Uitvoeringsregeling BSE 1999-V
- BWB-id
- BWBR0010871
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2000-03-30 t/m 2005-06-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010871
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/uitvoeringsregeling-bse-1999-v
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/uitvoeringsregeling-bse-1999-v/2000-03-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010871&g=2000-03-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010871&z=2026-06-06&g=2000-03-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010871/2000-03-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/uitvoeringsregeling-bse-1999-v
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Uitvoeringsregeling BSE 1999-I Wijzigt de. 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 24-11-1999
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Uitvoeringsregeling BSE 1999-II Wijzigt de. 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 24-11-1999
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Uitvoeringsregeling BSE 1999-III Wijzigt de. 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 227 24-11-1999 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 24-11-1999
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV 1 bijlagen 1 2 onder A Als programma’s als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma’s worden vastgesteld de programma’s opgenomen in de bij deze regeling behorendeen,. 2 bijlagen 1 2 bijlagen 1 2 onder B Voor de inenopgenomen programma’s wordt het subsidieplafond vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in deen,. 3 bijlagen 1 2 onder C De in het tweede lid bedoelde bedragen zijn beschikbaar voor aanvragen die zijn ontvangen in de inen,opgenomen perioden. 4 De bedragen voor de programma’s worden verdeeld op de wijze zoals omschreven in artikel 9, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma’s. 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 24-11-1999
Artikel V — Artikel V#
Artikel V 1 Er is een adviescommissie Tender pv-GO! die tot taak heeft Novem op haar verzoek te adviseren omtrent aanvragen in het kader van het BSE-programma Tender pv-GO! 2 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste acht andere leden. 3 De voorzitter en de leden worden door de Minister van Economische Zaken voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar. 4 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast. 5 Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag. 6 De Minister van Economische Zaken kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen. 7 In het secretariaat van de commissie wordt door Novem voorzien. 8 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij Novem. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van Novem. 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 24-11-1999
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 24-11-1999
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling BSE 1999-V. 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 1999 225 22-11-1999 18-11-1999 WJZ/JZ99072830 24-11-1999
Artikel 8 — Doelstelling van het programma#
Doelstelling van het programma Het doel van het programma tender pv-GO! is het bevorderen van een duurzame marktontwikkeling van fotovoltaïsche zonne-energie in de Nederlandse gebouwde omgeving. Daarbij richt het programma zich op de ontwikkeling van het kansrijke marktsegment voor kleine netgekoppelde pv-systemen op woningen, waar voldoende marktperspectief voor aanwezig wordt geacht. Via het stimuleren van de grootschalige introductie van dergelijke systemen wordt beoogd bij te dragen aan de verbetering van de prijs/prestatie verhouding van deze toepassing en opschaling van de technologie. De projecten die voor subsidie in aanmerking kunnen komen, betreffen marktintroductieprojecten met kleine pv-systemen aan of op ’duurzaam gebouwde’ nieuwbouwwoningen of aan of op bestaande woningen. De pv-systemen dienen per woning een omvang te hebben van ongeveer 100 Wp tot 1 kWp en dienen op de zon gericht te zijn. Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen dienen projecten aan de volgende voorwaarden te voldoen: Aanvragen die aan de wettelijke voorschriften (waaronder het bepaalde in het Besluit subsidies energieprogramma’s) en aan de bovengenoemde voorwaarden voldoen, worden beoordeeld en gerangschikt door de adviescommissie Tender pv-GO! De rangschikking vindt plaats op basis van een vergelijking van de geschiktheid van de projecten om bij te dragen aan de doelstelling van het programma aan de hand van het aantal kWp dat in het kader van dat project zal worden gerealiseerd in relatie tot de voor dat project gevraagde subsidie (hoe hoger het aantal kWp per gulden gevraagde subsidie, hoe hoger de rangschikking). De subsidieverlening geschiedt overeenkomstig artikel 9, tweede lid van het Besluit subsidies energieprogramma’s. De subsidie bedraagt niet meer dan de gevraagde subsidie en ten hoogste f 1.000.000,00 per project en per aanvrager. Bij de bepaling van de hoogte van de subsidie wordt geen rekening gehouden met een eventuele vermindering van belasting die terzake van het project kan worden verkregen. Aanvragen voor subsidie in het kader van de tender pv-GO! kunnen slechts worden ingediend door partijen aan de vraagzijde van de markt (met name projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties, aannemers, energiedistributiebedrijven, gemeenten, leasemaatschappijen en verenigingen van eindgebruikers). De projecten moeten een minimale omvang hebben van 25 kWp; de systemen dienen niet eerder gebruikt te zijn en er mogen door de aanvrager ten tijde van het indienen van de aanvraag nog geen verplichtingen met betrekking tot die systemen zijn aangegaan; Bouwbesluit het project dient te voldoen aan de normen en eisen zoals die gesteld zijn bij of krachtens heten tevens te voldoen aan aansluiteisen van het energiebedrijf; de toegepaste panelen dienen te voldoen aan IEC 61215 of IEC 61646 of daaraan gelijkwaardige normen, tenzij de adviescommissie van oordeel is dat de afwijking van deze normen dusdanig gering is dat deze afwijking de beoogde toepassing en een eventuele subsidieverlening niet in de weg behoeft te staan; de slaagkans van het project dient voldoende te zijn; het gaat hierbij onder meer om de haalbaarheid van de voorgestelde financiering en de haalbaarheid van de omvang van het project; het project dient binnen één jaar na de eventuele subsidieverlening te zijn gerealiseerd; producten en concepten dienen ten aanzien van de voor Nederland gebruikelijke omstandigheden en bouwcondities voldoende beproefd te zijn.
