Vrijstellingsregeling herbevolking varkenshouderijen Meststoffenwet
- BWB-id
- BWBR0010268
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2002-05-10 t/m 2004-01-23
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010268
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/vrijstellingsregeling-herbevolking-varkenshouderijen-meststo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/vrijstellingsregeling-herbevolking-varkenshouderijen-meststo/2002-05-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010268&g=2002-05-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010268&z=2026-06-06&g=2002-05-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010268/2002-05-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1999/vrijstellingsregeling-herbevolking-varkenshouderijen-meststo
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. wet: Meststoffenwet ; b. administratie: administratie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet. 1999 28 10-02-1999 08-02-1999 TRCJZ/1999/1867 1999 28 10-02-1999 08-02-1999 TRCJZ/1999/1867 12-02-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 titel 2 hoofdstuk IV van de wet Bedrijven waarop herbevolking heeft plaatsgevonden zijn in 1998 vrijgesteld van de heffingen, bedoeld invan, tot een overeenkomstig het derde of vierde lid bepaalde belastbare hoeveelheid mineralen. 2 Onder herbevolking wordt verstaan de opbouw van de varkensstapel van een bedrijf waarop op 1 januari 1998 een lager aantal varkens werd gehouden dan gebruikelijk, voorzover in verband met de varkenspestuitbraken in 1997 en 1998 op enig moment in 1997 of 1998: artikel 30, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren voor het gebied waarin het bedrijf geheel of gedeeltelijk is gelegen een vervoersverbod voor varkens ingevolgevan kracht is geweest, of artikel 22, eerste lid, onderdeel f, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ten aanzien van het bedrijf een maatregel als bedoeld inis genomen op grond waarvan alle op het bedrijf gehouden varkens zijn gedood. 3 De belastbare hoeveelheid mineralen waarvoor de vrijstelling geldt wordt bepaald door achtereenvolgens: bijlage A bij de wet het aantal varkens van de in de onderstaande tabel genoemde diercategorieën, onderscheiden in, dat gemiddeld op het bedrijf werd gehouden in de periode van 1 september tot en met 31 december 1998, te verminderen met het aantal varkens van de desbetreffende diercategorie dat op 1 januari 1998 op het bedrijf werd gehouden; de uitkomsten te vermenigvuldigen met de voor de desbetreffende diercategorie in de onderstaande tabel aangegeven hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, en de aldus berekende hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof bij elkaar op te tellen. Dier- categorie kg fosfaat kg stikstof Fokzeugen (waarvan de biggen worden afgeleverd na ca. 6 weken) 400 10 15 Fokzeugen (waarvan de biggen worden gehouden tot ca. 25 kilogram) 401 14 20 Opfokzeugen (ca. 25 kilogram, tot ca. 7 maanden oud) 402 6 12 Opfokzeugen (ca. 7 maanden tot de eerste dekking) 403 7 13 Opfokzeugen (ca. 25 kilogram tot de eerste dekking) 404 7 13 Opfokberen (ca. 25 kilogram, tot ca. 7 maanden oud 405 6 12 Dekberen (vanaf 7 maanden) 406 10 16 Gespeende biggen (aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kilogram) 407 2 3 Slachtzeugen (worden niet meer gebruikt voor de fokkerij, maar afgemest) 410 14 20 Vleesvarkens (ca. 25 kilogram tot ca. 110 kilogram) 411 6 12 4 Indien de heffingplichtige aantoont dat op het bedrijf in de periode van 1 september tot en met 31 december 1998 herbevolking plaatsvond, wordt in afwijking van het derde lid de belastbare hoeveelheid mineralen waarvoor de vrijstelling geldt bepaald door achtereenvolgens: bijlage A bij de wet het aantal varkens van de in de in het vorige lid opgenomen tabel genoemde diercategorieën, onderscheiden in, dat gemiddeld op het bedrijf werd gehouden in één van de door de heffingplichtige aangegeven maanden in de periode van 1 september tot en met 31 december 1998, te verminderen met het aantal varkens van de desbetreffende diercategorie dat op 1 januari 1998 op het bedrijf werd gehouden; de uitkomsten te vermenigvuldigen met de voor de desbetreffende diercategorie in de tabel aangegeven hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, en de aldus berekende hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof bij elkaar op te tellen. 5 bijlage A bij de wet bijlage A bij de wet Indien in 1998 een overdracht van het bedrijf heeft plaatsgevonden, wordt voor de toepassing van het derde lid, ten aanzien van de vervreemder in aanmerking genomen het aantal varkens van de in de in het derde lid opgenomen tabel genoemde diercategorieën, onderscheiden in, dat op het moment van overdracht op het bedrijf werd gehouden, te verminderen met het aantal varkens van de desbetreffende diercategorie dat op 1 januari 1998 op het bedrijf werd gehouden, en ten aanzien van de verwerver het aantal varkens van de in de in het derde lid opgenomen tabel genoemde diercategorieën, onderscheiden in, dat gemiddeld op het bedrijf werd gehouden in de periode van 1 september tot en met 31 december 1998, te verminderen met het aantal varkens van de desbetreffende diercategorie dat op het moment van overdracht op het bedrijf werd gehouden. 