Vaststelling Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu
- BWB-id
- BWBR0010671
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2007-12-05 t/m 2008-06-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010671
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/subsidieregeling-maatschappelijke-organisaties-en-milieu
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/subsidieregeling-maatschappelijke-organisaties-en-milieu/2007-12-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010671&g=2007-12-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010671&z=2026-06-06&g=2007-12-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010671/2007-12-05
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/subsidieregeling-maatschappelijke-organisaties-en-milieu
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; b. project: samenstel van activiteiten met een bovenprovinciaal, nationaal of internationaal belang, die gericht zijn op milieu of duurzame ontwikkeling en naar hun aard een eenmalig karakter hebben; c. programma: samenstel van activiteiten met een bovenprovinciaal, nationaal of internationaal belang, die gericht zijn op milieu of duurzame ontwikkeling en naar hun aard een voortschrijdend karakter hebben; d. projectsubsidie: subsidie voor een project; e. programmasubsidie: subsidie voor een programma; f. maatschappelijke organisatie: een in Nederland gevestigde rechtspersoon zonder winstoogmerk, niet zijnde een overheidsorganisatie of onderneming in Europeesrechtelijke zin, die zich richt op milieuverbetering of duurzame ontwikkeling. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 110 12-06-2007 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De Minister kan ter ondersteuning van maatschappelijk initiatief op het gebied van milieu of duurzame ontwikkeling subsidie verlenen voor projecten en programma’s die naar het oordeel van de Minister in voldoende mate bijdragen aan het maatschappelijk debat over milieu of duurzame ontwikkeling. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Aanvragen tot subsidieverlening worden vóór 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de uitvoering van het project of het programma, blijkens de in de aanvraag aangegeven tijdplanning, begint, ingediend bij SenterNovem, t.a.v. secretariaat SMOM, Postbus 8242, 3503 RE Utrecht, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. 2 De minister kan, indien dat naar zijn oordeel in het belang van milieu of duurzame ontwikkeling geboden is, afwijking toestaan van de termijnen, genoemd in het eerste lid. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Een project of programma heeft een maximale looptijd van drie aaneengesloten jaren. 2 De minister kan, indien dat naar zijn oordeel in het belang van duurzame ontwikkeling geboden is, een langere looptijd van een project of programma, dan genoemd in het eerste lid toestaan. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het subsidiebedrag wordt bepaald op basis van het werkelijke tekort en bedraagt niet meer dan het in de beschikking tot subsidieverlening genoemde maximum-bedrag. 1999 173 09-09-1999 25-08-1999 DGM/99193217 1999 173 09-09-1999 25-08-1999 DGM/99193217 11-09-1999
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen: a. de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project of het programma toe te rekenen en door de subsidieaanvrager na de indiening van de subsidieaanvraag gemaakte en betaalde kosten: 1°. loonkosten tot ten hoogste het jaarlijks op de website www.senternovem.nl/smom en in de aanvraagformulieren bekendgemaakte maximale uurtarief: – berekend op basis van een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek; of – berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, exclusief volledige winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten. Er wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1500; 2°. kosten van apparatuur, materialen en hulpmiddelen die uitsluitend ten behoeve van het project of programma gebruikt worden; 3°. een evenredig deel van de kosten voor apparatuur, materialen en hulpmiddelen die niet uitsluitend voor de uitvoering van het project of programma zijn aangeschaft, berekend op basis van offertes of historische aanschafprijzen en een lineaire afschrijving over een levensduur van 5 jaar en de duur van het gebruik voor het project; 4°. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten; 5°. reis- en verblijfkosten, alsmede kosten van deelneming aan symposia; b. een opslag per vrijwilliger ter compensatie van de hiervoor gemaakte overheadkosten, indien het project voor meer dan 50% door vrijwilligers wordt uitgevoerd en de loonkosten berekend worden op basis van de standaardmethodiek, zoals bedoeld in onderdeel a, onder 2°. De hoogte van deze opslag wordt jaarlijks op de website www.senternovem.nl/smom en in de aanvraagformulieren bekend gemaakt; c. een opslag voor algemene kosten ter grootte van 40% van de loonkosten, zoals bedoeld in onderdeel a, onder 2°. 