Artikel _1 — 1. Haalbaarheidsprojecten#
1. Haalbaarheidsprojecten Het programma ondersteunt haalbaarheidsprojecten gericht op voorgenomen demonstratie- of marktintroductieprojecten.
Artikel _2 — 2. Demonstratie- en marktintroductieprojecten#
2. Demonstratie- en marktintroductieprojecten Het programma ondersteunt demonstratie en marktintroductie van een verbeterde transformatie-, transmissie- of opslagtechniek dan wel een combinatie van deze technieken. Het programma richt zich op projecten die betrekking hebben op (combinaties van) technieken Het programma richt zich niet op de winning van primaire brandstof, nucleaire energieopwekking en vervoermiddelen en op de verbreding van de inzet van uitsluitend warmtepompen, windmolens, zonne-energie, waterkracht en aardwarmte. waarbij een significante verbetering van het omzettingsrendement wordt gerealiseerd ten opzichte van reeds bestaande technieken; waardoor de toepassingsmogelijkheid van de techniek(en) wordt verruimd.
Artikel _3 — Overige beoordelingsaspecten#
Overige beoordelingsaspecten De projecten die voor subsidie in aanmerking komen dienen in ieder geval te voldoen aan de volgende voorwaarden: a. het project moet een reële slaagkans hebben; b. verplichtingen ten aanzien van het project mogen nog niet zijn aangegaan op het moment van aanvragen; c. het moet aannemelijk zijn dat binnen een jaar na de beoogde datum van subsidietoezegging opdracht wordt gegeven voor het voorgenomen demonstratie- en marktintroductieproject en dat het project binnen 2 jaar na de beoogde datum van subsidietoezegging zal zijn gerealiseerd; indien er vertraging optreedt in het vergunningentraject kunnen bovengenoemde termijnen met maximaal twaalf maanden worden verlengd; demonstratie- en marktintroductieprojecten kunnen slechts dan voor subsidie in aanmerking komen indien de technische en financieel/-economische haalbaarheid voldoende aannemelijk is gemaakt; voor haalbaarheidsprojecten moet het aannemelijk zijn dat deze binnen 6 maanden na de beoogde datum van subsidietoezegging zijn afgerond; d. de projectkosten van een haalbaarheidsproject dienen ten minste f 25.000,00 te bedragen; e. in het project moet aandacht worden besteed aan de totale energiehuishouding op de beoogde locatie en aan mogelijke andere toepasbare systemen, apparaten of technieken.
Artikel _4 — Subsidiepercentages#
Subsidiepercentages De subsidie voor een haalbaarheidsproject bedraagt 50% van de projectkosten, met een maximum van f 50.000,00. De subsidie voor een demonstratieproject bedraagt 30% van de projectkosten, en voor het midden- en kleinbedrijf 40% van de projectkosten, voor zover deze niet meer bedragen dan f 1.000.000,00, en 20% voor zover de projectkosten meer dan f 1.000.000,00 bedragen. De subsidie bedraagt maximaal f 1.000.000,00. De subsidie voor een marktintroductieproject bedraagt 20% van de projectkosten, en voor het midden- en kleinbedrijf 25% van de projectkosten, met een maximum van f 1.000.000,00. Onder het midden-en kleinbedrijf wordt verstaan kleine of middelgrote ondernemingen in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (PbEG 1996, C 213).
Artikel _5 — Rangschikking#
Rangschikking Aanvragen voor demonstratie- en marktintroductieprojecten die aan de wettelijke voorschriften en aan de hierboven genoemde voorwaarden voldoen, worden beoordeeld en gerangschikt. Deze rangschikking vindt plaats op basis van een vergelijking van de geschiktheid van de projecten om bij te dragen aan de doelstelling van het programma aan de hand van de volgende criteria: a. de nieuwheid van het project; b. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstelling van het programma; c. de mate van betrokkenheid van de apparatenbouwende industrie (aanbodzijde) en/of organisaties aan de gebruikerszijde; d. de milieuverdienste van het project; e. de mate waarin kennisoverdracht zal plaatsvinden; f. de mate waarin het project past in een aanwezig innovatietraject van de aanvrager of dat van anderen; g. de relevantie voor andere doelstellingen van nationaal en internationaal energiebeleid.
