Vrijstellingsregeling grondverzet
- BWB-id
- BWBR0010715
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 1999-10-01 t/m 2008-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010715
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/vrijstellingsregeling-grondverzet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/vrijstellingsregeling-grondverzet/1999-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010715&g=1999-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010715&z=2026-06-06&g=1999-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010715/1999-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/vrijstellingsregeling-grondverzet
Artikel 1 — Artikel 1 (definities)#
Artikel 1 (definities) 1 artikel 1 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming Op deze regeling zijn de begripsbepalingen vanvan overeenkomstige toepassing. 2 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Besluit: Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming ; b. grondwerk: werk waarin geen andere bouwstof dan grond is verwerkt, niet zijnde een geluidwal of een windwal; c. licht verontreinigde grond: bijlagen 1 2 grond waarvan de samenstellingswaarden liggen tussen de samenstellingswaarden voor grond zoals aangegeven in deenvan het Besluit; d. bodemkwaliteitskaart: kaart met bijbehorend bodembeheerplan, voor een bepaald gebied, waarin ten behoeve van het gebruik van licht verontreinigde grond in dat gebied, de samenstelling van de bodem is weergegeven. 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 01-10-1999 01-07-1999
Artikel 2 — Artikel 2 (vrijstellingen)#
Artikel 2 (vrijstellingen) artikel 5 artikel 3 Van de volgende artikelen van het Besluit wordt vrijstelling verleend voor het gebruik van licht verontreinigde grond in een grondwerk voor zover dit gebruik plaats vindt in een gebied waarvoor een bodemkwaliteitskaart overeenkomstig het gestelde inis opgesteld en voldaan is aan: a. artikel 6, tweede lid 9, tweede, vierde, vijfde en zesde lid , en; b. artikel 9, negende lid , voor zover het gegevens met betrekking tot immissiewaarden betreft; c. artikelen 10 tot en met 15 . 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 01-10-1999 01-07-1999
Artikel 3 — Artikel 3 (nieuwe voorwaarden)#
Artikel 3 (nieuwe voorwaarden) artikel 2 Aan de inbedoelde vrijstelling zijn de volgende voorwaarden verbonden: a. de grond die wordt gebruikt is van vergelijkbare kwaliteit als of van betere kwaliteit dan de kwaliteit van de bodem ter plaatse, en b. de eigenaar of erfpachter van de bodem waarop de grond wordt gebruikt, meldt het gebruik van de grond tenminste 5 werkdagen tevoren aan burgemeester en wethouders. 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 01-10-1999 01-07-1999
Artikel 4 — Artikel 4 (alternatief voor bepalen samenstelling grond)#
Artikel 4 (alternatief voor bepalen samenstelling grond) artikel 9 In afwijking vanvan het Besluit kan de bodemkwaliteitskaart gebruikt worden voor het vaststellen van de kwaliteit van de te gebruiken grond indien die grond na afgraving zonder verdere bewerkingen, het uitzeven van grove bestanddelen daargelaten, in een grondwerk wordt toegepast. 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 01-10-1999 01-07-1999
Artikel 5 — Artikel 5 (de bodemskwaliteitskaart)#
Artikel 5 (de bodemskwaliteitskaart) 1 De bodemkwaliteitskaart van een bepaald gebied wordt bij besluit vastgesteld door burgemeester en wethouders. 2 In afwijking van het eerste lid wordt de bodemkwaliteitskaart bij besluit vastgesteld door gedeputeerde staten indien een bepaald gebied daartoe in het bij besluit vastgestelde provinciale beleid is aangewezen. 3 De bodemkwaliteitskaart kan slechts worden vastgesteld indien: a. het gestelde in hoofdstuk 5.3.1 van de beleidsnota ’Grond grondig bekeken, verantwoord omgaan met schone en verontreinigde grond’ (publicatie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. 22669/210) en de daarbij behorende bijlage 1 (publicatie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. 17961/190) in acht is genomen; b. rekening is gehouden met het geldende provinciale beleid ten aanzien van grondverzet, en c. overleg heeft plaatsgevonden met overheden die het mede aangaat. 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 01-10-1999 01-07-1999
Artikel 6 — Artikel 6 (de melding)#
Artikel 6 (de melding) 1 artikel 3 De melding, bedoeld in, geschiedt onder aanduiding van: a. het tijdstip waarop de grond wordt aangebracht; b. de plaats waar de grond gebruikt zal worden; c. het doel van het grondwerk; d. de kwaliteit van de ontvangende bodem, en e. de plaats van herkomst, hoeveelheid en kwaliteit van de grond. 2 Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven aan het in het eerste lid genoemde. 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 01-10-1999 01-07-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 5, eerste, onderscheidenlijk tweede lid Een bodemkwaliteitskaart, die door burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling is vastgesteld, wordt tot uiterlijk 1 juli 2001 als een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in deze regeling aangemerkt, zolang voor dat gebied, waarop de bodemkwaliteitskaart betrekking heeft, geen toepassing is gegeven aan. 2 artikel 5, eerste, onderscheidenlijk tweede lid artikel 5, derde lid, onder a Burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk gedeputeerde staten kunnen bij besluit als bedoeld in, bepalen dat, op betreffende bodemkwaliteitskaart niet van toepassing is, indien het besluit is genomen voor 1 januari 2000. 3 In een geval als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 01-10-1999 01-07-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 1999 en werkt terug tot en met 1 juli 1999. 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 01-10-1999 01-07-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling grondverzet. 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 1999 180 20-09-1999 10-09-1999 DBO/99185501 01-10-1999 01-07-1999