Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar DCMR Milieudienst Rijnmond 2000
- BWB-id
- BWBR0011516
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2002-03-30 t/m 2005-08-02
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011516
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-dcmr-milieudienst-r
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-dcmr-milieudienst-r/2002-03-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011516&g=2002-03-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011516&z=2026-06-06&g=2002-03-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011516/2002-03-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-dcmr-milieudienst-r
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de buitengewoon opsporingsambtenaar: artikel 2 de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in; b. DCMR: de DCMR Milieudienst Rijnmond. 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 03-08-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De personen, werkzaam in de functie van medewerker Handhaving van de DCMR, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 03-08-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1a van de Wet op de economische delicten Wet vervoer gevaarlijke stoffen artikelen 26 33 34 van de Wet op de economische delicten De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij verordeningen van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland en burgemeesters en wethouders van de gemeenten die deelnemer zijn aan de gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond en feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de ingenoemde wetten met uitzondering van de artikelen 47 en 48, tweede liden de in,engenoemde strafbare feiten. 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar is tevens bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij: a. Wet op de ruimtelijke ordening de; b. Woningwet de; c. Wet milieugevaarlijke stoffen de; d. Wetboek van Strafrecht het, artt. 161quater, 161quinquies, 173, 173a, 173b, 174, 175, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 193, 198, 199, 200, 225, 285, 326, 435, onder ten vierde, en 461; e. de bijzondere wetten of verordeningen, waarvoor hij na inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen door de bevoegde minister of instantie; f. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek. 3 De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de provincie Zuid-Holland. 2002 62 28-03-2002 11-03-2002 5145857/DBZ/02 2002 62 28-03-2002 11-03-2002 5145857/DBZ/02 30-03-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De korpschef van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 Op grond van dit besluit kunnen maximaal 50 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigd worden. 2002 62 28-03-2002 11-03-2002 5145857/DBZ/02 2002 62 28-03-2002 11-03-2002 5145857/DBZ/02 30-03-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie in het arrondissement Rotterdam. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond. 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 03-08-2000
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De directeur van de DCMR brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot bij de dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de hoofdofficier van justitie te Rotterdam verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor de CITO-toets en hoeveel personen in dat jaar voor die CITO-toets zijn geslaagd. 2 Dit verslag wordt eveneens toegezonden aan de Minister van Justitie, Directie Bestuurszaken, Postbus 20300 te Den Haag. 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 03-08-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar artikel 22 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar HetDCMR Milieudienst Rijnmond 1995 wordt ingetrokken; de akten van beëdiging die op basis van dat besluit zijn afgegeven, worden thans geacht op onderhavig besluit te berusten met inachtneming van het bepaalde in. 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 03-08-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding. 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 03-08-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar DCMR Milieudienst Rijnmond 2000. 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 2000 146 01-08-2000 18-07-2000 5038803/DBZ/00 03-08-2000