Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking tot vaststelling van subsidieplafonds en beleidsvoornemens voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken
- BWB-id
- BWBR0010647
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- 1999-12-24 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010647
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/subsidieplafonds-en-beleidsvoornemens-voor-subsidi-ring-buit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/subsidieplafonds-en-beleidsvoornemens-voor-subsidi-ring-buit/1999-12-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010647&g=1999-12-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010647&z=2026-06-06&g=1999-12-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010647/1999-12-24
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/subsidieplafonds-en-beleidsvoornemens-voor-subsidi-ring-buit
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken In dit besluit wordt verstaan onder ’de regeling’: de. 2 artikelen 2 5 11 18 artikelen 6 10 De subsidieplafonds, vastgesteld in detot en metentot en metgelden tot en met 31 december 1999. De subsidieplafonds, vastgesteld in detot en metgelden tot en met 15 september 1999. 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 14-08-1999 Artikel 17 vervalt voor het programma Voorlichting en duurzame ontwikkeling bij Stcrt. 1999/204 op 1 december 1999.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 1, paragraaf 3, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0. 2 Het in het eerste lid genoemde plafond geldt niet voor: a. het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid; b. incidentele doelbijdragen als bedoeld in artikel 06.06.09 van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het jaar 1999. 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 14-08-1999 Artikel 17 vervalt voor het programma Voorlichting en duurzame ontwikkeling bij Stcrt. 1999/204 op 1 december 1999.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 1999 247 22-12-1999 21-12-1999 DML-711/99 1999 247 22-12-1999 21-12-1999 DML-711/99 24-12-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 DSI/CU-99/081 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 DSI/CU-99/081 05-12-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 hoofdstuk II afdeling 4 Voor subsidieverlening op grond van,, paragraaf 1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken is het subsidieplafond geldend voor het jaar 1999 als volgt: a. voor het Landenprogramma met betrekking tot kinderen en ontwikkeling is het subsidieplafond opgeheven; b. voor bestrijding van kinderarbeid is het subsidieplafond opgeheven; c. voor het Landenprogramma met betrekking tot maatschappelijke ontwikkeling is het subsidieplafond opgeheven; d. voor Institutionele ontwikkeling: f 0. 2 bijlage 1 Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.4.1, onderdeel c, van de regeling geldt ten aanzien van subsidiëring van activiteiten gericht op bestrijding van kinderarbeid het inbij dit besluit opgenomen beleidsvoornemen. 1999 204 22-10-1999 18-10-1999 DSI/SB-1005/99 1999 204 22-10-1999 18-10-1999 DSI/SB-1005/99 01-12-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 2, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0. 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 14-08-1999 Artikel 17 vervalt voor het programma Voorlichting en duurzame ontwikkeling bij Stcrt. 1999/204 op 1 december 1999.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 4, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 500.000. 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 14-08-1999 Artikel 17 vervalt voor het programma Voorlichting en duurzame ontwikkeling bij Stcrt. 1999/204 op 1 december 1999.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 5, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0. 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 14-08-1999 Artikel 17 vervalt voor het programma Voorlichting en duurzame ontwikkeling bij Stcrt. 1999/204 op 1 december 1999.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 6, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0. 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 14-08-1999 Artikel 17 vervalt voor het programma Voorlichting en duurzame ontwikkeling bij Stcrt. 1999/204 op 1 december 1999.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 5, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: a. voor het thema Nederland Vrijhaven: f 4.000.000; b. voor Grootschalige Manifestaties: f 3.000.000; c. voor exploitatiesubsidies: f 0. 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 14-08-1999 Artikel 17 vervalt voor het programma Voorlichting en duurzame ontwikkeling bij Stcrt. 1999/204 op 1 december 1999.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 DSI/CU-99/081 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 DSI/CU-99/081 05-12-1999
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 DSI/CU-99/081 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 DSI/CU-99/081 05-12-1999
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 DSI/CU-99/081 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 DSI/CU-99/081 05-12-1999
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 DSI/CU-99/081 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 DSI/CU-99/081 05-12-1999
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 DSI/CU-99/081 1999 234 03-12-1999 02-12-1999 DSI/CU-99/081 05-12-1999
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 7, paragraaf 1, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0. 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 14-08-1999 Artikel 17 vervalt voor het programma Voorlichting en duurzame ontwikkeling bij Stcrt. 1999/204 op 1 december 1999.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 10, paragraaf 1, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 200.000. 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 155 16-08-1999 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 14-08-1999 Artikel 17 vervalt voor het programma Voorlichting en duurzame ontwikkeling bij Stcrt. 1999/204 op 1 december 1999.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 12, van de regeling met betrekking tot activiteiten gericht op of ter bevordering van intensivering bilaterale betrekkingen West-Europa bedraagt het subsidieplafond: f 200.000. 2 Voor subsidieverlening op grond van het hoofdstuk II, afdeling 12, van de regeling geldt ten aanzien van subsidiëring van activiteiten gericht op of ter bevordering van intensivering bilaterale betrekkingen West-Europa het in bijlage 2 opgenomen beleidsvoornemen. 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 14-08-1999 Artikel 17 vervalt voor het programma Voorlichting en duurzame ontwikkeling bij Stcrt. 1999/204 op 1 december 1999.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 1999 153 12-08-1999 11-08-1999 DJZ/BR-1159/1999 14-08-1999 Artikel 17 vervalt voor het programma Voorlichting en duurzame ontwikkeling bij Stcrt. 1999/204 op 1 december 1999.