2 Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet mag verrekenen. 3 De Minister kan, indien dat naar zijn oordeel in het belang van milieu of duurzame ontwikkeling geboden is, afwijking toestaan van de subsidiabele kosten, zoals genoemd in het eerste lid. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b Indien werkzaamheden ten behoeve van het project of het programma worden uitbesteed aan een onderneming die in organisatorisch, financieel of personeel opzicht verbonden is met de subsidieaanvrager of aan een onderneming die een inhoudelijk belang heeft bij de resultaten van het project of programma, wordt een door die onderneming in de kosten doorberekende winstopslag niet tot de subsidiabele kosten gerekend. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 5c — Artikel 5c#
Artikel 5c 1 Het subsidieplafond voor het jaar 2007 voor het verlenen van projectsubsidies bedraagt € 3.982.000. 2 artikel 6, tweede lid, onder a Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, is ten hoogste € 1.235.000 voor projectsubsidies als bedoeld onder, beschikbaar. 3 Het subsidieplafond voor het jaar 2007 voor het verlenen van programmasubsidies bedraagt € 6.500.000. 2007 234 03-12-2007 26-11-2007 DGM/SB/2007113301 2007 234 03-12-2007 26-11-2007 DGM/SB/2007113301 05-12-2007
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 1, onderdeel f Voor een projectsubsidie komen uitsluitend maatschappelijke organisaties als bedoeld in, in aanmerking. 2 Voor een projectsubsidie komen uitsluitend in aanmerking: a. projecten die gericht zijn op het betrekken van moeilijk bereikbare burgers bij het milieubeleid en het opwekken, vergroten of verbreden van interesse voor milieuvraagstukken bij deze burgers; b. artikel 2 projecten die anderszins bijdragen aan de inbedoelde doelstelling. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 5a artikel 9a artikelen 13 14 van het Besluit milieusubsidies In aanvulling opworden als subsidiabele kosten in aanmerking genomen de kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van de evaluatie bedoeld in, alsmede de kosten die gemoeid zijn met de verstrekking van gegevens, bedoeld in deen. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2 Aanvragen met betrekking tot projectsubsidie worden gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de inbedoelde doelstelling. Op basis van deze beoordeling kunnen subsidieaanvragen geheel of gedeeltelijk worden toegekend of worden afgewezen. Bij de bepaling van de hoogte van de toe te kennen subsidie kan een evenwichtige spreiding van het beschikbare subsidiebudget over de verschillende thema’s, actoren en doelgroepen een medebepalende factor zijn. 2 artikel 15, eerste lid, van het Besluit milieusubsidies Onverminderdkan de minister afwijken van het eerste lid indien dat naar zijn oordeel in het belang van milieu of duurzame ontwikkeling geboden is. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 6, tweede lid, onder a artikel 2 De Minister betrekt bij de beoordeling of en in welke mate een project als bedoeld in, bijdraagt aan de inbedoelde doelstelling ten minste de volgende aspecten: a. de mate waarin burgers met geen of weinig interesse in het milieubeleid meer dan eenmalig worden bereikt, geïnteresseerd raken en zo mogelijk geactiveerd worden; b. de mate waarin wordt aangesloten op activiteiten gericht op de doelgroep van derden naar aanleiding van andere maatschappelijke vraagstukken; c. de mate waarin het project een nationale voorbeeldwerking kan hebben; d. de mate waarin het project bijdraagt aan het maatschappelijk debat over het milieu en duurzame ontwikkeling; e. de mate waarin het project meerwaarde heeft ten opzichte van andere initiatieven; f. de mate waarin het project kans van slagen heeft gezien de probleemanalyse en het gepresenteerde plan van aanpak, inclusief de evaluatie; g. de verhouding tussen de gevraagde subsidie en het resultaat dat het project naar het oordeel van de Minister beoogt. 2 artikel 6, tweede lid, onder b artikel 2 De Minister betrekt bij de beoordeling of en in welke mate een project als bedoeld in, bijdraagt aan de inbedoelde doelstelling ten minste de volgende aspecten: a. de mate waarin het project bijdraagt aan het maatschappelijk debat over het milieu en duurzame ontwikkeling; b. de mate waarin bij het project burgers en andere maatschappelijke actoren worden betrokken; c. de mate waarin het project meerwaarde heeft ten opzichte van andere initiatieven; d. de mate waarin het project kans van slagen heeft gezien de probleemanalyse en het gepresenteerde plan van aanpak, inclusief de evaluatie; e. de verhouding tussen de gevraagde subsidie en het resultaat dat het project naar het oordeel van de Minister beoogt. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a De ontvanger van een projectsubsidie is verplicht een evaluatie uit te voeren. Het voorstel tot evaluatie en de daarmee gemoeid zijnde kosten maken integraal onderdeel uit van het plan van aanpak en de begroting behorende bij de projectaanvraag. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 1, onderdeel f Voor een programmasubsidie komen uitsluitend maatschappelijke organisaties als bedoeld in, in aanmerking. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 5a artikel 15 artikelen 13 14 van het Besluit milieusubsidies In aanvulling opworden als subsidiabele kosten in aanmerking genomen de kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van de evaluatie bedoeld in, alsmede de kosten die gemoeid zijn met de verstrekking van gegevens, bedoeld in deen. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Bij de subsidieverlening kan de minister bepalen dat het subsidiebedrag door hem wordt bijgesteld, rekening houdend met de arbeidskostenontwikkeling in de gepremieerde en gesubsidieerde sector. 2 Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan de minister bij de subsidieverlening tevens bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de arbeidskostenontwikkeling. 3 Indien een subsidie met toepassing van het eerste lid wordt bijgesteld, kan de bevoorschotting overeenkomstig worden gewijzigd. 1999 173 09-09-1999 25-08-1999 DGM/99193217 1999 173 09-09-1999 25-08-1999 DGM/99193217 11-09-1999
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 2 Aanvragen met betrekking tot programmasubsidie worden gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de inbedoelde doelstelling. Op basis van deze beoordeling kunnen subsidieaanvragen geheel of gedeeltelijk worden toegekend of worden afgewezen. Bij de bepaling van de hoogte van de toe te kennen subsidie kan een evenwichtige spreiding van het beschikbare subsidiebudget over de verschillende thema’s, actoren en doelgroepen een medebepalende factor zijn. 2 artikel 15, eerste lid, van het Besluit milieusubsidies Onverminderdkan de minister afwijken van het eerste lid indien dat naar zijn oordeel in het belang van milieu of duurzame ontwikkeling geboden is. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 2 De Minister betrekt bij de beoordeling of en in welke mate een programma bijdraagt aan de inbedoelde doelstelling ten minste de volgende aspecten: a. de mate waarin blijkt dat er een duidelijke visie op milieu of duurzame ontwikkeling is; b. de mate waarin sprake is van een goede balans tussen continuïteit en het zoeken naar vernieuwing mede op basis van de uitkomsten van uitgevoerde evaluaties. c. de mate waarin het programma bijdraagt aan het maatschappelijk debat over het milieu en duurzame ontwikkeling; d. de mate waarin bij het programma burgers en andere maatschappelijke actoren worden betrokken; e. de mate waarin het programma meerwaarde heeft ten opzichte van andere initiatieven; f. de mate waarin het programma kans van slagen heeft gezien de probleemanalyse en het gepresenteerde plan van aanpak, inclusief de evaluatie; g. de verhouding tussen de gevraagde subsidie en het resultaat dat het programma naar het oordeel van de Minister beoogt. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De ontvanger van een programmasubsidie is verplicht een evaluatie uit te voeren. 2 artikel 11, tweede lid, van het Besluit milieusubsidies Onverminderdgaat de aanvraag tot verlening van een programmasubsidie vergezeld van een voorstel tot evaluatie, alsmede van een begroting van de daarmee verband houdende kosten. Het voorstel tot evaluatie en de daarmee gemoeid zijnde kosten maken integraal onderdeel uit van het plan van aanpak en de begroting behorend bij de programma-aanvraag. 3 artikel 14, tweede lid, van het Besluit milieusubsidies Onverminderdgaat de aanvraag tot vaststelling van een programmasubsidie vergezeld van de uitkomsten van de uitgevoerde evaluatie. 4 artikel 13 van het Besluit milieusubsidies De tussentijdse verantwoording, bedoeld in, gaat, indien het een programmasubsidie betreft, tevens vergezeld van de uitkomsten van de uitgevoerde evaluatie. 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 2007 103 01-06-2007 21-05-2007 DGM/SB2007041360 03-06-2007
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1999 173 09-09-1999 25-08-1999 DGM/99193217 1999 173 09-09-1999 25-08-1999 DGM/99193217 11-09-1999
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu. 1999 173 09-09-1999 25-08-1999 DGM/99193217 1999 173 09-09-1999 25-08-1999 DGM/99193217 11-09-1999