Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2000
- BWB-id
- BWBR0011770
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2004-11-07 t/m 2005-11-15
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011770
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-aid-2000
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-aid-2000/2004-11-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011770&g=2004-11-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011770&z=2026-06-06&g=2004-11-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011770/2004-11-07
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-aid-2000
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: buitengewoon opsporingsambtenaar: artikel 2, eerste lid de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in; AID: de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; Natuurbeheer: directie Natuurbeheer van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; SBB: Staatsbosbeheer; PD: de Plantenziektenkundige dienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; NAK: de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen; It Fryske Gea: Stichting It Fryske Gea (Stichting het Friese landschap). 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 16-11-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Bezoldigde en onbezoldigde ambtenaren van de AID en belast met de opsporing van strafbare feiten zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 artikel 6 8 De bezoldigde ambtenaren van de AID werkzaam bij de meldkamer van de AID of werkzaam als automatiseringsdeskundige of zaakanalist zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. Het bepaalde inenis op hen niet van toepassing. 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 16-11-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als bezoldigd ambtenaar bij de AID is bevoegd tot het opsporen van alle strafbare feiten. 2 bijlage De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als onbezoldigd ambtenaar bij SBB, it Fryske Gea of Natuurbeheer is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de wetten en verordeningen genoemd in debij dit besluit. 3 De buitengewoon opsporingsambtenaar a. Landbouwkwaliteitswet Plantenziektenwet werkzaam bij de PD, is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens deen de; b. Wet op de bedrijfsorganisatie werkzaam bij de PD (karteerders) en de NAK is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de; c. Landbouwkwaliteitswet Wet op de bedrijfsorganisatie werkzaam ten behoeve van de Commissie van deskundigen van het Productschap Tuinbouw, is bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens deen de; d. Flora- en faunawet Natuurbeschermingswet artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht werkzaam als controleur flora en fauna, is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de, deen; e. Visserijwet 1963 Flora- en faunawet Natuurbeschermingswet 1998 werkzaam bij de Directie Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens de, deen de. 4 De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in het tweede en het derde lid, is tevens bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek. 5 De opsporingsbevoegdheid geldt: a. voor het grondgebied van Nederland; b. Machtigingswet instelling visserijzone uitvoeringsbesluit ex artikel 1 van de Machtigingswet instelling visserijzone voor de visserijzone, zoals bedoeld in deen het; c. buiten de onder a. en b. genoemde gebieden: een en ander met inachtneming van de geldende volkenrechtelijke en interregionale bepalingen. 1°. aan boord van vissersschepen varende onder de Nederlandse vlag; 2°. artikel 3a van de Visserijwet 1963 artikel 58, onderdeel b, van die wet voor de opsporing van krachtensstrafbaar gestelde gedragingen, voor zover het betreft de overtreding van regelen als bedoeld in, 2004 214 05-11-2004 01-11-2004 5317323/504/CBK 2004 214 05-11-2004 01-11-2004 5317323/504/CBK 07-11-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 Op grond van dit besluit kunnen bij de hierna te noemen onderdelen van de AID maximaal het daarbij genoemde aantal personen als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigd zijn: a. 650 personen bij de AID; b. 8 personen voor de meldkamer, 3 personen als automatiseringsdeskundige en 3 zaakanalisten; c. 230 personen bij SBB; d. 15 personen bij Natuurbeheer; e. 12 personen bij it Fryske Gea; f. 10 personen bij de PD; g. 110 personen bij de PD, werkzaam in de functie van karteerder; h. 70 personen bij de NAK; i. 120 personen als controleur flora en fauna; j. 1 persoon ten behoeve van de commissie van deskundigen van het productschap voor Tuinbouw; k. 8 personen bij de Directie Visserij van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 2001 247 20-12-2001 14-12-2001 51395586/501/CBK 2001 247 20-12-2001 14-12-2001 51395586/501/CBK 01-04-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van justitie bij het Arrondissementsparket te Maastricht. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Limburg-Zuid. 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 16-11-2000
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3, eerste lid, tweede lid, en derde lid onder a en d artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in, is bevoegd bij de opsporing van strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in. hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in. 2 De in het eerste lid genoemde buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar zijn uitgerust met een surveillancehond. 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 16-11-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De directeur van de AID brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de bezoldigd en onbezoldigd buitengewoon opsporingsambtenaren bij de AID aan de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de in dit besluit genoemde diensten en b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. artikel 3, eerste lid artikel 8, eerste lid, onder e artikel 3, tweede lid de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval met betrekking tot de in, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren inzicht wordt gegeven in het opleidingstraject en de stand van zaken met betrekking tot de in, bedoelde periodieke toetsing of bijscholing, en met betrekking tot de in, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 16-11-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 3, eerste lid artikel 16, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in, beschikt over een ontheffing van het bepaalde in, onder de navolgende voorwaarden: a. hij moet met goed gevolg een basisopleiding voor opsporingsambtenaar AID hebben voltooid; b. de onder a. bedoelde basisopleiding omvat ten minste de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, en de verschillende onderdelen van die basisopleiding worden afgesloten met een toets; c. zo mogelijk wordt tijdens de basisopleiding het door de minister van Justitie goedgekeurde examen afgelegd; d. de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd; e. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat de buitengewoon opsporingsambtenaren hun verworven kennisniveau blijft gehandhaafd. 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit in het bezit was van het diploma basisopleiding opsporingsambtenaar AID dan wel met goed gevolg die opleiding heeft afgerond, is bekwaam. 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 16-11-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 2, tweede lid 3, derde lid, onder b en c artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in de, en, is ontheffing verleend van de bekwaamheidseis, vastgesteld krachtens. Deze ontheffing geldt alleen en voor zover de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar de opsporingsbevoegdheid nodig heeft voor het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen. 2001 247 20-12-2001 14-12-2001 51395586/501/CBK 2001 247 20-12-2001 14-12-2001 51395586/501/CBK 01-04-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 11 van dit besluit De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het inomschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum. 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 16-11-2000
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 1996 wordt ingetrokken. 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 16-11-2000
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding. 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 16-11-2000
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2000. 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 2000 221 14-11-2000 09-11-2000 5062835/500/CBK 16-11-2000