Artikel _1 — Achtergrond#
Achtergrond Ter bevordering van de bilaterale relaties met de ons omringende landen, heeft de regering in 1995 een speciale begrotingsfaciliteit gecreëerd. Uit dit budget kunnen kleinschalige activiteiten worden gesubsidieerd.
Artikel _2 — Doelstellingen Intensivering Bilaterale Betrekkingen-West-Europa (IBB-WE)#
Doelstellingen Intensivering Bilaterale Betrekkingen-West-Europa (IBB-WE) Zeer algemeen kan worden gesteld dat projecten die in aanmerking komen voor subsidiëring uit IBB-WE de bilaterale betrekkingen bevorderen met een aantal West-Europese landen dat uit buitenlands-politiek oogpunt van groot belang voor Nederland is. Het gaat hierbij om Duitsland, het Verenigd Konink-rijk, Frankrijk, België, Luxemburg, Spanje en Italië. Gestreefd wordt naar een evenwichtige verdeling van gelden over deze landen.
Artikel _3 — Doelgroepen IBB-WE#
Doelgroepen IBB-WE Als doelgroepen voor activiteiten die onder IBB-WE worden gesubsidieerd komen in eerste instantie beleids- en opiniemakers in aanmerking. De projecten dienen deze groepen rechtstreeks met elkaar in aanraking te brengen, dan wel de randvoorwaarden te scheppen waardoor contacten over en weer kunnen worden verbreed en/of verdiept. Projecten die primair op beeldvorming bij het grote publiek zijn gericht kunnen in aanmerking komen voor subsidieverlening mits zij een bijdrage leveren aan het verbeteren van de bilaterale politieke relaties.
Artikel _4 — Mogelijke projecten#
Mogelijke projecten Activiteiten die voor subsidiëring in aanmerking kunnen komen zijn onder meer: seminars, conferenties, studieprojecten, uitwisselingsprogramma’s en publikaties. Aanvragers hoeven niet in Nederland gevestigd te zijn.
Artikel _5 — Criteria voor toekenning subsidies#
Criteria voor toekenning subsidies 1 Kaderwet Subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken De aanvraag voldoet aan deen de; 2 Het project is commercieel niet haalbaar; indien het project door het Ministerie van Buitenlandse Zaken reeds op andere grondslag wordt bekostigd, komt het niet in aanmerking voor co-financiering uit IBB-WE; 3 Het projectvoorstel voldoet aan de in dit beleidsvoornemen omschreven inhoudelijke eisen en gaat vergezeld van een afdoende begroting en projectomschrijving; daarnaast dient de aanvrager te kunnen aantonen over de vereiste logistieke en inhoudelijke capaciteiten te beschikken om het project uit te voeren; 4 Het project heeft een duidelijke politieke component; activiteiten die primair economisch, cultureel of onderwijskundig zijn gericht, komen niet in voor subsidiëring in aanmerking; hiervoor bestaan immers specifieke subsidiemogelijkheden; 5 Het project is gericht te zijn op bovenbeschreven doelgroepen; 6 Het project voldoet aan ten minste één van de volgende inhoudelijke eisen: het project is gericht op het vergroten van het begrip voor wederzijds beleid en beleidsvorming, het project maakt het mogelijk dat doelgroepen in beide landen van elkaars ervaringen leren op specifieke beleidsterreinen, het project levert een bijdrage aan het bilaterale voortraject bij EU-besluitvorming, het project levert een bijdrage aan het verbeteren van de wederzijdse beeldvorming; ook hierbij dient echter sprake te zijn van een politieke component, het project verschaft inzicht in de grensoverschrijdende samenwerking, dan wel levert een bijdrage aan nieuwe vormen van grensoverschrijdende samenwerking.