Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam 2000
- BWB-id
- BWBR0011951
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2004-01-01 t/m 2004-01-09
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011951
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-gemeentelijk-havenb
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-gemeentelijk-havenb/2004-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011951&g=2004-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011951&z=2026-06-06&g=2004-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011951/2004-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-gemeentelijk-havenb
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 2 In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in. 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 26-12-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De personen, werkzaam bij de Divisie Port Authority Rotterdam van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 26-12-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens: a. artikel 1a van de Wet op de economische delicten de ingenoemde wetten; b. Wetboek van Strafrecht de artikelen 173a, 173b, 180, 184, 185, 199, 225, 285, 435, onder ten vierde, en 461, van het; c. Scheepvaartverkeerswet de; d. Binnenschepenwet de; e. de verordeningen van de gemeente Rotterdam, voor zover hij daarvoor is aangewezen; f. de verordeningen van de provincie Zuid-Holland, voor zover hij daarvoor is aangewezen; g. de bijzondere wetten of verordeningen, waarvoor hij na inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen door of namens de bevoegde minister of instantie, alsmede de bijzondere wetten of verordeningen waarvoor hij na inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen door of namens de bevoegde minister of instantie; h. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek. 2 De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de politieregio Rotterdam-Rijnmond en het aanloopgebied Rotterdam. 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 26-12-2000
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 Op grond van dit besluit kunnen maximaal 225 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd. 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 26-12-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het arrondissementsparket te Rotterdam. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond. 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 26-12-2000
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het hoofd bureau havenmeester van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam brengt jaarlijks, vóór 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. 2 artikel 5 Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld invan dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag. 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 26-12-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar HetGemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam van 18 december 1995, kenmerk 95/0597/DR, nadien gewijzigd bij besluit van 22 januari 1996, nr. 96/044/DR en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 28 januari 1999, nr. 99/0023/CvO wordt ingetrokken. 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 26-12-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 8 De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd, op het invan dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum. 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 26-12-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit treedt in werking met ingang van 26 december 2000 en vervalt op 26 december 2005. 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 26-12-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam 2000. 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 5070349/DBZ/00 26-12-2000