezamenlijke breedtesportprojecten als bedoeld in. 3 Indien dit, ondanks de toepassing van het eerste en tweede lid, voor de verdeling van het beschikbare budget noodzakelijk is, geeft de minister bij de beoordeling van de aanvragen voorrang aan projecten die aansluiten bij de volgende beleidsthema’s, waarbij de volgorde van de opsomming het belang van het thema weergeeft: a. de betrokkenheid en de versterking van sportverenigingen waarmee wordt bijgedragen aan het oplossen van de problemen met het kaderbeleid en aan het tegengaan van het tekort aan vrijwilligers in de sport; b. de versterking op lokaal niveau van de sociale cohesie in wijken, de versterking van de samenwerking tussen organisaties op het gebied van school en jeugd alsmede de verbetering van verenigingsondersteuning; c. de bevordering van gezond beweeggedrag; d. de bevordering van deelname door ouderen en mensen met een handicap. 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 04-02-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De gemeente kan met toestemming van de minister activiteiten van een breedtesportproject waarvoor een uitkering is verstrekt, uitvoeren buiten de periode waarvoor de uitkering is verstrekt, doch uiterlijk tot een jaar na beëindiging van de uitkering. 2 De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 1 oktober van het laatste projectjaar gevraagd. 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 04-02-2004
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 De minister kan aan een provincie éénmaal een meerjarige uitkering verlenen voor een breedtesportondersteuningsproject. 2 bijlage 4 De aanvraag voor een meerjarige uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt conformingericht en in vijfvoud ingediend. 3 Artikel 6, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 07-04-2002 01-10-1999
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b Een meerjarige uitkering voor een breedtesportondersteuningsproject wordt slechts verstrekt, indien het breedtesportondersteuningsproject: a. is afgestemd op het landelijk beleid ter versterking van de breedtesportimpuls; b. bevordert dat zoveel mogelijk gemeenten in de provincie breedtesportprojecten gaan uitvoeren of blijven uitvoeren; c. ondersteuning biedt aan gemeenten in de provincie bij de opzet en uitvoering van breedtesportprojecten; d. is afgestemd op vraag en aanbod aan ondersteuning van gemeenten in de provincie; e. voorziet in een systematische en duurzame versterking van het provinciale beleid ter ondersteuning van de breedtesport dat is afgestemd op ander voor de breedtesport relevant provinciaal beleid; f. ten minste drie jaar duurt en uiterlijk 1 januari 2005 start. 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 07-04-2002 01-10-1999
Artikel 9c — Artikel 9c#
Artikel 9c 1 De meerjarige uitkering voor een breedtesportondersteuningsproject bedraagt ten hoogste de helft van de totale kosten van het project, met als maximum een bedrag van € 113 445, – op jaarbasis. De uitkering wordt verleend voor een periode van ten hoogste zes jaar. 2 Na verlening van de meerjarige uitkering verstrekt de minister in maandelijks gelijke termijnen voorschotten tot ten hoogste € 113 445, – per kalenderjaar. 3 Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing. 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 04-02-2004
Artikel 9d — Artikel 9d#
Artikel 9d artikel 48 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid artikel 50 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid De minister kan voor het indienen van het verslag, bedoeld in, en de verantwoording en de verklaring van de accountant, bedoeld in, formulieren voorschrijven. 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 07-04-2002 01-10-1999
Artikel 9e — Artikel 9e#
Artikel 9e Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 oktober 1999 en vervalt met ingang van 1 januari 2005, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft ten aanzien van de uitkeringen of voorschotten die op grond van deze regeling zijn verstrekt. 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 2004 21 02-02-2004 29-01-2004 S/P&K-2451251 04-02-2004 Voorheen art. 9f.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Stimuleringsregeling breedtesport Deze regeling kan worden aangehaald als:. 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 2002 66 05-04-2002 15-03-2002 S/P&K-2256943 07-04-2002 01-10-1999
Artikel 5#
artikel 5, eerste lid
Artikel 5#
artikel 5, tweede lid