6 bijlage A bij de wet Indien in 1998 een overdracht van het bedrijf heeft plaatsgevonden, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing op de verwerver van dit bedrijf, met dien verstande dat hierbij in aanmerking wordt genomen het aantal varkens van de in de in het derde lid opgenomen tabel genoemde diercategorieën, onderscheiden in, dat door de verwerver gemiddeld op het bedrijf werd gehouden in één van de door de heem aangegeven maanden in de periode van 1 september tot en met 31 december 1998, te verminderen met het aantal varkens van de desbetreffende diercategorie dat op het moment van overdracht op het bedrijf werd gehouden. 7 artikel 17, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 22, eerste lid, onderdeel f, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Indien het bedrijf gelegen is in een gebied waarvoor in verband met de varkenspestuitbraken in 1997 en 1998 op enig moment in 1997 of 1998 een fokverbod voor varkens ingevolgevan kracht is geweest, en ten aanzien van dit bedrijf geen maatregel als bedoeld inis genomen op grond waarvan alle op het bedrijf gehouden varkens zijn gedood, worden voor de toepassing van derde en vierde lid de varkens van de diercategorie die in de tabel van het derde lid wordt aangeduid met het nummer 401, die werden gehouden op 1 januari 1998, aangemerkt als varkens van de diercategorie die in de tabel van het derde lid wordt aangeduid met het nummer 400. 2002 87 08-05-2002 07-05-2002 TRCJZ/2002/4088 2002 87 08-05-2002 07-05-2002 TRCJZ/2002/4088 10-05-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 28 van de wet artikel 2, derde of vierde lid Bij de aangifte, bedoeld in, met betrekking tot 1998 wordt door de heffingplichtige melding gemaakt van het overeenkomstig, berekende aantal varkens van de onderscheiden diercategorieën. 2 De melding geschiedt op het daartoe door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vastgestelde formulier, dat volledig en naar waarheid is ingevuld en door de heffingplichtige is ondertekend. 3 Bij de melding wordt een afschrift van de administratie met betrekking tot 1998 meegezonden. 1999 28 10-02-1999 08-02-1999 TRCJZ/1999/1867 1999 28 10-02-1999 08-02-1999 TRCJZ/1999/1867 12-02-1999
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 titel 2 hoofdstuk IV van de wet artikel 24 van de wet artikel 2, derde en vierde lid artikel 2, derde en vierde lid Bedrijven waarop herbevolking heeft plaatsgevonden zijn in 1999 vrijgesteld van de heffingen, bedoeld invan, indien na vermindering van de belastbare hoeveelheid mineralen, bedoeld in, over het jaar 1998 met de overeenkomstig, bepaalde hoeveelheid mineralen, een hoeveelheid mineralen van minder dan nihil resteert, tot een belastbare hoeveelheid mineralen overeenkomend met die resterende hoeveelheid mineralen van minder dan nihil, met dien verstande dat de vrijstelling ten hoogste een belastbare hoeveelheid mineralen overeenkomend met de overeenkomstig, bepaalde hoeveelheid mineralen kan betreffen. 2 artikel 28 van de wet Bij de aangifte, bedoeld in, met betrekking tot 1999 wordt door de heffingplichtige melding gemaakt van de belastbare hoeveelheid mineralen waarvoor ingevolge het eerste lid een vrijstelling geldt en de wijze waarop de heffingplichtige deze heeft bepaald en wordt een afschrift van de dieradministratie met betrekking tot 1998 meegezonden, voor zover de heffingplichtige deze gegevens niet reeds aan het Bureau Heffingen heeft verstrekt. 1999 173 09-09-1999 08-09-1999 TRCJZ/1999/4302 1999 173 09-09-1999 08-09-1999 TRCJZ/1999/4302 11-09-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2, derde en vierde lid Voor de toepassing van, wordt uitsluitend in aanmerking genomen het aantal varkens van de onderscheiden diercategorieën dat kan worden gestaafd met de gegevens van de administratie en de, desgevraagd door de inspecteur van het Bureau Heffingen, door de heffingplichtige overgelegde andere bewijsstukken. 1999 28 10-02-1999 08-02-1999 TRCJZ/1999/1867 1999 28 10-02-1999 08-02-1999 TRCJZ/1999/1867 12-02-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 43 van de wet artikel 2 artikel 3a Voor de toepassing vanwordt dat deel van de belastbare hoeveelheid mineralen waarover door toepassing vanin 1998, of door toepassing vanin 1999 geen heffing is geheven, buiten beschouwing gelaten. 2002 87 08-05-2002 07-05-2002 TRCJZ/2002/4088 2002 87 08-05-2002 07-05-2002 TRCJZ/2002/4088 10-05-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1999 28 10-02-1999 08-02-1999 TRCJZ/1999/1867 1999 28 10-02-1999 08-02-1999 TRCJZ/1999/1867 12-02-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vrijstellingsregeling herbevolking varkenshouderijen Meststoffenwet Deze regeling wordt aangehaald als:. 1999 28 10-02-1999 08-02-1999 TRCJZ/1999/1867 1999 28 10-02-1999 08-02-1999 TRCJZ/1999/1867 12-02-1999