Artikel _6 — Toelichting#
Toelichting Het programma NETTO draagt bij aan een meer efficiënte inzet van primaire brandstoffen. Hiertoe beoogt het programma om projecten te demonstreren op het gebied van energieconversie, -transport en -opslag. Bij de beoordeling van de aanvragen wordt een onderscheid gemaakt tussen haalbaarheidsprojecten en demonstratie- en marktintroductieprojecten. Wil een aanvraag voor subsidiëring in aanmerking komen dan dient in ieder geval aan alle betreffende voorwaarden te worden voldaan. Indien bij demonstratie- en marktintroductieprojecten aan één of meerdere voorwaarden niet wordt voldaan, dan zal dit leiden tot een negatief advies van de adviescommissie (zie onderdeel Adviescommissie). Bij demonstratie- en marktintroductieprojecten kunnen projecten door middel van een puntentoekenning hoger, dan wel lager gewaardeerd worden. Deze waardering, welke wordt bepaald aan de hand van de rangschikkingscriteria, komt tot uitdrukking in de rangschikking.
Artikel _7 — Toelichting op de voorwaarden#
Toelichting op de voorwaarden Ad a. Projecten zullen veelal voor wat betreft de slaagkans een zeker risico met zich dragen. Indien de slaagkans van het project op zichzelf te gering wordt geacht, zal het verlenen van een subsidie niet aan de orde zijn. Ad e. Om te komen tot een optimale keuze van apparatuur moet worden aangetoond dat het beoogde demonstratie- en marktintroductieproject aansluit op dan wel complementair is aan de wijze waarop momenteel energie wordt ingezet.
Artikel _8 — Toelichting op de rangschikkingscriteria#
Toelichting op de rangschikkingscriteria Ad a. Onder het nieuwheidcriterium wordt in dit programma verstaan: het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technieken, systemen of apparaten en het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technieken. De mate van vernieuwing van de toepassing wordt afhankelijk gesteld van de stand der techniek binnen de branche waar de systemen of apparaten zullen worden gebruikt. 3 2 2 Ad b. De projectkosten worden getoetst aan de energie- en milieuverdienste. Hiertoe worden beoordeeld de projectkosten in termen van kosten per hoeveelheid bespaarde primaire brandstof (gulden/maardgas equivalent) en per hoeveelheid vermeden CO-emissie (gulden/ton CO). Bij de berekening van de energiebesparing zal de energie-inzet van het hele systeem worden afgezet tegen een referentiesysteem dat bestaat uit de best beschikbare technieken. Voor de elektriciteitsproductie is dat een moderne gasgestookte STEG. Voor de warmteproductie is dat een HR-ketel. Voor andere producten, bijvoorbeeld koude, zal op soortgelijke wijze een referentie-systeem, gebaseerd op best beschikbare technieken worden vastgelegd. Ad c. Bij de introductie van nieuwe technieken is het van belang dat er in een vroeg stadium betrokkenheid is van de aanbodzijde (fabrikanten, leveranciers, ontwerpers en installateurs) en/of gebruikerszijde. De voorkeur wordt dan ook gegeven aan projecten met een wezenlijke betrokkenheid van deze partijen, zowel inhoudelijk als financieel. Ad d. Bij de bepaling van de milieuverdienste van het project wordt rekening gehouden met: Ad e. Het bevorderen van nieuwe toepassingen komt het best tot zijn recht wanneer de kennis en ervaring die is opgedaan met het demonstratie- of marktintroductieproject wordt uitgedragen. De aanvrager dient hierbij een actieve rol te spelen. de mate waarin emissie van andere milieuschadelijke stoffen wordt gereduceerd; in hoeverre wordt vermeden dat verschuivingseffecten van milieuproblemen van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
Artikel _9 — Adviescommissie#
Adviescommissie Ter beoordeling van de ingediende projecten die vallen onder onderdeel 2 is door de Minister van Economische Zaken een onafhankelijke adviescommissie ingesteld. Deze commissie heeft als taak de Minister te adviseren met betrekking tot de door haar beoordeelde projecten. Hierbij zal zij in ieder geval een negatief advies geven indien niet wordt voldaan aan alle voorwaarden. Positief beoordeelde aanvragen worden aan de hand van de rangschikkingscriteria door de commissie gerangschikt. De subsidieverlening geschiedt overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma’s.